Het maken van geluids- of audiovisuele opnames van de zitting, het bewaren, het verspreiden daarvan onder derden of het verrichten van enige andere verwerking, zonder voorafgaande toestemming van het gerecht, wordt bestraft met een straf van niveau 2.
BOEK II — TITELS V EN VI Bewarende maatregelen en herziening (art. 525–588)
TITEL VIter Opname van de zitting
565–566
Art. 566
Onverminderd artikel 258/2, kan het gerecht waarvoor de openbare zitting wordt gehouden, beslissen, ten uitzonderlijken titel, de openbare zitting op te nemen wanneer deze geluids- of audiovisuele opname van belang is voor het aanleggen van historische justitiearchieven of voor educatieve doeleinden met het oog op het overdragen van kennis over het recht of de werking van het rechtssysteem, met de toestemming van de personen voor de opname van hun stem of afbeelding, elk voor wat hen betreft. Die toestemming kan worden ingetrokken op elk ogenblik tijdens de zitting.
Elke op de zitting, fysiek of per videoconferentie verschijnende, eraan deelnemende of er zetelende persoon, alsook het publiek kan worden onderworpen aan deze opnames.
De opname kan plaatsvinden op voorwaarde dat zij het goede verloop van het geding en de uitoefening van de rechten van verdediging niet belemmert. De opnames worden vanaf vaste punten gemaakt.
Het gerecht kan te allen tijde de opname schorsen of beëindigen in de uitoefening van zijn bevoegdheid van handhaving van de orde ter terechtzitting.
Deze opname wordt gemaakt en bewaard middels het videoconferentiesysteem bedoeld in artikel 556, § 1, 2°. De digitale drager met de volledige opname wordt na de sluiting van de debatten bij het strafdossier en in voormeld videoconferentiesysteem gevoegd. De Koning bepaalt de nadere praktische en technische regels in verband met de opname en met zijn bewaring.
De in het beheerscomité bedoeld in artikel 782, § 6, van het Gerechtelijk Wetboek vertegenwoordigde entiteiten, treden op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken overeenkomstig artikel 52 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
De in het videoconferentiesysteem bewaarde opnames kunnen uitsluitend worden geraadpleegd en verwerkt binnen de grenzen en conform de nadere regels van dit Wetboek en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de strafrechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan.