Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL III - Wedden, lonen, werkingskosten en voordelen

EERSTE HOOFDSTUK - Wedden van de magistraten der rechterlijke orde.

355–365

Art. 355

De wedden van de magistraten van de Rechterlijke Orde worden bepaald als volgt:

Hof van Cassatie Eerste voorzitter en procureur generaal69.696,16 EURVoorzitter en eerste advocaat-generaal65.281,40 EURSectievoorzitter en advocaat-generaal57.776,40 EUR Raadsheer56.451,95 EURHoven van beroep en arbeidshoven: Eerste voorzitter en procureur-generaal56.451,95 EURKamervoorzitter en eerste advocaat-generaal50.565,67 EURAdvocaat-generaal46.960,31 EURRaadsheer, substituut-procureur-generaal en45.047,24 EURsubstituut-generaal (1)

Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken en ondernemingsrechtbanken waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt:

Voorzitter van de rechtbank, procureur des Konings en arbeidsauditeur50.565,67 EURAfdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, en afdelingsauditeur46.960,31 EUROndervoorzitter en eerste substituut44.620,84 EURRechter en substituut38.793,06 EUR (1)

Rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken en ondernemingsrechtbanken waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt:

Voorzitter van de rechtbank, procureur des Konings en arbeidsauditeur46.960,31 EUROndervoorzitter en eerste substituut44.620,84 EURRechter, toegevoegd rechter, substituut en toegevoegd substituut38.793,06 EURVoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt50.565,67 EURVoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt46.960,31 EUR(1)

Vredegerechten en politierechtbanken bedoeld in artikel 3 van het bijvoegsel bij dit Wetboek:

Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank45.047,24 EUR ' (1)

(2)

Art. 355bis

<NOTA: Art. 355bis werd gewijzigd bij W 1998-12-22/48, art. 21, 069 en teruggebracht bij art. 67 van de wet van 2001-06-21/42>

(§ 1. De federale procureur geniet dezelfde wedde als die bepaald voor de procureurs-generaal bij de hoven van beroep.

De federale magistraten (, de bijstandsmagistraten en de verbindingsmagistraten in jeugdzaken) genieten dezelfde wedde als die bepaald voor de advocaten-generaal bij de hoven van beroep en de arbeidshoven.

§ 2.(Artikel 357, § 2, is van toepassing op de federale magistraten en op de verbindingsmagistraten in jeugdzaken.)

De magistraat die met toepassing van artikel 144bis, § 3, tweede lid, belast wordt met een opdracht die ten minste drie opeenvolgende maanden in beslag neemt, ontvangt een derde van het verschil tussen zijn wedde en die welke aan de functie van federale magistraat is verbonden.

De magistraat die met toepassing van artikel 144bis, § 3, eerste lid, belast wordt met een opdracht die ten minste drie opeenvolgende maanden in beslag neemt, ontvangt een vierde van het verschil tussen zijn wedde en die welke aan de functie van federale magistraat is verbonden.)

§ 3.De procureur voor de verkeersveiligheid geniet dezelfde wedde als die bepaald voor de procureurs des Konings waarvan het rechtsgebied ten minste 250.000 inwoners telt.

De substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid genieten dezelfde wedde als die bepaald voor de afdelingsprocureurs waarvan het rechtsgebied ten minste 250.000 inwoners telt.

Art. 355ter

De wedde van de werkende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank stemt overeen met de in artikel 355 bepaalde wedde voor de rechters in de rechtbank van eerste aanleg. De artikelen 360, eerste lid, 360ter, derde en vierde lid, 362, 363, 365/1 en 377 zijn op hen van toepassing.

De vereiste ervaring als benoemingsvoorwaarde wordt meegerekend voor de berekening van de anciënniteit tot ten hoogste zes jaar. Alle periodes gedurende dewelke het ambt van assessor in de strafuitvoeringsrechtbank werd uitgeoefend worden in aanmerking genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.

De minister van Justitie bepaalt het bedrag van de vergoeding die toegekend wordt aan de plaatsvervangende assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank.

Art. 356

De Koning bepaalt welke presentiegelden aan de raadsheren in sociale zaken, de rechters in sociale zaken en de rechters in handelszaken kunnen worden toegekend.

Art. 357

§ 1.Toegekend worden:

1°(...)

2°een weddebijslag van (2 602,89 EUR) aan de rechters van de familie- en jeugdrechtbank tijdens de duur van hun ambtsuitoefening in de jeugdkamers; deze weddebijslag wordt gehalveerd wanneer de laatste weddebijslag bedoeld in artikel 360bis wordt toegekend;

3°een weddebijslag van (4 214,19 EUR) aan de onderzoeksrechters tijdens de duur van hun ambtsuitoefening; deze weddebijslag wordt gehalveerd wanneer de laatste weddebijslag bedoeld in artikel 360bis wordt toegekend zonder dat het totale loon lager mag zijn dan datgene dat de titularis van het ambt genoot in zijn vorige anciënniteitstrap;

4°(een weddenbijslag van (2 602,89 EUR) (NOTA: 105 000 BEF tot 31 december 2001) aan de substituut-procureurs des Konings gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden die effectief het ambt uitoefenen. Na twee jaar ambtsuitoefening bedraagt deze weddenbijslag 6 544,39 EUR (NOTA: 264 000 BEF tot 31 december 2001). De cumulatie van deze weddenbijslag met de wedde en de weddenbijslagen bedoeld in artikel 360bis mag (62.905,54) EUR (NOTA: 2 440 000 BEF tot 31 december 2001) niet overschrijden.)

5°een weddebijslag van (2 602,89 EUR) aan de eerste substituten-procureurs des Konings die de titel van auditeur voeren; deze weddebijslag wordt gehalveerd wanneer de laatste weddebijslag bedoeld in artikel 360bis wordt toegekend.

6°....

(7° een weddebijslag van 4.214,19 euro aan de rechters in de strafuitvoeringsrechtbank en aan de substituten-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken die het ambt daadwerkelijk uitoefenen. Deze weddebijslag wordt gehalveerd wanneer de laatste in artikel 360bis bedoelde weddebijslag wordt toegekend zonder dat het totale loon lager mag zijn dan datgene dat de titularis van het ambt genoot in zijn vorige anciënniteitstrap.)

8°een weddebijslag van 2.602,89 EUR aan de rechters bedoeld in de tabel "Aantal rechters gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg", gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, die effectief het ambt uitoefenen. De cumulatie van deze weddenbijslag met de wedde en de weddenbijslagen bedoeld in artikel 360bis mag 62.905,54 EUR niet overschrijden.

De weddebijslag van 2602,89 euro bedoeld in het eerste lid, 4° en 8°, wordt opgetrokken tot 6544,39 euro indien de aldaar bedoelde substituten en rechters houder zijn van een diploma waaruit een gespecialiseerde opleiding in fiscaliteit blijkt, afgegeven door een Belgische universiteit of, voor zover de opleiding in aanmerking wordt genomen door de benoemings- en aanwijzingscommissie bedoeld in artikel 259bis-8, door een niet-universitaire instelling voor hoger onderwijs. De cumulatie van deze weddenbijslag met de wedde en de weddenbijslagen bedoeld in artikel 360bis mag (62.905,54 EUR) niet overschrijden.)

(De substituut-procureur des Konings, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, die aangewezen wordt tot eerste substituut, behoudt onder dezelfde voorwaarden als bepaald in het eerste lid, 4° en het tweede lid, de aldaar bedoelde weddebijslag.)

§ 2.(Aan de magistraten van het parket van de procureurs des Konings... wordt per daadwerkelijk geleverde wachtdienst tijdens de nacht of tijdens de weekends of de feestdagen, voor zover hij op de rol van de wachtprestaties ingeschreven staat, een forfaitaire toelage toegekend van 235,50 euro..... Deze toelage is betaalbaar twee maal per jaar, op het einde van het eerste en van het derde trimester van het kalenderjaar.

Onder wachtdienst wordt een doorlopende dienst van twaalf uur verstaan tijdens dewelke betrokkenen bereikbaar en beschikbaar zijn, maar zich ook kunnen verplaatsen om prestaties te verrichten op een werkplaats.

Het maximumbedrag van de toelagen op jaarbasis mag niet hoger zijn dan 4.239 euro. De toelagen kunnen niet gecumuleerd worden met de toelage voor onregelmatige prestaties zoals bedoeld in artikel 47 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.

§ 3.Aan de magistraten die worden aangewezen als stagemeester, wordt een premie toegekend van (74,37 EUR) per maand betaalbaar op het einde van het gerechtelijk jaar mits deze functie minimum drie maanden werd uitgeoefend.

(§ 4. Een premie wordt toegekend aan de magistraten die de kennis hebben bewezen van een andere taal dan die waarin zij de examens van het doctoraat of van de licentie in de rechten hebben afgelegd, overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, voorzover zij benoemd zijn in een rechtscollege waar (ten minste) een gedeelte van de magistraten krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal.

...

...

De premie is uitsluitend verschuldigd wanneer de in het eerste lid bedoelde magistraat zijn ambt daadwerkelijk uitoefent in het rechtscollege waar hij benoemd is of hij een opdracht vervult in een rechtscollege waar (ten minste) een gedeelte van de magistraten krachtens de wetgeving op het gebruik der talen in gerechtszaken het bewijs moet leveren van de kennis van meer dan één landstaal.

Deze premie wordt eveneens toegekend aan de federale procureur en de federale magistraten die de kennis hebben bewezen van een andere taal dan die waarin zij de examens van het doctoraat of van de licentie in de rechten hebben afgelegd, overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Deze premie wordt eveneens toegekend aan de directeur, aan de adjunct-directeur en aan de verbindingsmagistraten bij het Central Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring die de kennis hebben bewezen van een andere taal dan die waarin zij de examens van het doctoraat of van de licentie in de rechten hebben afgelegd, overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Het maandbedrag van de premie wordt vastgesteld op:

-281,98 EUR voor de magistraten die het bewijs geleverd hebben van de actieve en passieve mondelinge en van de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal;

-216,91 EUR voor de magistraten die het bewijs geleverd hebben van de actieve en passieve mondelinge kennis en van de passieve schriftelijke kennis van de andere taal.

De premie wordt tegelijk met de wedde vereffend.)

Art. 358

Wanneer de weddebijslag, aan magistraten verleend wegens hun hoedanigheid van (onderzoeksrechter (, rechter in de familie- en jeugdrechtbank tijdens de duur van zijn ambtsuitoefening in de jeugdkamers, rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, rechter gespecialiseerd in strafzaken in fiscale aangelegenheden in de rechtbank van eerste aanleg, eerste substituut-procureur des Konings die de titel van auditeur voert, substituut-procureurs des Konings gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden en substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken, niet wordt genoten door de titularis, is die bijslag voor de helft verschuldigd aan hem die uit hoofde van zijn ambt de werkzaamheden tijdelijk waarneemt, hetzij wegens openstaan van de plaats, hetzij om een andere reden.

Art. 359

De magistraat die geroepen wordt om, gedurende ten minste drie opeenvolgende maanden, een andere magistraat te vervangen die een hogere wedde geniet, ontvangt de helft van het verschil tussen zijn wedde en die welke aan het voorlopig uitgeoefende ambt is verbonden.

(De in artikel (259quater, § 6, tweede en derde lid), bedoelde vervanger ontvangt het verschil tussen zijn wedde en die welke verbonden is aan het mandaat van korpschef dat hij voorlopig uitoefent tijdens de duur van de vervanging (...).)

Art. 360

De wedden van de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank worden na een periode van drie, zes, negen, twaalf, vijftien en achttien jaren nuttige anciënniteit, verhoogd met een bedrag van 2.283,39 EUR. De wedden van de andere magistraten worden na dezelfde perioden verhoogd met een bedrag van 2.354,45 EUR.

De verhoging van de wedde toegekend na de periode van vijftien jaren nuttige anciënniteit bedraagt evenwel 3.224,34 EUR voor de rechters in de rechtbank van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbank, in de ondernemingsrechtbank,... de substituten-procureur des Konings, de substituten-arbeidsauditeur,....

Art. 360bis

Aan de magistraten worden de volgende cumulatieve weddebijslagen toegekend:

Aantal jaren nuttige ancienniteitBedrag van de weddebijslag na iedere periode Eenentwintig jaren: Advocaat-generaal bij het hof van beroep en bij het1.778,84 EURarbeidshof Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de ondernemingsrechtbank en voorzitter van de vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt2.212,11 EUR, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de arbeidsrechtbank, van de ondernemingsrechtbank en voorzitter van vrederechters en rechters in politierechtbanken waarvan het rechtsgebied minder dan 250.000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken, afdelingsvoorzitter, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur2.146,74 EUR Ondervoorzitter in de rechtbank van eerste aanleg, in de2.079,00 EURarbeidsrechtbank en in de ondernemingsrechtbank, eerste substituut-procureur des Konings en eerste substituut-arbeidsauditeur Rechter in de rechtbank van eerste aanleg, in de3.038,63 EURarbeidsrechtbank, in de ondernemingsrechtbank,... substituut-procureur des Konings, substituut-arbeidsauditeur,... ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank2.078,98 EURDe andere magistraten1.765,85 EURVierentwintig jaren: Eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en procureur-3.423,57 EURgeneraal bij dit Hof Voorzitter in het Hof van Cassatie en eerste advocaat-3.246,97 EURgeneraal bij dit Hof Sectievoorzitter en advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie2.946,77 EURRaadsheer in het Hof van Cassatie, eerste voorzitter van2.893,81 EURhet hof van beroep, eerste voorzitter van het arbeidshof en procureur-generaal bij het hof van beroep Kamervoorzitter in het hof van beroep en in het2.658,37 EURarbeidshof, eerste advocaat-generaal bij het hof van beroep en bij het arbeidshof Advocaat-generaal bij het hof van beroep en bij het2.514,64 EURarbeidshof Raadsheer in het hof van beroep en in het arbeidshof,4.440,70 EURsubstituut-procureur-generaal bij het hof van beroep en substituut-generaal bij het arbeidshof Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de2.212,11 EURarbeidsrechtbank en van de ondernemingsrechtbank waarvan het rechtsgebied ten minste 250 000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van de2.146,74 EURarbeidsrechtbank en van de ondernemingsrechtbank waarvan het rechtsgebied minder dan 250 000 inwoners telt, procureur des Konings en arbeidsauditeur bij die rechtbanken Ondervoorzitter in de rechtbank van eerste aanleg, in de2.079,00 EURarbeidsrechtbank en in de ondernemingsrechtbank, eerste substituut-procureur des Konings en eerste substituut-arbeidsauditeur Rechter in de rechtbank van eerste aanleg, in de3.038,63 EURarbeidsrechtbank, in de ondernemingsrechtbank,... substituut-procureur des Konings, substituut-arbeidsauditeur, toegevoegd substituut-procureur des Konings en toegevoegd substituut-arbeidsauditeur Ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, vrederechter en rechter in de politierechtbank2.078,98 EURZevenentwintig jaren: Rechter in de rechtbank van eerste aanleg, in de3.038,63 EURarbeidsrechtbank, in de ondernemingsrechtbank,... substituut-procureur des Konings, substituut-arbeidsauditeur,... (1) (2) (3) (4)

Art. 360ter

(nieuwe) Voor het vaststellen van de nuttige anciënniteit bedoeld in de artikelen 360 en 360bis, worden in aanmerking genomen:

1°de periode gedurende dewelke een ambt als werkend magistraat of als magistraat- plaatsvervanger is uitgeoefend en waarvoor een wedde of een vergoeding is toegekend;

2°de prestaties bedoeld in artikel 365, § 2.

Bij elke benoeming of aanwijzing, wordt de wedde van de magistraat vastgesteld overenkomstig de geldelijke loopbaan verbonden aan de nieuwe uitgeoefende functies, zoals bepaald door de artikelen 355, 360 en 360bis, in functie van de nuttige anciënniteit bereikt op het ogenblik van die benoeming of die aanwijzing.

De weddeverhogingen bedoeld in artikel 360 en de weddebijslagen bedoeld in artikel 360bis gaan in op de eerste dag van de maand die volgt op die waarin de nuttige anciënniteit wordt verworven.

De tijd dat de belanghebbende zijn wedde niet heeft genoten, wordt niet meegerekend.

Art. 360quater

(oude 360ter) Indien een magistraat bij een periodieke evaluatie de beoordeling "onvoldoende" heeft verkregen, leidt dit gedurende zes maanden tot de inhouding van de laatste driejaarlijkse verhoging bedoeld in de artikelen 360 en 360bis, dit onverminderd de tuchtrechtelijke gevolgen.

In geval van een beoordeling "onvoldoende" wordt de betrokken magistraat opnieuw geëvalueerd na verloop van zes maanden. Leidt dit niet tot ten minste een beoordeling "goed", dan is het eerste lid opnieuw van toepassing.

Art. 361

Indien een magistraat die opgehouden heeft zijn ambt uit te oefenen, wordt hersteld of opnieuw benoemd in het ambt dat hij niet verder had uitgeoefend en hij overeenkomstig artikel 315 gemachtigd wordt om op de ranglijsten, voorgeschreven bij de artikelen 310, 311 en 312, de plaats in te nemen die hij zou hebben bekleed indien hij zijn ambt niet had neergelegd, worden de anciënniteitsverhogingen berekend alsof hij nooit had opgehouden zijn ambt uit te oefenen.

Hetzelfde geldt voor de magistraat die, bij zijn terugkeer in de gerechtelijke orde, benoemd wordt tot een gelijk of een hoger ambt.

Art. 362

De wedden, de weddebijslagen en de verhogingen wegens anciënniteit van de magistraten worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling toepasselijk op de bezoldiging van het Rijkspersoneel in actieve dienst.

(Het eerste lid is eveneens van toepassing op de premies bedoeld in artikel 357, (§§ 2 tot 4).)

Art. 363

De magistraten van de rechterlijke orde komen in aanmerking voor het kraamgeld en de kinderbijslagen, aan de bestuursambtenaren toegekend. De andere bij de wedde komende toelagen, vergoedingen en uitkeringen, aan de bestuursambtenaren toegekend, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend aan de magistraten van de rechterlijke orde.

(.... (Magistraten die met toepassing van artikel 144bis, § 3, tweede lid, belast zijn met een opdracht, behouden hun administratieve standplaats in het rechtscollege waar zij zijn benoemd.))

De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder ook het voordeel van de bepalingen betreffende de vergoeding van de kosten van dokter, chirurg, apotheker, ziekenhuis, prothese en orthopedie, voortspruitend uit arbeidsongevallen overkomen in dienst of op de weg naar of van het werk, wordt uitgebreid tot de magistraten van de rechterlijke orde.

De Koning regelt de rechtshulp aan de magistraten van de rechterlijke orde, de de raadsheren in sociale zaken, de rechters in sociale zaken, de rechters in handelszaken en de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank alsook de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade.

Art. 363

Vlaams Gewest

.... De... bij de wedde komende toelagen, vergoedingen en uitkeringen, aan de bestuursambtenaren toegekend, worden in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend aan de magistraten van de rechterlijke orde.

(.... (Magistraten die met toepassing van artikel 144bis, § 3, tweede lid, belast zijn met een opdracht, behouden hun administratieve standplaats in het rechtscollege waar zij zijn benoemd.))

De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder ook het voordeel van de bepalingen betreffende de vergoeding van de kosten van dokter, chirurg, apotheker, ziekenhuis, prothese en orthopedie, voortspruitend uit arbeidsongevallen overkomen in dienst of op de weg naar of van het werk, wordt uitgebreid tot de magistraten van de rechterlijke orde.

De Koning regelt de rechtshulp aan de magistraten van de rechterlijke orde, de de raadsheren in sociale zaken, de rechters in sociale zaken, de rechters in handelszaken en de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank alsook de schadeloosstelling van de door hen opgelopen zaakschade.

Art. 363/1

§ 1.In afwijking van artikel 363, eerste lid, wordt er een dagelijkse forfaitaire vergoeding van tien euro voor verblijfkosten om maaltijdkosten te dekken, toegekend aan de magistraat die zich in België moet verplaatsen in het kader van de uitoefening van zijn ambt.

De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedde van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor deze vergoeding. Het bedrag van deze vergoeding wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.

§ 2.De vergoeding wordt toegekend als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

1°de verplaatsing duurt minimaal zes uur;

2°de verplaatsing is verder dan een straal van 25 km buiten de agglomeratie van de administratieve standplaats als er een bestaat, of, als er geen bestaat, verder dan een straal van 25 km buiten de gemeente van de administratieve standplaats. De verplaatsing wordt berekend van centrum tot centrum van een agglomeratie of van een gemeente;

3°de verplaatsing geeft er geen aanleiding toe dat de Federale Overheidsdienst Justitie of een derde de kost van de maaltijd op zich neemt;

4°de verplaatsing geeft geen aanleiding tot enig ander voordeel om maaltijdkosten te dekken.

§ 3.De duur van de verplaatsing wordt gerekend vanaf het vertrek uit de administratieve standplaats op de heenweg tot zijn werkelijke uur van aankomst bij de terugkeer.

Onverminderd paragraaf 2, 3° en 4°, is, als de magistraat zich verplaatst zonder langs zijn administratieve standplaats te gaan, de dagelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfkosten verschuldigd voor zover aan de afstand- en duurvoorwaarden bepaald in paragraaf 2, 1° en 2°, is voldaan en er daarenboven ook aan zou zijn voldaan indien de verplaatsing vanuit zijn administratieve standplaats was gebeurd.

Het gebied van een agglomeratie wordt bepaald in artikel 8 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.

De berekeningswijze van de afstand van de verplaatsing wordt bepaald door de voorzitter van de Federale Overheidsdienst Justitie of zijn afgevaardigde. In geval van betwisting wordt de afstand berekend door het Nationaal Geografisch Instituut op basis van de officiële middenschalige referentiegegevens.

§ 4.De dagelijkse forfaitaire vergoeding voor verblijfkosten kan niet gecumuleerd worden met maaltijdcheques.

Art. 363/1

toekomstig recht

...

Art. 363bis

De Koning kan een vergoeding wegens opdracht, een postvergoeding en de nadere regels van de opdrachten bedoeld in de artikelen 308, 309/1, 309bis, 309ter, 323bis en 327 vaststellen.

Art. 364

(Lid 1 opgeheven)

De magistraten die gelijktijdig bij meer dan een gerecht worden (benoemd of aangewezen), ontvangen de wedde die wordt toegekend aan de magistraten van de rechtbanken waarvan het rechtsgebied meer dan (tweehonderdvijftigduizend inwoners) heeft, voor zover de arrondissementen waarvoor zij dienst doen, samen dat getal inwoners hebben.

Art. 365

§ 1.De wedde van de magistraat die op het tijdstip van zijn eerste benoeming een vast, door de Staat bezoldigd ambt of een vast ambt in een openbare instelling bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende het toezicht op sommige instellingen van openbaar nut bekleedt, mag niet lager zijn dan de wedde die hij in dat ambt werkelijk ontving.

De ontvangen wedde wordt echter afgerond op het bedrag van de wedde die, berekend volgens de voorschriften van de regeling voor de magistraten, onmiddellijk hoger ligt.

Deze wedde verleent aan de betrokkene, voor de berekening van zijn bezoldigingen, de ancïenniteit die aan de aldus vastgestelde wedde verbonden is.

§ 2.(Voor de berekening van de anciënniteit komen in aanmerking:

a)(de tijd van inschrijving bij de balie, evenals de uitoefening van het ambt van notaris door een doctor, licentiaat of master in de rechten;)

b)de tijd besteed aan onderwijs van het recht aan een Belgische universiteit;

c)de tijd van ambtsvervulling bij de Raad van State als lid van de Raad van State, van het auditoraat of van het coördinatiebureau;

d)onverminderd de toepassing van de bepalingen van § 1, de duur van de diensten die volgens de bezoldigingsregeling van het personeel der ministeries in aanmerking kunnen worden genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van de ambtenaren van niveau 1 en dit volgens dezelfde regels.

Indien sommige van die ambten gelijktijdig werden uitgeoefend, is de samenvoeging daarvan voor de berekening van de weddeverhogingen niet geoorloofd.

Indien sommige van die ambten achtereenvolgens werden uitgeoefend, wordt de duur van die uitoefening samengesteld. De overblijvende diensten worden gevaloriseerd naar het belang dat eraan wordt toegekend in de categorie waartoe zij behoren.)

(Onder voorbehoud van de toepassing van de bepaling van punt a), komt echter de als benoemingsvoorwaarde vereiste ervaring in de privé-sector of als zelfstandige, slechts in aanmerking voor een maximumduur van twaalf jaar.)

(Bij arrest nr 116/2004 van 30 juni 2004 (B.St. 14.07.2004, p. 55393), heeft het Arbitragehof artikel 365, § 2, eerste lid, littera d, vernietigd (op 01-05-2001), wat de wedden van de magistraten van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek ", in zoverre met verwijzing naar littera a) de eerste vier jaren van inschrijving bij de balie voor de berekening van de geldelijke anciënniteit van magistraten niet in aanmerking komen.)