Alle wetboeken › Bankwet

BOEK II - KREDIETINSTELLINGEN NAAR BELGISCH RECHT › TITEL III - Toezicht op de kredietinstellingen › HOOFDSTUK IV - Groepstoezicht › Afdeling IV - Gemeenschappelijke bepalingen

Onderafdeling II/1 - Goedkeuring van en toezicht op financiële moederholdings en gemengde financiële moederholdings naar Belgisch recht wanneer de toezichthouder overeenkomstig artikel 171 als consoliderende toezichthouder is aangewezen

212/1–212/7

Art. 212/1

Onverminderd de andere bepalingen van deze wet moeten Belgische financiële moederholdings, Belgische gemengde financiële moederholdings, Belgische financiële EER-moederholdings en Belgische gemengde financiële EER-moederholdings goedgekeurd worden.

Financiële holdings naar Belgisch recht en gemengde financiële holdings naar Belgisch recht die niet onder het eerste lid vallen, moeten goedgekeurd worden wanneer de bepalingen van deze wet of van Verordening nr. 575/2013 van toepassing zijn op gesubconsolideerde basis.

Art. 212/2

§ 1.Financiële holdings en gemengde financiële holdings als bedoeld in artikel 212/1 kunnen om een vrijstelling van de toepassing van deze onderafdeling verzoeken wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:

1°de hoofdactiviteit van de financiële holding of gemengde financiële holding beperkt zich tot het houden van deelnemingen in dochterondernemingen. In het geval van een gemengde financiële holding heeft dit criterium enkel betrekking op de dochterondernemingen die kredietinstellingen of financiële instellingen zijn;

2°de financiële holding of gemengde financiële holding is niet aangewezen als een af te wikkelen entiteit, noch voor de groep als geheel, noch voor een of meer delen van de groep;

3°een dochterkredietinstelling of een financiële holding of gemengde financiële holding waaraan met toepassing van artikel 212/1 of overeenkomstig artikel 21bis van Richtlijn 2013/36/EU goedkeuring is verleend, is aangewezen als verantwoordelijke voor het waarborgen van de naleving door de groep van de prudentiële vereisten op geconsolideerde basis en krijgt de beschikking over alle benodigde prerogatieven om deze verplichtingen op effectieve wijze te vervullen;

4°de financiële holding of gemengde financiële holding houdt zich niet bezig met het nemen van bestuurs-, operationele of financiële beslissingen die een invloed hebben op de groep of op de dochterondernemingen ervan die kredietinstellingen of financiële instellingen zijn;

5°er is geen belemmering voor het doeltreffende toezicht op de groep op geconsolideerde basis.

§ 2.De in paragraaf 1 bedoelde vrijstelling doet geen afbreuk aan de naleving van de andere bepalingen van deze wet.

Financiële holdings of gemengde financiële holdings die in overeenstemming met dit artikel zijn vrijgesteld van goedkeuring, worden niet buiten de werkingssfeer van de consolidatie, of in voorkomend geval van de subconsolidatie gehouden die in Verordening nr. 575/2013 en in deze wet is bepaald.

Art. 212/3

Financiële holdings en gemengde financiële holdings als bedoeld in de artikelen 212/1 en 212/2 verstrekken aan de toezichthouder alle voor de beoordeling van de aanvraag benodigde informatie en met name:

1°de organisatiestructuur van de groep waarvan de financiële holding of de gemengde financiële holding deel uitmaakt, met duidelijke vermelding van de dochterondernemingen en, in voorkomend geval, de moederondernemingen ervan, en de locatie en het type van de activiteit van elk van de entiteiten in de groep;

2°informatie over de personen die belast zijn met de effectieve leiding van de financiële holding of de gemengde financiële holding en over de naleving van de vereisten die op hen van toepassing zijn;

3°informatie over de naleving van de vereisten die gelden voor de aandeelhouders en vennoten van de dochterkredietinstellingen van de financiële holding of gemengde financiële holding;

4°de interne organisatie en de verdeling van de taken binnen de groep;

5°informatie over de naleving door de financiële holding of gemengde financiële holding van de bepalingen van artikel 212.

Art. 212/4

De toezichthouder beslist over de in artikel 212/1 bedoelde goedkeuringsaanvragen en over de in artikel 212/2 bedoelde vrijstellingsaanvragen.

De toezichthouder stelt de financiële holding of de gemengde financiële holding in kennis van zijn beslissing.

De toezichthouder stelt de aanvrager in kennis van zijn beslissing binnen vier maanden na indiening van de aanvraag, of, indien de aanvraag onvolledig is, binnen vier maanden na ontvangst van een volledig dossier, doch uiterlijk zes maanden na indiening van de aanvraag.

Art. 212/5

De goedkeuring kan alleen worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1°de interne regelingen en de verdeling van de taken binnen de groep zijn adequaat met het oog op de naleving van de vereisten van deze wet en van Verordening nr. 575/2013 op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis en zijn, in het bijzonder, doeltreffend om:

a)alle dochterondernemingen van de financiële holding of de gemengde financiële holding te coördineren en er toezicht op te houden, waaronder, waar nodig, middels een adequate verdeling van taken tussen de dochterkredietinstellingen;

b)conflicten binnen de groep te voorkomen of te beheren; en

c)de door de financiële moederholding of gemengde financiële moederholding vastgestelde groepsbrede beleidsmaatregelen in de gehele groep te handhaven;

2°de organisatiestructuur van de groep waarvan de financiële holding of de gemengde financiële holding deel uitmaakt, vormt geen belemmering voor de uitoefening van een doeltreffend toezicht op individuele of geconsolideerde basis en, in voorkomend geval, op gesubconsolideerde basis, op de dochterkredietinstellingen of moederkredietinstellingen.

Bij de beoordeling van dat criterium wordt met name rekening gehouden met:

a)de positie van de financiële holding of de gemengde financiële holding in een meerlagige groep;

b)de aandeelhoudersstructuur; en

c)de rol van de financiële holding of gemengde financiële holding binnen de groep;

3°de naleving van de vereisten die gelden voor de aandeelhouders en vennoten van de dochterkredietinstellingen van de financiële holding of gemengde financiële holding;

4°de naleving van de bepalingen van artikel 212.

Art. 212/6

De toezichthouder houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden van artikel 212/5 of, in voorkomend geval, van artikel 212/2, § 1 en van de andere vereisten van deze wet of van Verordening nr. 575/2013 op geconsolideerde basis.

Financiële holdings en gemengde financiële holdings verstrekken de toezichthouder de informatie die nodig is om doorlopend toezicht te houden op de organisatiestructuur van de groep en op de naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 212/5 of, in voorkomend geval, artikel 212/2, § 1.

Art. 212/7

§ 1.Indien een financiële holding of een gemengde financiële holding niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 212/5 of aan alle andere vereisten die door of krachtens deze wet of door Verordening nr. 575/2013 op geconsolideerde basis zijn vastgelegd, legt de toezichthouder passende toezichtsmaatregelen op teneinde de naleving van deze vereisten en de continuïteit en de integriteit van het toezicht op geconsolideerde basis te waarborgen of te herstellen. In het geval van een gemengde financiële holding wordt rekening gehouden met de effecten van die maatregelen op het financieel conglomeraat.

Onverminderd de andere in deze wet vastgestelde maatregelen kunnen de toezichtsmaatregelen met name het volgende omvatten:

1°de stemrechten die verbonden zijn aan de aandelen in de dochterinstellingen waarvan de financiële holding of gemengde financiële holding de houder is, opschorten;

2°aanmaningen richten aan en maatregelen nemen tegen de financiële holding, de gemengde financiële holding of de leden van het leidinggevend orgaan en de effectieve leiding, met inbegrip van dwangsommen en sancties, met inachtneming van de artikelen 345 tot 347;

3°de financiële holding of gemengde financiële holding aanmanen om aan haar eigen aandeelhouders de deelnemingen in haar dochterinstellingen over te dragen;

4°op tijdelijke basis een andere financiële holding, gemengde financiële holding of kredietinstelling binnen de groep aanwijzen als verantwoordelijke voor de naleving van de vereisten van deze wet en van Verordening nr. 575/2013 op geconsolideerde basis;

5°dividenduitkeringen of betalingen, met name van rente, aan aandeelhouders beperken of verbieden;

6°van financiële holdings of gemengde financiële holdings vereisen dat zij hun deelnemingen in entiteiten uit de financiële sector in de zin van Verordening nr. 575/2013 geheel of gedeeltelijk afstoten;

7°van financiële holdings of gemengde financiële holdings vereisen dat zij met een plan komen om de naleving van de regels onverwijld te herstellen.

De toezichthouder kan in voorkomend geval beslissen om voor het opleggen van de in deze paragraaf bedoelde maatregelen een termijn vast te leggen.

§ 2.Indien een financiële holding of een gemengde financiële holding niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 212/2, eist de toezichthouder dat de financiële holding of gemengde financiële holding goedkeuring aanvraagt in overeenstemming met artikel 212/1.