Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16)

BOEK V Bepaalde bijzondere gerechtelijke actoren

555/6–555/27

Art. 555/6

Behoudens de uitzondering bedoeld in artikel 555/15, zijn uitsluitend de personen die, na beslissing van de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar en zulks na advies van de aanvaardingscommissie, opgenomen zijn in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, gemachtigd om de titel van gerechtsdeskundige te voeren en bevoegd om opdrachten als gerechtsdeskundige te aanvaarden en uit te voeren of om de titel van beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk te voeren en bevoegd om de hen bij de wet toevertrouwde vertaal- of tolkwerkzaamheden te verrichten die hen bij wet zijn toevertrouwd.

Art. 555/7

§ 1.Voorafgaand aan de opname wint de minister of de door hem gemachtigde ambtenaar inlichtingen in omtrent de moraliteit en de beroepsbekwaamheid van de kandidaat gerechtsdeskundige of van de kandidaat beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk bij het openbaar ministerie, bij de gerechtelijke overheden waarvoor hij eventueel reeds is opgetreden en, in voorkomend geval, bij de wettelijk ingestelde tuchtoverheden.

Indien nodig kan een veiligheidsadvies met betrekking tot de kandidaat vereist worden zoals bedoeld in de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.

Deze inlichtingen mogen enkel gebruikt worden in het kader van de toepassing van de bepalingen van Boek V. De ingewonnen gegevens worden bewaard door de Federale Overheidsdienst Justitie tot de opname in het register om welke reden ook wordt beëindigd. Bij weigering van de opname of van verlenging van de opname in het register worden de gegevens bewaard tot de beslissing definitief is.

De personen die niet over een woon- of verblijfplaats in België beschikken, leggen een document voor van de lidstaat van de Europese Unie waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben dat gelijkwaardig is aan het uittreksel uit het strafregister bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering dat niet ouder is dan drie maanden.

§ 2.De opname in het nationaal register voor de gerechtsdeskundigen en voor de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken alsook de verlenging ervan gebeurt na beslissing van de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar, zulks na advies van de aanvaardingscommissie. Deze gaat in het bijzonder na of het voorgelegde diploma toegang kan geven tot het gekozen domein van deskundigheid of tot de gekozen taal, of de aangegeven ervaring relevant is en of het bewijs van de juridische kennis is gegeven. Zij houdt rekening met de ingewonnen inlichtingen.

§ 3.Op initiatief en onder toezicht van de aanvaardingscommissie verzekert de Federale Overheidsdienst Justitie een permanente kwaliteitsbewaking ten aanzien van de aanstellingen van gerechtsdeskundigen en van beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, en houdt permanent toezicht op de naleving van de deontologische code bedoeld in artikel 555/9, 3°, en op de kwaliteit van de uitvoering van de expertiseopdrachten die zijn toevertrouwd aan de gerechtsdeskundigen of van de vertaal- of tolkopdrachten die zijn toevertrouwd aan de beëdigd vertalers, tolken of vertalers-tolken.

§ 4.De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van de aanvaardingscommissie. In geen geval kan de commissie samengesteld zijn uit een meerderheid van gerechtsdeskundigen of van beëdigd vertalers, tolken of vertalers-tolken.

Art. 555/8

Enkel de natuurlijke personen die voldoen aan de volgende voorwaarden kunnen worden opgenomen in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken:

1°onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of er wettelijk verblijven;

2°niet veroordeeld zijn bij een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, zelfs niet met uitstel tot een straf als bedoeld in de artikelen 36 en 37 van het Strafwetboek, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer en behoudens veroordelingen die volgens de minister van Justitie kennelijk geen bezwaar vormen voor de uitvoering van deskundigenonderzoeken in het domein van deskundigheid en specialisatie waarvoor ze zich in de hoedanigheid van gerechtsdeskundige hebben laten registreren of voor de uitvoering van de vertaal- of tolkwerkzaamheden door de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, in de talen waarvoor ze zich hebben laten registreren in de hoedanigheid van beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk.

Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op personen die in het buitenland tot een soortgelijke straf zijn veroordeeld bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis.

3°ten minste 21 jaar oud zijn voor wat betreft de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;

4°het bewijs leveren dat zij over de nodige beroepsbekwaamheid en juridische kennis beschikken.

De volgende categorieën worden verondersteld over de nodige beroepsbekwaamheid en juridische kennis te beschikken en hoeven dit bewijs niet te leveren:

-De gerechtsdeskundigen die verbonden zijn aan een instelling waarvoor een accreditatiecertificaat is afgegeven, op de wijze bepaald door het koninklijk besluit van 31 januari 2006 tot oprichting van het BELAC accreditatiesysteem van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling en bij die instelling activiteiten uitvoeren die onder de accreditatie bij deze laatste vallen, dit voor zover de vereiste juridische kennis wordt geïntegreerd in het opleidingsplan. Indien een gerechtsdeskundige niet meer verbonden is aan de instelling, is deze instelling ertoe gehouden hiervan de Federale Overheidsdienst Justitie in kennis te stellen.

-De gerechtsdeskundige waarvan het activiteitendomein een bij wet gereglementeerd beroep is en die ingeschreven is op de ledenlijst van de instelling of van de orde van dat beroep is, voor wat betreft de uitoefening van opdrachten die tot dat activiteitendomein behoren, voor wat betreft de voorwaarde inzake beroepsbekwaamheid. Zij dienen wel nog het bewijs van juridische kennis te leveren.

-De gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk die in die hoedanigheid tewerkgesteld is bij de Federale Overheidsdienst Justitie.

Art. 555/9

De natuurlijke personen die worden opgenomen in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken hebben de volgende verplichtingen:

1°zich ter beschikking houden van de gerechtelijke overheden, voor wat betreft de gerechtsdeskundigen, of van de overheden, voor wat betreft de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, die een beroep kunnen doen op hun diensten;

2°het volgen van permanente vormingen in hun domein van deskundigheid en op het vlak van de gerechtelijke procedures, voor wat betreft de gerechtsdeskundigen of op het vlak van de kennis van de taal waarvoor ze werden opgenomen, alsook van de vertaaltechniek en van de gerechtelijke procedures, voor wat betreft de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels;

3°het naleven van de door de Koning bepaalde deontologische code, die minstens voorziet in de principes van onafhankelijkheid en onpartijdigheid bevat;

4°het bijwerken van de contactgegevens welke de overheden die een beroep kunnen doen op hun diensten in staat stellen hen te bereiken.

Art. 555/10

§ 1.Het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken wordt door de Federale Overheidsdienst Justitie beheerd en wordt permanent bijgewerkt.

De opname in het nationaal register geldt voor een periode van zes jaar, die telkens verlengd kan worden voor dezelfde duur.

De gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk kan zes maanden vóór het verstrijken van deze periode een verlenging van zijn opname vragen. Bij deze aanvraag voegt hij een lijst van de burgerrechtelijke en administratieve opdrachten die hem werden toevertrouwd alsook het bewijs van de gevolgde permanente vormingen. Personen die over een woon- of verblijfplaats beschikken in het buitenland zijn ertoe gehouden een document voor te leggen van de lidstaat van de Europese Unie waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben, dat gelijkwaardig is aan een uittreksel uit het strafregister bedoeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering en sedert minder dan drie maanden is afgegeven.

Bij beslissing van de minister van Justitie of van de door hem gemachtigde ambtenaar, binnen de zes maanden na aanvraag en na advies van de aanvaardingscommissie, wordt de inschrijving verlengd voor een nieuwe periode van zes jaar. De aanvaardingscommissie houdt in haar advies over de aanvraag tot verlenging rekening met de gevolgde opleidingen en de ingewonnen inlichtingen zoals bepaald in artikel 555/7, § 1.

De gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk blijft opgenomen in het register tot na de beslissing van de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar, voor zover de verlenging van zijn opname is gevraagd voor het verstrijken van de in het tweede lid voorziene periode van zes jaar.

§ 2.Het register bevat de volgende gegevens:

1°de naam, de voornaam en het geslacht van de gerechtsdeskundige, de beëdigd vertaler, de tolk of de vertaler-tolk;

2°de contactgegevens die de overheden die een beroep kunnen doen op zijn diensten in staat stellen hem te bereiken;

3°a) voor wat betreft de gerechtsdeskundige, de gekozen proceduretaal of -talen, de deskundigheid en de specialisatie(s) waarvoor hij is geregistreerd;

b)voor wat betreft de beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk de gekozen proceduretaal of -talen en de andere taal of talen waarvoor hij zich heeft laten registreren;

4°de gerechtelijke arrondissementen waarvoor hij beschikbaar is;

5°het identificatienummer van de gerechtsdeskundige, de beëdigd vertaler, de tolk of de vertaler-tolk;

6°de datum van de opname, van de verlenging, van de schorsing en de schrapping;

7°het neergelegde specimen van de handtekening zoals bedoeld in artikel 555/14, § 3;

8°...

De Koning bepaalt welke gegevens ter beschikking worden gesteld van het publiek via de website van de Federale Overheidsdienst Justitie en welke instanties toegang krijgen tot alle gegevens.

Art. 555/11

§ 1.Aan de persoon, die vermeld wordt in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, wordt door de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar een identificatienummer en een legitimatiekaart uitgereikt, waarvan het model wordt bepaald door de Koning....

§ 2.De bevoegde overheid kan een anoniem identificatienummer toekennen per dossier in de gevallen waarvoor het vereist is dat de identiteit van de betrokkene die optreedt in zijn hoedanigheid wordt afgeschermd om veiligheidsredenen. Dit anoniem identificatienummer is een ander dan het identificatienummer bedoeld in het eerste lid en bestaat in het verbergen van de identiteit van de betrokkene die in zijn hoedanigheid handelt. De modaliteiten inzake toekenning en het beheer van dit anoniem identificatienummer worden door de Koning bepaald.

Een anoniem identificatienummer kan ook worden toegekend in de gevallen voorzien in artikel 555/15.

§ 3.Het identificatienummer of het anoniem identificatienummer wordt opgenomen in de verslagen van de gerechtsdeskundige bedoeld in artikel 978, § 1. De gerechtsdeskundige vermeldt eerst zijn identificatienummer, gevolgd door zijn handtekening, naam en titel.

In afwijking van het vorig lid, wordt bij het gebruik van het anoniem identificatienummer in geen geval de naam en de handtekening van de gerechtsdeskundige vermeld.

§ 4.Het identificatienummer of het anoniem identificatienummer wordt vermeld op de gemaakte vertalingen van de beëdigd vertaler of vertaler-tolk.

Op alle gemaakte vertalingen wordt volgende vermelding aangebracht:

"Voor eensluidende vertaling ne varietur van het... naar het... Gedaan te..., op...." of

"Pour traduction conforme et ne varietur de la langue... vers la langue... Fait à..., le...." of

"Für gleichlautende und ne varietur Übersetzung aus dem... ins... Gegeben zu..., den....".

De beëdigd vertaler of vertaler-tolk vermeldt eerst zijn identificatienummer, gevolgd door zijn handtekening, naam, titel en zijn gekwalificeerde elektronische handtekening. Daardoor geldt de verrichte vertaling als een gelegaliseerde vertaling voor het gebruik ervan binnen het Koninkrijk. Voor het gebruik ervan in het buitenland moet de vertaling achtereenvolgens worden gelegaliseerd door de Federale Overheidsdienst Justitie op basis van de handtekening, de gekwalificeerde handtekening en de opname in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken en door de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op basis van de handtekening die erop werd geplaatst door de Federale Overheidsdienst Justitie. De legalisatie bevestigt slechts de echtheid van de handtekening, de hoedanigheid waarin de ondertekenaar van de vertaling heeft gehandeld en, in voorkomend geval, de geldigheid van de handtekening of de gekwalificeerde elektronische handtekening geplaatst op het document.

In afwijking van het vorig lid, wanneer het anoniem identificatienummer wordt gebruikt, wordt in geen geval de naam en de handtekening vermeld.

§ 5.In geval van verlies van de titel van gerechtsdeskundige of van beëdigd vertaler, tolk, of vertaler-tolk, of ingeval de gerechtsdeskundige of de beëdigd vertaler, tolk, of vertaler-tolk er afstand van doet, wordt de legitimatiekaart... voor beëdigd vertalers en vertalers-tolken onverwijld aan de minister van Justitie teruggegeven en wordt de opname in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken geschrapt of geschorst, bij tijdelijk verlies.

§ 6.De gerechtsdeskundige, de beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk betaalt bij zijn aanvraag tot opname en tot verlenging van de opname in het register, een bijdrage in de kosten. De Koning bepaalt het bedrag en de modaliteiten van deze bijdrage.

Art. 555/12

§ 1.Wanneer de voorwaarden voor opname in het register niet langer voldaan zijn of wanneer herhaaldelijk kennelijk ontoereikende prestaties worden geleverd of de gerechtsdeskundige of de beëdigd vertaler, tolk, of vertaler-tolk aan de plichten van zijn opdracht verzuimt of wanneer zijn gedrag of houding afbreuk doet aan de waardigheid van zijn titel of een tekortkoming ten aanzien van de deontologie inhoudt, kan de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar bij een met redenen omklede beslissing de betrokkene schorsen of diens naam tijdelijk of definitief schrappen uit het nationaal register, desgevallend op voorstel van de korpschef in de zin van artikel 58bis, 2°, na advies van de aanvaardingscommissie, of op voorstel van de aanvaardingscommissie en na kennis te hebben genomen van de opmerkingen van de betrokkene. De duur van de schorsing of tijdelijke schrapping wordt, afhankelijk van de ernst van de tekortkoming, bepaald door de minister of de door hem gemachtigde ambtenaar, zonder dat zij een jaar te boven mag gaan.

De tijdelijke schrapping kan bij een met redenen omklede beslissing van de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar worden verlengd met telkens maximaal een jaar, na kennis te hebben genomen van de opmerkingen van de betrokkene.

§ 2.De aanvaardingscommissie ziet erop toe dat de gerechtsdeskundigen, de beëdigde vertalers, tolken en vertalers-tolken de deontologische code bedoeld in artikel 555/9, 3°, naleven. Zij kan op eigen initiatief of in geval van klachten de gerechtsdeskundige of de beëdigde vertaler, tolk of vertaler-tolk horen en kan aan de minister van Justitie of aan de door hem gemachtigde ambtenaar, aanbevelingen doen of een advies geven over de te nemen maatregelen.

Art. 555/13

§ 1.Het in artikel 555/8, 4°, bedoelde bewijs wordt geleverd door het voorleggen aan de minister van Justitie van:

1°wat de beroepsbekwaamheid betreft:

a)voor de gerechtsdeskundigen, een diploma in het domein van deskundigheid waarvoor de kandidaat zich als gerechtsdeskundige laat registreren en een bewijs waaruit vijf jaar relevante ervaring gedurende een periode van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie blijkt, of bij afwezigheid van diploma, het bewijs van vijftien jaar relevante ervaring gedurende de twintig jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie;

b)voor de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken, elk diploma dat is behaald of elk bewijs waaruit minimum twee jaar relevante ervaring gedurende een periode van acht jaar voorafgaand aan de aanvraag tot registratie blijkt of elk ander bewijs van de kennis van de taal of talen waarvoor hij zich laten registreren heeft;

De gerechtsdeskundigen en de beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken die in een ander land van de Europese Unie gedomicilieerd zijn, kunnen hun beroepsbekwaamheid bewijzen door een opname in het gelijkaardig register van hun land, waarvan zij het bewijs leveren.

2°wat de juridische kennis betreft: een getuigschrift afgegeven na het volgen van een opleiding die beantwoordt aan de door de Koning bepaalde voorwaarden.

§ 2.De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar kan aan de gerechtsdeskundige een vrijstelling verlenen van de in § 1, 1°, bedoelde voorwaarde van vijf jaar relevante ervaring voor de specialiteiten die enkel in het kader van een gerechtelijk deskundigenonderzoek kunnen uitgeoefend worden.

De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar kan een vrijstelling voor de in paragraaf 1, 2°, bedoelde voorwaarde verlenen aan de gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk, die vóór de datum van aanvraag van de vrijstelling gedurende een ononderbroken periode van minimum vijftien jaar de activiteit van gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk heeft uitgeoefend en zich in die periode voldoende heeft bijgeschoold.

Art. 555/14

§ 1.De kandidaat die voldoet aan de bij artikel 555/8, 1° tot 4° bepaalde voorwaarden, legt ten laatste binnen de drie maanden na opname in het register de volgende eed af in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep van het rechtsgebied van zijn woon- of verblijfplaats, de volgende eed af:

"Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk zal vervullen.", of:

"Je jure que je remplirai ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité.", of

"Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen genau und ehrlich erfüllen werde.".

Deze eed is geldig voor alle opdrachten die nadien aan de betrokkene in zijn hoedanigheid van gerechtsdeskundige of van beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk zullen worden toevertrouwd.

De gerechtsdeskundige, beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk kan pas nadat hij de eed heeft afgelegd deze titel dragen en in deze hoedanigheid de opdrachten aanvaarden voor de domeinen waarvoor hij is opgenomen in het nationaal register.

§ 2.De kandidaat die geen woon- of verblijfplaats heeft in België, legt de eed af in handen van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel.

§ 3.De eedaflegging zoals bedoeld in de vorige paragrafen wordt minstens viermaal per jaar georganiseerd. Na de eedaflegging leggen de gerechtsdeskundige, de beëdigd vertaler, de tolk en de vertaler-tolk het specimen van hun handtekening neer bij de eerste voorzitter van het hof van beroep waarvoor zij de eed hebben afgelegd. Dit specimen van hun handtekening wordt opgenomen in het nationaal register overeenkomstig artikel 555/10, § 2. De Federale Overheidsdienst Justitie wordt in kennis gesteld van de namen van de personen die de eed hebben afgelegd en van het specimen van hun handtekening.

§ 4.In afwijking van de paragrafen 1 tot 3 kan de eedaflegging schriftelijk gebeuren. Deze eedaflegging wordt gedateerd, ondertekend en schriftelijk meegedeeld aan de eerste voorzitter van het hof van beroep van het rechtsgebied van zijn woon- of verblijfplaats, hetzij aan de eerste voorzitter van het hof van beroep te Brussel, naargelang de kandidaat zich in de paragrafen 1 of 2 bedoelde gevallen bevindt.

Voor deze eedaflegging geldt de handtekening op de schriftelijke eedaflegging ook als neerlegging van het specimen van de handtekening.

Art. 555/15

Onverminderd artikel 555/6 kan de overheid die de opdracht geeft bij een met redenen omklede beslissing een gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk, of vertaler-tolk aanwijzen die niet in het nationaal register van gerechtsdeskundigen of voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken is opgenomen, in de hierna genoemde gevallen:

-in spoedeisende gevallen;

-wanneer geen gerechtsdeskundige met de vereiste deskundigheid en specialisatie beschikbaar is of wanneer er geen beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk beschikbaar is voor de betrokken taal;

-wanneer het nationaal register, gelet op de specifieke aard van het geschil, geen gerechtsdeskundige bevat die beschikt over de vereiste deskundigheid en specialisatie of wanneer het nationaal register, gelet op de zeldzaamheid van de taal, geen beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk bevat die beschikt over de vereiste kennis van de betrokken taal;

-wanneer het gaat om een coördinerende deskundige wiens exclusieve opdracht beoogd is in artikel 964.

De betrokkene bedoeld in het eerste lid voert de titel van gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk of vertaler tolk enkel voor de hem toevertrouwde opdracht.

De aldus aangestelde tolk legt de volgende eed af:

"Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk zal vervullen.", of

"Je jure que je remplirai ma mission en honneur et conscience avec exactitude et probité.", of

"Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen genau und ehrlich erfüllen werde.".

De aangewezen gerechtsdeskundige, beëdigd vertaler of vertaler-tolk ondertekent zijn verslag of zijn vertaling op straffe van nietigheid waarbij hij zijn handtekening laat voorafgaan door de volgende schriftelijke eed:

"Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb.", of

"Je jure avoir rempli ma mission en honneur et conscience, avec exactitude et probité.", of

"Ich schwöre, dass ich den mir erteilten Auftrag auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich erfült habe.".

In voorkomend geval wordt er van deze procedure, van de beweegredenen en van de naam en voornaam van de aangestelde gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk, of vertaler-tolk melding gemaakt in de beslissing tot aanstelling of op het zittingsblad.

Een uittreksel van de beslissing met vermelding van de identiteit van de gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk, of vertaler-tolk alsook van de motivering worden meegedeeld aan de Federale Overheidsdienst Justitie.

Art. 555/16

Gerechtsdeskundigen kunnen beslissen een opdracht te weigeren. In burgerlijke zaken kunnen beëdigde vertalers, tolken en vertalers-tolken een opdracht weigeren.

Art. 555/17

Er wordt een nationaal register van professionele bewindvoerders gecreëerd, hierna register genoemd, dat een geïnformatiseerde databank is met de lijst van personen die voldoen aan alle voorwaarden vereist door artikel 555/23, § 2, om aangewezen te kunnen worden als professioneel bewindvoerder zoals bedoeld in artikel 494, c)/2, van het oud Burgerlijk Wetboek. Dit register wordt opgericht voor de volgende doeleinden:

-de aanwijzing van een professionele bewindvoerder vergemakkelijken door de magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis en de griffiers toe te staan de personen te identificeren en te contacteren die voldoen aan de minimumvoorwaarden om te worden aangewezen;

-iedere persoon die een voorkeursverklaring als bedoeld in de artikelen 496 en 496/1 van het oud Burgerlijk Wetboek wenst af te leggen, toestaan de personen te identificeren en te contacteren die als bewindvoerder zouden kunnen worden aangesteld zodra zij zich in een situatie bevinden als bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2 van het oud Burgerlijk Wetboek;

-elke belanghebbende in staat stellen na te gaan of een aangewezen professionele bewindvoerder nog steeds voldoet aan alle noodzakelijke vereisten en, in het bijzonder, dat hij nog steeds in het register is opgenomen, om, indien dit niet het geval is, de vrederechter te kunnen verzoeken om deze bewindvoerder te vervangen, overeenkomstig artikel 496/7 van het oud Burgerlijk Wetboek.

Art. 555/18

De Federale Overheidsdienst Justitie, "de beheerder" genoemd, voert het register in en beheert de werking ervan.

Hij is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4.7. van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), zowel voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het houden van het register als voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de opnameprocedure in het register, de verlenging van de opname in het register en de uitschrijving uit het register.

Art. 555/19

Het register bevat de volgende gegevens:

1°de naam en de voornamen van de professionele bewindvoerder;

2°het rijksregisternummer en, in voorkomend geval, het nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen;

3°het adres waar hij is gevestigd;

4°de contactgegevens om hem te bereiken;

5°de gerechtelijke arrondissementen en, in voorkomend geval, de kantons waarin hij zijn opdrachten kan uitvoeren;

6°de datum van opname of van de verlenging van opname;

7°in voorkomend geval de datum van de schorsing of van de schrapping uit het register, de duur ervan en de overheid die ze heeft uitgesproken;

8°de taal of de talen waarin hij zich kan uitdrukken met de beschermde persoon.

Elke professionele bewindvoerder deelt aan de minister van Justitie of aan de door hem gemachtigde ambtenaar elke wijziging van de in het eerste lid bedoelde gegevens mee.

Het register bevat ook alle stukken en gegevens met betrekking tot de procedures voor opname, verlenging en uitschrijving voor professionele bewindvoerders bedoeld in de artikelen 555/24 tot 555/26.

Art. 555/20

§ 1.De magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis,de griffiers en de Federale Overheidsdienst Justitie, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke opdrachten, krijgen toegang tot de gegevens van het register volgens de nadere regels bepaald door de Koning, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

De gegevens bedoeld in artikel 555/19, eerste lid, 1°, 3° tot 5° en 8° zijn bovendien toegankelijk voor het publiek.

§ 2.De beheerder is niet gemachtigd om de gegevens van het register mee te delen aan andere personen dan degenen die krachtens dit hoofdstuk het recht hebben om er toegang toe te hebben.

Hij die, in welke hoedanigheid ook, deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de gegevens van het register of die kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijke karakter ervan in acht nemen.

Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.

Art. 555/21

De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels voor de invoering en de werking van het register, de nadere regels voor toegang en controle alsook de nadere regels van de terbeschikkingstelling aan het publiek van de gegevens bedoeld in artikel 555/20, § 1, tweede lid, op de website van de Federale Overheidsdienst Justitie.

Art. 555/22

De gegevens van het register worden bewaard tot aan de uitschrijving van de bewindvoerder.

In afwijking van het eerste lid worden de identificatiegegevens van de geschrapte persoon, de informatie dat deze persoon uit het register werd geschrapt alsook de datum van de schrapping bewaard gedurende een periode van tien jaar vanaf de datum van schrapping.

Na het verstrijken van die termijnen worden de gegevens van het register uitgewist, onverminderd de archiefwet van 24 juni 1955.

Art. 555/23

§ 1.Uitsluitend de natuurlijke personen die, na beslissing van de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar ingeschreven zijn in het register, zijn bevoegd om opdrachten als professionele bewindvoerder als bedoeld in artikel 494, c)/2, van het oud Burgerlijk Wetboek te aanvaarden en uit te voeren.

§ 2.Onverminderd de gronden van onverenigbaarheden bedoeld in artikel 496/6, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, voldoen de kandidaat-professionele bewindvoerders of de professionele bewindvoerders in functie die hun opname verlengen aan de volgende voorwaarden om te worden opgenomen:

1°een erkende theoretische en praktische vorming bestaande uit een juridisch deel in domeinen die nuttig zijn voor de uitoefening van hun opdrachten, een deel over het dagelijkse beheer van de bewindvoering, een deel over de kennis van de medische stoornissen waaraan beschermde personen lijden, een deel over de manier waarop met de beschermde persoon en zijn omgeving moet worden gecommuniceerd en een deel over de deontologische regels die van toepassing zijn op de professionele bewindvoerders of, in geval van verlenging, een erkende permanente vorming van acht uur tijdens de twee afgelopen jaren hebben gevolgd;

2°verklaren dat zij de deontologische code onderschrijven en naleven voor de duur van de opname;

3°garanties van bekwaamheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid, vereist voor de uitoefening van hun opdracht als professionele bewindvoerder, kunnen voorleggen;

4°over voldoende materiële en financiële draagkracht beschikken om de functie van professionele bewindvoerder uit te oefenen;

5°gedurende de laatste tien jaren niet het voorwerp zijn geweest van een tuchtsanctie die onverenigbaar is met de uitoefening van de functie van professionele bewindvoerder;

6°niet het voorwerp zijn geweest van een in kracht van gewijsde getreden veroordeling, zelfs met uitstel, tot een criminele of correctionele straf, tenzij ze in eer en rechten hersteld zijn en met uitzondering van de veroordelingen voor inbreuk op de regelgeving inzake de politie op het wegverkeer en de veroordelingen die, volgens de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar, duidelijk geen belemmering vormen voor de uitoefening van de activiteit van professioneel bewindvoerder.

De erkenning van de vormingen bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt verleend door de minister van Justitie, op advies van de Commissie voor de erkenning van de vormingen. De Koning bepaalt de inhoud van die vormingen en de nadere regels voor de aanwijzing en de werking van die commissie.

De Koning bepaalt de inhoud van de deontologische code bedoeld in het eerste lid, 2°.

Art. 555/24

§ 1.De aanvraag tot opname wordt door de kandidaat-professionele bewindvoerder ingediend via het register.

Hij verduidelijkt daarin het gerechtelijk arrondissement of de gerechtelijke arrondissementen of, in voorkomend geval, het kanton of de kantons waarin hij zijn opdrachten wil uitvoeren.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid verklaart de kandidaat de deontologische code te onderschrijven op het tijdstip van zijn aanvraag en voegt de volgende documenten erbij:

1°het bewijs van het volgen van de erkende vorming bedoeld in artikel 555/23, § 2, eerste lid, 1°;

2°indien de kandidaat-bewindvoerder een gereglementeerd beroep uitoefent, het positieve en met redenen omkleed advies van de vertegenwoordiger van het beroep waaruit blijkt dat de voorwaarden bedoeld in artikel 555/23, § 2, eerste lid, 3° tot 5°, vervuld zijn;

3°indien de kandidaat-bewindvoerder geen gereglementeerd beroep uitoefent, de documenten waaruit blijkt dat de voorwaarden bedoeld in artikel 555/23, § 2, eerste lid, 3° en 4° en, in voorkomend geval, 5° vervuld zijn.

§ 2.Binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag en voor zover ze ontvankelijk is, wint de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar de inlichtingen in omtrent de gronden van onverenigbaarheden bedoeld in artikel 496/6, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek en omtrent de moraliteit van de kandidaat bij het openbaar ministerie.

Binnen dezelfde termijn wint hij het advies van de voorzitter(s) van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank van de arrondissementen waarin de kandidaat zijn opdrachten van bewindvoerder wil uitvoeren in. Daartoe verzendt hij alle stukken van het dossier naar de betrokken voorzitters.

De ingewonnen inlichtingen mogen enkel in het kader van dit hoofdstuk worden gebruikt.

§ 3.De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar doet uitspraak op grond van de ingewonnen inlichtingen en adviezen. Hij geeft kennis van zijn beslissing aan de kandidaat binnen zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing werd uitgesproken.

In geval van een gunstige beslissing wordt de professionele bewindvoerder voor een periode van twee jaar opgenomen in het register.

Art. 555/25

§ 1.De opname van twee jaar kan telkens voor eenzelfde termijn worden verlengd voor zover de professionele bewindvoerder blijft voldoen aan de opnamevoorwaarden.

De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar brengt de betrokkene drie maanden voor het verstrijken op de hoogte opdat hij hem tijdig de vereiste inlichtingen zou meedelen.

Op straffe van niet-ontvankelijkheid voegt de bewindvoerder bij zijn aanvraag tot verlenging voor de vervaldatum de volgende documenten, die hij meedeelt via het register:

1°het bewijs de permanente vorming te hebben gevolgd bedoeld in artikel 555/23, § 2, eerste lid, 1°;

2°indien de bewindvoerder een gereglementeerd beroep uitoefent, het positieve en met redenen omkleed advies van de vertegenwoordiger van het beroep waaruit blijkt dat de voorwaarden bedoeld in artikel 555/23, § 2, eerste lid, 3° tot 5°, nog steeds vervuld zijn. Het advies vermeldt ook of de bewindvoerders in staat lijkt nieuwe dossiers te behandelen.

§ 2.De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar geeft gevolg aan de aanvraag wanneer de bewindvoerder in de afgelopen twee jaar niet het voorwerp is geweest van:

1°enige in kracht van gewijsde getreden veroordeling, zelfs met uitstel, tot een criminele of correctionele straf, met uitzondering van de veroordelingen voor inbreuk op de regelgeving inzake de politie op het wegverkeer;

2°enige mededeling met betrekking tot ernstige aanwijzingen van tekortkomingen of fraude bedoeld in artikel 497/8, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wetboek; en

3°enige grond van onverenigbaarheid bedoeld in artikel 496/6, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek.

In het geval waarin een van de hypothesen van het eerste lid zich voordoet, wint de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar het advies in van de voorzitters van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank overeenkomstig artikel 555/24, § 2, tweede lid, evenals alle informatie die nuttig is voor de controle van de voorwaarden voor opname in het register. Hetzelfde geldt wanneer uit het in paragraaf 1, derde lid, 2°, bedoelde advies blijkt dat de bewindvoerder geschikt is voor de praktijk maar niet in staat lijkt om nieuwe dossiers te behandelen.

De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar doet uitspraak op grond van de ingewonnen inlichtingen en adviezen.

Wanneer uit de verzamelde informatie en adviezen blijkt dat de professionele bewindvoerder nog steeds voldoet aan de opnamevoorwaarden, maar niet in staat is nieuwe dossiers te behandelen, kan de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar, na kennis te hebben genomen van de opmerkingen van de betrokkene, de verlenging van opname combineren met een schorsing voor een duur die niet langer mag zijn dan een jaar.

§ 3.De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar geeft kennis van zijn beslissing aan professionele bewindvoerder binnen zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing werd uitgesproken.

Indien de bewindvoerder een gereglementeerd beroep uitoefent, wordt van de beslissing eveneens kennis gegeven aan de vertegenwoordiger van het beroep.

§ 4.De opname blijft behouden totdat de beslissing definitief is geworden. De verlenging gaat in op het tijdstip dat ze wordt toegekend.

§ 5.Indien de verlenging van de opname niet tijdig wordt aangevraagd of niet wordt toegekend, wordt de bewindvoerder uit het register uitgeschreven.

De uitschrijving uit het register wordt door de minister van Justitie of door de door hem gemachtigde ambtenaar meegedeeld aan de vrederechters van de kantons waarin de uitgeschreven bewindvoerder is aangewezen als bewindvoerder van een beschermde persoon.

Art. 555/26

§ 1.Een professionele bewindvoerder kan op elk moment worden uitgeschreven door de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar wanneer hij niet langer beantwoordt aan de voorwaarden opgesomd in artikel 555/23, § 2, eerste lid, 2° tot 6°, of wanneer hij het onderwerp is van een grond van onverenigbaarheid bedoeld in artikel 496/6, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek.

De opname van een professionele bewindvoerder kan door de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar op elk moment worden geschorst voor een duur die niet langer mag zijn dan een jaar wanneer hij nog steeds voldoet aan de opnamevoorwaarden, maar niet in staat is nieuwe dossiers te behandelen.

Wanneer een tekortkoming wordt vastgesteld, kan de bewindvoerder onderworpen worden aan een tuchtsanctie van schorsing of schrapping uit het register. Wanneer de professionele bewindvoerder een gereglementeerd beroep uitoefent, deelt de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar de vastgestelde tekortkomingen mee, in voorkomend geval, aan de stafhouder, aan het auditoraat bedoeld in artikel 533 van het Gerechtelijk Wetboek of aan de Nationale Kamer van notarissen. Wanneer de professionele bewindvoerder geen gereglementeerd beroep uitoefent, wordt de beslissing tot het opleggen van een tuchtsanctie genomen door de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar.

§ 2.De professionele bewindvoerder wordt ambtshalve uitgeschreven door de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar:

1°wanneer hij kennisneemt van een beslissing die de schrapping van de opname in het register bevat of met zich mee brengt;

2°wanneer hij kennisneemt van een grond van onverenigbaarheid bedoeld in artikel 496/6, eerste lid, van het oud Burgerlijk Wetboek.

§ 3.Wanneer de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar kennis heeft van een strafrechtelijke veroordeling bedoeld in artikel 555/25, § 2, eerste lid, 1°, of van een mededeling met betrekking tot ernstige aanwijzingen van tekortkomingen of fraude, bedoeld in artikel 497/8, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, wint hij het advies in van de voorzitter(s) van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank overeenkomstig artikel 555/24, § 2, tweede lid, evenals alle informatie die nuttig is voor de controle van de voorwaarden voor opname in het register.

Indien de bewindvoerder een gereglementeerd beroep uitoefent, wint de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar daarenboven het advies van de vertegenwoordiger van het beroep in.

De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar doet uitspraak op grond van de ingewonnen inlichtingen en adviezen, na kennis te hebben genomen van de opmerkingen van de betrokkene.

§ 4.De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar geeft kennis van zijn beslissing aan de professionele bewindvoerder binnen zeven dagen te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing werd uitgesproken.

Indien de bewindvoerder een gereglementeerd beroep uitoefent, wordt van de beslissing eveneens kennis gegeven aan de vertegenwoordiger van het beroep.

De uitschrijving uit het register wordt meegedeeld door de minister van Justitie of door de door hem gemachtigde ambtenaar aan de rechters van de kantons waarin de bewindvoerder is aangewezen als bewindvoerder van een beschermde persoon.

Art. 555/27

§ 1.De minister van Justitie of de door hem gemachtigde vermeldt in het register dat een bewindvoerder geschorst of geschrapt is.

§ 2.Een geschorste bewindvoerder blijft opgenomen in het register maar kan niet worden aangewezen in nieuwe dossiers. De schorsing heeft geen invloed op eerdere aanwijzingen.

Een geschrapte bewindvoerder wordt uitgeschreven uit het register en mag geen nieuwe aanvraag tot opname meer indienen gedurende een termijn van tien jaar te rekenen vanaf de dag waarop de beslissing die de schrapping van opname uitspreekt definitief is geworden.