Alle wetboeken › Hypotheekwet

§ 2 WAARBORGEN TEN BEHOEVE VAN GEHUWDE VROUWEN. (Opgeheven. - Overgangsbepaling)

64–72

Art. 64

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) De vrouw heeft een bijzondere hypotheek op de goederen die bij het huwelijkscontract zijn verbonden tot zekerheid van haar huwelijksgoed en van haar huwelijksvoorwaarden.

Zij kan in haar huwelijkscontract eveneens een bijzondere hypotheek bedingen tot waarborg van de terugnemingen, van welke aard ook, zelfs voorwaardelijke of eventuele, die zij tegen haar man zal hebben uit te oefenen.

Deze hypotheken worden door de man, vóór de voltrekking van het huwelijk, ingeschreven en hebben gevolg te rekenen van de dag van de inschrijving.

De inschrijving kan ook door de vrouw gevorderd worden.

Art. 65

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) Het contract wijst de goederen aan die met hypotheek bezwaard worden, het voorwerp van de waarborg en bepaalt tot welk bedrag de inschrijving mag worden genomen.

Art. 66

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) Indien geen hypotheek bedongen is, of ingeval van ontoereikendheid van de waarborgen door het contract bepaald, kan de vrouw, gedurende het huwelijk, krachtens een machtiging van de voorzitter van de rechtbank van haar woonplaats, en tot een door hem vast te stellen bedrag, hypothecaire inschrijvingen vorderen op de onroerende goederen van haar man, tot zekerheid van de rechten in § 1 van artikel 64 vermeld.

Art. 67

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) De vrouw kan altijd, niettegenstaande beding van het tegendeel, maar krachtens een machtiging van de voorzitter van de rechtbank van haar woonplaats, gedurende het huwelijk, inschrijvingen vorderen op de onroerende goederen van haar echtgenoot wegens alle gronden van verhaal die zij tegen hem kan hebben, zoals die welke ontstaan uit verbintenissen door haar ondertekend, uit vervreemding van haar eigen goederen, uit schenkingen of uit erfenissen waartoe zij mocht zijn geroepen.

Art. 68

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) De inschrijvingen die krachtens de artikelen 66 en 67 genomen worden, wijzen elk onroerend goed in het bijzonder aan en vermelden de bedragen waarvoor die inschrijvingen worden gevorderd.

Art. 69

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) De bloedverwanten en aanverwanten van de echtgenoten tot en met de derde graad kunnen, in de gevallen in de vorige artikelen bedoeld, mits zij zich gedragen naar de daarin voorgeschreven regels, de inschrijvingen vorderen in naam van de vrouw.

Art. 70

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) De vrederechter van het kanton van de woonplaats van de man en de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg kunnen deze inschrijvingen in naam van de vrouw ambtshalve vorderen.

De man kan deze inschrijvingen altijd uit eigen hoofde nemen.

Art. 71

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) De vrouw kan van de inschrijvingen, krachtens de voorgaande bepalingen genomen, niet rechtstreeks afstand doen ten voordele van haar man.

Art. 72

(Opgeheven. - Overgangsbepaling) In het geval van de artikelen 66, 67, 69 en 70 kan de man vragen dat de hypotheek, die uit hoofde van de terugnemingen van de vrouw is ingeschreven, verminderd wordt tot de bedragen die de vrouw kan hebben te vorderen, en beperkt wordt tot de onroerende goederen die deze bedragen voldoende waarborgen.

De rechtbank doet uitspraak zoals in summiere zaken, de procureur des Konings gehoord en op tegenspraak van deze, na het advies te hebben ingewonnen van de drie naaste bloedverwanten van de vrouw, en, bij ontstentenis van bloedverwanten binnen twee myriameter afstand, het advies van drie personen van wie bekend is dat zij met de vrouw of haar familie vriendschapsbetrekkingen onderhouden.