Aanvullend recht
De partijen kunnen afwijken van de bepalingen van deze titel, behalve indien het om definities gaat of indien de wet anders bepaalt.
BOEK 9 Zekerheden › Titel 1 Persoonlijke zekerheden
9.1.1–9.1.10
Aanvullend recht
De partijen kunnen afwijken van de bepalingen van deze titel, behalve indien het om definities gaat of indien de wet anders bepaalt.
Definities
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1°"persoonlijke zekerheid": verbintenis van een derde om aan een schuldeiser de betaling te waarborgen van een verbintenis van de hoofdschuldenaar tegenover de schuldeiser;
2°"accessoire persoonlijke zekerheid" of "borgtocht": persoonlijke zekerheid die afhankelijk is van de geldigheid, de modaliteiten, de omvang en het voortbestaan van de gewaarborgde verbintenis;
3°"autonome persoonlijke zekerheid" of "autonome garantie": persoonlijke zekerheid die krachtens de termen ervan niet afhankelijk is van de geldigheid, de modaliteiten, de omvang en het voortbestaan van de gewaarborgde verbintenis;
4°"hoofdschuldenaar": de persoon die gehouden is tot de gewaarborgde verbintenis tegenover de schuldeiser;
5°"hoofdelijkheid tot zekerheid": de gebondenheid ten aanzien van een schuldeiser als hoofdelijke medeschuldenaar voor zover de schuld deze medeschuldenaar niet aangaat in de zin van artikel 5.164, § 1, derde lid;
6°"zekerheid voor alle schuldvorderingen": een persoonlijke zekerheid waarvan is overeengekomen dat zij de bestaande en toekomstige verbintenissen van de hoofdschuldenaar tegenover de schuldeiser waarborgt of die een gelijkaardige strekking heeft;
7°"hoofdverbintenis" of "gewaarborgde verbintenis": de verbintenis die door een persoonlijke zekerheid wordt gewaarborgd;
8°"zakelijke borgtocht": een zakelijke zekerheid gesteld voor andermans schuld;
9°"patronaatsverklaring": al dan niet bindende toezegging door een derde dat de hoofdschuldenaar zijn verbintenis zal nakomen.
Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle vormen van persoonlijke zekerheid, en in het bijzonder op de accessoire persoonlijke zekerheid (borgtocht) en de autonome persoonlijke zekerheid (autonome garantie).
Ontstaan
Een persoonlijke zekerheid kan voortvloeien uit een contract, een eenzijdige wilsuiting of de wet.
Een persoonlijke zekerheid kan betrekking hebben op om het even welke hoofdverbintenis.
Men kan een persoonlijke zekerheid stellen zonder opdracht van de hoofdschuldenaar, en zelfs buiten zijn weten.
Men kan een persoonlijke zekerheid stellen, niet alleen voor de hoofdschuldenaar, maar ook voor de persoon die voor hem een persoonlijke zekerheid heeft gesteld.
Rechtverkrijgenden van de zekerheidssteller
De verbintenissen van de persoonlijke zekerheidssteller gaan over op zijn erfgenamen en andere algemene rechtverkrijgenden en rechtverkrijgenden onder algemene titel.
Zekere wilsuiting
Een persoonlijke zekerheidsstelling wordt niet vermoed; de wil moet zeker zijn en mag zich niet verder uitstrekken dan de grenzen waarbinnen zij is aangegaan.
Interpretatie
In geval van twijfel over de draagwijdte van de persoonlijke zekerheidsstelling moet deze worden uitgelegd in het voordeel van de zekerheidssteller.
Hoofdelijkheid tot zekerheid en sterkmaking tot uitvoering
Niettegenstaande enig andersluidend beding is de hoofdelijkheid tot zekerheid onderworpen aan hoofdstuk 1 van deze titel en aan de artikelen 5.160 tot 5.165.
Niettegenstaande enig andersluidend beding is de sterkmaking tot uitvoering onderworpen aan hoofdstuk 1 van deze titel en aan artikel 5.106.
Solvabiliteit en bekwaamheid van de zekerheidssteller
De hoofdschuldenaar die krachtens de wet, een gerechtelijke uitspraak of een contract verplicht is een persoonlijke zekerheid te verlenen, moet een zekerheidssteller aanbieden die bekwaam is om contracten aan te gaan en die voldoende solvabel is om de verbintenis te kunnen nakomen.
Insolvabiliteit van de zekerheidssteller
Wanneer de zekerheidssteller die door de schuldeiser is aangenomen of die de rechter hem heeft toegewezen, naderhand insolvabel is geworden, moet de hoofdschuldenaar een andere persoonlijke zekerheid verlenen.
Deze regel lijdt slechts uitzondering in geval de zekerheid verleend is ten gevolge van een contract waarbij de schuldeiser een bepaalde persoon als zekerheidssteller heeft geëist.