Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen

Titel 1 - Algemene beginselen die van toepassing zijn voor boek XX

XX.1–XX.20/1

Art. XX.1

§ 1.De bepalingen van dit boek gelden onverminderd het bijzondere recht dat de gereglementeerde vrije beroepen of de ministeriële ambtenaren en notarissen betreft, met inbegrip van de toegang tot het beroep, de beperkingen aan het beheer en de overgang van het vermogen en de eerbiediging van het beroepsgeheim.

De bepalingen van dit Wetboek mogen niet derwijze worden uitgelegd dat zij een beperking zouden inhouden van de plicht tot het bewaren van het beroepsgeheim of de vrije keuze van de patiënt of cliënt van de beoefenaar van een vrij beroep.

De Koning bepaalt de nadere toepassingsregels van dit boek voor de vrije beroepen en hun verenigingen.

§ 2.De bepalingen van de titels 2, 3, 4 en 5 van dit boek zijn niet van toepassing op de kredietinstellingen, de verzekeringsondernemingen, de herverzekeringsondernemingen, de beleggingsondernemingen of instellingen voor collectieve beleggingen in de zin van artikel 1.2. c), van Richtlijn (EU) 2019/1023, de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, de centrale tegenpartijen, de vereffeningsinstellingen, de centrale effectenbewaarinstellingen, de instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen, de depositobanken, de financiële holdings, de gemengde financiële holdings, de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld.

§ 3.In geval van twijfel betreffende de verenigbaarheid van een bepaling van dit boek met een verplichting volgend uit het wettelijk statuut van de ondernemingen bedoeld in paragraaf 1 kunnen de rechtbank, de gedelegeerd rechter, de rechter-commissaris, hetzij op eigen initiatief hetzij op verzoek van elke partij in de insolventieprocedure, het advies vragen van de Ordes of Instituten waarvan de beroepsbeoefenaar deel uitmaakt. Dit advies wordt gegeven worden binnen een termijn van acht kalenderdagen vanaf de ontvangst van het verzoek tot advies.

Art. XX.2

Geen verzet of hoger beroep staat open tegen:

1°de beslissingen van de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden bedoeld in artikel XX.29;

2°de beslissingen waarbij een gedelegeerd rechter, een rechter-commissaris of een gerechtsmandataris wordt benoemd of vervangen, met uitzondering van de in artikel XX.39/1 bedoelde beschikking met uitzondering van de in de artikelen XX.35 en XX.83/22 bedoelde beschikking;

3°de beslissingen van de rechter-commissaris waarbij overeenkomstig artikel XX.122 uitstel of afstel wordt verleend voor de verkoop van in beslag genomen voorwerpen;

4°de beslissingen van de rechter-commissaris waarbij de verkoop van goederen en koopwaren die tot het faillissement behoren, wordt toegestaan;

5°de vonnissen waarbij uitspraak wordt gedaan over de betwistingen inzake de afgifte, aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin, van de huisraad en de voorwerpen nodig voor eigen gebruik, evenals inzake de toekenning van levensonderhoud aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin;

6°de vonnissen waarbij uitspraak wordt gedaan over het beroep tegen de beschikkingen die de rechter-commissaris of gedelegeerd rechter heeft gegeven bij de vervulling van zijn opdracht.

Art. XX.3

Onverminderd de gevolgen die het Gerechtelijk Wetboek hecht aan betekeningen, beginnen de termijnen te lopen, telkens dit boek bepaalt dat gegevens of stukken geplaatst worden in het register, vanaf de dag volgend op deze van de plaatsing.

De artikelen 50, tweede lid, 55 en 56 van het Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op de vorderingen en betekeningen bedoeld in dit boek.

Art. XX.4

Bij ontstentenis van een tussenkomst als bedoeld in artikel 813 van het Gerechtelijk Wetboek verwerft degene die, op zijn initiatief of op dat van de rechtbank, is gehoord of een geschrift neerlegt om zijn opmerkingen te laten gelden, iets te vorderen of middelen naar voor te brengen, door dit feit alleen geen hoedanigheid van partij.

Elke vordering inzake faillissement wordt steeds mede gericht tegen de curator.

Art. XX.5

In afwijking van de artikelen 1027 en 1029 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de in titel V van dit boek bedoelde eenzijdige verzoekschriften worden ondertekend door de schuldenaar alleen of door zijn advocaat en worden de daarop betrekking hebbende beslissingen van de rechtbank uitgesproken in openbare terechtzitting.

Art. XX.6

Wanneer er ernstige en bepaalde aanwijzingen bestaan dat de verzoeker of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs van het bestaan inhoudt inzake een staking van betaling, de voorwaarden van de vaststelling van de datum van staking van betaling, de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of een ter zake doend stuk aangaande andere beslissingen die tijdens de insolventieprocedure kunnen worden genomen en onverminderd de toepassing door de rechtbank van artikel 877 van het Gerechtelijk Wetboek, kan de gedelegeerd rechter of de rechter-commissaris op vordering van iedere belanghebbende bevelen, overeenkomstig de artikelen 877 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, dat het stuk of een afschrift ervan bij een insolventiedossier wordt gevoegd.

Art. XX.7

De rechtbank onderzoekt ambtshalve alle omstandigheden die relevant zijn voor de insolventieprocedure en beveelt ambtshalve elke nuttige onderzoeksmaatregel. Zij kan in dit verband getuigen horen en deskundigen aanstellen. In het kader van deze onderzoeksmaatregelen houdt de rechtbank rekening met de bijzondere regels die de ondernemingen bedoeld in artikel I.1.14°, beheersen en past, zo hiertoe aanleiding is, artikel XX.1, § 3, toe.

De rechter kan ambtshalve in de rechtsplegingen in dit boek bedoeld de rechtsdag bepalen en is daartoe niet gebonden door akkoorden die de partijen hebben gesloten.

Tegen deze maatregel staat geen rechtsmiddel open.

Art. XX.8

Natuurlijke personen die niet bijgestaan worden door een raadsman of rechtspersonen met een... zetel in het buitenland kunnen steeds papieren akten neerleggen op de griffie, of, in geval van een faillissement, bij de curator.

De neerlegging op de griffie, of, in geval van een faillissement, bij de curator, in papieren vorm blijft mogelijk wanneer het register tijdelijk buiten werking is.

Het omzetten van op materiële drager opgemaakte of neergelegde stukken naar een elektronisch dossier wordt verricht door opname in het elektronisch dossier via elektronische lezing en bevestiging van de conformiteit met het elektronisch gelezen document door de griffier of in voorkomend geval door de curator.

De griffier levert, zo nodig, een papieren afschrift van de elektronische gegevens af.

Art. XX.9

Onverminderd de bepalingen van artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek, vindt elke kennisgeving of mededeling, met inbegrip van een bericht, een oproeping, of neerlegging bepaald in dit boek aan, bij of door de rechtbank, een gerechtsmandataris, een gedelegeerd rechter of rechter-commissaris plaats via het register.

Wanneer dit boek een mededeling of kennisgeving voorschrijft of oplegt, geldt de plaatsing van het bericht in het register als mededeling of kennisgeving, mits hiervan een elektronische melding gebeurt aan de betrokkene.

De datum van neerlegging, kennisgeving of mededeling wordt vastgesteld door het register.

In de gevallen waarin de verzendingen in papieren vorm geschieden, is de datum van ontvangst de datum waarop de akte bij de bestemmeling toekomt.

De eindbestemmeling levert een ontvangstbericht af, zoniet vangt de termijn niet aan wat hem betreft.

De eindbestemmeling levert een ontvangstbericht af.

Art. XX.10

Onverminderd elke kennisgeving of betekening die elders is gedaan, gebeuren de bekendmakingen bevolen krachtens dit boek in het Belgisch Staatsblad.

Art. XX.11

Waar dit boek voorschrijft dat handelingen schriftelijk geschieden, wordt hieraan voldaan indien het stuk is neergelegd door een elektronisch geauthentiseerd persoon via het register en neergelegd met een elektronische handtekening.

Art. XX.11/1

Wanneer de bepalingen van dit boek voorzien in een verslag van de rechter-commissaris of van de gedelegeerd rechter, kan het verslag ook schriftelijk worden opgesteld, op voorwaarde dat het uiterlijk twee werkdagen voor de voor het verslag vastgestelde datum in het register neergelegd wordt.

Art. XX.12

§ 1.De insolventierechtbank gelegen in het rechtsgebied waarin op de dag dat de rechtbank wordt gevat, het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is, is uitsluitend bevoegd een insolventieprocedure te openen.

Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van de... zetel te zijn. Dit vermoeden geldt alleen indien de... zetel in de drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de insolventieprocedure niet naar een ander rechtsgebied is overgebracht.

In het geval van een natuurlijke persoon die een vrij beroep of andere activiteit als zelfstandige uitoefent, wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van diens hoofdvestiging te zijn, of, indien het de titularis van een vrij beroep betreft onderworpen aan een inschrijving, de plaats waar zijn hoofdinschrijving is. Dit vermoeden geldt alleen indien de hoofdvestiging in de drie maanden voorafgaand aan het aanvragen van de insolventieprocedure niet naar een ander rechtsgebied is overgebracht.

§ 2.Elke afdeling van de rechtbank is bevoegd om kennis te nemen van een insolventieprocedure, onverminderd de mogelijkheid geboden aan de rechtbank om bij haar reglement de bevoegdheid van de afdelingen af te bakenen met toepassing van artikel 186 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 3.De afdeling waarbij de zaak eerst aanhangig wordt gemaakt, heeft voorrang op die waarvoor zij later wordt aangebracht.

§ 4.Paragraaf 1 is van toepassing op de procedure bedoeld in artikel XX.32. De rechtbank die de beslissing tot ontneming van het beheer heeft genomen, is uitsluitend bevoegd om het faillissement van de schuldenaar uit te spreken gedurende de termijn bepaald in artikel XX.32, § 5, vierde lid.

Art. XX.13

De rechtbank bevoegd om kennis te nemen van een gerechtsmandataris betreffende een onderneming is bevoegd om kennis te nemen van insolventieprocedures betreffende een met deze onderneming verbonden onderneming. Zij kan een gemeenschappelijke insolventiefunctionaris aanstellen voor alle procedures.

Art. XX.14

De rechtbank bevoegd om kennis te nemen van een insolventieprocedure betreffende een onderneming bepaald in artikel I.1, eerste lid, 1°, c), of een rechtspersoon waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, is bevoegd om kennis te nemen van gerechtsmandataris betreffende de vennoten van deze onderneming. Zij kan een gemeenschappelijke insolventiefunctionaris aanstellen voor alle procedures.

Het openen van een insolventieprocedure ten aanzien van een onderneming waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, houdt niet noodzakelijk de opening van eenzelfde insolventieprocedure ten aanzien van de onbeperkt aansprakelijke vennoten in.

Art. XX.14/1

<Opgeheven bij W 2023-06-07/07, art. 13, 122; Inwerkingtreding: 01-09-2023>

Art. XX.15

Het register bevat alle gegevens en stukken waarvan de opgave wordt bepaald in dit boek.

Het register geldt als authentieke bron voor alle akten en gegevens die erin zijn opgenomen.

Art. XX.16

§ 1.De Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone respectievelijk bedoeld in artikel 488 van het Gerechtelijk Wetboek, hierna "de beheerder" genoemd, staan samen in voor de inrichting en het beheer van het register.

§ 2.De bewaartermijn van de in artikel XX.15 bedoelde gegevens bedraagt 30 jaar te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing die de procedure beëindigt. Wanneer deze termijn afloopt worden de gegevens aan het Rijksarchief bezorgd.

§ 3.De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder...:

1°de vorm en de nadere regels van de opname van gegevens in het register;

2°de nadere regels inzake de toegang tot het register;

3°de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, en de gegevens van het register.

Met betrekking tot de schuldenaar, de schuldeisers, de gerechtsmandatarissen, de gedelegeerd rechters en de rechters-commissarissen worden de volgende categorieën van persoonsgegevens in het register verwerkt:

1°identificatiegegevens, zijnde de gegevens die het mogelijk maken om de schuldenaar, de schuldeisers, de gerechtsmandatarissen, de gedelegeerd rechters en de rechters-commissarissen op unieke wijze te identificeren, onder meer:

-naam, voornamen of de benaming van de schuldenaar;

-nationaliteit;

-beroep;

-het Rijksregisternummer en het identificatienummer van de Kruispuntbank van ondernemingen;

-het adres van inschrijving in het bevolkingsregister of de... zetel;

2°gerechtelijke gegevens, zijnde de gegevens in verband met het dossier van gerechtelijke reorganisatie of het faillissementsdossier, onder meer:

-de rechtbank waarbij de procedure hangende is.

Art. XX.17

§ 1.De beheerder wordt met betrekking tot het register, bedoeld in artikel XX.15, beschouwd als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 26, 8°, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens of als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

§ 2.De beheerder stelt een aangestelde voor de gegevensbescherming aan.

Deze is meer bepaald belast met:

1°het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;

2°het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens behandelt over zijn verplichtingen binnen het kader van dit boek en binnen het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de persoonlijke levenssfeer;

3°het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

4°het functioneren als het contactpunt voor de Gegevensbeschermingsautoriteit;

5°het adviseren van de beheerder over de gepaste wijze waarop het beroepsgeheim van de beoefenaars van vrije beroepen betrokken in een insolventieprocedure kan worden beschermd;

6°de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald....

Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de aangestelde voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.

De Koning bepaalt, na advies van... de beheerder, de nadere regels volgens dewelke de aangestelde voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.

§ 3.De beheerder staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het register.

Overeenkomstig de artikelen 36 tot 39 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, stelt de beheerder, op de door de Koning... bepaalde wijze, iedere belanghebbende partij in kennis van:

1°de in artikel XX.15, tweede lid, bedoelde gegevens die hem betreffen;

2°de categorieën van personen die toegang hebben tot de onder 1° bedoelde gegevens;

3°de bewaartermijn van de onder 1° bedoelde gegevens;

4°de in § 2 van dit artikel bedoelde verantwoordelijke voor de verwerking;

5°de wijze waarop hij inzage kan verkrijgen van de onder 1° bedoelde gegevens.

Art. XX.18

§ 1.In de vervulling van hun wettelijke opdracht hebben de magistraten met inbegrip van de leden van het openbaar ministerie, de griffiers, de parketsecretarissen, de rechters-commissarissen en de gedelegeerd rechters, de gerechtsmandatarissen, de schuldenaren en gefailleerden bedoeld in dit boek, alsook de schuldeisers en derden die beroepsmatig rechtbijstand verlenen, in beginsel toegang tot de voor hen relevante in artikel XX.15 bedoelde gegevens, onverminderd de regels die voortvloeien uit de bescherming van het beroeps-en zakengeheim en van het geheim van de beraadslaging.

De Koning bepaalt... de nadere regels van toegang tot het register, mede in acht genomen de bijzondere aard van bepaalde gegevens die beschermd moeten worden op grond van het beroepsgeheim of het zakengeheim.

Elke belanghebbende derde kan, geheel of gedeeltelijk, toegang vragen tot het dossier aan de rechter-commissaris of de gedelegeerde rechter. De voorzitter van de rechtbank, de voorzitter van de kamer, de rechter-commissaris of de gedelegeerde rechter kunnen ook beslissen, geval per geval, dat bepaalde gegevens wegens hun vertrouwelijke aard, slechts beperkt toegankelijk zijn. Zij delen hun beslissing mede aan de beheerder van het register.

De Koning kan... andere categorieën van personen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.

§ 2.Het is de beheerder verboden om de in artikel XX.15 bedoelde gegevens te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 1 bedoelde personen.

§ 3.Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in artikel XX.15 bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.

Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.

Art. XX.19

§ 1.De registratie, de raadpleging, de wijziging, de hernieuwing, de verwijdering van gegevens in het register en het beheer van het insolventiedossier kunnen, teneinde de kosten te dekken die veroorzaakt worden door het beheer van het register, aanleiding geven tot de inning van een retributie.

Het bedrag van de retributies bedoeld in het eerste lid kan variëren naar gelang de partij die gebruik maakt van het register en naargelang de wijze van registratie.

§ 2.Het bedrag, de voorwaarden en de nadere regels van inning worden door de Koning nader bepaald na ter zake het advies van het Beheers- en Toezichtscomité, de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone te hebben ingewonnen.

De Koning bepaalt de gevallen van vrijstelling van retributie wanneer zulks vereist is om te voldoen aan de bepalingen van het recht van de Europese Unie of om tegemoet te komen aan de maatschappelijke noden van de betrokkenen.

De retributies zijn betaalbaar aan en worden geïnd door de beheerder.

De overheidsinstellingen die in het kader van hun opdracht gebruikmaken van het register, zijn niet verplicht de retributies bedoeld in dit artikel te betalen.

§ 3.Het bedrag van de retributie bedoeld in paragraaf 2 wordt op 1 januari van ieder jaar aan de hand van de volgende formule van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen: het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het beginindexcijfer.

Het beginindexcijfer is dat van de maand december van het jaar gedurende hetwelk het bedrag van de retributie is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand december van het jaar voorafgaand aan de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing plaatsvindt.

Het resultaat wordt op een eenheid naar boven afgerond.

Art. XX.20

§ 1.Onverminderd de bepalingen van artikel XX.122, worden de vereffeningsdeskundigen, aangewezen krachtens deze wet, gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.

Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

Hun beroepsaansprakelijkheid moet verzekerd zijn, behalve wanneer zij organen zijn van een overheid of van een overheidsinstelling of wanneer zij overeenkomstig het vierde lid door de Ordes of Instituten worden aangewezen.

De Ordes, de Instituten van beoefenaars van vrije beroepen... stellen een lijst op van de personen die door de rechtbank als vereffeningsdeskundige kunnen worden aangeduid, onverminderd de bepaling van paragraaf 2. Deze lijsten worden jaarlijks bijgewerkt en bekendgemaakt in het register.

§ 2.De curatoren worden aangewezen op de wijze bepaald in artikel XX.122.

§ 3.De kosten en erelonen van de curatoren worden vastgesteld verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht, in de vorm van een proportionele vergoeding op de gerealiseerde activa en desgevallend rekening houdend met de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties.

De kosten en erelonen van de andere vereffeningsdeskundigen worden vastgesteld in verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht en op grond van de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties en desgevallend rekening houdend met de waarde van de activa.

De Koning bepaalt de regels en de barema's betreffende de vaststelling van de erelonen van de curatoren en stelt de grondslag vast waarop de vereffeningsdeskundigen worden vergoed.

§ 4.De Koning kan tevens bepalen welke kosten afzonderlijk worden vergoed en op welke wijze ze worden begroot.

Bij elk verzoek tot toekenning van een ereloon wordt een gedetailleerd overzicht van de te vergoeden prestaties gevoegd.

Bij elk verzoek tot toekenning van de kostenvergoeding, worden de stukken die deze kosten verantwoorden gevoegd.

Voor de faillissementen waarvan de activa niet voldoende zijn om de beheers- en vereffeningskosten van de boedel te dekken, wordt een forfaitaire vergoeding van de curator bepaald waarvan het jaarlijks geïndexeerd bedrag door de Koning wordt bepaald.

§ 5.Op verzoek van de curatoren en op eensluidend advies van de rechter-commissaris kan de rechtbank de curator toestaan om onkostenvergoedingen en een provisioneel ereloon in te houden waarvan zij het bedrag bepaalt. Behoudens bijzondere omstandigheden mag het geheel van de provisionele kosten en het provisioneel ereloon niet hoger zijn dan drie vierden van de sommen vastgesteld volgens de door de Koning bepaalde vergoedingsregels. In geen geval kan het provisioneel ereloon worden toegekend wanneer de curatoren de in het artikel XX.130 bedoelde verslagen niet in het register neerleggen.

De rechtbank kan op verzoek van de andere vereffeningsdeskundigen onkostenvergoedingen en een provisioneel ereloon toekennen.

§ 6.Op vordering van elke belanghebbende, op verzoek van de vereffeningsdeskundige of ambtshalve kan de rechtbank op elk ogenblik en voor zover dit noodzakelijk wordt geacht, overgaan tot een bijkomende aanstelling, een vervanging of een beëindiging van het mandaat van de insolventiefunctionaris.

Elke vordering van derden wordt bij de rechtbank ingesteld, volgens de vormen van het kort geding, en is gericht tegen de vereffeningsdeskundige of -functionarissen en tegen de schuldenaar.

De insolventierechtbank kan te allen tijde de vereffeningsdeskundige vervangen.

De vereffeningsdeskundigen van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, na verslag van de rechter-commissaris in voorkomend geval, gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in de gevallen waarin de aanstelling van de vereffeningsdeskundige openbaar was gemaakt.

Het vonnis waarbij de vervanging van een vereffeningsdeskundige wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier te zijner kennis gebracht en binnen vijf dagen na de dagtekening bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Indien de vereffeningsdeskundige wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in voornoemde bekendmaking.

Art. XX.20/1

De herstructureringsdeskundigen worden gekozen op grond van hun kwaliteiten en volgens de noodwendigheden van de zaak.

Ze dienen waarborgen te bieden van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Zij kunnen deel uitmaken van een overheidsinstelling of van een beroepsorganisatie die hulp biedt bij de reorganisatie van ondernemingen en bezoldigd worden door een dergelijke organisatie.

De insolventierechtbank kan te allen tijde de herstructureringsdeskundige vervangen.

De herstructureringsdeskundigen van wie de vervanging wordt overwogen, worden vooraf opgeroepen en, in voorkomend geval na verslag van de gedelegeerd rechter, gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken in openbare terechtzitting in de gevallen waarin de aanstelling van de herstructureringsdeskundige openbaar was gemaakt.

Het vonnis waarbij de vervanging van een herstructureringsdeskundige wordt gelast, wordt door toedoen van de griffier aan hem ter kennis gebracht en binnen vijf dagen na de dagtekening bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, voor zover zijn aanstelling aanvankelijk op deze wijze was bekendgemaakt.

Indien de herstructureringsdeskundige wordt vervangen op eigen verzoek wordt dit uitdrukkelijk vermeld in voormelde bekendmaking.

De kosten en erelonen van de herstructureringsdeskundigen waarvan de vergoeding niet ten laste wordt genomen door een overheidsinstelling of een in het tweede lid bedoelde beroepsorganisatie, worden vastgesteld in verhouding tot het belang en de complexiteit van hun opdracht en op grond van de tijd nodig voor de vervulling van hun prestaties. Indien een belanghebbende opkomt tegen de vaststelling van de kosten en erelonen beveelt de rechtbank aan de partijen te verschijnen teneinde de onkosten en erelonen te horen taxeren. De Koning kan de grondslag vaststellen op basis waarvan de herstructureringsdeskundigen worden vergoed.