Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 1 - Uitvindingsoctrooien › HOOFDSTUK 3 - Vertegenwoordiging voor de Dienst

Afdeling 3 - Register van erkende gemachtigden

XI.65–XI.75

Art. XI.65

§ 1.Bij de Dienst wordt een register ingesteld waarin de erkende gemachtigden ingeschreven zijn welke, in de materies bedoeld in de artikelen XI.62 en XI.63, de vertegenwoordiging van natuurlijke of rechtspersonen voor de Dienst verzekeren.

De Koning bepaalt de vermeldingen die in het register voor erkende gemachtigden moeten worden opgenomen alsmede de voorwaarden waarin dit wordt bijgehouden.

§ 2.De Dienst stelt het register van erkende gemachtigden via elektronische weg ter beschikking van het publiek.

De Koning bepaalt de voorwaarden voor beschikbaarstelling van het publiek van het register van erkende gemachtigden, alsook de vermeldingen van het register die onderworpen zijn aan de inzage ten behoeve van het publiek.

Art. XI.65/1

<Opgeheven bij W 2024-02-09/19, art. 32, 129; Inwerkingtreding: 31-03-2024>

Art. XI.66

§ 1.Elke persoon die wenst ingeschreven te worden in het register van erkende gemachtigden dient te voldoen aan de volgende voorwaarden:

1°de hoedanigheid bezitten van natuurlijke persoon;

2°onderdaan zijn van een lidstaat en gedomicilieerd zijn in een lidstaat;

3°niet het voorwerp uitmaken van een rechterlijke beschermingsmaatregel, bedoeld in artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek;

4°niet in staat van ontzetting zijn als bedoeld in de artikelen 31 tot 34 van het Strafwetboek;

5°geen veroordeling in België of in het buitenland hebben opgelopen voor één van de misdrijven vermeld in het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen.

Aan de voorwaarden bepaald in het eerste lid, 2°, dient niet te worden voldaan door de persoon die daarvan is vrijgesteld, hetzij op grond van een internationaal verdrag, hetzij op grond van een afwijking door de Koning uit hoofde van wederkerigheid toegestaan.

§ 2.Naast de voorwaarden vermeld in paragraaf 1, dient elke persoon die wenst ingeschreven te worden in het register van erkende gemachtigden te voldoen aan de volgende voorwaarden:

1°in het bezit zijn van een Belgisch universitair diploma of van een Belgisch diploma van hoger onderwijs, met een duur van ten minste vier jaar, met betrekking tot een wetenschappelijke, technische of juridische discipline;

2°een activiteit in verband met uitvindingsoctrooien hebben uitgeoefend, waarvan de Koning de duur en de nadere regels vaststelt;

3°geslaagd zijn voor een examen over de industriële eigendom en hoofdzakelijk over de uitvindingsoctrooien, af te leggen voor de Commissie tot erkenning van de gemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/1, ten laatste twee jaar na de stopzetting van de activiteit bedoeld in 2°.

De in het buitenland na minstens vier studiejaren uitgereikte diploma's in dezelfde disciplines worden aanvaard mits hun gelijkwaardigheid door de bevoegde Belgische overheden werd erkend.

§ 3.De voorwaarden vermeld in paragraaf 2 zijn niet van toepassing op de onderdaan van een lidstaat die voldoet aan de voorwaarden door de Koning bepaald krachtens het tweede lid.

De Koning neemt de maatregelen die, inzake de toegang tot het beroep van erkende gemachtigde en de uitoefening van deze beroepsactiviteit, nodig zijn voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de volgende internationale teksten of uit de bepalingen uitgevaardigd krachtens deze teksten en die betrekking hebben op de vereisten inzake diploma's, getuigschriften en andere titels:

1°het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

2°de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Art. XI.67

(Artikel XI.75/1 geworden).

Art. XI.68

(Artikel XI.75/2 geworden).

Art. XI.69

De aanvraag tot inschrijving in het register van erkende gemachtigden wordt aan de minister gericht. Deze geeft ze voor advies door aan de Commissie tot erkenning van de gemachtigden bedoeld in artikel XI.75/1. Het advies wordt samen met het dossier aan de minister overhandigd.

Indien de aanvrager de gestelde voorwaarden vervult, doet de minister hem in het register van erkende gemachtigden inschrijven binnen de maand na de ontvangst van het advies. Indien de aanvrager de voorwaarden niet vervult, verwerpt de minister de aanvraag binnen dezelfde termijn. In beide gevallen wordt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte gesteld.

De beslissing waarbij de minister van het advies van de Commissie afwijkt en deze waarbij hij de aanvraag verwerpt moeten met redenen worden omkleed.

Art. XI.70

De persoon die in het register van erkende gemachtigden werd ingeschreven met toepassing van artikel 64 van de wet van 1984 op de Belgische uitvoeringsoctrooien, behoudt het voordeel van zijn inschrijving.

De in het eerste lid bedoelde ingeschreven personen kunnen worden doorgehaald met toepassing van de artikelen XI.71 en XI.72.

Art. XI.71

Elke in het register van erkende gemachtigden ingeschreven persoon kan de minister verzoeken om zijn naam in dit register door te halen.

Art. XI.72

In het register van erkende gemachtigden wordt doorgehaald de naam van de persoon:

1°die overleden is of zich in staat van onbekwaamheid bevindt zoals bedoeld bij artikel XI.75;

2°die, ingeschreven in het register van erkende gemachtigden bij toepassing van artikel XI.69, de bij de artikel XI.66, § 1, eerste lid, 2° en 3°, vastgestelde voorwaarden niet meer vervult of zich niet meer kan beroepen op bepalingen van het internationaal verdrag of op het bestaan van de wederkerigheid als bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, van dit artikel;

3°die, ingeschreven in het register van erkende gemachtigden bij toepassing van artikel XI.70, niet meer woonachtig is in België of in een lidstaat... of het voorwerp uitmaakt van een rechterlijke beschermingsmaatregel, bedoeld in artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek;

4°...

5°die, bij zijn aanvraag tot inschrijving of bij een aanvraag tot wijziging van zijn inschrijving opzettelijk documenten heeft voorgelegd of verklaringen heeft afgelegd waarvan de inhoud niet met de werkelijkheid overeenstemde;

6°die een veroordeling heeft opgelopen of het voorwerp is geweest van een maatregel tot ontzetting, als bedoeld in artikel XI.66, § 1, eerste lid, 4° en 5°;

7°wiens lidmaatschap van het Instituut voor Octrooigemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, is vervallen bij toepassing van artikel XI.75/5, § 3, 2° en 4°.

De duur van doorhaling bij toepassing van punten 5° tot en met 7° van dit artikel moet minstens één jaar bedragen.

Art. XI.73

De erkende gemachtigde, wiens inschrijving is doorgehaald, wordt op zijn verzoek opnieuw ingeschreven in het register van de erkende gemachtigden, in de volgende gevallen:

1°de redenen voor de doorhaling bedoeld in de artikelen XI.71 en XI.72, eerste lid, 1° tot 3°, bestaan niet meer;

2°de termijn van de met toepassing van artikel XI.72, eerste lid, 5° tot 7°, genomen maatregel tot doorhaling is verstreken.

Art. XI.74

§ 1.In de bij artikel XI.72 bepaalde gevallen, die vermeld in het eerste lid, 1° en 7°, van die bepaling uitgezonderd, wint de minister vooraf advies in van het Instituut voor Octrooigemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/3, § 1.

Wanneer op grond van artikel XI.73 om een nieuwe inschrijving wordt verzocht, wint de minister vooraf advies in van het Instituut indien een tuchtmaatregel de reden van doorhaling vormt, of van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/1, indien een tuchtmaatregel niet de reden van doorhaling vormt.

§ 2.Indien het Instituut of de Commissie tot erkenning van de gemachtigden in de omstandigheden bedoeld in paragraaf 1 overweegt een negatief advies uit te brengen, stelt het de belanghebbende bij een aangetekende zending, en minstens twintig werkdagen vooraf, in kennis van de vergadering waarop de zaak zal worden behandeld. De belanghebbende kan zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een advocaat of door een erkende gemachtigde.

Het advies wordt samen met het dossier aan de minister doorgezonden. Indien het Instituut zijn advies niet binnen drie maanden na de verwijzing verstrekt, wordt dit als in het voordeel van de belanghebbende beschouwd.

§ 3.De beslissingen tot doorhaling en tot weigering van een nieuwe inschrijving alsmede die waarbij de minister van het advies van het Instituut of de Commissie tot erkenning van de gemachtigden afwijkt, dienen met redenen te worden omkleed.

De minister brengt zijn beslissing tot doorhaling, nieuwe inschrijving of weigering van zulke inschrijving onverwijld ter kennis van de belanghebbende. Hij gaat over tot de doorhaling of tot de nieuwe inschrijving, naargelang van het geval, binnen de maand na de ontvangst van het advies.

Art. XI.75

Wanneer een erkend gemachtigde overlijdt of in de onmogelijkheid verkeert zijn vertegenwoordigingsactiviteit uit te oefenen, kunnen de hem bij de Dienst toevertrouwde opdrachten gedurende zes maanden verder worden uitgevoerd door een ander erkende gemachtigde zonder dat deze zijn mandaat dient te bewijzen.