Alle wetboeken › WER

Boek XV - Rechtshandhaving › TITEL 3 - De strafrechtelijke handhaving van dit Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten

HOOFDSTUK 3 - Bijkomende straffen...

XV.127–XV.132

Art. XV.127

De rechter kan het definitieve of tijdelijke verbod om, zelfs voor rekening van een ander, door het boek VII titel 4, hoofdstuk 1 gereglementeerde verrichtingen uit te oefenen.

Art. XV.130

In geval van veroordeling voor een inbreuk op artikelen XV.103, XV.112, XV.107 tot XV.109, en op Boeken VIII en IX zijn, onverminderd de toepassing van de artikelen 42 tot en met 43quater van het Strafwetboek, de hoven en rechtbanken ertoe gemachtigd de verbeurdverklaring uit te spreken, zelfs wanneer de eigenaar van het voorwerp van de inbreuk een derde persoon is.

Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 tot en met 43quater van het Strafwetboek zijn zij er eveneens toe gemachtigd de verbeurdverklaring uit te spreken van de productie-, verwerkings-, verdelings- of vervoermiddelen of om het even welk voorwerp, zelfs wanneer zij eigendom zijn van een derde, die bestemd zijn of gediend hebben om de goederen die het voorwerp van de inbreuk uitmaken voort te brengen, te fabriceren, te verwerken, te verdelen of te vervoeren alsook de middelen die nodig zijn om de diensten te verrichten.

Als het voorwerp van de vordering tot verbeurdverklaring eigendom is van een derde, wordt de derde in het geding betrokken en de verbeurdverklaring wordt niet uitgesproken of wordt ongedaan gemaakt als geen bewijs wordt geleverd van diens kwade trouw.

De hoven en rechtbanken kunnen daarenboven de verbeurdverklaring uitspreken van de onrechtmatig gemaakte winsten gerealiseerd met de inbreuk.

Art. XV.130/1

§ 1.In geval van veroordeling wegens een inbreuk bepaald bij artikel XV.103, § 1, kan de rechtbank bevelen, op verzoek van de burgerlijke partij en op voorwaarde dat deze maatregel in verhouding staat tot de ernst van de inbreuk op het recht, dat de werktuigen die voornamelijk gediend hebben om het misdrijf te plegen en die verbeurdverklaard werden en de monsters van de goederen die inbreuk maken op het intellectuele eigendomsrecht, aan de houder van het recht worden toegewezen.

§ 2.De rechtbank kan ook, in geval van veroordeling wegens een inbreuk bepaald bij artikel XI.103, § 1, en rekening houdend met de ernst van de inbreuk, de vernietiging bevelen van de goederen die inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht en die het voorwerp hebben uitgemaakt van een bijzondere verbeurdverklaring, op kosten van de veroordeelde, zelfs als deze goederen geen eigendom zijn van de veroordeelde.

Art. XV.130/2

Voor wat betreft inbreuken bedoeld in artikel XV.104 en XV.106, kunnen de ontvangsten en de verbeurdverklaarde voorwerpen aan de burgerlijke partij worden toegewezen, in mindering of ten belope van het geleden nadeel.

Art. XV.130/3

Wanneer de rechter een veroordeling wegens overtreding van artikel XV.105 uitspreekt, kan hij de verbeurdverklaring uitspreken van de materiële dragers waarmee de overtreding is gepleegd.

Art. XV.130/4

In afwijking van artikel 43 van het Strafwetboek, oordeelt de rechtbank, zo deze een veroordeling uitspreekt naar aanleiding van een van de inbreuken bedoeld in artikel XV.112, of de bijzondere verbeurdverklaring bevolen moet worden. Deze bepaling is niet van toepassing in het geval van herhaling als bedoeld in het artikel XV.72.

Art. XV.130/5

In geval van veroordeling voor een inbreuk op boek XIX wordt de bijzondere verbeurdverklaring bedoeld in artikel 42, 3°, van het Strafwetboek steeds uitgesproken.

Art. XV.131

In geval van veroordeling voor een inbreuk op Titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8, van dit boek, en op Boeken VI,... VIII en IX kunnen de hoven en rechtbanken de aanplakking van het vonnis of arrest of van de door hen opgestelde samenvatting ervan bevelen gedurende de door hen bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de inrichtingen van de overtreder, evenals de bekendmaking van het vonnis of arrest of van de samenvatting ervan in de kranten of op enige andere wijze, en dit alles op kosten van de overtreder.

Art. XV.131/1

Ingeval van veroordeling voor een inbreuk op titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8, kunnen de hoven en rechtbanken hetzij definitief, hetzij tijdelijk, de gehele of gedeeltelijke sluiting van de door de veroordeelde geëxploiteerde inrichting en een permanent of tijdelijk verbod op de uitoefening van handelsactiviteiten door de veroordeelde bevelen.

Art. XV.131/2

Ingeval een uitvoering of een opvoering inbreuk maakt op het auteursrecht of op de naburige rechten, kunnen de ontvangsten in beslag genomen worden als zaken die uit het misdrijf voortkomen. Zij worden aan de eiser toegewezen naar evenredigheid van hetgeen zijn werk of zijn prestatie heeft bijgedragen tot de uitvoering of opvoering en worden bij de raming van de schadevergoeding in aanmerking genomen.

Art. XV.132

Voor wat de inbreuken bedoeld in de artikelen XV.99/1 en XV.101/1 betreft, kan de rechter bijkomende corrigerende maatregelen uitspreken.