Alle wetboeken › WVV

DEEL 1 Algemene bepalingen. › BOEK 3 De jaarrekening. › TITEL 1 Jaarrekeningen van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid. › HOOFDSTUK 1 Jaarrekening, jaarverslag en openbaarmakingsverplichtingen.

Afdeling 4 Openbaarmakingsverplichtingen.

3:9–3:20/5

Art. 3:9

Tenzij het gaat om één van de in artikel 3:1, § 3, 1°, 2° of 3°, bedoelde vennootschappen of om één van de in artikel 1:12, 5°, bedoelde organisaties van openbaar belang is deze onderafdeling niet van toepassing op:

1°de kleine vennootschappen die de vorm hebben aangenomen van een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap;

2°de vennootschappen onder firma, de commanditaire vennootschappen en de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan alle onbeperkt aansprakelijke vennoten natuurlijke personen zijn.

Art. 3:10

De jaarrekening moet door toedoen van het bestuursorgaan worden neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Deze neerlegging gebeurt binnen dertig dagen nadat de jaarrekening is goedgekeurd, en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar.

Indien de jaarrekening niet werd neergelegd zoals bepaald in het tweede lid, wordt de door derden geleden schade, behoudens tegenbewijs, geacht voort te vloeien uit dit verzuim.

Art. 3:11

De niet-genoteerde kleine vennootschappen, de kleine vennootschappen die geen organisaties van openbaar belang als bedoeld in artikel 1:12, 2°, zijn, en de microvennootschappen mogen hun jaarrekening, die respectievelijk krachtens artikel 3:2, eerste lid, of krachtens artikel 3:3, eerste lid, in een verkorte vorm of microvorm is opgesteld, in deze verkorte vorm of microvorm openbaar maken.

Art. 3:12

§ 1.Binnen dertig dagen nadat de jaarrekening is goedgekeurd en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar, worden door toedoen van het bestuursorgaan neergelegd bij de Nationale Bank van België:

1°een stuk met de volgende gegevens: de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de leden van het bestuursorgaan, naar gelang van het geval, en van de commissaris in functie. Indien de jaarrekening is geverifieerd en/of gecorrigeerd door een gecertificeerd accountant of een bedrijfsrevisor, moeten ook de naam, de voornaam, het beroep, het professioneel adres van de gecertificeerd accountant of van de bedrijfsrevisor evenals hun lidmaatschapsnummer bij hun instituut worden vermeld. Het bestuursorgaan vermeldt, in voorkomend geval, dat geen enkele verificatie- of correctietaak werd opgedragen aan een extern accountant of bedrijfsrevisor;

2°een overzicht van de bestemming van het resultaat indien deze bestemming niet blijkt uit de jaarrekening;

3°een stuk met vermelding, al naar het geval, van de datum van neerlegging van de uitgifte van de authentieke of het dubbel van de onderhandse oprichtingsakte of van de datum van neerlegging van de bijgewerkte volledige tekst van de statuten;

4°het verslag van de commissaris opgesteld overeenkomstig artikel 3:74 en in voorkomend geval, het assuranceverslag over de duurzaamheidsinformatie;

5°een stuk met de volgende gegevens, tenzij die reeds afzonderlijk in de jaarrekening worden vermeld:

a)het bedrag, bij de jaarafsluiting, van de schulden of van de gedeelten daarvan, gewaarborgd door de Belgische overheid;

b)het bedrag, op dezelfde datum, van de opeisbare schulden bij de belastingbesturen en bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ongeacht of uitstel van betaling is verkregen;

c)het bedrag over het afgesloten boekjaar van de kapitaal- en rentesubsidies uitbetaald of toegekend door openbare besturen of instellingen;

6°in voorkomend geval, een stuk dat de vermeldingen bevat van het jaarverslag voorgeschreven door artikel 3:6. Eenieder kan op de zetel van de vennootschap inzage nemen van het jaarverslag en daarvan, zelfs op schriftelijke aanvraag, kosteloos een volledige kopie krijgen. Deze verplichting geldt niet voor de niet-genoteerde kleine vennootschappen of de kleine vennootschappen die geen organisaties van openbaar belang als bedoeld in artikel 1:12, 2°, zijn, tenzij het gaat om één van de in artikel 3:1, § 3, 1°, 2° of 3°, bedoelde vennootschappen of om een van de in artikel 1:12, 5°, bedoelde organisaties van openbaar belang;

7°een lijst van vennootschappen waarin de vennootschap een deelneming bezit zoals bepaald in artikel 1:22. Voor elk van deze ondernemingen worden de volgende gegevens vermeld:

a)de naam, de zetel en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen;

b)het aantal maatschappelijke rechten dat de vennootschap rechtstreeks houdt en het percentage vertegenwoordigd door dit bezit, evenals het percentage maatschappelijke rechten dat dochtervennootschappen houden;

c)het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is.

Het aantal gehouden maatschappelijke rechten en het percentage dat ze vertegenwoordigen worden in voorkomend geval vermeld per soort van uitgegeven maatschappelijke rechten. Dezelfde gegevens worden verstrekt over de rechtstreeks of onrechtstreeks gehouden conversie- en inschrijvingsrechten.

Het bedrag van het eigen vermogen en het nettoresultaat over het laatste boekjaar waarvoor de jaarrekening beschikbaar is, mogen worden weggelaten indien de betrokken onderneming deze gegevens niet moet openbaar maken; deze uitzondering geldt evenwel niet voor dochterondernemingen.

Het bedrag van het eigen vermogen en van het nettoresultaat van de buitenlandse ondernemingen wordt uitgedrukt in vreemde munt. Deze munt wordt vermeld.

In deze lijst wordt in voorkomend geval een overzicht toegevoegd van ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is in haar hoedanigheid van onbeperkt aansprakelijke vennoot of lid.

Voor elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is, worden volgende gegevens verstrekt: de naam, de zetel, de rechtsvorm en zo het een onderneming naar Belgisch recht betreft, het ondernemingsnummer dat haar werd toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen.

De jaarrekening van elk van de ondernemingen waarvoor de vennootschap onbeperkt aansprakelijk is wordt bij dit overzicht gevoegd en samen hiermee openbaar gemaakt. Op voorwaarde dat dit in het overzicht wordt vermeld, is dit voorschrift echter niet van toepassing wanneer de jaarrekening van deze onderneming zelf wordt openbaar gemaakt op een wijze die strookt met artikel 3:10 of daadwerkelijk wordt openbaar gemaakt in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, overeenkomstig artikel 16 van richtlijn 2017/1132/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017. Dit voorschrift is evenmin van toepassing op een maatschap;

8°de sociale balans voorgeschreven door de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid;

9°voor de vennootschappen waarin de overheid of één of meer publiekrechtelijke rechtspersonen een controle uitoefent zoals gedefinieerd in artikel 1:14: een remuneratieverslag met een overzicht, op individuele basis, van het bedrag van de remuneratie en andere betaalde voordelen, zowel in geld als in natura, die, rechtstreeks of onrechtstreeks, door de vennootschap of een vennootschap die tot de consolidatiekring van de vennootschap behoort, aan niet-uitvoerende bestuurders en de uitvoerende bestuurders wat betreft hun mandaat als lid van het bestuursorgaan tijdens het door het jaarverslag behandelde boekjaar werden toegekend;

10°alle andere documenten die tegelijk met de jaarrekening moeten worden neergelegd krachtens dit wetboek.

§ 2.Informatie die reeds afzonderlijk in de jaarrekening wordt vermeld hoeft niet te worden herhaald in een document dat overeenkomstig dit artikel moet worden neergelegd.

§ 3.Indien de stukken bedoeld in dit artikel niet werden neergelegd overeenkomstig paragraaf 1, wordt de door derden geleden schade, behoudens tegenbewijs, geacht voort te vloeien uit dit verzuim.

Art. 3:12/1

Het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting wordt opgesteld door toedoen van het bestuursorgaan van de betrokken vennootschap bedoeld in de artikelen 3:8/1 en 3:8/2, en daarna binnen twaalf maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar waarover het verslag wordt opgesteld, neergelegd bij de Nationale Bank van België.

Tegelijk met de neerlegging bij de Nationale Bank van België, publiceert het bestuursorgaan van de vennootschap het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting op de website van de vennootschap. Het verslag blijft vijf jaar onafgebroken en gratis toegankelijk op de website.

De vennootschap is vrijgesteld van de openbaarmaking op haar website wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1°de website bevat een vermelding van de vrijstelling;

2°de website bevat een verwijzing naar het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting dat bij de Nationale Bank van België neergelegd en openbaar gemaakt werd.

Art. 3:13

De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en op welke wijze de stukken bedoeld in de artikelen 3:10 en 3:12 worden neergelegd en stelt het bedrag vast van de openbaarmakingskosten, alsook de wijze van betaling.

Hij bepaalt welke categorieën van vennootschappen die neerlegging anders mogen uitvoeren dan langs elektronische weg.

De vennootschappen die hun jaarrekening, en in voorkomend geval hun geconsolideerde jaarrekening, openbaar maken door neerlegging bij de Nationale Bank van België meer dan één maand na het verstrijken van de in artikel 3:10, tweede lid, in artikel 3:20, § 1, tweede lid, in artikel 3:35, tweede lid, of in artikel 2:99, tweede lid, bedoelde termijn van zeven maanden na afsluiting van het boek jaar, dragen bij in de door de federale toezichthoudende overheden gemaakte kosten voor de opsporing en controle van ondernemingen in moeilijkheden.

Deze bijdrage bedraagt:

1°400 euro, wanneer de jaarrekening of, in voorkomend geval, de geconsolideerde jaarrekening neergelegd wordt tijdens de negende maand na de afsluiting van het boek jaar;

2°600 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de tiende maand en tot de twaalfde maand na de afsluiting van het boek jaar;

3°1.200 euro, wanneer deze stukken neergelegd worden vanaf de dertiende maand na de afsluiting van het boek jaar.

De in het vierde lid bedoelde bedragen worden teruggebracht tot respectievelijk 120, 180 en 360 euro voor de kleine vennootschappen of microvennootschappen die gebruik maken van de mogelijkheid bedoeld in artikel 3:11 om hun jaarrekening volgens het verkort schema of microschema openbaar te maken.

Deze bijdrage wordt door de Nationale Bank van België samen met de kosten voor de openbaarmaking van de betrokken jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening geïnd voor rekening van de federale overheid, volgens de nadere regels die de Koning bepaalt.

De bedragen bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden elk jaar op 1 januari automatisch aangepast in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van de maand november van het voorgaande jaar, naar boven afgerond op de eerstvolgende hogere euro. De aanvangsindexcijfer voor de indexeringsformule is de index van oktober 2018. De aangepaste bedragen worden uiterlijk op 15 december van elk jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

In geval van overmacht, en ten laatste binnen de achttien maanden na de afsluiting van het desbetreffende boek jaar, kunnen de vennootschappen een aanvraag tot terugbetaling indienen van de betaalde bijdrage tot de kosten gemaakt door de federale toezichthoudende overheden.

De Koning legt de nadere regels vast betreffende deze aanvraag tot terugbetaling.

Art. 3:14

De neerlegging wordt slechts aanvaard indien de bepalingen die zijn uitgevaardigd ter uitvoering van artikel 3:13 zijn nageleefd. Tenzij andersluidend bericht vanwege de Nationale Bank van België aan de vennootschap binnen acht werkdagen na de datum van ontvangst van de stukken, wordt de neerlegging geacht te zijn aanvaard op de datum van de neerlegging.

Wanneer op grond van de rekenkundige en logische controles van de Nationale Bank van België, in de neergelegde jaarrekening fouten blijken, brengt zij die ter kennis van de vennootschap en, in voorkomend geval, van haar commissaris.

Wanneer uit die kennisgeving blijkt dat de neergelegde jaarrekening volgens het oordeel van de Nationale Bank van België wezenlijke fouten bevat, legt de vennootschap binnen twee maanden te rekenen van de verzending van de lijst met fouten een verbeterde versie van de jaarrekening neer.

Art. 3:15

De Nationale Bank van België verstrekt op ieders verzoek een kopie, in de vorm vastgesteld door de Koning, van de stukken bedoeld in de artikelen 3:10, 3:12, 3:12/1, 3:20/1 en 3:36/1, hetzij van al die stukken, hetzij van de stukken betreffende een met name te noemen vennootschap en nader op te geven jaren.

De Koning stelt het bedrag vast van de kosten die aan de Nationale Bank van België moeten worden betaald om de kopieën bedoeld in het eerste lid te verkrijgen.

Enkel de kopieën die de Nationale Bank van België verstrekt, gelden als bewijs van de neergelegde stukken. De griffies van de ondernemingsrechtbanken verkrijgen van de Nationale Bank van België, onverwijld en kosteloos, een kopie van alle stukken bedoeld in de artikelen 3:10, 3:12, 3:12/1, 3:20/1 en 3:36/1, op de wijze bepaald door de Koning.

Art. 3:16

Wanneer een vennootschap naast de bij de artikelen 3:10 en 3:12 voorgeschreven openbaarmaking, haar jaarrekening en jaarverslag in hun geheel op een andere wijze verspreidt, moeten zij worden weergegeven in de vorm en met de inhoud van de documenten die het voorwerp hebben uitgemaakt van het verslag van de commissaris. Zij moeten vergezeld gaan van de tekst van dit verslag. Heeft de commissaris over de jaarrekening een goedkeurende verklaring zonder voorbehoud afgegeven, dan mag de tekst van zijn verslag worden vervangen door zijn verklaring.

Art. 3:17

Onverminderd de openbaarmaking vereist door de artikelen 3:10 en 3:12, kunnen vennootschappen ook een verkorte versie van hun jaarrekening verspreiden, voor zover deze geen vertekend beeld geeft van het vermogen, van de financiële positie en van de resultaten van de vennootschap. In dat geval wordt vermeld dat het om een verkorte versie gaat en wordt verwezen naar de openbaarmaking verricht volgens wettelijk voorschrift. Wanneer de jaarrekening nog niet is neergelegd, wordt hiervan melding gemaakt. Deze verkorte versie mag niet vergezeld gaan van het verslag noch van de goedkeurende verklaring van de commissaris. Er moet evenwel worden vermeld of een verklaring zonder voorbehoud, een verklaring met voorbehoud of een afkeurende verklaring werd gegeven, dan wel of de commissaris geen oordeel heeft kunnen uitspreken. Ook moet in voorkomend geval worden vermeld of de commissaris in zijn verslag in het bijzonder de aandacht heeft gevestigd op bepaalde aangelegenheden, ongeacht of al dan niet een voorbehoud werd geformuleerd in de verklaring.

Art. 3:18

De Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zendt aan de Nationale Bank van België, op haar verzoek, kosteloos de jaarrekeningen en andere boekhoudkundige stukken waarvan de mededeling aan het Nationaal Instituut voor de Statistiek wordt opgelegd overeenkomstig de wet van 4 juli 1962 waarbij de regering wordt gemachtigd statistische en andere onderzoekingen te houden betreffende de demografische, economische en sociale toestand van het land.

De Nationale Bank van België is bevoegd om op de wijze die de Koning bepaalt, naamloze globale statistieken op te maken en te publiceren betreffende de gegevens of een gedeelte van de gegevens uit de stukken die haar overeenkomstig het eerste lid en overeenkomstig de artikelen 3:10 en 3:12 zijn toegezonden.

Art. 3:19

§ 1.De jaarrekening, zelfs goedgekeurd door de vennoten verenigd in vergadering of de algemene vergadering en ingediend overeenkomstig de artikelen 3:1 en 3:10, kan niet alleen worden gecorrigeerd in geval van materiële fouten, valse of dubbel geboekte posten als bedoeld in artikel 1368 van het Gerechtelijk Wetboek, maar ook in geval van dwaling in rechte of in feite, met inbegrip van een dwaling in de waardering van een post of een inbreuk op het boekhoudrecht.

Zij moet worden gecorrigeerd indien de verrichte boeking een inbreuk op het boekhoudrecht impliceert, waardoor de jaarrekening geen getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële toestand en het resultaat van de vennootschap.

§ 2.Tenzij de correctie resulteert uit de rechtzetting door het bestuursorgaan van loutere materiële fouten, moet zij ter goedkeuring worden voorgelegd aan de vennoten verenigd in vergadering of de algemene vergadering wanneer dat wettelijk is vereist.

Art. 3:20

§ 1.Elke buitenlandse vennootschap, die een bijkantoor heeft in België, is gehouden haar jaarrekening, en in voorkomend geval haar geconsolideerde jaarrekening, over het laatst afgesloten boekjaar neer te leggen bij de Nationale Bank van België, in de vorm waarin deze rekeningen werden opgesteld, gecontroleerd en openbaar gemaakt volgens het recht van de Staat waaronder de vennootschap valt.

Deze neerlegging gebeurt jaarlijks, binnen de maand volgend op de goedkeuring ervan, en ten laatste zeven maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar.

De Koning kan van de vorige leden afwijken voor de buitenlandse vennootschappen waarvan de financiële instrumenten opgenomen zijn in een Belgische gereglementeerde markt, als bedoeld in artikel 3, 8°, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van richtlijn 2014/65/EU.

§ 2.De artikelen 3:12 tot 3:16 zijn van toepassing op de stukken bedoeld in paragraaf 1.

§ 3.De in paragraaf 1 bedoelde verplichting geldt ook voor de jaarrekening van het bijkantoor van een vennootschap die niet is onderworpen aan het boekhoudrecht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en waarvan het boekhoudrecht ook niet gelijkwaardig is aan het Europese boekhoudstelsel neergelegd in richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013, opgemaakt overeenkomstig artikel 3:1, § 2.

Art. 3:20/1

§ 1.Het bijkantoor bedoeld in artikel 2:24, dat voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren een jaaromzet van minstens 9.000.000 euro heeft en door een onderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt geopend is, maakt een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting openbaar, in één van de volgende gevallen:

1°het bijkantoor is geopend door een onderneming die een verbonden onderneming is van een groep waarvan de uiteindelijke moederonderneming niet onder het recht van een lidstaat valt en waarvan het totaal van de geconsolideerde inkomsten van de groep op haar balansdatum voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren blijkens haar geconsolideerde jaarrekening meer bedraagt dan 750.000.000 euro;

2°het bijkantoor is geopend door een op zichzelf staande onderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt en waarvan de totale inkomsten op diens balansdatum voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren blijkens de jaarrekening van de op zichzelf staande onderneming meer dan 750.000.000 euro bedragen.

De inkomsten bedoeld in het eerste lid worden gedefinieerd volgens het stelsel voor financiële verslaglegging waarop de jaarrekening van de op zichzelf staande onderneming of de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederonderneming is gebaseerd.

In afwijking van het eerste lid, is het bijkantoor vrijgesteld van de verplichting tot het openbaar maken van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting betreffende de uiteindelijke moederonderneming, wanneer het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting betreffende de uiteindelijke moederonderneming is openbaar gemaakt overeenkomstig de artikelen 3:8/4 en 3:12/1.

Het bijkantoor is niet langer aan de in het eerste lid bedoelde verplichting onderworpen wanneer het totaal van de geconsolideerde inkomsten van die uiteindelijke moederonderneming of die op zichzelf staande onderneming op de balansdatum voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren blijkens de geconsolideerde jaarrekening van de groep het grensbedrag van 750.000.000 euro niet heeft overschreden.

Het bijkantoor is niet langer aan de in het eerste lid bedoelde verplichting onderworpen wanneer de jaaromzet van het bijkantoor op de balansdatum voor elk van de laatste twee opeenvolgende boekjaren minder dan 9.000.000 euro bedraagt.

§ 2.Het bijkantoor onderworpen aan de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde verplichting, geopend door een op zichzelf staande onderneming die niet onder het recht van een lidstaat valt, legt het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting van die onderneming binnen twaalf maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar waarover het verslag wordt opgesteld, neer bij de Nationale Bank van België.

Tegelijk met de neerlegging bij de Nationale Bank van België, wordt het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting gepubliceerd op de website van het bijkantoor.

Het verslag blijft vijf jaar onafgebroken en gratis toegankelijk op de website van het bijkantoor. Het bijkantoor is vrijgesteld van de openbaarmaking op de website, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1°de website bevat een vermelding van de vrijstelling;

2°de website bevat een verwijzing naar het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting dat bij de Nationale Bank van België neergelegd en openbaar gemaakt werd.

§ 3.Het bijkantoor onderworpen aan de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde verplichting, geopend door een verbonden onderneming van een groep waarvan de uiteindelijke moederonderneming niet onder het recht van een lidstaat valt, legt het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting van de uiteindelijke moederonderneming binnen twaalf maanden na de datum van afsluiting van het boekjaar waarover het verslag wordt opgesteld, neer bij de Nationale Bank van België.

Tegelijk met de neerlegging bij de Nationale Bank van België, wordt het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting gepubliceerd op de website van het bijkantoor of de verbonden onderneming van de groep.

Het verslag blijft vijf jaar onafgebroken en gratis toegankelijk op de website. Het bijkantoor of de verbonden onderneming van de groep is vrijgesteld van de openbaarmaking op de website, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1°de website bevat een vermelding naar de vrijstelling;

2°de website bevat een verwijzing naar het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting dat bij de Nationale Bank van België neergelegd en openbaar gemaakt werd.

§ 4.De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting dat het bijkantoor uit hoofde van dit artikel moet neerleggen.

§ 5.De Koning kan de in paragraaf 1 vermelde cijfers wijzigen, na overleg in de Ministerraad en na advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven.

Art. 3:20/2

Beschikt het bijkantoor niet over nodige informatie van de uiteindelijke moederonderneming, dan verzoekt de verantwoordelijke persoon van het bijkantoor onderworpen aan de verplichting bedoeld in artikel 3:20/1, § 1, eerste lid, haar uiteindelijke moederonderneming om alle informatie te verstrekken die het nodig heeft om zich van zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 3:20/1 te kwijten.

Verstrekt de uiteindelijke moederonderneming niet alle vereiste informatie, dan stelt het bijkantoor het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting op en maakt het openbaar. Dit verslag bevat alle informatie waarover het bijkantoor onderworpen aan de verplichting bedoeld in artikel 3:20/1, § 1, eerste lid, beschikt, of verkregen of verworven heeft, met daarbij gevoegd een verklaring dat haar uiteindelijke moederonderneming de nodige informatie niet beschikbaar heeft gesteld. Deze verklaring maakt deel uit van het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting.

Art. 3:20/3

Het bijkantoor is niet aan de in artikel 3:20/1 bedoelde verplichtingen onderworpen wanneer de uiteindelijke moederonderneming of de op zichzelf staande onderneming een verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting heeft opgesteld overeenkomstig artikel 48quater van de voornoemde Richtlijn 2013/34/EU, en aan de volgende criteria wordt voldaan:

1°het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting van de uiteindelijke moederonderneming of de op zichzelf staande onderneming is gratis en voor het publiek toegankelijk, in een elektronische, machineleesbare vorm:

a)op de website van die uiteindelijke moederonderneming of die op zichzelf staande onderneming;

b)in ten minste een van de officiële talen van de Europese Unie;

c)niet later dan twaalf maanden na de balansdatum van het boekjaar waarover het verslag wordt opgesteld;

2°het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting vermeldt het ondernemingsnummer, de naam en het adres van het bijkantoor.

Vanaf de datum van publicatie blijft het verslag inzake informatie over de inkomstenbelasting ten minste vijf jaar lang op de website beschikbaar.

Art. 3:20/4

Dit artikel is van toepassing op Belgische bijkantoren die voldoen aan de volgende voorwaarden:

1°die geopend zijn door:

a)hetzij door een op zichzelf staande onderneming van een derde land,

b)hetzij door een uiteindelijke moederonderneming van een derde land, of

c)hetzij door een dochteronderneming van een derde land die deel uitmaakt van een groep met een uiteindelijke moederonderneming van een derde land;

2°die op balansdatum een jaarlijkse netto-omzet behaald hebben van meer dan 40 miljoen euro gedurende het laatst afgesloten boekjaar.

De in het eerste lid bedoelde bijkantoren maken de netto-omzet van de onderneming van een derde land openbaar, als volgt:

1°berekend op de datum van afsluiting van het boekjaar, de netto-omzet gerealiseerd in België;

2°berekend op de datum van afsluiting van het boekjaar, de netto-omzet behaald door economische activiteiten binnen de lidstaten.

De netto-omzet van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land wordt berekend op geconsolideerde basis.

Art. 3:20/5

§ 1.De uiteindelijke moederonderneming, of diens vertegenwoordiger van het in artikel 3:20/4 bedoelde bijkantoor, maakt een verslag over specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land openbaar.

Deze specifieke duurzaamheidsinformatie omvat de informatie bedoeld in artikel 3:32/3, § 1, 1°, c) tot e), 2° tot 8°, en in voorkomend geval, 10°. Is het bijkantoor geopend door een op zichzelf staande onderneming van een derde land, dan gebeurt de verslaglegging van de specifieke duurzaamheidsinformatie op individuele basis. Heeft de specifieke duurzaamheidsinformatie betrekking op de uiteindelijke moederonderneming van een derde land, dan gebeurt de verslaglegging op het niveau van de groep.

§ 2.Zijn vrijgesteld van de openbaarmaking van het verslag over specifieke duurzaamheidsinformatie bedoeld in paragraaf 1, eerste lid:

1°het bijkantoor van een onderneming van een derde land die gedurende de laatste twee opeenvolgende boekjaren in de lidstaten, haar netto-omzet op groepsniveau of indien niet van toepassing, op individueel niveau, gedefinieerd in artikel 3:20/4, tweede lid, 2°, het grensbedrag van 150 miljoen euro, niet heeft overschreden;

2°het bijkantoor dat een jaarlijkse netto-omzet van minder dan 40 miljoen euro, te rekenen op basis van het laatst afgesloten boekjaar behaalt;

3°het bijkantoor van een uiteindelijke moederonderneming van een derde land waarvan de dochtervennootschap reeds het verslag van de specifieke duurzaamheidsinformatie van die uiteindelijke moederonderneming heeft openbaar gemaakt.

§ 3.Het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de moederonderneming van een derde land wordt opgesteld volgens een van de volgende standaarden:

1°de standaarden van specifieke duurzaamheidsinformatie die de Europese Commissie heeft aangenomen volgens de uitvoeringsverordening tot uitvoering van artikel 40ter van Richtlijn 2013/34/EU;

2°de standaarden voor duurzaamheidsinformatie die de Europese Commissie vaststelt volgens de uitvoeringsverordening tot uitvoering van artikel 29ter van Richtlijn 2013/34/EU;

3°of op een wijze die gelijkwaardig is aan de standaarden van duurzaamheidsinformatie, bedoeld in 1° en 2°, op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG.

§ 4.Is de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land niet beschikbaar, dan verzoekt de vertegenwoordiger van het bijkantoor de onderneming van een derde land alle vereiste duurzaamheidsinformatie te verstrekken om hem in staat te stellen aan de in dit artikel bedoelde verplichtingen te voldoen.

Verstrekt de onderneming van een derde land niet alle vereiste duurzaamheidsinformatie, dan stelt de vertegenwoordiger van het bijkantoor het verslag over de vereiste specifieke duurzaamheidsinformatie op. Het bijkantoor brengt een verklaring uit waaruit blijkt dat de onderneming van een derde land niet de nodige informatie heeft verstrekt.

Bovendien verzoekt de vertegenwoordiger van het bijkantoor de onderneming van het derde land hem het assuranceoordeel over de specifieke duurzaamheidsinformatie, uitgebracht door een of meer personen of ondernemingen die uit hoofde van het nationaal recht van de uiteindelijke moederonderneming uit het derde land, of uit hoofde van het nationaal recht van een lidstaat, of Belgisch recht, gerechtigd zijn een oordeel over de assurance van de specifieke duurzaamheidsinformatie af te geven, over te maken.

Indien de uiteindelijke moederonderneming uit het derde land het assuranceoordeel niet overeenkomstig het derde lid verstrekt, geeft het bijkantoor een verklaring af waaruit blijkt dat de onderneming uit het derde land het benodigde assuranceoordeel niet ter beschikking heeft gesteld.

§ 5.De vertegenwoordiger van het bijkantoor legt binnen zeven maanden na datum van afsluiting van het boekjaar het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land, vergezeld van het bijhorende assuranceoordeel, neer bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België, volgens de nadere regels bepaald door de Koning.

Het bijkantoor legt het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land neer in de taal of in één van de officiële talen van het taalgebied waar het bijkantoor is gevestigd.

Hetzelfde bijkantoor mag daarenboven het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land in een of meer andere officiële talen van de Europese Unie vertalen en het als vertaling neerleggen.

§ 6.De Koning kan nadere regels voor het opstellen en het openbaar maken van specifieke duurzaamheidsinformatie van een onderneming van een derde land vaststellen, met inbegrip van de assurance van deze specifieke duurzaamheidsinformatie.