Vermoeden van borgtocht
Elke persoonlijke zekerheid wordt vermoed een borgtocht te zijn, tenzij de schuldeiser aantoont dat anders is overeengekomen.
BOEK 9 Zekerheden › Titel 1 Persoonlijke zekerheden
9.1.11–9.1.34
Vermoeden van borgtocht
Elke persoonlijke zekerheid wordt vermoed een borgtocht te zijn, tenzij de schuldeiser aantoont dat anders is overeengekomen.
Accessoir karakter
De geldigheid, de modaliteiten, de omvang en het voortbestaan van de verbintenis van de borg zijn afhankelijk van de geldigheid, de modaliteiten, de omvang en het voortbestaan van de hoofdverbintenis.
Omvang van de gewaarborgde verbintenis
De verbintenis van de borg reikt niet verder dan de gewaarborgde verbintenis.
De borgtocht die voor meer dan de hoofdverbintenis of onder meer bezwarende voorwaarden is aangegaan, is niet nietig; zij wordt verminderd tot wat in de hoofdverbintenis begrepen is.
De borgtocht kan worden aangegaan voor slechts een gedeelte van de gewaarborgde verbintenis en onder minder bezwarende voorwaarden.
Een contract tussen de schuldeiser en de hoofdschuldenaar dat de omvang van de gewaarborgde verbintenissen vergroot, de modaliteiten ervan verzwaart of de opeisbaarheid vervroegt, aangegaan na het ontstaan van de borgtocht, laat de verbintenis van de borg onverlet, behalve in geval van een borgtocht voor alle schuldvorderingen.
Excepties
De borg kan aan de schuldeiser alle excepties die inherent zijn aan de gewaarborgde verbintenis tegenwerpen met betrekking tot het bestaan, de geldigheid, de afdwingbaarheid, de modaliteiten of het voortbestaan van de gewaarborgde verbintenis.
De borg kan de persoonlijke excepties zoals de onbekwaamheid of onbevoegdheid van de hoofdschuldenaar, natuurlijke persoon of een rechtspersoon, of het niet-bestaan van de schuldenaar-rechtspersoon niet tegenwerpen indien hij hiervan op de hoogte was op het tijdstip waarop de borgtocht is aangegaan.
De borg kan zich evenmin beroepen op een gerechtelijke kwijtschelding in het kader van een insolventieprocedure of op een respijttermijn overeenkomstig artikel 5.201.
Gezag van gewijsde
De borg kan het gezag van gewijsde inroepen van gerechtelijke beslissingen die gewezen zijn tussen de schuldeiser en de hoofdschuldenaar.
Toekomstige verbintenissen - Borgtocht voor alle schuldvorderingen
Een borgtocht kan voor toekomstige verbintenissen worden aangegaan voor zover zij voldoende bepaalbaar zijn, dit laatste niettegenstaande enig andersluidend beding.
Niettegenstaande enig andersluidend beding, dient een borgtocht voor alle schuldvorderingen het maximale bedrag te vermelden van de verbintenissen van de borg. Wordt geen maximumbedrag bepaald, dan is de borgtocht beperkt tot de verbintenissen die bestonden bij het aangaan van de borgtocht.
Interpretatie borgtocht voor alle schuldvorderingen
Niettegenstaande enig andersluidend beding, strekt de borgtocht voor alle schuldvorderingen zich enkel uit tot de verbintenissen die redelijk voorzienbaar waren bij het sluiten van de borgtocht.
Een dergelijke borgtocht dekt enkel verbintenissen die ontstaan zijn uit de contracten gesloten tussen de hoofdschuldenaar en de schuldeiser.
De borgtocht wordt niet uitgebreid tot schulden van de rechtverkrijgenden van de hoofdschuldenaar of, in geval van een rechtspersoon, van deze die door de hoofdschuldenaar is opgeslorpt. De borgtocht wordt evenmin uitgebreid tot schulden die overgaan naar een hoofdschuldenaar ten gevolge van een overdracht of inbreng van een bedrijfstak.
De borgtocht strekt zich niet uit tot schuldvorderingen van een rechtsvoorganger van de schuldeiser die zijn ontstaan voor de rechtverkrijging door die schuldeiser en op dat ogenblik niet door de borgtocht waren gedekt.
Rechtverkrijgenden van de borg
De erfgenamen en andere algemene rechtverkrijgenden en rechtverkrijgenden onder algemene titel van de borg staan enkel in voor de verbintenissen die bestaan op het ogenblik van de rechtverkrijging.
Als de borg een natuurlijke persoon is, wordt bij diens overlijden een andersluidend beding voor niet geschreven gehouden.
Opzegging van de borgtocht voor onbepaalde duur
De borgtocht kan worden aangegaan voor een bepaalde of onbepaalde duur.
Is de borgtocht aangegaan voor een onbepaalde duur, dan kan elke partij deze beëindigen met inachtneming van een redelijke opzegtermijn, niettegenstaande enig andersluidend beding. Deze opzeggingstermijn bedraagt vijfenveertig dagen, tenzij een kortere termijn is overeengekomen.
Wanneer de borgtocht aldus wordt beëindigd, blijft de borg gehouden voor de schulden die ontstaan voor het tijdstip van het verstrijken van de opzegtermijn, ook al zijn zij nog niet opeisbaar, behoudens indien de gehoudenheid van de borg contractueel is beperkt.
Omvang van de dekking
§ 1.Is de omvang van de borgtocht onbepaald, dan strekt de borgtocht zich uit tot de gewaarborgde verbintenis in hoofdsom en tot de accessoria, zoals de interest en de schadevergoeding of het bedrag van schadebeding in geval van niet-nakoming door de hoofdschuldenaar.
De gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten van rechtsvervolging zijn eveneens gedekt indien de borg tijdig door de mededeling van het voornemen tot rechtsvervolging in de gelegenheid is gesteld om deze kosten te voorkomen.
Strekt de hoofdverbintenis tot een andere prestatie dan de betaling van een geldsom, dan geldt de borgtocht ook voor de vordering tot schadevergoeding verschuldigd wegens de niet-nakoming van die verbintenis, behoudens andersluidend beding in het voordeel van de borg.
§ 2.Is er een maximumbedrag voor de gehoudenheid van de borg bepaald, dan dekt de borgtocht binnen dit maximumbedrag de in paragraaf 1 bepaalde schuldvorderingen.
Pluraliteit van borgen
Voor zover meerdere borgen dezelfde verbintenis hebben gewaarborgd, is elke borg binnen de grenzen van zijn verbintenis tegenover de schuldeiser hoofdelijk verbonden met de andere borgen. Deze regel geldt ook indien deze borgen hun verbintenissen tot zekerheid onafhankelijk van elkaar zijn aangegaan.
De bijkomende gevolgen van de hoofdelijkheid bedoeld in artikel 5.163 zijn niet van toepassing op de borgen die zich onafhankelijk van elkaar hebben verbonden.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de zakelijke borgtocht.
Subsidiaire aard - Ingebrekestelling
De borg is niet gehouden tot nakoming vooraleer de hoofdschuldenaar in verzuim is.
De schuldeiser die de hoofdschuldenaar in gebreke stelt, is verplicht hiervan tegelijkertijd aan de borg kennisgeving te doen.
Voorrecht van uitwinning
De schuldeiser moet, vooraleer de nakoming te vorderen van de borg, gepaste pogingen ondernemen om voldoening te verkrijgen van de hoofdschuldenaar, behalve indien de borg zich hoofdelijk heeft verbonden.
De schuldeiser is niet gehouden tot deze voorafgaande verplichting voor zover het klaarblijkelijk onmogelijk of buitensporig moeilijk is om voldoening van de hoofdschuldenaar te verkrijgen. Deze uitzondering geldt in het bijzonder wanneer de hoofdschuldenaar het voorwerp is van een faillissement, een gerechtelijke reorganisatie of een collectieve schuldenregeling, tenzij er voor dezelfde verbintenis door de schuldenaar een zakelijke zekerheid is gesteld.
Informatieplicht
Niettegenstaande enig andersluidend beding, is de schuldeiser ertoe gehouden om de borg op diens verzoek zonder uitstel in te lichten over het bedrag van de gewaarborgde verbintenis.
Verhaalsrecht borg
De borg kan de terugbetaling vorderen van de hoofdschuldenaar van het bedrag dat hij aan de schuldeiser heeft betaald. Tot zekerheid daarvan is de borg, binnen de grenzen van hetgeen hij betaald heeft, gesubrogeerd in de rechten van de schuldeiser tegenover de hoofdschuldenaar, en dit niettegenstaande enig andersluidend beding.
In geval van gedeeltelijke nakoming hebben de resterende gedeeltelijke rechten van de schuldeiser tegenover de hoofdschuldenaar voorrang op de rechten waarin de borg is gesubrogeerd.
Krachtens de in het eerste lid bedoelde subrogatie gaan de accessoria, met inbegrip van de persoonlijke en zakelijke zekerheidsrechten, van rechtswege over op de borg, niettegenstaande enig andersluidend beding of uitsluiting van de overdraagbaarheid. Rechten tegenover andere zekerheidsstellers kunnen slechts binnen de grenzen van artikel 9.1.26 worden uitgeoefend.
Is de hoofdschuldenaar wegens onbekwaamheid of onbevoegdheid van de hoofdschuldenaar, of het niet-bestaan dan wel de miskenning van het maatschappelijk doel van de schuldenaar-rechtspersoon niet verbonden tegenover de schuldeiser, dan kan de borg niettemin terugbetaling vorderen van de hoofdschuldenaar ten belope van diens verrijking. Deze regel geldt ook wanneer de hoofdschuldenaar niet geldig als rechtspersoon is opgericht.
Pluraliteit van borgen: onderling verhaal
In de gevallen bedoeld in artikel 9.1.21 hebben de stellers van persoonlijke zekerheden of stellers van zakelijke zekerheden op elkaar verhaal in verhouding tot ieders aandeel.
Het aandeel van iedere zekerheidssteller wordt bepaald door het breukdeel van het maximumrisico aangegaan door die zekerheidssteller en de som van de maximumrisico's aangegaan door alle zekerheidsstellers. Het doorslaggevende tijdstip is dat waarop de laatste zekerheid wordt gesteld.
Bij een persoonlijke zekerheid wordt het maximumrisico bepaald door het overeengekomen maximumbedrag van de zekerheid. Werd geen maximumbedrag overeengekomen, dan geldt het bedrag van de gewaarborgde verbintenis.
Bij een zakelijke zekerheid wordt het maximumrisico bepaald door het overeengekomen maximumbedrag van de zekerheid. Is er geen maximumbedrag overeengekomen, dan is de waarde van de tot zekerheid bezwaarde goederen bepalend.
De voorgaande regels zijn niet van toepassing op zakelijke zekerheden gesteld door de hoofdschuldenaar en op stellers van zekerheden waarop de schuldeiser op het tijdstip waarop hij werd voldaan geen aanspraak had kunnen maken.
Pluraliteit van borgen: verhaal tegenover de hoofdschuldenaar
Niettegenstaande enig andersluidend beding kan iedere borg die een verhaalsvordering van een andere zekerheidssteller heeft voldaan de terugbetaling vorderen van de hoofdschuldenaar van het bedrag dat hij aan de andere zekerheidssteller heeft betaald. Tot zekerheid daarvan is hij ten belope van zijn betaling gesubrogeerd in de rechten die de andere zekerheidssteller tegenover de hoofdschuldenaar heeft verkregen.
Verbintenissen van de borg voor nakoming
Vooraleer de schuldeiser te betalen, moet de borg de hoofdschuldenaar van zijn voornemen daartoe kennisgeven en bij deze informeren naar het uitstaande bedrag van de gewaarborgde verbintenis en diens excepties of tegenvorderingen.
Komt de borg na zonder zich te informeren of laat hij na een exceptie tegen te werpen die hem door de hoofdschuldenaar is meegedeeld of hem uit andere bronnen bekend is, dan is hij tegenover de hoofdschuldenaar aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade.
Niettegenstaande enig andersluidend beding, blijven de rechten van de borg tegenover de schuldeiser hierdoor onverlet.
Anticipatief verhaalsrecht
De borg kan, zelfs vooraleer hij betaald heeft, de hoofdschuldenaar in rechte aanspreken om door hem schadeloos gesteld te worden:
1°indien hij tot betaling in rechte vervolgd wordt;
2°indien de hoofdschuldenaar het voorwerp is van een insolventieprocedure of in staat van kennelijk onvermogen verkeert;
3°indien de hoofdschuldenaar zich verbonden heeft om hem binnen een bepaalde tijd het ontslag van zijn borgtocht te bezorgen;
4°indien de hoofdverbintenis opeisbaar is geworden door het verstrijken van de termijn waarop zij betaalbaar was gesteld;
5°na verloop van tien jaren, indien de hoofdverbintenis geen bepaalde vervaltijd heeft, tenzij de hoofdverbintenis van dien aard is dat zij niet voor een bepaalde tijd kan vervallen.
Zelfstandige gronden
De verbintenis uit borgtocht gaat teniet door dezelfde oorzaken als de overige verbintenissen.
Wanneer de borgtocht een uitdovende tijdsbepaling bevat om de borg aan te spreken, dan is de borg bevrijd bij het verstrijken van de termijn indien de schuldeiser daarvan binnen die termijn geen kennisgeving heeft gedaan.
Schuldvermenging
Schuldvermenging in de persoon van de hoofdschuldenaar en van zijn borg, bijvoorbeeld wanneer de ene erfgenaam wordt van de andere, doet geenszins de schuldvordering teniet van de schuldeiser tegen hem die zich heeft borg gesteld voor de borg.
Verhinderde subrogatie
Niettegenstaande enig andersluidend beding is de borg bevrijd in de mate hij door de fout van de schuldeiser niet meer in de rechten of nuttige hypotheken, pandrechten en voorrechten van die schuldeiser kan treden. Het tijdstip waarop deze rechten zijn ontstaan, is hierbij zonder belang.
Inbetalinggeving
In geval van inbetalinggeving is de borg bevrijd, al wordt het ontvangen goed naderhand tegen de schuldeiser uitgewonnen.
Termijnverlenging
Eenvoudige termijnverlenging, door de schuldeiser aan de hoofdschuldenaar toegestaan, ontslaat de borg niet. Laatstgenoemde kan in dat geval de hoofdschuldenaar vervolgen, om hem tot betaling te verplichten.