Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK IV - Gerechtsdeurwaarders

HOOFDSTUK VII - Tucht

533–548

Art. 533

§ 1.Binnen de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt een auditoraat opgericht, belast met het onderzoek van klachten en aangiften die hem worden voorgelegd in toepassing van artikel 535, en de vervolging in tuchtzaken. Het auditoraat heeft een nationale bevoegdheid.

§ 2.Het auditoraat is samengesteld uit een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling, elk bestaande uit drie leden die verkozen worden door de algemene vergadering overeenkomstig artikel 534. De leden dragen de titel van auditeur.

Elke auditeur wordt volgens zijn taalrol verkozen om deel uit te maken van de ene of de andere afdeling. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma of het getuigschrift.

De auditeurs van elke afdeling houden standplaats in verschillende gerechtelijke arrondissementen. Een auditeur mag geen standplaats houden in het gerechtelijk arrondissement waar het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd, zijn kantoor heeft of de plaatsvervanging heeft verricht.

De wijze waarop een auditeur wordt toegewezen aan een zaak en de mogelijke wrakingsprocedure worden bepaald in het huishoudelijk reglement van het auditoraat.

§ 3.De Franstalige afdeling is bevoegd voor het onderzoek en de vervolging in alle tuchtzaken die betrekking hebben op gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders ingeschreven op de Franse taalrol.

De Nederlandstalige afdeling is bevoegd voor het onderzoek en de vervolging in alle tuchtzaken die betrekking hebben op gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders ingeschreven op de Nederlandse taalrol.

De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma of het getuigschrift.

§ 4.De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders staat in voor het secretariaat dat het auditoraat bijstaat. Dit secretariaat bewaart de archieven van het auditoraat.

§ 5.De werkingskosten van het auditoraat en zijn secretariaat worden gedragen door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Art. 534

§ 1.De algemene vergadering van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders kiest de auditeurs voor een periode van drie jaar. Bij afloop van deze termijn, is het mandaat eenmaal onmiddellijk hernieuwbaar.

§ 2.De auditeur moet voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

-sedert ten minste vijf jaar gerechtsdeurwaarder zijn;

-noch in de vijf jaren die zijn verkiezing voorafgaan, noch in de loop van zijn mandaat het voorwerp hebben uitgemaakt van een in kracht van gewijsde getreden tuchtsanctie.

Een mandaat in het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is onverenigbaar met het mandaat in het directiecomité van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders of een mandaat als assessor in de tuchtraad bedoeld in artikel 555/5bis, § 2.

Het mandaat eindigt bij het verstrijken van de termijn of wanneer een onverenigbaarheid ontstaat als bedoeld in het tweede lid.

Het directiecomité voorziet in de vervanging van de auditeur die tijdelijk of definitief verhinderd is om zijn mandaat uit te oefenen op de wijze bepaald in het huishoudelijk reglement van het auditoraat.

Een auditeur en elke persoon of instantie betrokken in de tuchtprocedure is gehouden tot het beroepsgeheim en heeft een discretieplicht.

Art. 535

Het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is gelast met het onderzoek van klachten die op schriftelijke en gemotiveerde wijze door een derde of een lid van de beroepsgroep worden ingediend, en van schriftelijke aangiften. Een schriftelijke aangifte kan gebeuren door de procureur des Konings, de verslaggever van een arrondissementskamer ingevolge een beslissing van de raad, of de nationaal verslaggever ingevolge een beslissing van het directiecomité.

Het auditoraat heeft tevens de bevoegdheid een klacht te seponeren en een minnelijke schikking voor te stellen die het onderzoek beëindigt.

Het auditoraat is bevoegd de tuchtprocedure in te stellen bij de tuchtraad zoals bedoeld in artikel 555/5ter, § 1 met het oog op een veroordeling tot een tuchtstraf.

De algemene vergadering van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders stelt het huishoudelijk reglement van het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders vast. Dit reglement bevat nadere regels met betrekking tot de vervanging van de auditeurs, de werking en organisatie van het auditoraat en de wijze waarop een auditeur voor elk dossier wordt aangesteld. Om bindend te zijn, moet dit huishoudelijk reglement door de Koning goedgekeurd worden. Hij kan in voorkomend geval aanpassingen aanbrengen.

De algemene vergadering van de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders duidt het digitaal kanaal aan voor kennisgevingen in de tuchtprocedure.

Dit digitaal kanaal is toegankelijk voor de personen bedoeld in artikel 555/3, eerste en tweede lid, 1 het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders 1, de procureur des Konings, de tuchtraad zoals bepaald in artikel 456 van het Gerechtelijk wetboek, het hof van beroep en het Hof van Cassatie. De bewaartermijn van de geregistreerde gegevens bedraagt tien jaar in hoofde van de beheerder van het digitaal kanaal. De bewaartermijn wordt zo nodig verlengd tot alle rechtsmiddelen van elke hangende tuchtprocedure waarop de gegevens betrekking hebben, uitgeput zijn.

Het digitaal kanaal moet minstens beantwoorden aan de voorwaarden van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende de elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek, wat betreft de modaliteiten, de wijze en de voorwaarden van inrichting, het beheer, de organisatie en de raadpleging.

Art. 536

Binnen de maand na ontvangst van de klacht of aangifte informeert de bevoegde auditeur op de wijze bepaald in het huishoudelijk reglement van het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, het lid waartegen de klacht of aangifte werd geuit en de verslaggever bij het directiecomité van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, en zendt hen de stukken in zijn bezit over.

De betrokkene kan zijn opmerkingen schriftelijk aanvoeren binnen de maand volgend op het overzenden van het dossier.

Art. 537

§ 1.De bevoegde auditeur onderzoekt het hem onderworpen dossier en stelt binnen een termijn van drie maanden een verslag op.

Deze termijn begint te lopen op het moment waarop de betrokkene zijn opmerkingen heeft overgezonden overeenkomstig artikel 536, tweede lid, of wanneer de daarin vermelde termijn is afgelopen. In geval van bijzondere omstandigheden, wanneer de auditeur verzoekt om bijkomende stukken of wanneer hij beroep doet op de adviesmogelijkheid bedoeld in paragraaf 3, is de termijn verlengbaar met een maand. Hij motiveert deze verlenging in zijn verslag.

§ 2.Hij kan de partijen verzoeken om bijkomende stukken of toelichting indien dit nodig is om een dienstig verslag op te stellen.

§ 3.De auditeur kan, op eenvoudig verzoek en in elk stadium van het onderzoek, het gemotiveerd advies vragen aan:

-een collega-auditeur;

-het directiecomité van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders;

-de raad van de arrondissementskamer waarvan de betrokken gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder lid is of op wiens grondgebied het ten laste gelegde feit zich voordeed;

-een lid van het beroep of een externe persoon in zijn hoedanigheid als deskundige.

Dit advies is niet bindend en wordt schriftelijk binnen een door hem vooropgestelde termijn overgezonden aan de auditeur.

De resultaten van de verkregen adviezen, evenals de mogelijke bijkomende stukken bedoeld in het tweede lid, worden onverwijld en op de wijze bepaald in het huishoudelijk reglement van het auditoraat, door de auditeur overgezonden aan de betrokkene. Binnen vijf dagen na deze kennisgeving kan de betrokkene aan de auditeur bijkomende opmerkingen overzenden.

§ 4.De auditeur kan in elk stadium van het onderzoek aan de partijen voorstellen om een minnelijk akkoord te sluiten dat een einde maakt aan de onderzoeksprocedure. Dit kan enkel in geval van een klacht.

Indien een akkoord tussen de partijen wordt bereikt, stelt de auditeur dit op schrift, en bezorgt hij een getekend afschrift hiervan aan elke betrokken partij op de door het huishoudelijk reglement van het auditoraat bepaalde wijze.

Art. 538

§ 1.Indien het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders na onderzoek van het dossier oordeelt dat het feit aanleiding geeft tot een tuchtvervolging, bepaalt het de vordering en leidt het de tuchtprocedure voor de tuchtraad in zoals bepaald in artikel 555/5bis.

Het auditoraat zendt hiertoe het verslag over, waarvan het model bepaald wordt in het huishoudelijk reglement van het auditoraat, en waarin het een tuchtstraf vordert.

§ 2.Het auditoraat kan na onderzoek van het dossier oordelen om niet tot vervolging over te gaan.

§ 3.Het auditoraat kan aan de betrokkene een voorstel tot minnelijke schikking doen. Indien de betrokkene dit voorstel aanvaardt en binnen de maand betaalt, neemt de onderzoeksprocedure een einde en maakt de auditeur hiervan verslag op.

Een minnelijke schikking kan slechts tweemaal worden toegestaan over een periode van vijf jaar. Een minnelijke schikking is niet mogelijk als de procedure het gevolg is van een klacht of een aangifte van de procureur des Konings.

Het auditoraat houdt een register bij van minnelijke schikkingen dat verplicht moet worden geraadpleegd door een auditeur telkens hem een dossier wordt toegewezen.

Het bijhouden van het register van minnelijke schikkingen is noodzakelijk om na te gaan of een minnelijke schikking kan worden voorgesteld zonder in strijd te zijn met de wettelijke beperking van het maximum aantal minnelijke schikkingen bedoeld in het tweede lid.

Het register van minnelijke schikkingen bevat volgende gegevens:

-naam, voornaam en uniek beroepsidentificatienummer van het betrokken lid;

-datum van voorstel van minnelijke schikking;

-datum van aanvaarding van minnelijke schikking;

-datum van betaling van minnelijke schikking.

De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders in de schoot waarvan het auditoraat is opgericht, is de beheerder en de verantwoordelijke voor de gegevensverwerking in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) voor het bestand bedoeld in het derde lid.

De gegevens worden bewaard voor een termijn van vijf jaar vanaf de datum van betaling van de minnelijke schikking, met het oog op de verificatie van de bepalingen van het tweede lid.

Een minnelijke schikking wordt geïnd ten behoeve van de Schatkist.

Met het oog op de invordering van de minnelijke schikking door de algemene administratie van de inning en de invordering van de Federale Overheidsdienst Financiën, levert de Nationale Kamer aan het auditoraat het identificatienummer van het rijksregister van de kandidaat-gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeurwaarders en plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders en de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

Het auditoraat gebruikt het identificatienummer van het Rijksregister uitsluitend voor de nauwkeurige identificatie van de betrokkene binnen zijn tuchtdossier gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is voor dit doel en voor de mededeling aan de betrokken administratie.

§ 4.Via zijn secretariaat deelt het auditoraat zijn beslissing mee aan de betrokkene, en aan de klager in geval van een klacht, en in geval van een schriftelijke aangifte, aan de partij die de aangifte deed, en aan de verslaggever bij het directiecomité van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

§ 5.Indien de termijn bedoeld in artikel 537, § 1, wordt overschreden, wordt de klager of de partij die de schriftelijke aangifte deed, hiervan door het secretariaat van het auditoraat in kennis gesteld. Hij beschikt over een termijn van vijftien dagen om het secretariaat per aangetekende zending te verzoeken een andere auditeur te gelasten met de zaak.

§ 6.Indien het tuchtrechtelijk onderzoek het gevolg was van een schriftelijke aangifte en het auditoraat oordeelt dat er geen aanleiding bestaat tot vervolging, is de partij die de aangifte deed, bevoegd om een tuchtprocedure in te stellen voor de tuchtraad bedoeld in artikel 555/5ter, § 1.

De partij die de schriftelijke aangifte deed, informeert in dat geval bij aangetekende zending het auditoraat en de betrokkene binnen een termijn van vijftien dagen na kennisgeving van de beslissing overeenkomstig paragraaf 4.

Een afschrift van dit schrijven wordt overgezonden aan de syndicus van de raad van de arrondissementskamer waar de betrokkene toe behoort in geval de aangifte werd gedaan door de procureur des Konings of het directiecomité van de Nationale Kamer, en aan de verslaggever van het directiecomité van de Nationale Kamer indien de aangifte werd gedaan door een raad van een arrondissementskamer of de procureur des Konings.

§ 7.Alle kennisgevingen en verwijzingen bepaald in dit artikel, evenals de modaliteiten van de procedure bedoeld in paragraaf 4, worden geregeld door het huishoudelijk reglement van het auditoraat.