Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL IV Enkele rechtsplegingen van bijzondere aard (art. 448–524septies) › TITEL IV - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD. › HOOFDSTUK Ibis -Strafrechtelijk uitvoerings-onderzoek › Afdeling 4 Gewone uitvoeringshandelingen

Onderafdeling 3 - Inbeslagneming ten behoeve van de straf-uitvoering

464/29–464/38

Art. 464/29

§ 1.De SUO-magistraat kan, bij een schriftelijke en gemotiveerde beslissing, alle inbeslagnemingen verrichten, of laten verrichten door de gevorderde politiedienst, die kunnen bijdragen tot het bereiken van het doel van het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO.

Iedere politieambtenaar mag ambtshalve overgaan tot de inbeslagneming van de roerende goederen en documenten bedoeld in § 2 die kunnen bijdragen tot het bereiken van het in artikel 464/1, § 1, omschreven doel van het SUO.

§ 2.Zijn vatbaar voor inbeslagneming:

1°alle goederen, zowel roerende als onroerende, lichamelijke als onlichamelijke, in het vermogen van de veroordeelde, waarop de uitvoerbare veroordeling tot betaling van een verbeurdverklaring, geldboete en de gerechtskosten kan worden uitgevoerd;

2°alle informatiedragers, in origineel of in kopie, die zich bevinden bij de veroordeelde of derden en inlichtingen bevatten over de vermogensrechtelijke verrichtingen die zijn uitgevoerd door de veroordeelde en over de samenstelling en de vindplaats van zijn vermogen.

§ 3.Goederen die ingevolge de artikelen 1408 tot 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge bijzondere wetten niet vatbaar zijn voor beslag, mogen in geen geval in beslag worden genomen.

De informatiedragers die inlichtingen bevatten die gedekt zijn door een beroepsgeheim zijn niet vatbaar voor beslag.

Art. 464/30

§ 1.De SUO-magistraat kan beslag leggen op de in artikel 464/29, § 2, 1°, bedoelde goederen die niet toebehoren aan de veroordeelde, onder de volgende voorwaarden:

1°er zijn voldoende ernstige en concrete aanwijzingen dat de veroordeelde het goed heeft overgedragen, zelfs voor het in kracht van gewijsde gaan van de veroordeling, aan de derde met het kennelijke doel de invordering van de verbeurdverklaring, geldboete en gerechtskosten te verhinderen, of aanzienlijk te bemoeilijken;

2°de derde wist of moest redelijkerwijs weten dat het goed hem rechtstreeks of onrechtstreeks was overgedragen door de veroordeelde met het oogmerk om het te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een uitvoerbare of mogelijke veroordeling tot een verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten.

In zijn beslissing vermeldt de magistraat de ernstige en concrete aanwijzingen waaruit blijkt dat de veroordeelde het goed wil onttrekken aan de invordering van de verbeurdverklaring, geldboete en gerechtskosten alsook de inlichtingen waaruit de wetenschap van de derde blijkt of kan worden afgeleid en die de inbeslagneming rechtvaardigen. Deze gegevens worden opgenomen in het proces-verbaal dat wordt opgemaakt naar aanleiding van de inbeslagneming.

§ 2.Goederen die ingevolge de artikelen 1408 tot 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge bijzondere wetten niet vatbaar zijn voor beslag, mogen in geen geval in beslag worden genomen.

Art. 464/31

§ 1.Ingeval wordt overgegaan tot inbeslagneming krachtens de artikelen 464/29, 464/30 en 464/32 maakt de beslagleggende SUO-magistraat of politiedienst een proces-verbaal op waarin de in beslag genomen zaken worden vermeld.

§ 2.Het proces-verbaal wordt ter ondertekening aan de beslagene aangeboden, die er kosteloos een afschrift van kan ontvangen. Indien de beslagene weigert het proces-verbaal te ondertekenen en/of het afschrift daarvan in ontvangst te nemen of niet bereikt kan worden, maakt de SUO-magistraat of politieambtenaar daarvan melding op het origineel en wordt de kennisgeving geacht te zijn gedaan op de dag waarop de verbalisant de weigering vaststelt. Indien het afschrift niet onmiddellijk wordt overhandigd, wordt het binnen achtenveertig uur verstuurd.

Het afschrift van het proces-verbaal bevat:

1°de waarschuwing dat de beslagene, de goederen die het voorwerp zijn van het beslag niet meer uit handen mag geven, op straffe van toepassing van artikel 665 van het Strafwetboek;

2°de referenties eigen aan de zaak;

3°de tekst van het artikel 665, eerste lid, 1°, van het Strafwetboek.

Art. 464/32

Wanneer de in 464/29, § 2, 2°, bedoelde inlichtingen zijn opgeslagen in een informaticasysteem, maar de inbeslagneming van de drager ervan niet wenselijk is, worden deze gegevens, evenals de gegevens die noodzakelijk zijn om deze te kunnen verstaan, gekopieerd op dragers die toebehoren aan de overheid. In geval van dringendheid of om technische redenen kan gebruik gemaakt worden van dragers die ter beschikking staan van personen die gerechtigd zijn het informaticasysteem te gebruiken.

Art. 464/33

§ 1.De SUO-magistraat kan de onroerende goederen die een zaak in de zin van artikel 464/29, § 2, 1°, vormen, in beslag laten nemen.

§ 2.Het beslag wordt op vordering van de SUO-magistraat gelegd bij proces-verbaal dat door deze magistraat of de gevorderde politiedienst aan de eigenaar wordt betekend. In voorkomende geval wordt het proces-verbaal van inbeslagneming betekend aan de blote eigenaar, de vruchtgebruiker, de erfpachter, de opstalhouder en, in voorkomende geval, de huurder.

Het proces-verbaal van inbeslagneming bevat op straffe van nietigheid:

1°een afschrift van de vordering van de SUO-magistraat;

2°de identiteit van de beslagene, met vermelding van zijn naam, voornaam, woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats en de geboortedatum- en plaats, indien het een natuurlijk persoon betreft, of van zijn benaming, rechtsvorm, ondernemingsnummer en zetel, indien het een rechtspersoon betreft;

3°een omschrijving van het onroerend goed waarop beslag wordt gelegd op de wijze die is voorgeschreven door artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851;

4°een uittreksel uit de kadastrale legger, dat minder dan drie maanden oud is;

5°de tekst van dit artikel en van artikel 665, eerste lid, 1°, van het Strafwetboek;

§ 3.Binnen vierentwintig uur na de handeling van het beslag biedt de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst het proces-verbaal van inbeslagneming ter overschrijving aan op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar de goederen gelegen zijn.

De overschrijving wordt door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, op straffe van schadevergoeding, gedaan uiterlijk binnen acht dagen na de afgifte van het voormelde proces-verbaal van inbeslagneming. Als dagtekening van de overschrijving geldt evenwel de dag van afgifte van het proces-verbaal.

Als de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie de overschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming niet kan verrichten op het ogenblik dat hij wordt gevorderd, dan vermeldt zij op de originele processen-verbaal die bij haar worden achtergelaten de dag en het uur waarop zij haar werden overhandigd.

§ 4.Het beslag doet geen afbreuk aan de uitoefening van het recht van de eigenaar of elke andere gerechtigde persoon om het in beslag genomen onroerend goed verder te gebruiken als een goede huisvader.

§ 5 De burgerlijke vruchten die het onroerend goed tijdens de duur van het beslag opbrengt, zijn in het beslag be-grepen, behoudens andersluidende beslissing van de SUO-magistraat.

De SUO-magistraat kan het COIV verzoeken om in te staan voor de inning van de vruchten van een onroerend goed. Indien het beslag uitgaat van een magistraat van het COIV, kan hij ambtshalve beslissen deze vruchten te innen. Onverminderd de toepassing van artikel 464/36 staat er geen rechtsmiddel open tegen de beslissing van de SUO-magistraat.

Het COIV brengt de in het tweede lid bedoelde beslissing tweede lid ter kennis van de schuldenaar en schuldeiser van deze inkomsten bij een aangetekend schrijven of door de overhandiging van een proces-verbaal. De kennisgeving bevat de tekst van dit artikel en van artikel 507, eerste lid, van Strafwetboek.

Vanaf de ontvangst van de kennisgeving worden alle burgerlijke vruchten die tijdens het beslag vervallen, van rechtswege begrepen in het voorwerp van het beslag.

De schuldenaar en de schuldeiser mogen de geldsommen die begrepen zijn in het voorwerp van het beslag niet meer op een andere wijze uit handen geven dan die welke in het zesde lid wordt bedoeld, op straffe van toepassing van artikel 507, eerste lid, van het Strafwetboek.

De schuldenaar van de inkomsten kan enkel bevrijdend betalen in handen van het COIV. Betalingen in handen van de schuldeiser die zijn verricht na de regelmatige kennisgeving van de in het tweede lid bedoelde beslissing, kunnen niet worden tegengeworpen aan de Staat.

§ 6.Het bewarend beslag op onroerend goed geldt gedurende drie jaar met ingang van de dagtekening van de overschrijving, behoudens vernieuwing overeenkomstig § 7. Bij het verstrijken van deze termijn verliest het beslag van rechtswege zijn uitwerking en wordt er geen melding meer van gemaakt in hypothecaire getuigschriften.

De in het eerste lid bedoelde termijn wordt geschorst gedurende de procedure voor de vervreemding van het onroerend goed, vanaf de ontvangst van de toelating tot vervreemding door het COIV of vanaf de datum van de beslissing tot vervreemding door de magistraat van het COIV die het SUO voert, tot de dag waarop het goed is verkocht.

Op verzoek van de directeur van het COIV wordt de definitieve beslissing tot vervreemding van het onroerend goed door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie op beknopte wijze vermeld op de kant van het overgeschreven beslagexploot.

§ 7.De SUO-magistraat kan vóór het verstrijken van de geldigheidsduur de vernieuwing van het gelegde beslag bevelen.

De beslissing van de magistraat wordt door hemzelf of door de gevorderde politiedienst door middel van een proces-verbaal ter kennis gebracht van de in § 2, eerste lid, bedoelde personen. Het proces-verbaal van kennisgeving bevat de in § 2, tweede lid, opgesomde vermeldingen.

De vernieuwing heeft plaats op overlegging aan de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van een proces-verbaal dat is ondertekend door de SUO-magistraat of de gevorderde politiedienst, met nauwkeurige opgave van de te vernieuwen overschrijving, samen met een afschrift van de vordering van de magistraat.

De vernieuwing geldt voor drie jaar. De nieuwe termijn gaat in op de dag waarop de overschrijving wordt vernieuwd.

§ 8.In geval van opheffing van het beslag wordt een afschrift van de beslissing van de SUO-magistraat of, in voorkomend geval, van de rechterlijke beslissing die de opheffing beveelt, ter kennis gebracht van de in § 2, eerste lid, bedoelde personen en van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie door middel van de toezending van de beslissing bij aangetekende zending of door overhandiging ervan die vastgesteld wordt bij proces-verbaal.

De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie verricht op grond hiervan de doorhaling van de overschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming. Na de doorhaling wordt er van het beslag geen melding meer gemaakt in hypothecaire getuigschriften.

Art. 464/34

§ 1.De SUO-magistraat kan beslag leggen op de geldsommen die de derde-beslagene moet betalen aan of op zaken die de derde-beslagene moet afgeven aan de veroordeelde of de malafide derde ten laste van wie het beslag wordt gelegd.

Zijn van rechtswege in het voorwerp van het beslag begrepen:

1°de intresten die na het beslag aan de titularis van de schuldvordering verschuldigd zijn;

2°alle na het beslag vervallen termijnen van een schuldvordering betreffende periodieke inkomsten.

§ 2.Het beslag op een schuldvordering, met uitzondering van het beslag op rechten aan order of aan toonder, gebeurt door de schriftelijke kennisgeving van de beslissing tot inbeslagneming aan de beslagene en de derde-beslagene.

De SUO-magistraat of de politieambtenaar brengt de beslissing ter kennis door middel van:

1°de toezending van de beslissing per telefax of bij een aangetekende zending, of

2°de afgifte van een kosteloos afschrift van het proces-verbaal van inbeslagneming dat is opgesteld door de politieambtenaar.

De kennisgeving bevat de referenties eigen aan de zaak, alsmede de tekst van dit artikel en van artikel 665, eerste lid, 1°, van het Strafwetboek. In de kennisgeving gericht aan de derde-beslagene wordt bovendien de tekst van artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek vermeld.

§ 3.Vanaf de ontvangst van de kennisgeving mag de derde-beslagene de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag niet meer uit handen geven, op straffe van toepassing van artikel 665, eerste lid, 1°, van het Strafwetboek.

De SUO-magistraat kan de derde-beslagene bevelen de geldsommen die het voorwerp zijn van het beslag over te dragen aan het COIV.

§ 4.De derde-beslagene heeft recht op de vergoeding van de kosten van de verklaring. De Koning bepaalt het maximumbedrag van deze vergoeding.

Art. 464/35

§ 1.De in beslag genomen roerende goederen worden neergelegd op de griffie van de rechtbank of het hof waarbij de SUO-magistraat zijn ambt uitoefent.

De griffie staat in voor de bewaring van de in beslag genomen goederen en schrijft ze in in het daartoe bestemde register.

§ 2.In afwijking van § 1 kan de SUO-magistraat de bewaring in natura van het in beslag genomen roerend goed beëindigen en het teruggeven aan de beslagene tegen betaling van een geldsom, waarvan hij het bedrag bepaalt.

Als de beslagene hiermee instemt, treedt de betaalde geldsom van rechtswege in de plaats van het teruggegeven in beslag genomen goed.

§ 3.In afwijking van § 1 worden de in beslag genomen geldsommen gestort op de rekening die het COIV geopend heeft bij een financiële instelling.

Zodra zijn rekening is gecrediteerd, staat het COIV in voor de bewaring van de aan hem toevertrouwde geldsommen.

§ 4.In afwijking van § 1 kan de SUO-magistraat het COIV verzoeken in te staan voor het beheer van effecten of van geldsommen die zijn in beslag genomen bij een financiële instelling, alsmede van de andere vermogensbestanddelen die een bijzonder beheer vereisen.

Als een magistraat van het COIV het SUO voert kan hij ambtshalve beslissen in beslag genomen effecten, geldsommen of vermogensbestanddelen in beheer te nemen.

Het COIV kan de in beslag genomen effecten en vermogensbestanddelen toevertrouwen aan een door hem aangestelde lasthebber of beheerder.

De SUO-magistraat maakt de door het COIV beheerde effecten en andere vermogensbestanddelen te gelde overeenkomstig artikel 464/37.

Art. 464/36

§ 1.Elke persoon die benadeeld is door een inbeslagneming met betrekking tot zijn goederen kan de SUO-magistraat verzoeken deze uitvoeringshandeling op te heffen.

§ 2.Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats of zetel niet heeft. Het wordt per aangetekende zending of telefax toegezonden aan het secretariaat van het bevoegde openbaar ministerie en ingeschreven in het daartoe bestemde register.

§ 3.De SUO-magistraat doet uitspraak binnen een termijn van vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift in het register.

Hij kan het verzoek afwijzen indien hij van oordeel is dat de noodwendigheden van het onderzoek het vereisen of wanneer de veroordeling tot de betaling van een verbeurdverklaring, de geldboete en de gerechtskosten kan worden uitgevoerd op de betrokken goederen.

De met redenen omklede beslissing van de SUO-magistraat wordt per telefax of bij een aangetekende zending meegedeeld aan de verzoeker, en in voorkomend geval, aan zijn advocaat binnen een termijn van acht dagen na de beslissing.

§ 4.De verzoeker kan de zaak aanhangig maken bij de strafuitvoeringsrechter binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing.

Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen indien één van deze personen buiten het Rijk verblijft.

De zaak wordt bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig gemaakt door een verklaring gedaan op de griffie van de gevangenis of de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en ingeschreven in een daartoe bestemd register. De griffier geeft onverwijld kennis van de verklaring aan de SUO-magistraat die het onderzoek voert.

§ 5.De SUO-magistraat zendt de stukken van het dossier met betrekking tot de inbeslagneming toe aan de griffier van de strafuitvoeringsrechtbank, die ze ter griffie neerlegt. De stukken van het in de artikelen 464/14, 464/16 en 464/27 bedoelde vertrouwelijk dossier worden niet ter beschikking gesteld van de griffier, de strafuitvoeringsrechter, de verzoeker of zijn advocaat.

De griffier stelt de verzoeker of zijn advocaat per telefax of bij een aangetekende zending, uiterlijk zeven dagen vooraf, in kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting. De griffier geeft onverwijld kennis van de zitting aan de SUO-magistraat.

De stukken van het dossier die betrekking hebben op de inbeslagneming worden gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de verzoeker en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Ze kunnen zelf met hun eigen middelen kosteloos een kopie ervan nemen ter plaatse. De verzoeker kan, op zijn verzoek, een afschrift van de stukken verkrijgen.

De verzoeker, zijn advocaat en het openbaar ministerie worden gehoord.

§ 6.De strafuitvoeringsrechter onderzoekt uitsluitend de wettigheid en de proportionaliteit van de inbeslagneming en doet binnen een termijn van dertig dagen na de neerlegging van de verklaring in eerste en laatste aanleg uitspraak over het verzoek tot opheffing van de inbeslagneming. Deze termijn wordt geschorst tijdens de duur van het uitstel op vraag van de verzoeker of zijn advocaat.

De strafuitvoeringsrechter kan op vraag van de verzoeker of ambtshalve de controle waarin artikel 464/18, § 2, eerste lid, voorziet laten uitvoeren indien het beslag is gesteund op gegevens die zijn verkregen op grond van een observatie die wordt bedoeld in de artikelen 464/14 en 464/27 of die de inbeslagneming van de in de artikelen 464/29, § 2, of 464/30, § 1, bedoelde goederen of informatiedragers mogelijk heeft gemaakt.

De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld kan worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De griffier geeft binnen vierentwintig uur na de uitspraak per aangetekende zending of per telefax kennis van het vonnis van de strafuitvoeringsrechter aan de verzoeker of zijn advocaat alsook aan de SUO-magistraat en, in voorkomend geval, aan de directeur van het COIV.

Het vonnis van de strafuitvoeringsrechter is niet vatbaar voor verzet of cassatieberoep.

Art. 464/37

§ 1.De SUO-magistraat kan het COIV machtigen om in beslag genomen goederen te vervreemden met het oog op de aanzuivering van de verschuldigde verbeurdverklaarde geldsommen, geldboeten en gerechtskosten.

Als een magistraat van het COIV het SUO voert, kan hij ambtshalve de vervreemding bevelen met hetzelfde doel.

§ 2.Het COIV stelt in overleg met de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring, geldboete of de gerechtskosten een lasthebber aan die instaat voor de verkoop van de in beslag genomen goederen en de verdeling van de opbrengst.

De in beslag genomen goederen mogen niet verkocht worden aan een lagere prijs dan de waarde die in onderling overleg is bepaald door het COIV en zijn lasthebber.

De procedure voor de verkoop van de goederen verloopt overeenkomstig de bepalingen die toepasselijk zijn op de vervreemding van vermogensbestanddelen in het raam van het opsporingsonderzoek.

§ 3.Wanneer de beslissing tot vervreemding een onroerend goed betreft, dan gaan door de toewijzing de rechten van de ingeschreven schuldeisers van de veroordeelde over op de prijs, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 32 van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.

§ 4.De aangestelde lasthebber staat in voor de evenredige verdeling of de rangregeling overeenkomstig de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 464/38

§ 1.De SUO-magistraat die de vervreemding heeft toegestaan of bevolen geeft kennis of gelast de kennisgeving van zijn beslissing door middel van een aangetekende zending of per telefax verzonden aan:

1°de personen ten laste van wie en in wiens handen het beslag werd gelegd, voor zover hun adressen gekend zijn, of hun advocaten;

2°de personen die zich blijkens de gegevens van het dossier uitdrukkelijk hebben kenbaar gemaakt als zijnde geschaad door de inbeslagneming, of hun advocaten;

3°in geval van onroerend beslag, de schuldeisers die overeenkomstig de hypothecaire staat bekend zijn, of hun advocaten.

Er dient geen kennisgeving gericht te worden aan de personen die hun instemming hebben gegeven met de betrokken maatregel of die afstand hebben gedaan van hun rechten op de in beslag genomen goederen.

Evenzo dient geen kennisgeving te worden gericht aan de beslagene die overeenkomstig de artikelen 464/31, 464/33 en 464/34 op regelmatige wijze is ingelicht over de inbeslagneming en die zich niet per aangetekende zending die wordt gericht aan de SUO-magistraat heeft verzet tegen een eventuele vervreemding van het in de artikelen 464/29, § 2 en 464/30, § 1, bedoelde in beslag genomen goed uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van het afschrift van het in artikel 464/31, § 2, eerste lid, of artikel 464/33, § 2, eerste lid, bedoelde proces-verbaal of de in artikel 464/34, § 2, tweede lid, bedoelde schriftelijke kennisgeving waarin de tekst van dit artikel is opgenomen.

§ 2.De personen aan wie de kennisgeving werd gericht kunnen de zaak bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig maken binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing.

Deze termijn wordt verlengd met vijftien dagen indien een van deze personen buiten het Rijk verblijft.

De zaak wordt bij de strafuitvoeringsrechter aanhangig gemaakt door een verklaring gedaan op de griffie van de gevangenis of de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en ingeschreven in een daartoe bestemd register. De griffier geeft onverwijld kennis van de afgelegde verklaring aan de magistraat die het onderzoek voert.

§ 3.De SUO-magistraat zendt de stukken van het dossier met betrekking tot de inbeslagneming en de vervreemding waarop de bestreden beslissing slaat, toe aan de griffier van de strafuitvoeringsrechtbank, die ze ter griffie neerlegt.

De griffier stelt de verzoeker of zijn advocaat per telefax of bij een aangetekende zending, uiterlijk zeven dagen vooraf, in kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting. De griffier geeft onverwijld kennis van de zitting aan de SUO-magistraat.

De stukken van het dossier worden gedurende ten minste vier dagen voor de datum waarop de zitting is vastgesteld voor inzage ter beschikking gesteld van de verzoeker en zijn advocaat op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Ze kunnen zelf met hun eigen middelen kosteloos een kopie ervan nemen ter plaatse. De verzoeker kan, op zijn verzoek, een afschrift van de stukken verkrijgen.

De verzoeker, zijn advocaat en het openbaar ministerie worden gehoord.

§ 4.De strafuitvoeringsrechter doet binnen een termijn van dertig dagen na de neerlegging van de verklaring in eerste en laatste aanleg uitspraak over het verzoek tot opheffing van de vervreemdingsmaatregel. Deze termijn wordt geschorst tijdens de duur van het uitstel op vraag van de verzoeker of zijn advocaat.

De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld kan worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De griffier geeft binnen vierentwintig uur na de uitspraak per aangetekende zending of per telefax kennis van het vonnis van de strafuitvoeringsrechter aan de verzoeker of zijn advocaat alsook aan de SUO-magistraat, en, in voorkomend geval, aan de magistraat van het COIV.

§ 5.Tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechter staat geen cassatieberoep open voor de verzoeker en de SUO-magistraat.