Met uitzondering van het geval waarin het hoger beroep bij conclusie wordt ingesteld, vermeldt de akte van hoger beroep, op straffe van nietigheid:
1°de dag, de maand en het jaar;
2°de naam, de voornaam... en de woonplaats van de eiser in hoger beroep en, in voorkomend geval, zijn rijksregisternummer, identificatienummer in het bis of ondernemingsnummer;
3°de naam, de voornaam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de gedaagde in hoger beroep;
4°de beslissing waartegen in hoger beroep wordt gekomen;
5°de rechter in hoger beroep;
6°de plaats waar de gedaagde in hoger beroep akte moet laten nemen van zijn verklaring van verschijning;
7°(de uiteenzetting van de grieven;
8°de plaats, de dag en het uur van verschijning, tenzij hoger beroep is ingesteld bij aangetekend schrijven of, behoudens de gevallen bedoeld in artikel 1066, tweede lid, wanneer de rolrechten verbonden aan de bestreden beslissing en ten laste van de appellant niet betaald werden, in welke gevallen de griffier de partijen oproept om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt, na zich van de betaling van de hierboven vermelde rolrechten te hebben vergewist.)
De akte vermeldt eventueel ook de naam van de advocaat van de eiser in hoger beroep.