Voor het verlengen van de nabevallingsrust met toepassing van artikel 114, tweede lid, van de gecoördineerde wet, wordt gelijkgesteld met een periode tijdens welke de gerechtigde is blijven doorwerken:
1°de perioden wettelijke vakantie, waaronder begrepen de periode gedekt door de uitgestelde bezoldiging verleend aan de tijdelijke of interim leerkrachten na het einde van de arbeidsovereenkomst of van de tijdelijke aanwijzing, de perioden vakantie krachtens een algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, de perioden bijkomende vakantie en de perioden aanvullende vakantie;
2°de periode functie van rechter in sociale zaken;
3°de dagen kort verzuim;
4°de dagen dwingende redenen met behoud van loon en de dagen verlof om dwingende redenen zonder behoud van loon;
5°de dagen afwezigheid met gewaarborgd dagloon;
6°de perioden technische stoornis in de onderneming, tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht, tijdelijke werkloosheid ingevolge technische stoornis, tijdelijke werkloosheid ingevolge slecht weer, tijdelijke werkloosheid ingevolge gebrek aan werk wegens economische redenen, evenals de perioden van schorsing van de uitvoering van de overeenkomst en van gedeeltelijke arbeid bedoeld in de artikelen 77/1 tot 77/8 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
7°de periode sluiting van de onderneming ter bescherming van het leefmilieu;
8°de feestdagen tijdens de arbeidsovereenkomst, de vervangingsdagen van een feestdag en de feestdagen of vervangingsdagen tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid;
9°voor de gerechtigde die afwisselend volgens de vijfdagen- en de zesdagenweekregeling arbeidt, de dag in de week van de vijfdaagse arbeidsregeling waarop er normaal zou zijn gearbeid indien die dag in een week van zesdaagse arbeidsregeling was gevallen;
10°de dagen inhaalrust;
(11° de vakantiedagen en wettelijke feestdagen van de onthaalouders zonder opvang van kinderen, bedoeld in artikel 203, vierde lid, 14;)
12°De perioden waarin de werkneemster één of meerdere activiteiten tijdens een periode van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114bis van de gecoördineerde wet heeft uitgeoefend of één of meerdere activiteiten tijdens haar arbeidsongeschiktheid onder de voorwaarden bedoeld in artikel 100, § 2 van de gecoördineerde wet heeft hervat;
13°de dagen van arbeidsongeschiktheid zoals omschreven in artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet;
14°de periode van volledige werkverwijdering als maatregel van moederschapsbescherming.