Alle wetboeken › BW

BOEK 9 Zekerheden › Titel 1 Persoonlijke zekerheden

Hoofdstuk 3 Autonome persoonlijke zekerheid

9.1.35–9.1.41

Art. 9.1.35

Toepassingsgebied

De geldigheid, de nadere regels, de omvang en het voortbestaan van de autonome garantie zijn niet afhankelijk van de geldigheid, de nadere regels, de omvang en het voortbestaan van de gewaarborgde verbintenis.

De autonome aard van een zekerheid komt niet in het gedrang door een louter algemene verwijzing naar een gewaarborgde verbintenis, daaronder begrepen een persoonlijke zekerheid.

Dit hoofdstuk is ook van toepassing op stand-by kredietbrieven.

Art. 9.1.36

Verbintenissen van de steller van de autonome garantie bij afroep van de autonome garantie

De steller van de autonome garantie is slechts tot betaling verplicht indien het verzoek tot betaling beantwoordt aan de in de autonome garantie gestelde nadere regels. De steller van de autonome garantie mag enkel rekening houden met het verzoek tot betaling om te bepalen of dit het geval is.

De steller van de autonome garantie moet na ontvangst van het verzoek tot betaling de opdrachtgever van de autonome garantie hiervan zonder verwijl op de hoogte brengen en meedelen of het verzoek daaraan al dan niet voldoet.

De steller van de autonome garantie kan aan de begunstigde alle excepties tegenwerpen die hij put uit zijn verhouding met deze laatste.

De steller van de autonome garantie kan geen excepties tegenwerpen die betrekking hebben op de gewaarborgde verbintenis of geput zijn uit zijn verhouding met de opdrachtgever van de autonome garantie of met diegene wiens verbintenissen worden gewaarborgd.

De steller van de autonome garantie moet zonder verwijl en ten laatste binnen zeven werkdagen na ontvangst van een schriftelijk verzoek tot betaling, het verzoek uitvoeren of de begunstigde op de hoogte brengen van zijn weigering en de redenen hiervan.

De steller van de autonome garantie is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het niet nakomen van de verplichtingen van dit artikel.

Art. 9.1.37

Manifest abusief of bedrieglijk verzoek

De steller van de autonome garantie weigert een verzoek tot betaling indien in zijnen hoofde onmiddellijk blijkt dat het verzoek manifest abusief of bedrieglijk is.

In een dergelijk geval mag diegene die opdracht tot de autonome garantie gaf of wiens verbintenissen worden gewaarborgd, de nakoming door de steller van de autonome garantie of een verzoek daartoe door de begunstigde verbieden.

Art. 9.1.38

Recht op terugvordering van de steller van de autonome garantie

De steller van de autonome garantie is gerechtigd om wat de begunstigde heeft ontvangen van deze laatste terug te vorderen indien het verzoek tot betaling niet beantwoordde aan de voorwaarden van de autonome garantie.

Art. 9.1.39

Termijn

Indien rechtstreeks of onrechtstreeks een termijn werd bepaald, neemt de verbintenis van de steller van de autonome garantie een einde bij het verstrijken ervan.

Ieder verzoek tot betaling moet, om geldig te zijn, de steller van de autonome garantie bereiken voor het verstrijken van de termijn.

Werd geen termijn bepaald, dan is de autonome garantie opzegbaar met inachtneming van een redelijke opzegtermijn.

Art. 9.1.40

Overdracht

De overdracht van de gewaarborgde verbintenis heeft niet de overdracht van een autonome garantie tot gevolg.

Een autonome garantie kan niet worden overgedragen aan een andere begunstigde.

Na afroep van de autonome garantie kan de schuldvordering tot betaling worden overgedragen of verpand.

Art. 9.1.41

Rechten van de steller van de autonome garantie na nakoming

De steller van de autonome garantie kan van de opdrachtgever van de autonome garantie alle sommen terugvorderen die hij heeft betaald overeenkomstig artikel 9.1.36, eerste lid. Tot zekerheid daarvan is de steller van de autonome garantie binnen de grenzen van hetgeen hij betaald heeft, gesubrogeerd in de rechten van de schuldeiser tegenover de schuldenaar.