Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 8 Misdrijven tegen de Staat en zijn functioneren › Hoofdstuk 5 Misdrijven tegen de rechtsbedeling

Afdeling 3 Belemmering van de uitvoering of niet-naleving van de rechterlijke beslissing

676–688

Art. 676

Familieverlating

Familieverlating is het opzettelijk:

1°meer dan twee maanden in gebreke blijven de uitkering tot onderhoud te betalen aan zijn echtgenoot of aan zijn bloedverwanten in neerdalende of opgaande lijn, waartoe men werd veroordeeld door een rechterlijke beslissing waartegen geen verzet of hoger beroep meer open staat;

2°zich als echtgenoot onttrekken aan de gevolgen van de machtiging die door de rechter werd verleend krachtens de artikelen 203ter, 221 en 301, § 11, van het oud Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1253ter/5 en 6 van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer tegen die machtiging geen verzet of hoger beroep meer openstaat;

3°meer dan twee maanden in gebreke zijn om te voldoen aan de verplichtingen van de artikelen 203bis, 206, 207, 301, 336 en 353-14 van het oud Burgerlijk Wetboek en in artikel 1288, eerste lid, 3° en 4°, van het Gerechtelijk Wetboek, de naleving waartoe men is veroordeeld door een rechterlijke beslissing waartegen geen verzet of hoger beroep meer open staat;

4°als echtgenoot nalaten de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen, na te zijn veroordeeld, hetzij tot een van de verplichtingen waarvan de niet-nakoming wordt bestraft in de bepalingen onder 1° en 3°, hetzij ingevolge de artikelen 203ter, 221 en 301, § 11, van het oud Burgerlijk Wetboek en 1253ter/5 en 6, van het Gerechtelijk Wetboek, en daardoor zijn echtgenoot of zijn kinderen berooft van de voordelen waarop zij aanspraak konden maken;

5°als bloedverwant in de rechte neerdalende lijn nalaten de door de sociale wetgeving voorgeschreven formaliteiten te vervullen, na te zijn veroordeeld tot onderhoudsplicht, en daardoor zijn bloedverwant in de opgaande lijn berooft van de voordelen waarop deze aanspraak kon maken;

6°belemmeren van het toezicht op de gezinsbijslag of andere sociale uitkeringen door na te laten de nodige documenten te bezorgen aan de instellingen belast met de vereffening van die uitkeringen door valse of onvolledige aangiften te doen, of door de bestemming te wijzingen die de daartoe aangewezen persoon of overheid eraan gegeven heeft.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 677

Niet-afgeven van kinderen

Niet-afgeven van kinderen is het opzettelijk:

1°niet afgeven van een minderjarige aan de personen die het recht hebben hem op te eisen;

2°naast zich neerleggen van een beslissing van de jeugdrechter of de uitvoering ervan verhinderen of helpen te verhinderen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 678

Verzwaard niet-afgeven van kinderen

Niet-afgeven van kinderen wordt gestraft met een straf van niveau 3 indien:

1°de minderjarige meer dan vijf dagen verborgen wordt gehouden voor diegenen die het recht hebben hem op te eisen, of;

2°de minderjarige onrechtmatig buiten het grondgebied van het Rijk wordt vastgehouden.

Art. 679

Niet-afgeven van kinderen door ouders

Niet-afgeven van kinderen door ouders is het opzettelijk, door een vader of moeder:

1°onttrekken of pogen te onttrekken van het minderjarig kind aan de rechtsvervolging die tegen dit kind is ingesteld op basis van de wetgeving betreffende de jeugdbescherming of de jeugdbijstand, of;

2°onttrekken of pogen te onttrekken van het minderjarig kind aan de bewaring van de personen aan wie de bevoegde overheid hem heeft toevertrouwd;

3°niet-afgeven van het minderjarig kind aan diegene die het recht heeft hem op te eisen;

4°ontvoeren van het minderjarig kind, zelfs met diens toestemming.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 680

Verzwaard niet-afgeven van kinderen door ouders

Niet-afgeven van kinderen door ouders wordt bestraft met een straf van niveau 3 indien:

1°het minderjarig kind meer dan vijf dagen verborgen wordt gehouden voor diegenen die het recht hebben hem op te eisen, of;

2°het minderjarig kind onrechtmatig buiten het grondgebied van het Rijk wordt vastgehouden.

Art. 681

Niet-naleving van de regeling omtrent het omgangsrecht

Niet-naleving van de regeling omtrent het omgangsrecht is het opzettelijk door een ouder niet naleven van:

1°de rechterlijke beslissing over de bewaring van het minderjarig kind genomen tijdens of ten gevolge van een geding tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed, hetzij in andere bij de wet bepaalde omstandigheden, of;

2°de aan de rechtspleging voorafgaande minnelijke schikking over de bewaring van het minderjarig kind, vanaf de datum van de overschrijving van de echtscheiding door onderlinge toestemming.

Deze gedraging is strafbaar indien dit gebeurt door:

1°het minderjarig kind te onttrekken aan de bewaring van hen aan wie het krachtens de rechterlijke beslissing of minnelijke schikking is toevertrouwd, of de poging daartoe;

2°het minderjarig kind niet af te geven aan diegene die het recht heeft het op te eisen, of;

3°het minderjarig kind te ontvoeren, zelfs met zijn toestemming.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 682

Verzwarende factor

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze onderafdeling neemt de rechter in overweging dat de schuldige geheel of ten dele ontzet is uit het onderlijk gezag over het minderjarig kind.

Art. 683

Niet-naleving van de voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling

Niet-naleving van de voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling is het opzettelijk niet naleven van de opgelegde voorwaarden bij de opheffing van een opsporings- of onderzoekshandeling.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 684

Ontsnapping van gevangenen

Ontsnapping van gevangenen is het zich opzettelijk onttrekken door een persoon:

1°aan de voorlopige hechtenis, de gevangenisstraf of de hem in het kader van een strafrechtelijke procedure opgelegde vrijheidsberovende maatregel door te ontsnappen uit een gevangenis, een inrichting waar een geïnterneerde persoon geplaatst is, een gerechtsgebouw, een politiecommissariaat, een ziekenhuis, een voertuig van de politie of enige andere plaats waar hij onder bewaking of toezicht staat van een personeelslid van de geïntegreerde politie belast met bewakings- of beveiligingstaken, met inbegrip van de beveiligingsagenten en de beveiligingsassistenten van politie van de Directie Beveiliging;

2°aan de controle door elektronische middelen, opgelegd ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing bedoeld in de bepaling onder 1°.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 685

Verzwaarde ontsnapping van gevangenen

De ontsnapping van gevangenen wordt bestraft met een straf van niveau 3 indien het misdrijf werd gepleegd door middel van geweld of bedreigingen.

Dezelfde straf wordt uitgesproken ten aanzien van een deelnemer die een persoon met een openbare functie is en dit misdrijf pleegt in het kader van de uitoefening van deze functie.

Art. 685/1

Strafuitsluitende verschoningsgrond

De dader van en de deelnemers aan de ontsnapping worden niet gestraft indien de ontsnapping gebeurde zonder geweld of bedreiging en de ontsnapte persoon zich binnen een periode van achtenveertig uren na de ontsnapping spontaan aanbiedt bij de gevangenis of de inrichting waar hij verbleef, dan wel bij een politiedienst.

Art. 685/2

Beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal

Beschadiging of verduistering van het elektronisch toezichtsmateriaal is het opzettelijk beschadigen of verduisteren van elektronisch toezichtsmateriaal.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, 7°, bedraagt de geldboete ten hoogste 32.000 euro.

Onder elektronisch toezichtsmateriaal moet worden verstaan het geheel aan elektronische middelen dat de diensten van de gemeenschappen bevoegd voor de organisatie en de controle van het elektronisch toezicht inzetten bij de uitvoering van hun opdrachten.

Art. 686

Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod

Niet-naleving van een straf bestaande uit een verbod is het opzettelijk overtreden van een van de volgende straffen:

1°het verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen, bedoeld in artikel 57;

2°het beroepsverbod, bedoeld in artikel 48 of enig ander beroepsverbod dat op basis van dit wetboek kan worden opgelegd;

3°het verval van het recht tot sturen, bedoeld in artikel 49;

4°het verblijfs-, plaats- of contactverbod, bedoeld in artikel 50 of enig ander verblijfs-, plaats- of contactverbod dat op basis van dit wetboek kan worden opgelegd;

5°de sluiting van de inrichting, bedoeld in artikel 59.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 687

Het overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij

Het overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij is het opzettelijk overgooien van voorwerpen over de muren of afsluitingen van een gevangenis, een afdeling of een inrichting tot bescherming van de maatschappij, op directe of indirecte wijze.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 688

Niet-naleving van een beslissing tot overlegging van een stuk

Niet-naleving van een beslissing tot overlegging van een stuk is het met bedrieglijk opzet vernietigen, veranderen of verbergen van een stuk dat men onder zich heeft en waarvan de overlegging in rechte bij een vonnis wordt bevolen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.