Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 2 Bronnen van verbintenissen › Paragraaf 6 Exceptie van niet-uitvoering

Afdeling 7 Tenietgaan van het contract

5.112–5.124

Art. 5.112

Opsomming

Het contract eindigt:

1°door het tenietgaan van de verbintenissen die uit het contract zijn ontstaan overeenkomstig artikel 5.244;

2°door de gerechtelijke of buitengerechtelijke nietigverklaring ervan overeenkomstig artikel 5.59;

3°door de opzegging ervan in onderlinge overeenstemming overeenkomstig artikel 5.70, eerste lid;

4°door de eenzijdige opzegging ervan overeenkomstig de artikelen 5.70, tweede lid, 5.75 en 5.76;

5°door de gerechtelijke of buitengerechtelijke ontbinding ervan wegens niet-nakoming overeenkomstig artikel 5.90;

6°door de definitieve onmogelijkheid tot nakoming overeenkomstig artikel 5.100;

7°in de overige gevallen bepaald bij wet.

Art. 5.113

Wegvallen van het voorwerp

Het verval van een verbintenis door het wegvallen van het voorwerp ervan overeenkomstig artikel 5.265, geeft op zichzelf geen aanleiding tot het tenietgaan van het contract waaruit die verbintenis is ontstaan.

In dat geval gaat het contract enkel teniet in de gevallen bepaald in artikel 5.112.

Art. 5.114

Postcontractuele verbintenissen en bedingen

De beëindiging van het contract heeft geen gevolgen voor de verbintenissen en bedingen die, gelet op de bedoeling van de partijen en op de grond van tenietgaan, zijn bestemd om van toepassing te blijven gedurende de door de partijen overeengekomen termijn of, bij gebreke daarvan, gedurende een redelijke termijn.

De wet, de goede trouw of de gebruiken kunnen ook verbintenissen opleggen na het einde van het contract.

De regels betreffende de contractuele verbintenissen zijn daarop van toepassing, tenzij hun aard of strekking zich daartegen verzet.

Art. 5.115

Toepassingsgebied

Deze onderafdeling is van toepassing op restitutie ten gevolge van:

1°de nietigverklaring van het contract;

2°de ontbinding van het contract wegens niet- nakoming;

3°de definitieve onmogelijkheid van nakoming van het contract die niet toerekenbaar is aan de schuldenaar;

4°de verwezenlijking van de ontbindende voorwaarde.

Zij is eveneens, met de nodige aanpassingen, van toepassing op de teruggave van hetgeen onverschuldigd betaald is geweest.

Art. 5.116

Recht op restitutie

Restitutie is verschuldigd vanaf de datum waarop de te restitueren prestatie is verricht.

De verjaring van het recht op restitutie begint te lopen op de dag waarop de grond van tenietgaan van het contract zich heeft voorgedaan.

Art. 5.117

Goede trouw

In de zin van deze onderafdeling houdt de schuldenaar van de restitutie op te goeder trouw te zijn:

1°zodra hij effectieve kennis heeft van de nietigheidsgrond van het contract;

2°in de overige gevallen, zodra hij in verzuim is.

Art. 5.118

Volgorde van restituties

Restituties moeten worden verricht in de omgekeerde volgorde waarin de te restitueren prestaties moesten worden uitgevoerd.

Indien de te restitueren prestaties zich bevonden in een wederkerige verhouding, kan de schuldeiser van de restitutie de exceptie van niet-uitvoering tegenwerpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 5.239.

Art. 5.119

Vorm van de restitutie

Onder voorbehoud van de artikelen 5.120 tot 5.124, gebeurt de restitutie in natura of, indien dat onmogelijk of abusief blijkt, in waarde geraamd op de dag van de restitutie.

Art. 5.120

Verlies van het te restitueren voorwerp

De schuldenaar van de restitutie staat in voor het gehele of gedeeltelijke verlies van het te restitueren voorwerp.

Verlies door overmacht bevrijdt de schuldenaar te goeder trouw evenwel naar evenredigheid alsook de schuldenaar van de correlatieve prestatie.

Art. 5.121

Uitgaven

De schuldenaar van de restitutie moet worden vergoed voor de door hem gedane uitgaven noodzakelijk voor de bewaring van het voorwerp alsook voor de nuttige uitgaven die de waarde ervan hebben verhoogd binnen de perken van de meerwaarde geraamd op het tijdstip van de restitutie.

Art. 5.122

Restitutie van de vruchten en opbrengsten

De restitutie van een zaak omvat de opbrengsten, de vruchten, de interest aan de wettelijke interestvoet of de waarde van het genot dat zij heeft voortgebracht sinds de schuldenaar opgehouden is te goeder trouw te zijn.

Art. 5.123

Weigering van de restitutie aan de schuldige partij

De rechter kan restitutie geheel of gedeeltelijk weigeren aan de partij die bij de contractsluiting opzettelijk inbreuk heeft gepleegd op de openbare orde.

Art. 5.124

Bescherming van onbekwamen

De onbekwame is slechts gehouden tot restitutie voor zover hij voordeel heeft gehaald uit de prestaties verkregen op grond van het nietige contract.