Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 2 Verbintenissen met pluraliteit van subjecten

5.159–5.173

Art. 5.159

Deelbare verbintenis

§ 1.Een verbintenis met meerdere schuldeisers of schuldenaars wordt van rechtswege onder hen verdeeld. De verdeling vindt ook plaats tussen de erfgenamen van een schuldeiser of een schuldenaar.

De verdeling geschiedt in gelijke delen, tenzij een wettelijke, contractuele of testamentaire bepaling of, bij gebrek daaraan, de concrete omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen.

§ 2.Het beginsel van de verdeling lijdt uitzondering wanneer de verbintenis hoofdelijk, ondeelbaar of in solidum is.

Art. 5.160

Definitie en bronnen

§ 1.Er bestaat hoofdelijkheid tussen schuldenaars wanneer zij gehouden zijn tot dezelfde prestatie en de schuldeiser ieder van hen voor het geheel kan aanspreken.

§ 2.Passieve hoofdelijkheid ontstaat uit de wet of uit een contract. Zij wordt niet vermoed.

Zij bestaat van rechtswege tussen ondernemingen, in de zin van artikel I.1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht, die tot een zelfde contractuele verbintenis gehouden zijn. Deze regel is evenwel niet van toepassing indien de onderneming een natuurlijke persoon is en haar contractuele verbintenis kennelijk vreemd is aan de onderneming.

Art. 5.161

Hoofdgevolgen tussen schuldeiser en schuldenaars

§ 1.De schuldeiser kan, naar eigen keuze, iedere hoofdelijke schuldenaar aanspreken tot betaling van het geheel, totdat hij volledige nakoming heeft verkregen.

Deze regel strekt zich uit tot het herstel van de schade waartoe de schuldenaars of een van hen zouden gehouden zijn bij toerekenbare niet-nakoming.

Vervolgingen tegen een van de schuldenaars beletten de schuldeiser niet ook tegen de anderen vervolgingen in te stellen.

§ 2.De betaling door een van de schuldenaars gedaan, bevrijdt alle anderen van de schuld jegens de schuldeiser, in de mate van de betaling.

Art. 5.162

Excepties van de medeschuldenaars

§ 1.Een hoofdelijke schuldenaar die door de schuldeiser tot betaling wordt aangesproken, kan een beroep doen op zijn persoonlijke excepties.

Hij kan ook een beroep doen op alle excepties die aan alle medeschuldenaars gemeen zijn, zoals de betaling en de schuldvergelijking.

§ 2.Wanneer een schuldenaar beschikt over een persoonlijke exceptie die zijn aandeel in de schuld uitdooft, het hoofdelijk karakter ervan ontneemt of de opeisbaarheid ervan schorst, kunnen de overige schuldenaars zich erop beroepen teneinde dit aandeel in mindering te brengen van de gehele schuld.

Dit is onder meer het geval bij:

1°een persoonlijke kwijtschelding van schuld ten voordele van een van de schuldenaars, waarbij de schuldeiser uitdrukkelijk zijn rechten tegenover de anderen heeft voorbehouden; is dit niet het geval of verleent de schuldeiser een algemene kwijtschelding, dan bevrijdt hij alle medeschuldenaars;

2°afstand van hoofdelijkheid, indien de schuldeiser toestemt in de verdeling van de schuld ten aanzien van een van de medeschuldenaars; doet hij afstand van hoofdelijkheid tegenover alle schuldenaars, dan wordt de schuld voor allen deelbaar;

3°schuldvermenging.

Art. 5.163

Bijkomende gevolgen tussen schuldeiser en schuldenaars

De ingebrekestelling of vervolging van een van de hoofdelijke schuldenaars heeft gevolgen jegens allen; aldus doen zij moratoire interest lopen tegenover allen; het risico van verlies van het voorwerp gaat eveneens over op allen.

De stuiting van de verjaring tegenover een van de hoofdelijke schuldenaars, stuit de verjaring ten aanzien van allen.

Art. 5.164

Gevolgen voor de medeschuldenaars onderling

§ 1.Tussen de schuldenaars onderling wordt de schuld van rechtswege verdeeld en ieder van hen is tot bijdrage gehouden voor zijn aandeel in de schuld.

De verdeling geschiedt in gelijke delen, tenzij een wettelijke of contractuele bepaling of, bij gebrek daaraan, de concrete omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen.

lndien de hoofdelijke schuld een zaak betreft die slechts een van de medeschuldenaars aangaat, is deze tot voldoening van de gehele schuld gehouden ten aanzien van de overige schuldenaars, die tegenover hem slechts als zijn borgen worden beschouwd.

§ 2.De hoofdelijke schuldenaar die meer dan zijn aandeel betaalde aan de schuldeiser, heeft een verhaalsrecht tegen de medeschuldenaars naar evenredigheid tot ieders aandeel.

Hij zal evenwel geen verhaal hebben tegen de schuldenaar die tegenover de schuldeiser beschikt over een persoonlijke exceptie.

§ 3.lndien een van de medeschuldenaars insolvabel is, wordt het door zijn insolvabiliteit veroorzaakte verlies naar evenredigheid omgeslagen over alle andere medeschuldenaars die in staat zijn om te betalen, met inbegrip van degene die de schuld voldaan heeft en van de medeschuldenaar die al van een individuele afstand van hoofdelijkheid genoot.

§ 4.In de verhouding tussen medeschuldenaars rust de plicht tot het herstel van de schade, geleden door de schuldeiser als gevolg van een toerekenbare niet-nakoming enkel op hen aan wie zij toerekenbaar is.

Art. 5.165

Overlijden van een schuldenaar

Onder de erfgenamen van een hoofdelijk gehouden schuldenaar wordt de schuld van hun rechtsvoorganger van rechtswege verdeeld.

Niettemin blijven de bijkomende gevolgen van de passieve hoofdelijkheid, bedoeld in artikel 5.163, van toepassing.

Art. 5.166

Definitie en bronnen

§ 1.Er bestaat ondeelbaarheid tussen schuldenaars wanneer zij gehouden zijn tot dezelfde ondeelbare prestatie en de schuldeiser ieder van hen voor het geheel kan aanspreken.

§ 2.Een prestatie is ondeelbaar wanneer zij hetzij door haar aard of door de strekking van de verbintenis, hetzij krachtens wettelijke, contractuele of testamentaire bepaling, niet vatbaar is voor verdeling.

De ondeelbaarheid kan niet worden afgeleid uit het louter bedingen van hoofdelijkheid.

Art. 5.167

Gevolgen

De artikelen 5.161 tot 5.164 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij dit onverenigbaar zou zijn met de eigen aard of strekking van de ondeelbare verbintenis.

De ondeelbaarheid geldt ook voor de erfgenamen van de schuldenaars van een ondeelbare prestatie.

Art. 5.168

Definitie

Schuldenaars zijn in solidum gehouden wanneer zij, buiten de gevallen van passieve hoofdelijkheid en ondeelbaarheid en hoewel ze verbonden zijn jegens de schuldeiser door onderscheiden verbintenissen, elk gehouden zijn tot de gehele betaling. Wanneer het verbintenissen betreft tot betaling van een geldsom en de bedragen ervan verschillen, is elke schuldenaar in solidum gehouden tot de gehele betaling van het laagste bedrag.

Art. 5.169

Gevolgen

De artikelen 5.161, 5.162, 5.164 en 5.165 zijn overeenkomstig van toepassing, tenzij dit onverenigbaar zou zijn met de aard of strekking, of met het eigen regime van de verbintenis.

De bijkomende gevolgen van de passieve hoofdelijkheid, bepaald in artikel 5.163, vinden geen toepassing, tenzij de wet of het contract anders bepaalt.

Art. 5.170

Definitie en bronnen

§ 1.Er bestaat hoofdelijkheid tussen schuldeisers wanneer zij recht hebben op dezelfde prestatie en ieder van hen de schuldenaar voor het geheel kan aanspreken.

Actieve hoofdelijkheid ontstaat uit de wet of uit een contract. Zij wordt niet vermoed.

§ 2.Er bestaat ondeelbaarheid tussen schuldeisers wanneer zij recht hebben op dezelfde ondeelbare prestatie, omschreven in artikel 5.166, § 2, en ieder van hen de schuldenaar voor het geheel kan aanspreken.

De ondeelbaarheid kan niet worden afgeleid uit het louter bedingen van hoofdelijkheid.

Art. 5.171

Gevolgen tussen schuldeisers en schuldenaar

§ 1.Iedere schuldeiser kan de uitvoering van de prestatie in haar geheel vorderen van de schuldenaar, zodat de betaling aan hem de schuldenaar ook tegenover de andere schuldeisers bevrijdt, in de mate van de betaling.

De schuldenaar kan aan een van de schuldeisers, naar eigen keuze, betalen zolang hij niet door een van hen vervolgd wordt.

§ 2.De schuldenaar die door een schuldeiser tot betaling wordt aangesproken, kan een beroep doen op de excepties die persoonlijk zijn aan de rechtsband met die schuldeiser.

Hij kan ook een beroep doen op alle excepties die gemeenschappelijk zijn voor alle schuldeisers, zoals de betaling en de schuldvergelijking.

§ 3.Een schuldeiser kan niet alleen beschikken over de schuldvordering; zo niet blijft de schuldenaar tegenover de medeschuldeisers de gehele prestatie verschuldigd, onder aftrek van het aandeel van de schuldeiser die alleen over de schuldvordering heeft beschikt.

§ 4.Daden tot behoud van de schuldvordering, door een schuldeiser alleen gesteld, strekken tot voordeel van allen. Dit is onder meer het geval voor de stuiting van de verjaring ten aanzien van een van de schuldeisers en van de ingebrekestelling gericht aan de schuldenaar.

Art. 5.172

Gevolgen voor de schuldeisers onderling

De schuldeiser die de prestatie geheel of gedeeltelijk ontving, moet deze verdelen en aan de andere schuldeisers hun aandeel uitkeren.

De verdeling geschiedt in gelijke delen, tenzij een wettelijke of contractuele bepaling of, bij gebrek daaraan, de concrete omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen.

Indien de ontvangen prestatie uit haar aard ondeelbaar is, ontvangt elke schuldeiser de waarde van zijn aandeel in de schuldvordering.

Art. 5.173

Overlijden van een schuldeiser

Onder de erfgenamen van een hoofdelijke schuldeiser wordt de schuldvordering van rechtswege verdeeld. Niettemin blijft artikel 5.171, § 4, van toepassing.

Onder de erfgenamen van de schuldeiser van een ondeelbare prestatie geldt de ondeelbaarheid eveneens.