Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 1 Algemene bepaling

5.244

Art. 5.244

Opsomming van de gronden van tenietgaan

De verbintenis gaat teniet:

1°door betaling;

2°door de uitwerking van de ontbindende voorwaarde of van de uitdovende tijdsbepaling;

3°door schuldvernieuwing;

4°door kwijtschelding van schuld of doordat de schuldeiser eenzijdig afstand doet van zijn recht;

5°door schuldvergelijking;

6°door verval als gevolg van de verdwijning van het voorwerp ervan;

7°in voorkomend geval, door schuldvermenging; en

8°in de overige gevallen waarin de wet of het contract voorziet.

De bevrijdende verjaring zet de verbintenis om in een natuurlijke verbintenis.