Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen

Titel 2 - Aanvullende beschermingscertificaten

XI.92–XI.103

Art. XI.92

§ 1.De aanvraag van een aanvullende beschermingscertificaat, hierna "certificaat" genoemd, en de aanvraag voor verlenging van de duur worden bij de Dienst ingediend.

§ 2.De aanvraag van een certificaat en de aanvraag voor verlenging van de duur moeten voldoen aan de in de huidige titel en door de Koning vastgestelde voorwaarden en vormen.

§ 3.Iedere aanvraag voor een certificaat en iedere aanvraag voor verlenging van de duur ervan geven aanleiding tot betaling van een indieningstaks. Het bewijs van de betaling van deze taks moet ten laatste een maand na indiening van de aanvraag bij de Dienst toekomen.

Art. XI.93

§ 1.Onder voorbehoud van de bepalingen van paragrafen 2 en 3, is de datum van de indiening van een aanvraag voor een certificaat de datum waarop de Dienst alle volgende documenten van de aanvrager heeft ontvangen:

1°een verklaring dat een certificaat wordt aangevraagd;

2°gegevens waaruit de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld en die de Dienst in staat stellen met hem in contact te treden;

3°gegevens op grond waarvan het basisoctrooi kan worden bepaald.

§ 2.Wanneer de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden, stelt de Dienst de aanvrager daarvan in kennis en biedt hem de gelegenheid aan om aan deze voorwaarden te voldoen en binnen een termijn van drie maanden opmerkingen voor te leggen.

Wanneer geen kennisgeving is gedaan omdat de gegevens die de Dienst in staat stellen in contact te treden met de aanvrager niet zijn ingediend, bedraagt de in het eerste lid bedoelde termijn drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Dienst ten minste één van de in paragraaf 1 bedoelde elementen voor het eerst heeft ontvangen.

§ 3.Wanneer aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden niet wordt voldaan in de aanvraag zoals deze aanvankelijk werd ingediend, is de datum van indiening, onder voorbehoud van de in tweede lid bepaalde bepalingen, de datum waarop aan alle in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Wanneer aan één of meer van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid niet binnen de door de Dienst vastgelegde termijn wordt voldaan, wordt de aanvraag geacht niet te zijn ingediend. Wanneer de aanvraag geacht wordt niet te zijn ingediend, geeft de Dienst de aanvrager, met opgaaf van de redenen, daarvan kennis.

§ 4.Wanneer aan alle in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, deelt de Dienst aan de aanvrager de datum van indiening die aan de aanvraag wordt toegekend, mee.

Art. XI.94

§ 1.Onder voorbehoud van de bepalingen van de paragrafen 2 en 3, is de datum van de indiening van een aanvraag voor verlenging van de duur de datum waarop de Dienst alle volgende documenten van de aanvrager heeft ontvangen:

1°een verklaring dat een verlenging van de duur wordt aangevraagd;

2°gegevens waaruit de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld en die de Dienst in staat stellen met hem in contact te treden;

3°gegevens op grond waarvan het certificaat kan worden bepaald.

§ 2.Wanneer de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden, stelt de Dienst de aanvrager daarvan in kennis en biedt hem de gelegenheid aan om aan deze voorwaarden te voldoen en binnen een termijn van drie maanden opmerkingen voor te leggen.

Wanneer geen kennisgeving is gedaan omdat de gegevens die de Dienst in staat stellen in contact te treden met de aanvrager niet zijn ingediend, bedraagt de in het eerste lid bedoelde termijn drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Dienst ten minste één van de in paragraaf 1 bedoelde elementen voor het eerst heeft ontvangen.

§ 3.Wanneer aan één of meer van de in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden niet wordt voldaan in de aanvraag zoals deze aanvankelijk werd ingediend, is de datum van indiening, onder voorbehoud van de in tweede lid bepaalde bepalingen, de datum waarop aan alle in paragraaf 1 bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Wanneer aan één of meer van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid niet binnen de door de Dienst vastgelegde termijn wordt voldaan, wordt de aanvraag geacht niet te zijn ingediend. Wanneer de aanvraag geacht wordt niet te zijn ingediend, geeft de Dienst de aanvrager, met opgaaf van de redenen, daarvan kennis.

§ 4.Wanneer aan alle in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, deelt de Dienst aan de aanvrager de datum van indiening die aan de aanvraag wordt toegekend, mee.

Art. XI.95

Vermelding van de aanvraag van een certificaat en vermelding van de aanvraag voor verlenging van de duur worden in het register gepubliceerd.

Art. XI.96

§ 1.Indien de aanvraag voor een certificaat niet voldoet aan de voorwaarden die respectievelijk, voor de geneesmiddelen, in artikel 8 van de verordening (EG) Nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen, hierna "verordening 469/2009" benoemd, en, voor de gewasbeschermingsmiddelen, in artikel 8 van de verordening (EG) Nr. 1610/96 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor gewasbeschermings-middelen, hierna "verordening 1610/96" benoemd, bepaald zijn, alsook in artikel XI.92 van dit hoofdstuk, verzoekt de Dienst de aanvrager om de vastgestelde gebreken te herstellen of de indieningstaks te betalen binnen de door de Koning bepaalde termijn.

§ 2.Indien niet binnen de voorgeschreven termijn overeenkomstig het in paragraaf 1 bedoelde verzoek de gebreken hersteld zijn, of de indieningstaks alsnog is betaald, wordt de aanvraag verworpen.

§ 3.Paragrafen 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag voor de verlenging van de duur.

Art. XI.97

De verlening van de certificaten vindt plaats zonder onderzoek van de in respectievelijk artikel 3, c en d, van de verordening 469/2009 voor de geneesmiddelen, en artikel 3, § 1, c en d, van de verordening 1610/1996 voor de gewasbeschermingsmiddelen, vastgestelde voorwaarden.

De Dienst kan echter wel de in het eerste lid bedoelde voorwaarden onderzoeken, als hij tijdens het onderzoek van de certificaataanvraag kennis krijgt van informatie betreffende die voorwaarden, die een verwerping van de aanvraag zou kunnen rechtvaardigen.

Art. XI.97

toekomstig recht

De verlening van de certificaten vindt plaats zonder onderzoek van de in respectievelijk artikel 3, c en d, van de verordening 469/2009 voor de geneesmiddelen, en artikel 3, § 1, c en d, van de verordening 1610/1996 voor de gewasbeschermingsmiddelen, vastgestelde voorwaarden.

De Dienst kan echter wel de in het eerste lid bedoelde voorwaarden onderzoeken, als hij tijdens het onderzoek van de certificaataanvraag kennis krijgt van informatie betreffende die voorwaarden, die een verwerping van de aanvraag zou kunnen rechtvaardigen.

De aanvraag voor een certificaat kan niet worden geweigerd zonder dat de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld binnen een door de Koning bepaalde termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.

Art. XI.98

Vermelding van de afgifte van het certificaat of van de verwerping van de aanvraag van een certificaat en vermelding van de aanvaarding van de verlenging van de duur of van de verwerping van de aanvraag voor verlenging van de duur worden in het register gepubliceerd.

Art. XI.99

Vermelding van het verval of van de nietigheid van het certificaat en vermelding van de intrekking van de verlenging van de duur worden in het register gepubliceerd door middel van volgende gegevens:

1°de naam en het adres van de houder van het certificaat;

2°het nummer van het basisoctrooi;

3°de titel van de uitvinding.

Art. XI.100

De Koning bepaalt het bedrag en de modaliteiten van de betaling van de taksen, bijkomende taksen en vergoedingen verschuldigd voor certificaten en verlenging van de duur.

Art. XI.101

§ 1.Met het oog op de instandhouding ervan geeft iedere aanvraag voor een certificaat of ieder certificaat aanleiding tot de betaling van jaartaksen. De eerste jaartaks is verschuldigd van zodra de wettelijke looptijd van het basisoctrooi verstreken is.

De betaling van de jaartaks vervalt op de laatste dag van de maand die overeenstemt met de maand waarin de datum van indiening van de aanvraag van het basisoctrooi valt. De jaartaks kan niet geldig worden gekweten meer dan zes maanden vóór de vervaldatum.

§ 2.Wanneer de betaling van de jaartaks niet op de vervaldag werd gekweten, kan deze taks alsnog betaald worden vermeerderd met een toeslag, binnen een respijttermijn van zes maanden te rekenen vanaf de vervaldag van de jaartaks.

§ 3.Het bedrag van de jaartaks en van de toeslag wordt door de Koning vastgesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

§ 4.Indien de jaartaks niet betaald wordt binnen de respijttermijn van zes maanden voorzien in paragraaf 2, is de houder van de aanvraag van een certificaat of van het certificaat van rechtswege vervallen verklaard van zijn rechten. Het verval heeft uitwerking op de vervaldatum van de niet betaalde jaartaks. Het verval wordt in het register ingeschreven.

Art. XI.102

§ 1.Wanneer een aanvrager van een certificaat of van een verlenging van de duur of een houder van een certificaat een termijn voor een handeling in een procedure voor de Dienst niet in acht heeft genomen, en dit verzuim het verlies van rechten ten aanzien van een certificaat of van de aanvraag van een certificaat of voor verlenging van de duur tot rechtstreeks gevolg heeft, worden de rechten van de aanvrager of de houder ten aanzien van het desbetreffende certificaat of de desbetreffende aanvraag van een certificaat of voor de verlenging van de duur door de Dienst hersteld indien:

1°een verzoek daartoe bij de Dienst wordt gedaan overeenkomstig de door de Koning gestelde voorwaarden en binnen de door de Koning bepaalde termijn;

2°de niet-gestelde handeling wordt verricht binnen de in 1° vermelde termijn voor de indiening van het verzoek;

3°in het verzoekschrift de redenen worden vermeld waarom de vastgestelde termijn niet in acht is genomen;

4°de Dienst vaststelt dat het verzuim de termijn in acht te nemen is ontstaan ondanks dat in het onderhavige geval de nodige zorg is betracht.

Het verzoek tot herstel wordt in het register ingeschreven.

Een verklaring of andere bewijzen ter ondersteuning van de onder 3° bedoelde redenen worden bij de Dienst ingediend binnen een door de Koning bepaalde termijn.

Het verzoek tot herstel wordt pas behandeld nadat de voorgeschreven taks met betrekking tot dit verzoek is betaald. De betaling van deze taks wordt uitgevoerd binnen twee maanden na de indiening van het verzoek. Bij het niet in acht nemen van deze termijn is het verzoek tot herstel van rechtswege zonder gevolg.

§ 2.Een verzoekschrift uit hoofde van paragraaf 1 kan niet geheel of ten dele worden geweigerd zonder dat de verzoekende partij in de gelegenheid wordt gesteld binnen een door de Koning bepaalde termijn commentaar te leveren op de voorgenomen weigering.

De beslissing tot herstel of tot weigering wordt in het register gepubliceerd.

§ 3.Degene die, tussen het moment waarop de rechten, als bepaald in artikel XI.101, § 4, vervallen en dat waarop het herstel van deze rechten uitwerking heeft overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel, in België te goeder trouw gebruik heeft gemaakt van het product dat het voorwerp uitmaakt van de door het certificaat verleende bescherming of daartoe de nodige maatregelen heeft getroffen, mag dit product blijven gebruiken tot nut van zijn eigen onderneming. Het recht erkend door deze paragraaf mag slechts overgedragen worden met de onderneming waaraan het verbonden is.

Art. XI.103

Een verzoek tot herstel in de rechten als bedoeld in artikel XI.102, paragraaf 1, is niet ontvankelijk voor:

1°de termijnen bedoeld in artikel XI.102, paragraaf 1;

2°de termijnen bedoeld in artikel 7.5. van de verordening 469/2009.

De Koning bepaalt in voorkomend geval andere termijnen dan deze vermeld in het vorige lid, voor dewelke een verzoek tot herstel niet ontvankelijk is.