§ 1.Indien het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders na onderzoek van het dossier oordeelt dat het feit aanleiding geeft tot een tuchtvervolging, bepaalt het de vordering en leidt het de tuchtprocedure voor de tuchtraad in zoals bepaald in artikel 555/5bis.
Het auditoraat zendt hiertoe het verslag over, waarvan het model bepaald wordt in het huishoudelijk reglement van het auditoraat, en waarin het een tuchtstraf vordert.
§ 2.Het auditoraat kan na onderzoek van het dossier oordelen om niet tot vervolging over te gaan.
§ 3.Het auditoraat kan aan de betrokkene een voorstel tot minnelijke schikking doen. Indien de betrokkene dit voorstel aanvaardt en binnen de maand betaalt, neemt de onderzoeksprocedure een einde en maakt de auditeur hiervan verslag op.
Een minnelijke schikking kan slechts tweemaal worden toegestaan over een periode van vijf jaar. Een minnelijke schikking is niet mogelijk als de procedure het gevolg is van een klacht of een aangifte van de procureur des Konings.
Het auditoraat houdt een register bij van minnelijke schikkingen dat verplicht moet worden geraadpleegd door een auditeur telkens hem een dossier wordt toegewezen.
Het bijhouden van het register van minnelijke schikkingen is noodzakelijk om na te gaan of een minnelijke schikking kan worden voorgesteld zonder in strijd te zijn met de wettelijke beperking van het maximum aantal minnelijke schikkingen bedoeld in het tweede lid.
Het register van minnelijke schikkingen bevat volgende gegevens:
-naam, voornaam en uniek beroepsidentificatienummer van het betrokken lid;
-datum van voorstel van minnelijke schikking;
-datum van aanvaarding van minnelijke schikking;
-datum van betaling van minnelijke schikking.
De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders in de schoot waarvan het auditoraat is opgericht, is de beheerder en de verantwoordelijke voor de gegevensverwerking in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) voor het bestand bedoeld in het derde lid.
De gegevens worden bewaard voor een termijn van vijf jaar vanaf de datum van betaling van de minnelijke schikking, met het oog op de verificatie van de bepalingen van het tweede lid.
Een minnelijke schikking wordt geïnd ten behoeve van de Schatkist.
Met het oog op de invordering van de minnelijke schikking door de algemene administratie van de inning en de invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën, levert de Nationale Kamer aan het auditoraat het identificatienummer van het rijksregister van de kandidaat-gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeurwaarders en plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders en de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Het auditoraat gebruikt het identificatienummer van het Rijksregister uitsluitend voor de nauwkeurige identificatie van de betrokkene binnen zijn tuchtdossier gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is voor dit doel en voor de mededeling aan de betrokken administratie.
§ 4.Via zijn secretariaat deelt het auditoraat zijn beslissing mee aan de betrokkene, en aan de klager in geval van een klacht, en in geval van een schriftelijke aangifte, aan de partij die de aangifte deed, en aan de verslaggever bij het directiecomité van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.
§ 5.Indien de termijn bedoeld in artikel 537, § 1, wordt overschreden, wordt de klager of de partij die de schriftelijke aangifte deed, hiervan door het secretariaat van het auditoraat in kennis gesteld. Hij beschikt over een termijn van vijftien dagen om het secretariaat per aangetekende zending te verzoeken een andere auditeur te gelasten met de zaak.
§ 6.Indien het tuchtrechtelijk onderzoek het gevolg was van een schriftelijke aangifte en het auditoraat oordeelt dat er geen aanleiding bestaat tot vervolging, is de partij die de aangifte deed, bevoegd om een tuchtprocedure in te stellen voor de tuchtraad bedoeld in artikel 555/5ter, § 1.
De partij die de schriftelijke aangifte deed, informeert in dat geval bij aangetekende zending het auditoraat en de betrokkene binnen een termijn van vijftien dagen na kennisgeving van de beslissing overeenkomstig paragraaf 4.
Een afschrift van dit schrijven wordt overgezonden aan de syndicus van de raad van de arrondissementskamer waar de betrokkene toe behoort in geval de aangifte werd gedaan door de procureur des Konings of het directiecomité van de Nationale Kamer, en aan de verslaggever van het directiecomité van de Nationale Kamer indien de aangifte werd gedaan door een raad van een arrondissementskamer of de procureur des Konings.
§ 7.Alle kennisgevingen en verwijzingen bepaald in dit artikel, evenals de modaliteiten van de procedure bedoeld in paragraaf 4, worden geregeld door het huishoudelijk reglement van het auditoraat.