Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL II Rechtspleging voor de vonnisgerechten (art. 217–406) › TITEL II - Het hof van assisen

Hoofdstuk V Procedure voorafgaand aan de zitting ten gronde

254–265

Art. 254

Ten laatste vijftien dagen na de dagvaarding om te verschijnen op de preliminaire zitting vergewist de voorzitter er zich van dat de beschuldigde een raadsman heeft gekozen om hem in zijn verdediging bij te staan. Indien dit niet het geval is, voegt hij hem, in overleg met de stafhouder, dadelijk een raadsman toe, op straffe van nietigheid van alles wat zal volgen.

Die toevoeging wordt als ongedaan beschouwd en de nietigheid wordt niet uitgesproken, indien de beschuldigde een raadsman kiest.

De voorzitter kan de beschuldigde ondervragen. In dat geval wordt de ondervraging vastgesteld bij een proces-verbaal dat wordt ondertekend door de voorzitter, de griffier en de beschuldigde.

Art. 255

Zo de voorzitter het gerechtelijk onderzoek onvolledig acht of zo er sedert het afsluiten van het onderzoek nieuwe gegevens aan het licht zijn gekomen, kan hij alle onderzoeksdaden bevelen die hij nuttig acht, met uitzondering van een bevel tot aanhouding. De processen-verbaal en andere stukken of documenten die tijdens dat aanvullend gerechtelijk onderzoek worden verzameld, worden neergelegd ter griffie en bij het dossier van de rechtspleging gevoegd.

De griffier stelt de procureur-generaal en de partijen van die neerlegging in kennis en bezorgt aan elk van de partijen kosteloos een afschrift van het aanvullend dossier.

Art. 256

Vóór de opening van de zitting kan de voorzitter van ambtswege of op verzoek van het openbaar ministerie, de beschuldigde of de burgerlijke partij bevelen een zaak die niet in staat van wijzen is, naar een latere zitting te verwijzen of het tijdstip waarop de debatten zullen aanvangen, uitstellen.

Art. 257

Wanneer wegens een zelfde misdrijf verscheidene akten van beschuldiging zijn opgemaakt tegen verschillende beschuldigden, kan de procureur-generaal de samenvoeging vorderen en kan de voorzitter deze zelfs ambtshalve bevelen.

Art. 258

Wanneer de akte van beschuldiging verscheidene niet samenhangende misdrijven bevat, kan de voorzitter ambtshalve of op vordering van de procureur-generaal bevelen dat de beschuldigden vooralsnog niet terechtstaan dan voor één of verscheidene van die misdrijven.

Art. 258/1

§ 1.De voorzitter kan beslissen, in het belang van een goede rechtsbedeling, hetzij door de onevenredigheid tussen de fysieke onthaalcapaciteit van het hof van assisen en het aantal procespartijen, hetzij door het groot aantal slachtoffers met een woonplaats in het buitenland, dat het verloop van de terechtzitting het voorwerp zal uitmaken van een geluidsopname of van een audiovisuele opname die de uitgestelde uitzending ervan mogelijk maakt, door middel van een telecommunicatiemiddel dat de vertrouwelijkheid van de verzending garandeert, voor de slachtoffers en hun advocaten die om de toegang tot de uitzending hebben verzocht. Hij motiveert zijn beslissing rekening houdend met de voormelde criteria.

§ 2.De voorzitter kan evenwel verbieden om alle of een deel van de debatten uit te zenden om de sereniteit van de debatten te garanderen of om de verstoring van de openbare orde te voorkomen en kan om die reden de uitzending ten allen tijde onderbreken.

§ 3.Het opnemen van deze opname of het uitzenden ervan aan derden wordt bestraft met een straf van niveau 2.

§ 4.Wanneer de voorzitter beslist om dit artikel toe te passen, wordt dit met alle passende middelen meegedeeld aan de gekende slachtoffers en hun advocaten. De slachtoffers en hun advocaten moeten ten minste acht dagen voor aanvang van de zitting aan de griffie of aan het parket meedelen dat zij de uitzending van de geluidsopname of van de audiovisuele opname van de terechtzittingen willen ontvangen.

§ 5.Wanneer de slachtoffers en hun advocaten worden geïnformeerd over de praktische modaliteiten van toegang tot de uitzending van de debatten worden zij expliciet op de hoogte gebracht van de bepaling in paragraaf 3.

§ 6.Het gebruik van het systeem vereist de verwerking van de volgende gegevens:

1°Voor elke verschijnende natuurlijke persoon:

a)de naam en voornamen;

b)in voorkomend geval, de geboortedatum en -plaats;

c)in voorkomend geval, de woonplaats;

d)in voorkomend geval, het rijksregisternummer;

e)in voorkomend geval, het ondernemingsnummer van de onderneming die hij vertegenwoordigt;

f)in voorkomend geval, het adres van maatschappelijke zetel van de onderneming die hij vertegenwoordigt.

2°voor elke gebruiker, de metagegevens gegenereerd door de connectie met het systeem;

3°de stem en, in voorkomend geval, de afbeelding van de personen die deelnemen aan de zitting;

4°de gegevens, met inbegrip van de persoonsgegevens, meegedeeld in de loop van de zitting.

§ 7.De gegevens worden bewaard voor de duur van het proces en de opnames kunnen in geen geval langer dan een jaar worden bewaard.

Art. 258/2

Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 258/1 kan de voorzitter beslissen dat het verloop van de terechtzitting het voorwerp zal uitmaken van een geluidsopname of van een audiovisuele opname wanneer deze opname van belang is voor het aanleggen van historische justitiearchieven.

In geval van geluidsopname of audiovisuele opname, zoals voorzien in het eerste lid en in artikel 258/1, wordt de digitale drager met de volledige opname van de debatten, na het sluiten van de debatten, bij het strafdossier gevoegd.

Art. 259

De procureur-generaal vervolgt, hetzij zelf, hetzij door de door hem afgevaardigde magistraat, elke persoon die in beschuldiging gesteld is in de vorm voorgeschreven in hoofdstuk III. De inbeschuldigingstelling, van deze titel. Hij mag geen andere beschuldiging voor het hof brengen op straffe van nietigheid, en, indien daartoe grond bestaat, kan tegen hem verhaal op de rechter worden ingesteld.

Art. 260

Zodra de procureur-generaal of de door hem afgevaardigde magistraat de stukken ontvangt, ziet hij erop toe dat de voorbereidende handelingen worden verricht en dat alles in gereedheid is voor de debatten.

Art. 261

In alle gevallen waarin de beschuldigde naar het hof van assisen wordt verwezen, is de procureur-generaal gehouden een akte van beschuldiging op te stellen.

De akte van beschuldiging beschrijft:

1°de aard van het misdrijf dat aan de beschuldiging ten grondslag ligt;

2°het feit en alle omstandigheden die de straf kunnen verzwaren of verminderen; de beschuldigde wordt met name erin genoemd en duidelijk aangewezen.

De akte van beschuldiging eindigt aldus:

" Bijgevolg wordt N... beschuldigd die bepaalde doodslag, die bepaalde diefstal, of dat andere bepaalde misdrijf, met die en die omstandigheid, te hebben gepleegd.

Art. 262

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 57, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 263

(Opgeheven)

Art. 264

Hij doet in naam van de wet alle vorderingen die hij nuttig oordeelt; het hof is gehouden hem akte ervan te verlenen en erover te beslissen.

Art. 265

De procureur-generaal ondertekent zijn vorderingen. Vorderingen die worden gedaan tijdens de debatten, worden door de griffier in zijn proces-verbaal opgenomen en eveneens door de procureur-generaal ondertekend. Alle beslissingen waartoe die vorderingen aanleiding hebben gegeven, worden ondertekend door de rechter-voorzitter en door de griffier.