§ 1 WAARBORGEN DOOR VOOGDEN TE VERSTREKKEN IN HET BELANG VAN MINDERJARIGEN EN ONBEKWAAMVERKLAARDEN.
49–63
Art. 49
De vrederechter stelt binnen de termijn bepaald in artikel 407, § 1, van het Burgerlijk Wetboek het bedrag vast waarvoor een hypothecaire inschrijving wordt genomen. Hij wijst de onroerende goederen aan waarop deze inschrijving moet worden gevorderd, zulks rekening houdend met het vermogen van de minderjarigen en van de onbekwaamverklaarden, met de aard van de waarden waaruit het vermogen bestaat, alsook met hetgeen zich in verband met de verantwoordelijkheid van de voogd kan voordoen.
De vrederechter kan naar gelang van de omstandigheden verklaren dat op de goederen van de voogd geen inschrijving wordt genomen. Dergelijke verklaring geldt slechts totdat zij wordt herroepen.
Art. 50
(Opgeheven)
Art. 51
(Opgeheven)
Art. 52
De inschrijving wordt genomen op verzoek van de griffier, zulks krachtens de beschikking van de vrederechter of het vonnis van de rechtbank.
Indien de voogd zich, vooraleer deze formaliteit is vervuld, meer met het beheer inlaat dan is toegestaan op grond van de beschikking gegeven krachtens artikel 391 van het Burgerlijk Wetboek, kan de vrederechter hem de voogdij overeenkomstig artikel 398 van het Burgerlijk Wetboek onttrekken.
De toeziende voogd moet op eigen verantwoordelijkheid erover waken dat de inschrijving wettig op de goederen van de voogd wordt genomen.
Art. 53
(Opgeheven)
Art. 54
De griffiers mogen op eigen verantwoordelijkheid en op straffe van afzetting, indien daartoe grond bestaat, geen uitgifte van beschikkingen gegeven ter uitvoering van artikel 407 van het Burgerlijk Wetboek afgeven vooraleer tegen de voogd de inschrijving is genomen voor de bedragen en op de onroerende goederen die de vrederechter heeft aangewezen.
Art. 55
(Opgeheven)
Art. 56
Indien de voogd onroerende goederen bezit, die echter ontoereikend worden geoordeeld om voor zijn gehele beheer tot waarborg te strekken, kan de vrederechter overeenkomstig artikel 407, § 1, 6°, van het Burgerlijk Wetboek, bijkomende waarborgen bepalen.
Art. 57
(Opgeheven)
Art. 58
Ingeval de waarborgen verstrekt aan de minderjarigen of aan de onbekwaamverklaarden ontoereikend zijn geworden, kan de vrederechter krachtens artikel 407, § 2, van het Burgerlijk Wetboek bepalen dat het bedrag dat door de hypotheek gewaarborgd moest zijn, wordt verhoogd of dat die hypotheek tot andere onroerende goederen wordt uitgebreid. Indien de voogd geen andere onroerende goederen bezit of de waarde ervan ontoereikend wordt geoordeeld, kan de vrederechter andere waarborgen of bijkomende waarborgen bepalen zoals omschreven in artikel 56.
Art. 59
Indien de voogd, in het geval van artikel 58, naderhand onroerende goederen verkrijgt, wordt gehandeld zoals in de artikelen 49 en volgende bepaald is.
Art. 60
Indien de door de voogd verstrekte waarborgen in de loop van de voogdij blijkbaar overmatig worden, kan de vrederechter overeenkomstig artikel 407, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, de aanvankelijk gestelde zekerheid verminderen.