Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITELS V EN VI Bewarende maatregelen en herziening (art. 525–588)

TITEL VIbis Het gebruik van videoconferentie

556–564

Art. 556

§ 1.Voor de toepassing van deze titel wordt begrepen onder:

1°videoconferentie: elke rechtstreekse audiovisuele verbinding, in reële tijd, met als doel het verzekeren van een multidirectionele en gelijktijdige communicatie van beeld en geluid en een visuele, auditieve en verbale interactie tussen meerdere geografisch van elkaar verwijderde personen of groepen van personen;

2°videoconferentiesysteem: het informaticasysteem, opgericht bij de door de Koning aangewezen dienst, dat toelaat:

a)een videoconferentie te houden overeenkomstig de voorwaarden en vereisten van deze titel;

b)een openbare terechtzitting op te nemen overeenkomstig artikel 566 en, in voorkomend geval overeenkomstig artikel 558, § 4;

c)het regelen van de vaststelling van zittingen te vergemakkelijken.

§ 2.De bepalingen van deze titel doen geen afbreuk aan de algemene regel dat de zittingen van de rechtbanken fysiek doorgaan in een gerechtsgebouw. In afwijking van deze regel kunnen zittingen enkel worden georganiseerd via videoconferentie overeenkomstig de bepalingen van deze titel.

Art. 557

Het gebruik van de videoconferentie in strafzaken heeft als doel om een of meerdere personen of, in voorkomend geval, hun vertegenwoordigers, of de leden van het gerecht toe te laten om vanop afstand op een zitting te verschijnen, eraan deel te nemen of er te zetelen onder de in deze titel vastgestelde voorwaarden.

Art. 558

§ 1.De organisatie en het verloop van de zitting per videoconferentie en het videoconferentiesysteem worden op zo'n wijze ontworpen dat verzekerd wordt dat, in de gevallen waarin een of meer personen per videoconferentie verschijnen of deelnemen en voor zover deze titel daar niet van afwijkt, de per videoconferentie op de zitting verschijnende of eraan deelnemende personen en de personen die op de zitting verschijnen of eraan deelnemen in de zittingszaal, dezelfde rechten en verplichtingen hebben als diegene die hen zijn toegekend in het kader van een zitting waarbij niemand verschijnt per videoconferentie.

§ 2.De organisatie en het verloop van de zitting per videoconferentie en het videoconferentiesysteem waarborgen dat:

1°de op de zitting verschijnende, eraan deelnemende en er zetelende personen in staat zijn om op effectieve wijze deel te nemen aan de rechtspleging en de debatten effectief en integraal te volgen;

2°de op de zitting verschijnende, eraan deelnemende of er zetelende personen zich kunnen uitdrukken en kunnen gezien en gehoord worden zonder technische belemmeringen;

3°indien een advocaat optreedt voor de verschijnende persoon, de verschijnende persoon tijdens de videoconferentie daadwerkelijk en vertrouwelijk kan communiceren met zijn advocaat;

4°indien er verschillende partijen in het geding zijn of verschillende te horen personen, kunnen zij elkaar gelijktijdig zien en horen, voor zover de wet het toelaat;

5°behoudens de bij wet bepaalde uitzonderingen, is het opnemen, het bewaren, en elke andere vorm van verwerking van de videoconferentie niet toegelaten.

§ 3.De Koning duidt het videoconferentiesysteem bedoeld in artikel 556, § 1, 2°, aan en bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder bedoeld in artikel 782, § 6, van het Gerechtelijk Wetboek en het College van het openbaar ministerie, de nadere regels voor de inrichting en werking van het videoconferentiesysteem.

Toegang tot het videoconferentiesysteem wordt verkregen door middel van de federaal ondersteunde authentificatieprotocollen of een authentificatiemiddel dat gelijkwaardige garanties biedt. De Koning kan de authentificatiemiddelen bepalen.

De Koning kan bepalen op welke wijze de gebruikers of potentiële gebruikers van het videoconferentiesysteem worden geïnformeerd over de werking, het gebruik en de voor- en nadelen van het videoconferentiesysteem.

De Koning kan ook de minimale regels bepalen waaraan de informatica-apparatuur van de personen die verschijnen of deelnemen aan de videoconferentie moet voldoen.

§ 4.De zitting per videoconferentie kan door het gerecht worden opgenomen om de in artikel 559, eerste lid, bedoelde openbaarheid te waarborgen. Deze opname wordt niet langer dan de duur van de zitting bewaard.

Art. 559

De openbaarheid van de zittingen per videoconferentie wordt verzekerd via het videoconferentiesysteem of een ander door de Koning aangewezen informaticasysteem of via de toegang tot de zittingszaal waar het gerecht zetelt. De openbaarheid van de zittingen kan ook verzekerd worden door een combinatie van de voornoemde middelen.

De behandeling per videoconferentie met gesloten deuren wordt gewaarborgd door het videoconferentiesysteem en door de toegang te weigeren tot de zittingszaal waar het gerecht zetelt.

De Koning stelt, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder bedoeld in artikel 782, § 6, van het Gerechtelijk Wetboek en het College van het openbaar ministerie, de nadere regels vast met betrekking tot de openbaarheid van de zittingen via het videoconferentiesysteem, evenals, in voorkomend geval, de nadere regels voor de inrichting en werking van het in eerste lid bedoelde informaticasysteem.

Art. 560

§ 1.De onderzoeksgerechten, de rechtbanken, de hoven van beroep, de voorzitter van een hof van assisen en het Hof van Cassatie kunnen ambtshalve een of meerdere personen of het openbaar ministerie uitnodigen om te verschijnen of deel te nemen per videoconferentie aan de eerste zitting voor wat de onderzoeksgerechten betreft, de inleidingszitting, de preliminaire zitting, de zitting enkel gewijd aan de afhandeling van de burgerlijke belangen of voor de uitspraak, mits hun akkoord, elk voor wat hun verschijning of deelname betreft, wanneer ze van oordeel zijn dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1°het gebruik van de videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak;

2°de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem, overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, moet voldoen, zijn vervuld.

Voor de in het eerste lid, 1°, bedoelde beoordeling van de bijzondere omstandigheden van de zaak wordt onder meer rekening gehouden met de duur van de procedure, het aantal partijen, de mogelijkheid tot interactie tussen de partijen, de fase van de procedure, de aard van het geschil, de complexiteit van de zaak, de bijstand van een advocaat, de beroepsmogelijkheden, de technische capaciteit van de gevangenissen, de verblijfssituatie waarin een partij zich bevindt, de fysieke of psychische toestand en de kwetsbare toestand van een persoon die gehoord moet worden.

Indien op de zitting bedoeld in het eerste lid, blijkt dat alle partijen en het openbaar ministerie akkoord zijn om de zaak, in afwijking van het eerste lid, ten gronde te behandelen, kan de zitting worden voortgezet, zonder dat deze zaak evenwel in beraad kan worden genomen.

De betrokkene en alle partijen worden hiervan in kennis gesteld bij de dagvaarding of kennisgeving van de rechtsdag, zo niet stelt de griffie van het gerecht hen uiterlijk op de dag voor de zitting hiervan in kennis.

Ten aanzien van een gedaagde die in kennis is gesteld van een uitnodiging om per videoconferentie te verschijnen en die niet verschijnt, noch per videoconferentie, noch op de plaats waar het gerecht zetelt op het tijdstip dat in de oproeping is vermeld, zijn de regels inzake het verstek van toepassing.

§ 2.Een persoon kan, reeds voor de inleidingszitting of de eerste zitting, het gerecht verzoeken om toelating om op de zitting per videoconferentie te verschijnen of eraan deel te nemen. Dit verzoek wordt ten laatste op de zesde dag voor de zitting op elektronische wijze toegezonden aan de griffie van het gerecht waarvoor de persoon moet verschijnen of worden gehoord, en aan de partijen. Dit verzoek bevat het elektronisch adres van de verzoeker.

In afwijking van het eerste lid wordt het verzoek tot verschijning of deelname per videoconferentie uiterlijk op de dag die volgt op de dag van de betekening van de dagvaarding ingediend wanneer de termijnen van de dagvaarding worden verkort overeenkomstig artikel 184, derde of vierde lid.

Het onderzoeksgerecht, de rechtbank, het hof van beroep, de voorzitter van een hof van assisen of het Hof van Cassatie kunnen dit verzoek inwilligen indien ze van oordeel zijn dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1°het gebruik van videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak die worden beoordeeld zoals bepaald in paragraaf 1, tweede lid;

2°de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem, overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, moet voldoen, zijn vervuld.

De griffie van het gerecht stelt de verzoeker, alle partijen in de zaak en het openbaar ministerie van deze beslissing in kennis, ten laatste op de derde dag voor de zitting of wanneer de termijnen van de dagvaarding worden verkort overeenkomstig artikel 184, derde of vierde lid, ten laatste op de dag vóór de zitting.

Mits het akkoord van alle betrokken partijen en het openbaar ministerie kan het gerecht een verzoek om op de zitting per videoconferentie te verschijnen of aan de zitting deel te nemen, toestaan, buiten de termijnen en de procedure van kennisgeving bedoeld in het eerste tot vierde lid.

Ten aanzien van een gedaagde die heeft verzocht per videoconferentie te mogen verschijnen, aan wie een toelating ter kennis is gebracht en die niet verschijnt, noch per videoconferentie, noch op de plaats waar het gerecht zetelt op het tijdstip dat in de oproeping is vermeld, zijn de regels inzake het verstek van toepassing.

In geval van weigering, mag de verzoeker geen verzoek met hetzelfde voorwerp toezenden aan de griffie vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp, behoudens wanneer het eerder verzoek omwille van het gebrek aan technische middelen zou zijn geweigerd.

§ 3.De onderzoeksgerechten, de rechtbanken, de hoven van beroep, de voorzitter van een hof van assisen en het Hof van Cassatie kunnen ambtshalve, bij een met redenen omklede beslissing, een of meerdere personen verbieden fysiek te verschijnen of deel te nemen aan de zitting wanneer zij van oordeel zijn dat is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1°het gebruik van videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak, die worden beoordeeld zoals voorzien in paragraaf 1, tweede lid;

2°de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, moet voldoen, zijn vervuld;

3°ingeval de videoconferentie de enige mogelijkheid is om aan de zitting deel te nemen omdat:

a)de epidemische noodsituatie is afgekondigd overeenkomstig artikel 3, § 1, van de wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie en maatregelen van bestuurlijke politie worden genomen die de fysieke verschijning op de zitting beletten of die tot gevolg hebben dat een dergelijke fysieke verschijning onmogelijk wordt, of;

b)er objectiveerbare aanwijzingen zijn van een ernstig en concreet risico voor de openbare veiligheid dat verhindert dat de betrokkene aanwezig kan zijn op de zitting of dat, ingeval de betrokkene gedetineerd is, zijn transport naar de zittingszaal in veiligheid kan worden gegarandeerd.

De griffie geeft, ten laatste op de zesde dag voor de zitting, kennis van deze beslissing aan alle personen opgeroepen om te verschijnen of deel te nemen aan de zitting per videoconferentie.

Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld bij de voorzitter of de eerste voorzitter van het gerecht dat kennis van dit verbod heeft gegeven. Dit beroep moet door de partij die in kennis is gesteld van een verbod om fysiek te verschijnen, ten minste vierentwintig uur voor de dag en het tijdstip die zijn vastgesteld voor de in het verbod genoemde zitting, worden ingesteld door een schriftelijke verklaring ter griffie. De andere partijen evenals het openbaar ministerie worden eveneens in kennis gesteld van het beroep.

De voorzitter, of in voorkomend geval de eerste voorzitter, beslist zonder verwijl en hoort de verzoeker en de andere partijen in hun opmerkingen of hij ontvangt, in voorkomend geval, hun opmerkingen schriftelijk.

Voorziening in cassatie tegen deze beslissing staat slechts open na het eindvonnis over de grond van de zaak.

Ten aanzien van een gedaagde die in kennis is gesteld van een verbod om fysiek te verschijnen of deel te nemen, dat, in voorkomend geval, werd bevestigd, en die niet per videoconferentie op de zitting verschijnt, zijn de regels inzake het verstek van toepassing.

§ 4.Elke partij of het openbaar ministerie kan aan het gerecht zijn standpunt geven over het passend karakter van het eventuele gebruik van videoconferentie, gelet op de bijzondere omstandigheden van de zaak. Dit standpunt kan aan de griffie van het gerecht waarvoor de partij moet verschijnen op elektronische wijze worden meegedeeld. De oproeping voor de zitting vermeldt deze mogelijkheid.

Dit standpunt wordt de rechter ter beoordeling voorgelegd.

§ 5.De verschijning of deelname aan de zitting van een persoon per videoconferentie vindt, indien deze daarop werd uitgenodigd overeenkomstig de paragraaf 1, plaats mits het akkoord van deze persoon. Dit akkoord wordt langs elektronische weg meegedeeld aan de griffie. De inverdenkinggestelde, de beklaagde of de beschuldigde die van zijn vrijheid is benomen, deelt zijn akkoord mee ten laatste op de derde dag voor de zitting. Behalve in het geval van de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de beschuldigde die van zijn vrijheid is benomen, geldt de connectie met het videoconferentiesysteem op de dag en het tijdstip die in de oproeping zijn vermeld eveneens als akkoord.

De persoon die overeenkomstig paragraaf 2 werd toegelaten om per videoconferentie te verschijnen, wordt verondersteld te hebben toegestemd om te verschijnen per videoconferentie.

Behalve de inverdenkinggestelde, de beklaagde of de beschuldigde die van zijn vrijheid is benomen, heeft de persoon die werd uitgenodigd om op de zitting per videoconferentie te verschijnen of eraan deel te nemen of die daartoe werd toegelaten, altijd het recht om vóór het begin van de zitting te beslissen om op de plaats waar het gerecht zetelt op de zitting te verschijnen of deel te nemen.

Bij de aanvang van elke zitting kijkt het gerecht na of het akkoord vrij en geïnformeerd werd gegeven. Het proces-verbaal van de zitting maakt hier melding van.

§ 6.In gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van videoconferentie, nemen de onderzoeksgerechten, de rechtbanken, de hoven van beroep, het hof van assisen of het Hof van Cassatie zitting in de zittingszaal, en oefent de griffier er zijn griffie- en bijstandstaken uit.

In afwijking van het eerste lid en met uitzondering van de leden van een hof van assisen en de gezworenen, kan een rechter per videoconferentie op de zitting zetelen of kan een griffier per videoconferentie zijn griffie- en bijstandstaken uitoefenen, wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1°het gebruik van videoconferentie is verenigbaar met de bijzondere omstandigheden van de zaak die worden beoordeeld zoals bedoeld in paragraaf 1, tweede lid;

2°de waarborgen waaraan het videoconferentiesysteem, overeenkomstig artikel 558, §§ 1 en 2, moet voldoen, zijn vervuld;

3°alle partijen en het openbaar ministerie stemmen in met het gebruik van videoconferentie door de rechter of de griffier;

4°de rechter heeft de toestemming van zijn korpschef om per videoconferentie op de zitting te zetelen of de griffier heeft de toestemming van de rechter om zijn griffie- en bijstandstaken per videoconferentie op de zitting uit te oefenen, naargelang het geval.

In de gevallen bedoeld in het tweede lid en wanneer de voorwaarden bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2° en 4° vervuld zijn, stelt de griffie de partijen bij de zaak en het openbaar ministerie ten laatste op de zesde dag voor de zitting in kennis dat de rechter op de zitting per videoconferentie zal zetelen en dat de griffier de griffie- en bijstandstaken per videoconferentie op de zitting zal uitoefenen. De griffier vraagt de partijen en het openbaar ministerie of zij instemmen met het gebruik van videoconferentie door de rechter of de griffier. Dit akkoord wordt de griffie ten laatste op de derde dag voor de zitting op elektronische wijze meegedeeld. Bij afwezigheid van de mededeling van het akkoord door een partij of het openbaar ministerie, wordt deze partij of het openbaar ministerie verondersteld het gebruik van videoconferentie door de rechter of de griffier te hebben geweigerd.

§ 7.Een getuige of een deskundige kan worden gehoord onder de voorwaarden bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 wanneer de verschijning per videoconferentie beantwoordt aan de voorwaarden zoals bedoeld voor de rechtspleging achter gesloten deuren bedoeld in artikel 561, § 1.

Artikel 561, §§ 2 tot 5, is van toepassing op de verschijning bedoeld in het eerste lid.

§ 8.Indien het gerecht in de loop van de zitting, ambtshalve of op aangeven van één van de partijen die deelnemen aan de zitting, vaststelt dat niet langer is voldaan aan de in artikel 558, §§ 1 en 2, bedoelde waarborgen of, in voorkomend geval, de in artikel 561 bedoelde voorwaarden, beveelt het:

1°de schorsing van de zitting totdat weer is voldaan aan deze voorwaarden;

2°in voorkomend geval, de voortzetting van het geding op een andere datum, hetzij per videoconferentie, hetzij in de zittingszaal in fysieke aanwezigheid van de personen die per videoconferentie verschenen, indien het gerecht vaststelt dat de voornoemde waarborgen en voorwaarden niet opnieuw vervuld kunnen zijn binnen een redelijke termijn, na kennis te hebben genomen van het standpunt van de partijen. Het gerecht geeft de redenen voor deze beslissing aan in het proces-verbaal van de zitting.

Indien het gerecht tijdens de zitting per videoconferentie, ambtshalve of op aangeven van één van de personen die deelnemen aan de zitting, vaststelt dat het gebruik van de videoconferentie niet of niet meer verenigbaar is met de bijzondere omstandigheden van de zaak of dat, in voorkomend geval, de epidemische noodsituatie of het ernstig en concreet risico voor de openbare veiligheid heeft opgehouden te bestaan, beveelt het, na kennis te hebben genomen van het standpunt van de partijen, de voortzetting van de zitting in aanwezigheid van de personen die verschenen per videoconferentie. De rechter laat de redenen voor deze beslissing opnemen in het proces-verbaal van de zitting.

§ 9.Indien de partij die per videoconferentie verschijnt wordt bijgestaan door een beëdigde tolk, kan deze plaats nemen in dezelfde zaal als de leden van het gerecht, op dezelfde plaats als de partij of op een andere plaats die door de rechtbank geschikt wordt geacht.

Indien de betrokkene geniet van de bijstand van zijn advocaat, kan deze plaats nemen in dezelfde zaal als de leden van het gerecht of op dezelfde plaats als zijn cliënt of elkeen per videoconferentie op een andere plaats die door de rechtbank geschikt wordt geacht.

§ 10.De Koning kan, na advies van het College van hoven en rechtbanken en van het College van het openbaar ministerie, de praktische en technische nadere regels betreffende de organisatie en het verloop van de zitting per videoconferentie vervolledigen. De Koning bepaalt de in paragraaf 2, eerste lid, paragraaf 4, eerste lid, paragraaf 5, eerste lid, en paragraaf 6, derde lid, bedoelde elektronische wijze.

§ 11.Elke kennisgeving door de griffie als bedoeld in deze titel gebeurt op elektronische wijze aan het professioneel elektronisch adres van de advocaat of, indien het een partij of een persoon betreft die niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, aan het gerechtelijk elektronisch adres van die partij of persoon of, in voorkomend geval, het elektronisch adres van de griffie van de gevangenis als de persoon gedetineerd is of, bij gebreke daaraan, aan het laatste elektronisch adres dat die partij of persoon heeft verstrekt in het kader van de rechtspleging. Indien bij de griffier geen elektronisch adres gekend is, of indien de kennisgeving aan het elektronisch adres kennelijk niet is geslaagd, kan de betrokkene enkel fysiek in de zittingszaal verschijnen op de zitting waarop hij regelmatig werd opgeroepen om te verschijnen. Als het verbod om fysiek te verschijnen niet kon ter kennis worden gebracht, kan het gerecht de zitting op een latere datum verdagen.

Art. 561

§ 1.Wanneer de rechtspleging achter gesloten deuren dient te verlopen is de verschijning per videoconferentie slechts mogelijk indien het videoconferentiesysteem de waarborgen vervult van artikel 558, §§ 1 en 2, indien aan de voorwaarden bedoeld in artikel 560 is voldaan en:

1°ingeval de persoon die van zijn vrijheid is benomen, een gemachtigde van de directeur van de gevangenis of, in voorkomend geval, zijn advocaat als hij aanwezig is, aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan zijzelf en de persoon die van zijn vrijheid is benomen en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar ze zich bevinden, noch op andere wijze kan worden gevolgd wat er wordt gezegd; of

2°de persoon zelf of, in voorkomend geval, zijn advocaat aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan zijzelf en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt op het moment van de verschijning, noch op andere wijze kan volgen wat er wordt gezegd; of

3°ingeval het gerecht van oordeel is dat de aanwezigheid van de advocaat of, bij gebreke ervan, een gerechtsdeurwaarder bij de persoon vereist is, de advocaat of, bij gebreke ervan, de gerechtsdeurwaarder, aan het gerecht bevestigt dat niemand anders dan hijzelf en de betrokkene en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, aanwezig is op de plaats waar de persoon zich bevindt op het moment van de verschijning, noch op andere wijze kan volgen wat er wordt gezegd.

§ 2.De afwezigheid van een andere persoon dan de verschijnende persoon en, in voorkomend geval, zijn advocaat, de gemachtigde van de directeur van de gevangenis, de gerechtsdeurwaarder, een beëdigde tolk of, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, kan door het gerecht ook met technische of organisatorische middelen worden gecontroleerd.

§ 3.Indien de verschijnende persoon, in voorkomend geval, de advocaat, de gemachtigde van de directeur van de gevangenis of de gerechtsdeurwaarder en, in voorkomend geval, de met name genoemde personen die door de rechter zijn gemachtigd om aanwezig te zijn, vaststelt dat de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden niet meer zijn vervuld, licht deze het gerecht hier onmiddellijk over in.

§ 4.De kosten van het optreden, op bevel van de rechter, van een gerechtsdeurwaarder bij de persoon die krachtens dit artikel per videoconferentie verschijnt en die niet over een advocaat beschikt, komen ten laste van de Staat.

§ 5.De Koning kan de in paragraaf 2 bedoelde technische of organisatorische middelen bepalen.

Art. 562

Onverminderd artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek, wordt het proces-verbaal, het verslag of het document tussen het gerecht en de ondertekenaar uitgewisseld via het videoconferentiesysteem of bij de door de Koning, na het advies te hebben ingewonnen van de beheerder bedoeld in artikel 782, § 6, van het Gerechtelijk Wetboek en het College van het openbaar ministerie, bepaalde elektronische wijze.

Art. 563

(Opgeheven)

Art. 564

(Opgeheven)