Alle wetboeken › WVV

DEEL 1 Algemene bepalingen. › BOEK 3 De jaarrekening. › TITEL 1 Jaarrekeningen van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid.

HOOFDSTUK 4 Strafbepalingen.

3:43–3:46

Art. 3:43

§ 1.Worden gestraft met straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt:

1°de leden van het bestuursorgaan die de artikelen 3:1, § 1, tweede lid, 3:10 en 3:12 overtreden;

2°de leden van het bestuursorgaan, directeurs of lasthebbers van vennootschappen die opzettelijk één van de bepalingen van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 3:1, § 1, eerste lid, 3:37 en 3:38 overtreden;

3°de leden van het bestuursorgaan, directeurs en lasthebbers van vennootschappen die opzettelijk de artikelen 3:21 tot 3:32 en 3:36 en de in uitvoering daarvan genomen besluiten overtreden.

In de gevallen bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, worden zij gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt, als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.

De leden van het bestuursorgaan, directeurs of lasthebbers van vennootschappen worden wegens de overtreding van artikel 3:1, § 1, eerste lid, alleen dan met de in het eerste lid gestelde straffen gestraft, wanneer de vennootschap is failliet verklaard.

§ 2.De vennootschappen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe hun leden van het bestuursorgaan, directeurs of lasthebbers krachtens paragraaf 1 zijn veroordeeld.

Art. 3:44

Met een straf van niveau 3, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 16.000 euro bedraagt worden gestraft:

1°zij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, valsheid plegen in de door de wet of door de statuten voorgeschreven jaarrekening of de duurzaamheidsinformatie van een vennootschap:

-hetzij door valse handtekeningen te plaatsen;

-hetzij door geschriften of handtekeningen na te maken of te vervalsen;

-hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in de jaarrekening op te nemen;

-hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die deze akten tot voorwerp hebben op te nemen of vast te stellen;

2°zij die gebruik maken van die valse akten.

Voor de toepassing van het eerste lid bestaat de jaarrekening, zodra zij voor de vennoten of aandeelhouders ter inzage is gelegd.

Art. 3:45

De leden van een bestuursorgaan, evenals de personen die met het bestuur van een vestiging in België zijn belast, die een van de in de artikelen 2:24, § 1, 7°, § 2, 8°, en § 3, 2°, 3:5 en 3:6 bedoelde verplichtingen niet nakomen worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.

Indien de schending van deze artikelen gebeurt met bedrieglijk oogmerk kunnen zij worden gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.

Art. 3:45/1

§ 1.De leden van een bestuursorgaan, evenals de personen die met het bestuur van een vestiging in België zijn belast, die een van de in de artikelen 3:8/1, 3:8/2, 3:8/3, 3:12/1, 3:20/1, 3:20/2, 3:34/1 en 3:36/1 bedoelde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.

Indien de schending van deze artikelen gebeurt met bedrieglijk oogmerk kunnen zij worden gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.

§ 2.De ondernemingsrechtbank kan, op verzoek van de minister bevoegd voor Financiën, de minister bevoegd voor Economie, het openbaar ministerie of elke belanghebbende, een op Belgisch grondgebied opgerichte dochtervennootschap of geopend bijkantoor bevelen om een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting op te stellen en openbaar te maken, wanneer er wordt vastgesteld dat de betrokken dochtervennootschap is opgericht of het betrokken bijkantoor is geopend om de verplichtingen bedoeld in de artikelen 3:8/1, 3:8/2, 3:8/3, 3:12/1, 3:20/1, 3:20/2, 3:34/1 of 3:36/1 te omzeilen.

Art. 3:45/2

De leden van het bestuursorgaan van een vennootschap, evenals de personen die met de vertegenwoordiging van een bijkantoor in België zijn belast, die een van de in de artikelen 3:6/3, 3:6/9, 3:20/5 en 3:32/2 bedoelde verplichtingen niet nakomen worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt.

Indien de schending van deze artikelen gebeurt met bedrieglijk oogmerk kunnen zij worden gestraft met een straf van niveau 2, waarbij in afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, de geldboete ten hoogste 80.000 euro bedraagt..

Art. 3:46

Met de straffen gesteld in artikel 352 van het Strafwetboek wordt gestraft hij die in de Nationale Bank van België een bediening uitoefent en die zich schuldig maakt aan ruchtbaarmaking of aan mededeling aan een persoon buiten de Bank, hetzij, zonder voorafgaande toestemming van de aangever of de getelde, van individuele gegevens die naar het voorschrift van artikel 3:18, eerste lid, aan die Bank zijn toegezonden, hetzij van naamloze, globale statistieken die de Nationale Bank van België heeft opgemaakt op grond van artikel 3:18 en waarin gegevens zijn verwerkt die haar ter uitvoering van artikel 3:18, eerste lid, zijn toegezonden en nog niet zijn gepubliceerd door de Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie noch door de Nationale Bank van België.