Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 2 Bronnen van verbintenissen › Paragraaf 6 Exceptie van niet-uitvoering

Onderafdeling 2 Ontoerekenbare niet-nakoming

5.99–5.102

Art. 5.99

Gevolgen voor de niet-nagekomen verbintenis

Bij onmogelijkheid tot nakoming die niet toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt de nakoming van de verbintenis opgeschort of dooft deze laatste uit overeenkomstig artikel 5.226.

Art. 5.100

Gevolgen voor het contract bij definitieve onmogelijkheid tot nakoming van de verbintenis

Indien de onmogelijkheid tot nakoming van een hoofdverbintenis volledig en definitief is zonder dat zij toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt het contract in zijn geheel van rechtswege ontbonden.

Indien de onmogelijkheid gedeeltelijk en definitief is, zonder aan de schuldenaar toerekenbaar te zijn, beperkt de ontbinding zich tot het gedeelte van het contract dat aangetast is voor zover het contract deelbaar is volgens de bedoeling van de partijen, gelet op de aard en de strekking ervan.

In eigendomsoverdragende contracten verloopt de risico-overdracht evenwel volgens de bepaling van artikel 5.80.

Art. 5.101

Gevolgen in de tijd van de definitieve onmogelijkheid tot nakoming

De definitieve onmogelijkheid tot nakoming die niet toerekenbaar is aan de schuldenaar ontneemt het contract zijn uitwerking vanaf de dag van die onmogelijkheid.

De prestaties vóór die dag zonder tegenprestatie geleverd, geven aanleiding tot restitutie onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 5.115 tot 5.122.

Art. 5.102

Gevolgen voor het contract bij tijdelijke onmogelijkheid tot nakoming van de verbintenis

Indien de onmogelijkheid slechts tijdelijk is, zonder dat zij toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt de nakoming van de correlatieve verbintenis van de medecontractant opgeschort.

Als het contract evenwel niet meer nuttig kan worden nagekomen op het einde van de onmogelijkheid zijn de artikelen 5.100 en 5.101 van overeenkomstige toepassing.