Alle wetboeken › WER

Boek VI Marktpraktijken en consumentenbescherming › TITEL 2 - Informatie van de markt

HOOFDSTUK 2/1 - Betaling door de consument

VI.7/1–VI.7/5

Art. VI.7/1

§ 1.Elke onderneming rondt het totaalbedrag dat de consument in speciën betaalt, af naar het dichtstbijzijnde veelvoud van vijf cent.

§ 2.Het is de onderneming ook toegelaten het totaalbedrag af te ronden, wanneer de betaling op een andere wijze dan in speciën gebeurt.

De Koning kan, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de afronding voor betalingen op een andere wijze dan in speciën verplicht stellen, wanneer de vrijwillige afronding ruime toepassing vindt.

§ 3.De bepalingen van de paragrafen 1 en 2 zijn enkel van toepassing voor zover:

1°de betaling plaatsvindt in de gelijktijdige, fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming;

2°het totaalbedrag hoger is dan vijf cent;

3°voldaan is aan de voorwaarden van artikel VI.7/2.

Art. VI.7/2

§ 1.Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 1, 2, 6 of 7 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde lagere veelvoud van 5 cent afgerond.

Wanneer het te betalen totaalbedrag eindigt op 3, 4, 8 of 9 cent, wordt het naar het dichtstbijzijnde hogere veelvoud van 5 cent afgerond.

§ 2.Op elk document waarop het te betalen totaalbedrag vermeld staat, vermeldt de onderneming uitdrukkelijk de toegepaste afronding.

§ 3.Wanneer de onderneming in toepassing van artikel VI.7/1 de afronding toepast voor andere betalingen dan in speciën, past ze die toe voor alle andere betaalwijzen.

Bovendien licht ze de consument hiervan in met de volgende boodschap "het totaalbedrag wordt altijd afgerond". Deze boodschap wordt op een duidelijke wijze meegedeeld in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar de consument betaalt.

§ 4.De onderneming past de afronding ook toe op de totaalbedragen die ze in speciën aan de consument terugbetaalt.... Wanneer ze in toepassing van artikel VI.7/1, § 2, het totaalbedrag ook afrondt bij de betaling op een andere wijze dan in speciën, past ze de afronding toe voor alle totaalbedragen die ze aan de consument terugbetaalt.

Art. VI.7/3

De betaling van het te betalen totaalbedrag dat in overeenstemming met artikel VI. 7/2 werd afgerond, bevrijdt de consument en de onderneming van hun schuld.

In afwijking van artikel 5.195 van het Burgerlijk Wetboek kan het verschil tussen het overeenkomstig artikel VI. 7/2 afgeronde en betaalde totaalbedrag en het totaalbedrag vóór afronding niet worden teruggevorderd.

Art. VI.7/4

Onverminderd artikel VII.30, § 3, stelt de onderneming, wanneer de betaling in euro in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming plaatsvindt, aan de consument eveneens een elektronisch betaalmiddel ter beschikking.

Voor de toepassing van dit artikel is het elektronisch betaalmiddel een ander betaalmiddel dan muntstukken en bankbiljetten uitgedrukt in euro, verstrekt door een betalingsdienstaanbieder als bedoeld in artikel I.9, 2°, betreffende de definities van toepassing op boek VII van het Wetboek van economisch recht.

Art. VI.7/5

§ 1.Overeenkomstig artikel 128, § 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarbij de euro wettig betaalmiddel wordt, en de artikelen 10 en 11 van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro, aanvaardt de onderneming een betaling in speciën van de consument wanneer een betaling in euro in gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument en de onderneming plaatsvindt.

Dit artikel is van toepassing onverminderd de bepalingen van boek III van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1, mag de onderneming tijdelijk betalingen in speciën weigeren voor naar behoren gemotiveerde redenen van veiligheid. Ze deelt dit aan de consument op duidelijke, begrijpelijke en goed zichtbare wijze mee aan de ingang van haar verkoopruimte en aan de kassa.

De onderneming mag de nominale waarde van de door haar aanvaarde biljetten beperken indien de nominale waarde van het aangeboden biljet niet in verhouding staat tot het door de consument verschuldigde bedrag.