Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen › Titel VI - Faillissement › HOOFDSTUK 3 - Beheer en vereffening van de boedel

Afdeling 2 - Ambtsaanvaarding en opdrachten voor curatoren en rechters-commissarissen

XX.126–XX.130

Art. XX.126

§ 1.De curatoren bedoeld in artikel XX.122 leggen bij de inschrijving op de lijst ten overstaan van de voorzitter van de rechtbank de eed af in de volgende bewoordingen: "Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. Ik zweer mijn opdrachten in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk te zullen vervullen. "Je jure fidélité au Roi, obéissance à la Constitution et aux lois du Peuple belge. Je jure d'accomplir mes missions en honneur et conscience, avec exactitude et probité." "Ich schwöre Treue dem Konig, Gehorsam der Verfassung und den Gesetzen des belgischen Volkes. Ich schwöre den mir erteilten Aufträge auf Ehre und Gewissen, genau und ehrlich zu erfüllen.".

§ 2.De curatoren bedoeld in paragraaf 1 bevestigen dat zij hun ambt aanvaarden door uiterlijk de eerste werkdag volgende op de aanstelling elektronisch hun aanvaarding mede te delen via het register.

§ 3.De curator meldt elke vorm van tegenstrijdigheid van belangen of schijn van partijdigheid aan de voorzitter van de rechtbank.

In ieder geval meldt de curator dat hij of één van zijn vennoten of rechtstreekse medewerkers, behalve in de hoedanigheid van curator, prestaties heeft verricht voor de gefailleerde of de bestuurders en zaakvoerders van de gefailleerde rechtspersoon, of voor een schuldeiser, tot achttien maanden vóór het vonnis van faillietverklaring.

De verklaringen van de curator worden bij het faillissementsdossier gevoegd, maar kunnen alleen geraadpleegd worden door de voorzitter van de rechtbank of de procureur des Konings.

De voorzitter van de rechtbank oordeelt of de verklaring de uitvoering van zijn opdracht als curator verhindert.

De rechtbank kan de curator vervangen volgens de procedure bepaald in artikel XX.20 of, in voorkomend geval, in artikel XX.127.

Art. XX.127

Onverminderd de meldingsplicht zoals bepaald in artikel XX.126 en voorzover de tegenstrijdigheid van belangen daardoor kan worden voorkomen, vraagt de curator bij verzoekschrift gericht aan de insolventierechtbank de aanstelling van een curator ad hoc. De rechtbank doet uitspraak op verslag van de rechter-commissaris.

De rechtbank kan ook ambtshalve een curator ad hoc aanstellen. De procedure bepaald in artikel XX.126, is van overeenkomstige toepassing.

Wanneer een curator ad hoc wordt aangesteld ter vervanging van de curator, dient die curator ad hoc de aanvaarding van zijn opdracht te bevestigen via het register. Na afloop van zijn opdracht maakt hij een verslag op van zijn activiteiten en laat hij zijn staat van kosten en ereloon begroten door de rechtbank, die uitspraak doet op verslag van de rechter-commissaris en na de curator te hebben gehoord.

De staat van kosten en ereloon van de curator ad hoc wordt door de curator in zijn eindafrekening opgenomen als kosten van het faillissement.

Art. XX.128

§ 1.Ten minste eenmaal per jaar en voor de eerste keer twaalf maanden na de aanvaarding van hun ambt, overhandigen de curatoren aan de rechter-commissaris een omstandig verslag betreffende de toestand van het faillissement.

Indien een verzoekschrift tot sluiting wordt neergelegd binnen een jaar na de opening van het faillissement, voegt de curator een verslag bij zijn verzoekschrift.

Dit verslag wordt neergelegd bij in het faillissementsdossier en beschrijft onder meer de ontvangsten, de toestand betreffende de inning van de schuldvorderingen, de rechtsvorderingen ingeleid door of tegen de curator qualitate qua, de uitgaven, de uitkeringen, de activa die nog moeten worden vereffend, de stand van de betwistingen van de schuldvorderingen en een actualisering van de inventaris van activa bedoeld in artikel XX.134.

§ 2.Op het einde van elk kalenderjaar dienen de curatoren in elk geval een verzamelaangifte inzake btw met betrekking tot de handelingen die aan de btw zijn onderworpen.

Art. XX.129

De rechter-commissaris is er in het bijzonder mee belast toezicht te houden op het beheer en op de vereffening van het faillissement en de verrichtingen ervan te bespoedigen, in het bijzonder de afwikkeling van de schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde; hij beveelt de dringende maatregelen die noodzakelijk zijn voor het beveiligen en het bewaren van de goederen van de boedel en hij zit de vergaderingen voor van de schuldeisers van de gefailleerde.

De rechter-commissaris kan, op eigen initiatief of op verzoek van de insolventierechtbank, op de zitting verslag uitbrengen over alle geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft. De curator licht te dien einde de rechter-commissaris tijdig in van de datum van de zitting. Het verslag van de rechter-commissaris is verplicht wanneer de wet dit uitdrukkelijk voorschrijft.

De insolventierechtbank kan op elk ogenblik de rechter-commissaris vervangen door een van zijn leden.

In geval van tijdelijke verhindering van de rechter-commissaris voorziet de voorzitter van de rechtbank in diens vervanging.

Wanneer de rechter-commissaris verslag uitbrengt over de geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft, kan hij geen deel uitmaken van de zetel.

De rechter-commissaris kan buiten zijn rechtsgebied alle tot zijn opdracht behorende handelingen verrichten, wanneer hij van oordeel is dat ernstige of dringende omstandigheden zulks vereisen.

De beschikkingen van de rechter-commissaris worden gemotiveerd.

Art. XX.130

Onverminderd artikel XX.18, kan de procureur des Konings kan bij alle verrichtingen van het faillissement aanwezig zijn en zich door de curatoren alle inlichtingen doen verstrekken die hij dienstig acht.