Alle wetboeken › WVV

DEEL 1 Algemene bepalingen. › BOEK 3 De jaarrekening. › TITEL 1 Jaarrekeningen van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid. › HOOFDSTUK 1 Jaarrekening, jaarverslag en openbaarmakingsverplichtingen.

Afdeling 3/1 Verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting van bepaalde vennootschappen.

3:8/1–3:8/4

Art. 3:8/1

§ 1.De op zichzelf staande vennootschap, bedoeld in artikel 1:31/1, 5°, met een netto-omzetcijfer van meer dan 750.000.000 euro voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren stelt een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting op. De Koning bepaalt de vorm en inhoud van het verslag.

De op zichzelf staande vennootschap is niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichting onderworpen in de volgende gevallen:

1°wanneer de vennootschap, met inbegrip van haar bijkantoren en van haar vaste inrichtingen bedoeld in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, enkel onderworpen is aan het Belgische stelsel van inkomstenbelasting en derhalve geen belastingplichtige van een andere fiscale jurisdictie is;

2°wanneer de vennootschap een kredietinstelling is als bedoeld in de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, en een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting met toepassing van artikel 106, § 1, tweede lid, van voormelde wet en haar uitvoeringsbesluiten heeft opgesteld en openbaar gemaakt.

3°wanneer de vennootschap een beursvennootschap is als bedoeld in de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende diverse bepalingen, en een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting met toepassing van artikel 109, § 1, tweede lid, van voormelde wet en haar uitvoeringsbesluiten heeft opgesteld en openbaar gemaakt.

De op zichzelf staande vennootschap is niet langer aan de in het eerste lid bedoelde verplichting onderworpen wanneer het netto-omzetcijfer op de balansdatum voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren blijkens de jaarrekening het grensbedrag van 750.000.000 euro niet meer heeft overschreden.

§ 2.De Koning kan het in paragraaf 1 vermelde cijfer wijzigen, na overleg in de Ministerraad en na advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

Art. 3:8/2

§ 1.De dochtervennootschap die deel uitmaakt van een groep waarvan de uiteindelijke moederonderneming niet onder het recht van een lidstaat valt en waarvan het totaal van de inkomsten van die groep op de balansdatum voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren blijkens de geconsolideerde jaarrekening van de groep meer bedraagt dan 750.000.000 euro, stelt een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting betreffende die uiteindelijke moederonderneming op over het meeste recente van deze twee opeenvolgende boekjaren. De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het verslag.

De dochtervennootschap is niet langer aan de in het eerste lid bedoelde verplichting onderworpen wanneer het totaal van de inkomsten van de groep op de balansdatum voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren blijkens de geconsolideerde jaarrekening van de groep het grensbedrag van 750.000.000 euro niet meer heeft overschreden.

De inkomsten bedoeld in het eerste en het tweede lid worden gedefinieerd volgens het stelsel voor financiële verslaglegging waarop de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederonderneming is gebaseerd.

Een dochtervennootschap die overeenkomstig artikel 1:24 als kleine vennootschap wordt beschouwd, is niet onderworpen aan de in het eerste lid bedoelde verplichting.

Een dochtervennootschap of een verbonden vennootschap waarvan de moederonderneming van een andere lidstaat een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting heeft opgesteld en openbaar gemaakt overeenkomstig de voorschriften van die lidstaat is niet onderworpen aan de in het eerste lid bedoelde verplichting.

§ 2.De Koning kan het in paragraaf 1 vermelde cijfer wijzigen, na overleg in de Ministerraad en na advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

Art. 3:8/3

Is de informatie over de inkomstenbelasting niet beschikbaar, dan verzoekt de dochtervennootschap die onderworpen is aan de verplichting bedoeld in artikel 3:8/2, § 1, eerste lid, haar uiteindelijke moederonderneming om alle informatie te verstrekken die zij nodig heeft om zich van haar verplichtingen uit hoofde van artikel 3:8/2 te kwijten.

Verstrekt de uiteindelijke moederonderneming niet alle vereiste informatie, dan stelt de dochtervennootschap die onderworpen is aan de verplichting bedoeld in artikel 3:8/2, § 1, eerste lid, het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting op. Dit verslag bevat alle informatie waarover de onderworpen dochtervennootschap beschikt, of verkregen of verworven heeft, met daarbij gevoegd een verklaring dat haar uiteindelijke moederonderneming de nodige informatie niet beschikbaar heeft gesteld. Deze verklaring maakt deel uit van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting.

Art. 3:8/4

De dochtervennootschap is niet aan de in artikel 3:8/2, § 1, eerste lid, bedoelde verplichting onderworpen wanneer de uiteindelijke moederonderneming voor haar groep een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting heeft opgesteld, overeenkomstig artikel 48quater van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en wanneer aan de volgende criteria wordt voldaan:

1°het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting van de uiteindelijke moederonderneming is gratis en voor het publiek toegankelijk, in een elektronische, machineleesbare vorm openbaar gemaakt:

a)op de website van die uiteindelijke moederonderneming;

b)in ten minste een van de officiële talen van de Europese Unie;

c)niet later dan twaalf maanden na de balansdatum van het boekjaar waarover het verslag wordt opgesteld;

2°het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting vermeldt de naam en de zetel van de betrokken dochtervennootschap.

Vanaf de datum van publicatie blijft het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting ten minste vijf jaar lang onafgebroken op de website van de uiteindelijke moederonderneming beschikbaar.