§ 1.(De wedde is verschuldigd vanaf de dag van de eedaflegging tot op de dag van de ambtsneerlegging. of wanneer het recht op pensioen wordt geopend)
De wedde van de maand waarin een ambtenaar overlijdt, is integraal verschuldigd.
§ 2.Bij benoeming in een nieuw ambt, behoudt de belanghebbende zijn vroegere wedde tot het einde van de maand waarin hij de eed aflegt die voor de uitoefening van zijn nieuw ambt is voorgeschreven.
§ 3.(Bij iedere wijziging van het geldelijk statuut van een ambt, wordt iedere wedde die was vastgesteld met inachtneming van dat ambt, opnieuw bepaald alsof het nieuwe geldelijk statuut altijd had bestaan.
Is de aldus bepaalde wedde lager dan die welke de titularis van het ambt genoot in zijn ambt op het ogenblik van de inwerkingtreding van de nieuwe wet, dan behoudt hij in dat ambt de hoogste wedde totdat hij ten minste een gelijke wedde verkrijgt.)