§ 1.Worden gestraft met straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt:
1°de leden van het bestuursorgaan die de artikelen 3:1, § 1, tweede lid, 3:10 en 3:12 overtreden;
2°de leden van het bestuursorgaan, directeurs of lasthebbers van vennootschappen die opzettelijk één van de bepalingen van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 3:1, § 1, eerste lid, 3:37 en 3:38 overtreden;
3°de leden van het bestuursorgaan, directeurs en lasthebbers van vennootschappen die opzettelijk de artikelen 3:21 tot 3:32 en 3:36 en de in uitvoering daarvan genomen besluiten overtreden.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, worden zij gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.
De leden van het bestuursorgaan, directeurs of lasthebbers van vennootschappen worden wegens de overtreding van artikel 3:1, § 1, eerste lid, alleen dan met de in het eerste lid gestelde straffen gestraft, wanneer de vennootschap is failliet verklaard.
§ 2.De vennootschappen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe hun leden van het bestuursorgaan, directeurs of lasthebbers krachtens paragraaf 1 zijn veroordeeld.