Alle wetboeken › Bankwet

BOEK XI - HERSTEL EN AFWIKKELING VAN GROEPEN

TITEL I - Definities

423

Art. 423

Onverminderd de in artikel 3 bedoelde definities wordt voor de toepassing van dit Boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen verstaan onder:

1°EER-moederkredietinstelling: een EER-moederkredietinstelling in de zin van artikel 164, § 2, 3°, en van de artikelen 574 en 575;

2°Belgische EER-moederkredietinstelling: een Belgische EER-moederkredietinstelling in de zin van artikel 164, § 2, 4°, en van de artikelen 574 en 575;

2°/1 EER-moederbeursvennootschap, een moederbeursvennootschap die geen dochteronderneming is van een andere beursvennootschap of kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend, of van een in een van de lidstaten opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;

2°/2 moederbeursvennootschap in een lidstaat, een beursvennootschap die een beursvennootschap, een kredietinstelling of een financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een beursvennootschap, kredietinstelling of financiële instelling en zelf geen dochteronderneming is van een andere beursvennootschap of een kredietinstelling waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend, of van een in dezelfde lidstaat opgerichte financiële holding of gemengde financiële holding;

3°financiële moederholding in een lidstaat: een financiële moederholding in een lidstaat in de zin van artikel 164, § 2, 5°;

4°financiële EER-moederholding: een financiële EER-moederholding in de zin van artikel 164, § 2, 6°;

5°Belgische financiële EER-moederholding: een Belgische EER-moederholding in de zin van artikel 164, § 2, 7°;

6°gemengde financiële moederholding in een lidstaat: een gemengde financiële holding in een lidstaat in de zin van artikel 164, § 2, 8°;

7°gemengde financiële EER-moederholding: een gemengde financiële EER-moederholding in de zin van artikel 164, § 2, 9°;

8°Belgische gemengde financiële EER-moederholding: een Belgische gemengde financiële moederholding in de zin van artikel 164, § 2, 10°;

9°Belgische EER-moederonderneming: een Belgische EER-moederkredietinstelling, een Belgische financiële EER-moederholding of een Belgische gemengde financiële EER-moederholding;

10°EER-moederonderneming: een EER-moederkredietinstelling, een EER-moederbeurs-vennootschap, een financiële EER-moeder-holding of een gemengde financiële EER-moederholding;

11°moederonderneming in een lidstaat: een moederkredietinstelling in een lidstaat, een moederbeursvennootschap in een lidstaat, een financiële moederholding in een lidstaat of een gemengde financiële moederholding in een lidstaat;

12°groep: een moederonderneming en haar dochterondernemingen;

13°Belgische groep: een groep waarvan de moederonderneming een Belgische EER-moederonderneming is;

14°afwikkelingsautoriteit op groepsniveau: de afwikkelingsautoriteit in de lidstaat waar de consoliderende toezichthouder is gevestigd;

15°groepsafwikkelingsregeling: een plan dat met het oog op een groepsafwikkeling wordt opgesteld als bedoeld in artikel 465, § 1;

16°afwikkelingscollege: een afwikkelingscollege als bedoeld in artikel 468 of 469;

17°Europees afwikkelingscollege: een afwikkelingscollege als bedoeld in artikel 470;

18°bevoegde autoriteit: de nationale autoriteit van een lidstaat die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gemachtigd is om toezicht uit te oefenen op de holdings en instellingen als bedoeld in artikel 424, 1°, 2°, 3° en 4°;

19°geëigende autoriteit: de autoriteit van een lidstaat die volgens het nationaal recht van die lidstaat verantwoordelijk is voor het bepalen van de elementen bedoeld in artikel 250, § 2 en in artikel 457, § 1;

20°bevoegd ministerie: het ministerie bevoegd voor financiën of een ander ministerie van een lidstaat dat als bevoegd ministerie is aangeduid krachtens het nationaal recht van die lidstaat dat omzetting geeft aan Richtlijn 2014/59/EU;

21°....