Alle wetboeken › WER

Boek VI Marktpraktijken en consumentenbescherming › TITEL 2 - Informatie van de markt

HOOFDSTUK 3 - Benaming, samenstelling en etikettering van goederen en diensten

VI.8–VI.10

Art. VI.8

De vermeldingen die het voorwerp zijn van de etikettering en die dwingend voorgeschreven zijn door dit boek, zijn uitvoeringsbesluiten of de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 februari 1960 waarbij aan de Koning de toelating verleend wordt om het gebruik van de benamingen waaronder koopwaren in de handel gebracht worden, te regelen, van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken en van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, door de verordeningen van de Europese Unie die de bepalingen van dit boek of de voornoemde uitvoeringsbesluiten vervangen alsook de gebruiksaanwijzingen en de garantiebewijzen, zijn minstens gesteld in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de goederen of diensten, onder bezwarende titel of gratis, aan de consument worden aangeboden.

Als de etikettering dwingend is voorgeschreven, is ze goed zichtbaar en leesbaar, opgemaakt in de vorm en met de inhoud bepaald door de toepasselijke reglementering, en duidelijk onderscheiden van de reclame.

Art. VI.9

§ 1.De Koning kan, onverminderd de bevoegdheid die Hem is verleend op het gebied van de volksgezondheid, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument:

1°voor de goederen of categorieën van goederen die Hij aanwijst, de etikettering voorschrijven en de vermeldingen en andere elementen ervan vaststellen;

2°de voorwaarden van menging, samenstelling, presentatie, kwaliteit en veiligheid vastleggen, waaraan de goederen moeten voldoen om al dan niet onder een bepaalde benaming op de markt te mogen worden gebracht;

3°verbieden dat goederen onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;

4°het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor goederen die op de markt worden gebracht;

5°opleggen dat aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;

6°verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht.

§ 2.Alvorens een besluit ter uitvoering van de voorgaande paragraaf voor te stellen, raadpleegt de minister de bijzondere raadgevende commissie Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.

Art. VI.10

Mits naleving van de vormen bepaald in artikel VI.9, § 2, kan de Koning, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument, voor diensten of categorieën van diensten:

1°vaststellen welke beschrijving van, en welke algemene vermeldingen over de diensten aan de consument moeten worden meegedeeld en op welke wijze;

2°verbieden dat diensten onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;

3°het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor diensten die op de markt worden gebracht;

4°opleggen dat aan de benamingen waaronder diensten op de markt worden gebracht, tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te verduidelijken;

5°verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de benaming waaronder diensten op de markt worden gebracht.

Wanneer ter uitvoering van dit artikel te treffen maatregelen betrekking hebben op de financiële diensten, worden die maatregelen gezamenlijk voorgesteld door de minister en de minister van Financiën.