Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten.

HOOFDSTUK I - Rangorde en voorrang.

310–315bis

Art. 310

In het Hof van Cassatie wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt:

Leden van het Hof:

-De eerste voorzitter;

-De voorzitter;

-De raadsheren, naar orde van hun dienstouderdom als raadsheer;

-De procureur-generaal;

-De eerste advocaat-generaal;

-De advocaten-generaal naar orde van hun aanwijzing;

-De referendarissen bij het Hof van Cassatie.

Leden van de griffie:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.

Leden van het parketsecretariaat:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.

Art. 311

In de hoven van beroep en in de arbeidshoven wordt een ranglijst bijgehouden, (vastgesteld als volgt):

Leden van het hof:

-De eerste voorzitter;

-De kamervoorzitters, naar de orde van hun dienstouderdom als voorzitter;

-De raadsheren, naar orde van hun dienstouderdom als raadsheer; (de plaatsvervangende raadsheren zoals bedoeld in artikel 207bis, § 2, naar orde van hun benoeming, en vervolgens de plaatsvervangende raadsheren zoals bedoeld in artikel 207bis, § 1, 3°, naar orde van hun benoeming en vervolgens de overige plaatsvervangende raadsheren naar orde van hun benoeming);

-De procureur-generaal;

-De eerste advocaat-generaal bij het hof van beroep of de eerste advocaat-generaal bij het arbeidshof;

-De advocaten-generaal bij het hof van beroep of de (advocaten-generaal bij het arbeidshof, naar orde van hun aanwijzing);

-De substituut-procureurs-generaal bij het hof van beroep of de (substituten-generaal bij het arbeidshof, naar ordevan hun benoeming);

-De raadsheren in sociale zaken in het arbeidshof, naar orde van hun benoeming.

-(Het personeel in niveau A, naar orde van de benoeming in hun klasse;)

(Leden van de griffie:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.

Leden van het parketsecretariaat:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.)

Art. 311bis

In het federaal parket wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt:

Leden van het parket:

De federale procureur;

De federale magistraten naar orde van hun aanwijzing.

(Leden van het parketsecretariaat:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.)

Art. 311ter

In het parket voor de verkeersveiligheid wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt:

Leden van het parket:

-de procureur voor de verkeersveiligheid;

-de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid naar orde van hun aanwijzing.

Leden van het parketsecretariaat:

-de hoofdsecretaris;

-de secretarissen-hoofd van dienst naar orde van benoeming in hun klasse;

-het gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-het gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.

Art. 312

In de rechtbanken van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbanken en in de ondernemingsrechtbanken wordt een ranglijst bijgehouden, (vastgesteld als volgt);

Leden van de rechtbank:

-De voorzitter van de rechtbank;

-De afdelingsvoorzitters, naar orde van dienstouderdom als afdelingsvoorzitter;

-De ondervoorzitters, naar orde van hun dienstouderdom als ondervoorzitter;

-(de rechters..., in de volgorde van hun benoeming);

-De plaatsvervangende rechters, naar dezelfde orde;

-De procureur des Konings of de arbeidsauditeur;

-De afdelingsprocureurs of afdelingsauditeur, naar orde van hun dienstouderdom als afdelingsprocureur of afdelingsauditeur;

-De eerste substituut-procureurs des Konings of de eerste substituut-arbeidsauditeurs, naar orde van hun dienstouderdom als eerste substituut;

-(De substituut-procureurs des Konings, de substituut-arbeidsauditeurs,..., naar orde van hun benoeming als substituut...;)

-(, de rechters in sociale zaken, de rechters in handelszaken en de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank, naar orde van hun benoeming.

-(De referendarissen en parketjuristen bij de rechtbanken van eerste aanleg in volgorde van hun benoeming;)

(Leden van de griffie:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.

Leden van het parketsecretariaat:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.)

Art. 312bis

In de vredegerechten wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt:

-De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;

-De ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;

-De vrederechter;

-...;

-De plaatsvervangende vrederechters, in de volgorde van hun benoeming;

Leden van de griffie:

-Gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-Gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.

Art. 312ter

In de politierechtbanken wordt een ranglijst bijgehouden, vastgesteld als volgt:

-de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;

-de ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank;

-de rechters, in de volgorde van hun benoeming;

-...;

-de plaatsvervangende rechters, in dezelfde volgorde;

-gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

Leden van de griffie:

-gerechtspersoneel van niveau A, naar orde van benoeming in hun klasse;

-gerechtspersoneel van niveau B, naar orde van benoeming in hun graad.

Art. 313

(Die lijsten bepalen de rang op openbare plechtigheden, op de vergaderingen van (de hoven het federaal parket, het parket voor de verkeersveiligheid en de rechtbanken), alsmede onverminderd de bepalingen vervat in artikel 383bis, § 3, de rang van de magistraten die in een zelfde kamer zitting hebben.)

(Evenwel, wanneer zij zitting nemen in een zelfde kamer, hebben de magistraten rang boven en nemen zitting voor de plaatsvervangende magistraat aangewezen overeenkomstig artikel 383, § 2.)

De raadsheren in het hof van beroep aan wie opdracht wordt gegeven een zitting van de assisen voor te zitten en de raadsheren in het hof van beroep of in het arbeidshof, aan wie opdracht wordt gegeven een kamer van het hof voor te zitten, ten zetel van een rechtbank die niet de zetel van het hof van beroep zelf is, hebben rang boven en nemen zitting vóór alle leden van die rechtbank. Dezelfde rangorde wordt ook op openbare plechtigheden in acht genomen.

Art. 314

(De hoven, het federaal parket, het parket voor de verkeersveiligheid en de rechtbanken die een openbare plechtigheid bijwonen, nemen onder elkaar de hiërarchische orde in acht.)

(De arbeidshoven hebben rang na de hoven van beroep, het federaal parket na de arbeidshoven, het parket voor de verkeersveiligheid na het federaal parket, de arbeidsrechtbanken na de rechtbanken van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbanken na de arbeidsrechtbanken.)

(In de orde van individuele voorrang hebben de eerste voorzitters van de arbeidshoven rang onmiddellijk na de eerste voorzitters van de hoven van beroep; de procureurs-generaal hebben rang na de eerste voorzitters, (de federale procureur heeft rang na de procureurs-generaal,) de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, de voorzitter van de arbeidsrechtbank en de voorzitter van de ondernemingsrechtbank hebben rang onmiddellijk na de procureurs-generaal; de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings en de arbeidsauditeur hebben rang na de voorzitters van de rechtbanken; de kamervoorzitters en de raadsheren in het arbeidshof hebben respectievelijk dezelfde rang als de kamervoorzitters, de raadsheren in het hof van beroep en de leden van het parket-generaal en van het auditoraat-generaal (evenals van het federaal parket) rekening gehouden met hun anciënniteit; de raadsheer in sociale zaken hebben de onmiddellijk lagere rang, maar hebben rang vóór alle andere leden van de gerechten van eerste aanleg);

De afdelingsvoorzitters, afdelingsprocureurs en afdelingsauditeur hebben rang voor de ondervoorzitters. De ondervoorzitters (de rechters en de toegevoegde rechters) in de arbeidsrechtbank en in de ondernemingsrechtbank hebben respectievelijk dezelfde rang als (de ondervoorzitters, de rechters...) in de rechtbank van eerste aanleg, de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid en de leden van het parket van de procureur des Konings en van het arbeidsauditoraat rekening gehouden met hun ancïenniteit; (, de rechters in de sociale zaken en in handelszaken en de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank strafuitvoeringszaken) hebben de onmiddellijk lagere rang, vóór de leden van ieder ander gerecht van eerste aanleg.)

De voorzitters en ondervoorzitters van de vrederechters en rechters in de politierechtbank hebben dezelfde rang als respectievelijk de voorzitters en afdelingsvoorzitters van de rechtbanken, rekening gehouden met hun anciënniteit.

De vrederechters en de rechters in de politierechtbank nemen onder elkaar de orde van dienstouderdom in acht.

Art. 315

Ieder magistraat en ieder griffier van de rechterlijke orde die in zijn ambt wordt hersteld na het te hebben neergelegd, kan door de Koning worden gemachtigd om op de ranglijsten, voorgeschreven bij de artikelen 310, 311 en 312, de plaats in te nemen die hij zou hebben bekleed indien hij zijn ambt niet had neergelegd.

(Als een militair magistraat wordt benoemd of aangewezen bij het openbaar ministerie van de rechtbank van eerste aanleg of van de arbeidsrechtbank, heeft hij rang vanaf de datum van zijn benoeming of aanwijzing in die hoedanigheid bij de krijgsraad.

Derde lid opgeheven.

Als een lid van de griffie van een krijgsraad wordt benoemd tot lid van de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de ondernemingsrechtbank, het vredegerecht of de politierechtbank, heeft hij rang vanaf de datum van zijn benoeming in die hoedanigheid bij dezelfde krijgsraad.)

(Het tweede en derde lid gelden niet voor de magistraten van de tijdelijke personeelsformatie van het Militair Gerechtshof, voor de griffiers en het griffiepersoneel van de tijdelijke personeelsformatie van het auditoraat bij de krijgsraad of van het Militair Gerechtshof, voor de secretarissen en het personeel van de tijdelijke personeelsformatie van het parketsecretariaat van het auditoraat-generaal bij het Militair Gerechtshof.)

Art. 315bis

De verbindingsmagistraten in jeugdzaken behouden hun plaats op de ranglijst in hun oorspronkelijk korps.