Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 6 Misdrijven tegen het vermogen › Hoofdstuk 1 Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederen

Afdeling 3 Heling en witwassen

501–504

Art. 501

Heling

Heling is het opzettelijk in bezit nemen van een goed dat verkregen is door middel van een misdrijf dat begaan is door een andere persoon.

Heling bestaat, ook wanneer het misdrijf waaruit het goed voortkomt in het buitenland is gepleegd en in België niet kan worden vervolgd.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 502

Witwassen

Witwassen is het:

1°opzettelijk verwerven, om niet ontvangen, bewaren, beheren of bezitten van de uit een misdrijf verkregen vermogensvoordelen, van de in de plaats gestelde goederen of waarden of van de inkomsten uit die belegde voordelen terwijl de dader de herkomst van de zaken kende of moest kennen op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen, of;

2°omzetten of overdragen van de zaken bedoeld in de bepaling onder 1°, met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen of een persoon betrokken bij het oorspronkelijk misdrijf te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden, terwijl de dader weet of moest weten dat deze uit een criminele activiteit zijn verkregen, of;

3°opzettelijk verhelen of verhullen van de aard, de oorsprong, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing of de eigendom van de zaken bedoeld in de bepaling onder 1°, terwijl de dader weet of moest weten dat deze uit een criminele activiteit zijn verkregen.

Witwassen bestaat, ook wanneer het misdrijf waaruit de vermogensvoordelen, de in de plaats gestelde goederen of waarden of de inkomsten uit die belegde voordelen voortkomen, in het buitenland is gepleegd en in België niet kan worden vervolgd.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

In afwijking op artikel 52, § 1, tweede lid, kan de rechter als bijkomende straf een geldboete uitspreken van 200 euro tot 2.000.000 euro of van een omvang die verhoogd kan worden tot het equivalente bedrag van de waarde van de witgewassen goederen.

In afwijking op artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, worden de zaken die het voorwerp uitmaken van het witwassen verbeurd verklaard, ook al zijn zij geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die zaken.

Art. 503

Verzwaarde heling en verzwaard witwassen

Heling en witwassen worden bestraft met een straf van niveau 4 wanneer:

1°de dader wist dat een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand werd ingezet voor het plegen van het misdrijf waaruit de geheelde of witgewassen vermogensvoordelen voortkomen;

2°de geheelde of witgewassen vermogensvoordelen voortkomen uit een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 7 of 8 en de dader kennis had van de bestanddelen waaraan de wet een dergelijke straf hecht;

3°de dader van het misdrijf een meldingsplichtige entiteit is volgens artikel 2 van de Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, gevestigd in België, in een ander land van de Europese Economische Ruimte of een derde land dat verplichtingen oplegt die gelijkaardig zijn aan die uit de voornoemde Richtlijn, en deze het misdrijf heeft gepleegd in het kader van de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten;

4°het misdrijf werd gepleegd in het kader van een criminele organisatie.

Art. 504

Strafuitsluitende verschoningsgrond

De onderworpen entiteiten als bedoeld in artikel 5, §§ 1 en 4, van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, alsmede hun bestuurders, aangestelden en lasthebbers, blijven vrij van straf voor de in artikel 502 eerste lid, 1° en 3°, genoemde misdrijven, voor zover zij zich, ten aanzien van de betrokken feiten gepleegd in het raam van andere fiscale fraude dan ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, hebben geconformeerd aan de wetgeving en reglementering inzake de bestrijding van fiscale fraude waaronder deze die voortvloeien uit voornoemde wet van 18 september 2017.