Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen › Titel VI - Faillissement › HOOFDSTUK 3 - Beheer en vereffening van de boedel

Afdeling 3 - Beheer van het faillissement

XX.131–XX.154

Art. XX.131

§ 1.Het register bevat, voor elk faillissement, een dossier dat ten minste het volgende bevat:

1°een voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis van faillietverklaring, van het vonnis dat het tijdstip van de staking van betaling bepaalt en van de beslissingen gewezen na uitoefening van de rechtsmiddelen tegen deze vonnissen;

2°het uittreksel van de bekendmakingen bedoeld in deze titel;

3°de beschikkingen genomen door de rechter-commissaris;

4°in voorkomend geval het proces-verbaal van plaatsopneming en de in artikel XX.134 bedoelde boedelbeschrijving;

5°de aangiften van schuldvordering en hun bijlagen;

6°de processen-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen;

7°de tabel bedoeld in artikel XX.164;

8°de door de curatoren opgemaakte verslagen en uitdelingslijsten, bedoeld in de artikelen XX.128, XX.135, XX.168, XX.171 en XX.192;

9°de balans bedoeld in artikel XX.147;

10°de lijst van de dadingen en de desbetreffende homologaties bedoeld in artikel XX.151;

11°de vereenvoudigde rekening bedoeld in artikel XX.170;

§ 2.De schuldenaar en de schuldeisers die een schuldvordering hebben aangegeven, hebben toegang op afstand tot het faillissementsdossier overeenkomstig artikel XX.18. Andere belanghebbenden vragen via het register toegang aan de rechter-commissaris die bij beschikking de toegang weigert of toestaat.

Elke belanghebbende kan via de curator een materiële kopie krijgen van de in het register opgenomen bestanden die niet onder het beroepsgeheim of het zakengeheim vallen, op voorwaarde dat hij een retributie betaalt zoals bepaald bij artikel XX.19.

De Koning regelt de wijze waarop deze paragraaf wordt toegepast.

Art. XX.132

De curatoren nemen dadelijk na het vonnis van faillietverklaring hun taak op zich nadat zij de aanvaarding van hun ambt hebben bevestigd.

Zij beheren het faillissement als een goed huisvader onder toezicht van de rechter-commissaris.

De curatoren werken actief en prioritair mee aan het vaststellen van het bedrag van de aangegeven schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde onderneming.

Art. XX.133

De rechter-commissaris beslist, in overleg met de curatoren of een plaatsopneming aangewezen is, desgevallend in aanwezigheid van de griffier.

Hij verwittigt op voorhand de Orde of het Instituut als de plaatsopneming geschiedt bij een beroepsbeoefenaar van een vrij beroep.

De artikelen 1010, eerste lid, 1011, 1013 en 1015, eerste zin, van het Gerechtelijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsopneming.

Art. XX.134

Vanaf hun ambtsaanvaarding maken de curatoren onverwijld en onder toezicht van de rechter-commissaris de inventaris van de goederen van de gefailleerde, zowel roerende als onroerende, materiële en immateriële, in zijn tegenwoordigheid of nadat hij behoorlijk is opgeroepen. De rechter-commissaris ondertekent de inventaris. De ondertekende inventaris wordt neergelegd in het register.

In de inventaris worden alle goederen inclusief elk van de in artikel XX.110, § 3, bedoelde goederen afzonderlijk beschreven.

De curatoren kunnen zich, met machtiging van de rechter-commissaris, voor het opmaken van de inventaris, alsmede voor het schatten van de voorwerpen, de materiële bewaring van de activa en de verkoop ervan, onder hun verantwoordelijkheid laten bijstaan door degene die zij daartoe geschikt achten.

Art. XX.135

§ 1.Wanneer blijkt dat het actief ontoereikend is om de vermoedelijke kosten voor het beheer en de vereffening van het faillissement te dekken, kan de rechtbank op verzoek van de curatoren of zelfs ambtshalve na de curatoren te hebben gehoord de sluiting van het faillissement uitspreken. De gefailleerde wordt opgeroepen met een gerechtsbrief die de tekst van dit artikel bevat.

Het verzoekschrift kan op elk ogenblik in het register worden neergelegd, zelfs wanneer de inventaris nog niet is opgesteld.

De curator legt, in het register, samen met zijn verzoekschrift een verslag neer over de vraag of de gefailleerde natuurlijke persoon kennelijke grove fouten heeft begaan die hebben bijgedragen tot het faillissement, of wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand op de vragen van de rechter-commissaris of van de curator onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.De curator kan ook, in het verzoekschrift tot sluiting, het verzoek indienen bedoeld in artikel XX.173, § 3, of vorderen dat de rechtbank uitspraak zou doen over het verbod bedoeld in artikel XX.229, §§ 1, 2 en 4.

§ 2.De beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement brengt de ontbinding van de rechtspersoon en de onmiddellijke sluiting van de vereffening mee wanneer wordt vastgesteld dat het actief ontoereikend is om de vermoedelijke kosten voor het beheer en de vereffening van het faillissement te dekken.

§ 3.De sluiting van het faillissement wegens ontoereikend actief kan slechts worden uitgesproken wanneer wordt vastgesteld dat de curatoren al het mogelijke hebben gedaan om de werknemers de wettelijk bepaalde sociale bescheiden uit te reiken.

§ 4.De sluiting maakt een einde aan het mandaat van de curatoren.

De beslissing wordt door toedoen van de griffier bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Dat uittreksel vermeldt de naam, de voornaam, elektronisch adres en het adres van de personen die als vereffenaars worden beschouwd.

Het artikel 2:79 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is van toepassing.

§ 5.Het vonnis beveelt, in voorkomend geval, dat rekening en verantwoording zal worden gedaan door de curatoren. De insolventierechtbank neemt kennis van de geschillen desbetreffende.

§ 6.De Koning kan de procedure tot het in consignatie geven van later opgedoken activa vaststellen, alsmede de bestemming van deze activa bij nieuw opgedoken passiva.

Art. XX.136

De tenuitvoerlegging van het vonnis tot sluiting van het faillissement, uitgesproken overeenkomstig artikel XX.135, wordt opgeschort gedurende een maand te rekenen van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Art. XX.137

Wanneer de faillietverklaring heeft plaatsgehad na overlijden en vooraleer de inventaris is opgemaakt, of wanneer de gefailleerde overlijdt vooraleer met de inventaris is begonnen, wordt deze dadelijk opgemaakt met inachtneming van de in artikel XX.134 voorgeschreven vormen, in tegenwoordigheid of althans na behoorlijke oproeping van de erfgenamen.

Art. XX.138

Na het opmaken van de inventaris worden de koopwaren, het geld, de bescheiden, de titels van schuldvorderingen, de roerende goederen en voorwerpen van de schuldenaar toevertrouwd aan de zorg van de curatoren.

De gefailleerde, dan wel de bestuurders of zaakvoerders van de gefailleerde rechtspersoon zijn gehouden indien hen dit door de curatoren wordt gevraagd, de boekhouding en archieven te bewaren. Zij dienen deze op eerste verzoek van de curator ter beschikking te stellen. De archieven worden methodisch opgeborgen en bewaard gedurende zeven jaar, vanaf de opening van de procedure in origineel of in afschrift. Stukken die niet strekken tot bewijs jegens derden, worden drie jaar bewaard.

Onverminderd artikel XX.16, moeten de curatoren de dossiers welke zij na het faillissement hebben aangelegd bewaren rekening houdend met de wettelijke verjaringstermijn voorzien in artikel 2276bis van het Oud Burgerlijk wetboek.

Art. XX.139

§ 1.Na hun ambtsaanvaarding beslissen de curatoren onverwijld of zij de overeenkomsten die gesloten zijn voor de datum van het vonnis van faillietverklaring en waaraan door dat vonnis geen einde wordt gemaakt, al dan niet verder uitvoeren, dan wel of zij de overeenkomsten eenzijdig beëindigen wanneer het beheer van de boedel dit noodzakelijkerwijs vereist. Deze beslissing kan geen afbreuk doen aan zakelijke rechten van derden tegenwerpelijk aan de boedel.

De medecontractant die de overeenkomst met de gefailleerde heeft gesloten, kan de curatoren aanmanen om die beslissing binnen vijftien dagen te nemen. Indien geen verlenging van termijn is overeengekomen of indien de curatoren geen uitdrukkelijke beslissing genomen hebben voor de termijn verstreken is, wordt de overeenkomst als beëindigd beschouwd. De schuldvordering van de schade die eventueel verschuldigd zou zijn aan de medecontractant wegens deze beëindiging, wordt opgenomen in de boedel.

Indien de curatoren beslissen de overeenkomst uit te voeren, heeft de medecontractant recht, ten laste van de boedel, op de uitvoering van de verbintenis in zoverre zij betrekking heeft op prestaties geleverd na de datum van het vonnis tot faillietverklaring.

§ 2.Indien bij de stopzetting van de activiteiten, met name naar aanleiding van het vonnis van faillietverklaring, de curatoren uitdrukkelijk of stilzwijgend hun wil te kennen geven de bestaande arbeidsovereenkomsten te beëindigen, zijn zij niet verplicht de bijzondere formaliteiten en procedures te vervullen die van toepassing zijn op de ontbinding van die overeenkomsten.

Indien de curatoren, met het oog op de gehele of gedeeltelijke voortzetting of de hervatting van de activiteiten, nieuwe arbeidsovereenkomsten sluiten met de in het eerste lid bedoelde contractanten, genieten die laatsten de formaliteiten en procedures die van toepassing zijn op de overeenkomsten die werden beëindigd gedurende de tijd waarin de activiteiten werden voortgezet.

Na de faillietverklaring en vóór de sluiting van de vereffening van het faillissement, hebben de curatoren de mogelijkheid de ontslagen werknemers, met toestemming van de rechter-commissaris, een voorschot toe te kennen dat gelijk is aan de verschuldigde bezoldigingen en vergoedingen, en dat niet hoger mag liggen dan 80 procent van het in artikel 19, 3° ter, van de hypotheekwet van 16 december 1851 bedoelde bedrag.

Art. XX.140

Indien het belang van de schuldeisers daaraan niet in de weg staat, kan de rechtbank, op verzoek van de curatoren of van iedere belanghebbende, op verslag van de rechter-commissaris en na de curatoren en de vertegenwoordigers van het personeel, in de ondernemingsraad te hebben gehoord of, indien er geen is, het comité voor preventie en bescherming op het werk of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging ingeval er een is opgericht of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging, machtiging verlenen opdat de verrichtingen van de gefailleerde voorlopig, geheel of gedeeltelijk, worden voortgezet door de curatoren of, onder hun toezicht, door de gefailleerde of door een derde. Op verzoek van de curatoren of van iedere belanghebbende en op verslag van de rechter-commissaris, kan de rechtbank die maatregel te allen tijde wijzigen of herroepen.

De curatoren kunnen dadelijk na het faillissementsvonnis en na overleg met de representatieve vakbonden of, bij gebreke hiervan, met het aanwezige personeel in het belang van de boedel en in afwachting van de uitspraak van de rechtbank met toepassing van het eerste lid, toestaan dat de activiteiten worden voortgezet.

Art. XX.141

De curatoren kunnen, met toestemming van de rechter-commissaris, aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin het huisraad en de voorwerpen nodig voor eigen gebruik afgeven. De curatoren maken van die zaken een staat op. Zij kunnen eveneens met toestemming van de rechter-commissaris, levensonderhoud toekennen aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin.

Iedere betwisting betreffende de toepassing van dit artikel wordt bij verzoekschrift aan de rechtbank gericht.

Art. XX.142

De curatoren kunnen, zelfs indien het faillietverklarend vonnis wordt bestreden, met machtiging van de rechter-commissaris dadelijk overgaan tot de verkoop van de activa die onderhevig zijn aan spoedig bederf, snelle waardevermindering, of wanneer de kosten voor het bewaren van de goederen, de activa van het faillissement in acht genomen, te hoog zijn.

Art. XX.143

De aan de gefailleerde gerichte brievenpost wordt afgegeven aan de curatoren door elke postoperator, mits een door de curatoren ondertekende schriftelijke aanvraag gericht aan de postoperator met vermelding van naam en adres van de gefailleerde. De curatoren openen de brievenpost. Indien de gefailleerde aanwezig is, woont hij de opening bij. De brievenpost die niet uitsluitend betrekking heeft op de economische activiteit van de gefailleerde, of die betrekking heeft op een nieuwe activiteit van de gefailleerde wordt door de curatoren aan de gefailleerde bezorgd of medegedeeld op het adres door de gefailleerde aangewezen.

Na de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen kan de gefailleerde natuurlijke persoon de rechter-commissaris verzoeken zelf de aan hem gerichte brievenpost te mogen openen.

Bij weigering moet de rechter-commissaris zijn beslissing motiveren.

Brievenpost gericht aan de beoefenaar van een vrij beroep wordt afgegeven aan de curator volgens richtlijnen bepaald door de Orde of Instituut waarvan de gefailleerde deel uitmaakt bij zijn faillissement.

Art. XX.144

Alle schuldvorderingen of geldsommen die aan de gefailleerde verschuldigd zijn, worden door de curatoren opgespoord en tegen kwijting geïnd.

De gelden afkomstig van verkopingen en invorderingen door de curatoren gedaan, worden binnen een maand na ontvangst bij de Deposito- en Consignatiekas gestort. De curator kan een beperkt bedrag op een per faillissement geïndividualiseerde bankrekening bewaren, dienstig voor de lopende verrichtingen, onder toezicht van de rechter-commissaris die daarvan het maximumbedrag bepaalt.

Bij nalatigheid zijn de curatoren verwijlintrest, gelijk aan de wettelijke interest, verschuldigd voor de sommen die zij niet hebben gestort, onverminderd de toepassing van artikel XX.20.

Art. XX.145

De betaling van de bedragen toegekend aan de schuldeisers wordt door de curatoren gedaan op vertoon van een uitdelingslijst door de rechter-commissaris ondertekend en neergelegd in het faillissementsdossier.

De aan de curatoren bij wijze van ereloon of bij wijze van provisioneel ereloon verschuldigde bedragen, bedoeld in artikel XX.20 alsmede hun kosten, de gerechtskosten en de kosten aan derden in het kader van de vereffening gesteld worden begroot door de rechtbank op basis van een daartoe opgesteld verzoekschrift en op het advies van de rechter-commissaris. Bij elk verzoek tot begroting van de gerechtskosten en kosten aan derden, worden de stukken die deze kosten verantwoorden gevoegd. De betalingen van de bedoelde erelonen, kosten en voorschotten worden verricht door de Deposito- en Consignatiekas aan de curator op basis van een door de rechter-commissaris ondertekend staat.

De sommen die bij het afsluiten van het faillissement niet betaald konden worden, moeten bij de Deposito- en Consignatiekas gestort worden ten voordele van de rechthebbende schuldeisers.

Art. XX.146

De gefailleerde of de zaakvoerders en bestuurders van de gefailleerde rechtspersoon zijn gehouden gevolg te geven aan alle oproepingen die zij ontvangen van de rechter-commissaris of van de curatoren, verstrekken hen alle vereiste inlichtingen op het ogenblik van het faillissement dan wel na het faillissement en schrijven zich in het register in met een elektronisch adres waarvoor zij zelf instaan en waarop zij alle kennisgevingen en berichten kunnen ontvangen.

De gefailleerde of de zaakvoerders en bestuurders van de gefailleerde rechtspersoon zijn verplicht de curatoren elke adreswijziging mede te delen of elke wijziging van hun elektronisch adres. Als dit niet gedaan wordt, zijn de oproepingen geacht geldig te zijn verricht op het laatste adres aan de curatoren medegedeeld.

Art. XX.147

De curatoren ontbieden de gefailleerde om in zijn tegenwoordigheid de boeken en bescheiden vast te stellen en af te sluiten.

De curatoren gaan over tot verificatie van de balans. Voor zover blijkt dat aanzienlijke correcties noodzakelijk zijn, of wanneer geen balans is neergelegd bij de aangifte van staking van betaling, kunnen zij die opmaken, eventueel nadat de bestuurders en de zaakvoerders van de failliete rechtspersoon hoofdelijk veroordeeld werden tot betaling van de kosten voor de opmaak van de balans.

Zij kunnen de hulp inroepen van een gecertificeerd accountant, hetzij een accountant, hetzij een fiscaal accountant of hetzij een bedrijfsrevisor of een bedrijfsrevisor met het oog op de opmaak van de balans.

De balans wordt gevoegd bij het faillissementsdossier.

Art. XX.148

De rechter-commissaris kan de gefailleerde, diens werknemers en wie dan ook horen, zowel aangaande het onderzoek van de boeken en de boekhoudkundige bescheiden als aangaande de oorzaken en de omstandigheden van het faillissement.

Art. XX.149

Wanneer een schuldenaar failliet is verklaard na zijn overlijden of wanneer de gefailleerde overlijdt na zijn faillissement, kunnen zijn erfgenamen zich aanmelden of laten vertegenwoordigen bij alle faillissementsverrichtingen. Zij hebben dezelfde toegang tot het faillissementsdossier als hun rechtsvoorganger.

Art. XX.150

Te rekenen van hun ambtsaanvaarding zijn de curatoren op hun persoonlijke aansprakelijkheid gehouden alle handelingen te verrichten tot bewaring van de rechten van de gefailleerde tegen zijn schuldenaars.

Zij zijn bovendien verplicht inschrijving te nemen van de hypotheken op de onroerende goederen van de gefailleerde, waarvan zij het bestaan kennen.

Zij kunnen inschrijving vorderen van de hypotheken op de onroerende goederen van de schuldenaars van de gefailleerde, indien deze het niet heeft gevorderd.

Bedoelde inschrijvingen worden ten name van de boedel genomen door de curatoren, die bij hun borderel een kopie van het faillissementsvonnis voegen als bewijs van hun benoeming.

Art. XX.151

De curatoren kunnen, met machtiging van de rechter-commissaris en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde, dadingen aangaan over alle geschillen waarbij de boedel betrokken is, zelfs wanneer het onroerende rechtsvorderingen en rechten betreft.

Wanneer de waarde van het voorwerp van de dading 50 000 euro te boven gaat, wordt zij eerst verbindend nadat ze door de rechtbank is gehomologeerd op verslag van de rechter-commissaris. De gefailleerde wordt voor de homologatie opgeroepen.

Art. XX.152

De curatoren kunnen een beroep doen op de gefailleerde om hen in hun beheer te helpen en voor te lichten. De rechter-commissaris bepaalt de voorwaarden waaronder hij zijn arbeid zal verrichten.

Art. XX.153

In elk faillissement zijn de curatoren verplicht, binnen twee maanden na hun ambtsaanvaarding, aan de rechter-commissaris een memorie of kort verslag mee te delen betreffende de vermoedelijke toestand van het faillissement, de voornaamste oorzaken en omstandigheden ervan en de kenmerken die het vertoont.

De curator legt het verslag neer in het faillissementsdossier. De rechter-commissaris maakt zijn aanmerkingen en verwittigt in voorkomend geval de procureur des Konings dat het verslag hem niet tijdig is medegedeeld en de redenen van deze vertraging. Zowel het verslag als de opmerkingen op het verslag zijn vertrouwelijk en zijn slechts toegankelijk voor de curator, de rechter-commissaris en de procureur des Konings, evenals aan de voorzitter van de rechtbank.

Art. XX.154

Indien de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde rechtspersoon worden vervolgd wegens een strafbaar feit als bepaald in de artikelen 489, 489bis, 489ter, 490bis of 492bis van het Strafwetboek, of indien er tegen hen een bevel tot medebrenging of aanhouding werd verleend of, indien zij op de voormelde gronden werden opgeroepen voor de raadkamer of gedagvaard voor de correctionele rechtbank geeft de procureur des Konings daarvan dadelijk kennis aan de rechter-commissaris en de curator.