§ 1.Het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek, hierna het "SUO" genoemd, is het geheel van handelingen dat strekt tot de opsporing, de identificatie en de inbeslagneming van het vermogen waarop de veroordeling tot betaling van een geldboete, een... verbeurdverklaring of de gerechtskosten kan worden uitgevoerd.
§ 2.Het SUO wordt gevoerd door en onder het gezag en de leiding van het openbaar ministerie.
De magistraat van het openbaar ministerie die het SUO voert, hierna "de SUO-magistraat" genoemd, waakt over de wettigheid van de uitvoeringshandelingen.
§ 3.Het SUO wordt gevoerd ten aanzien van de veroordeelde dader, hierna "de veroordeelde" genoemd, en de derden die wetens en willens met de veroordeelde samenspannen om zijn vermogen te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de uitvoerbare veroordelingen, hierna "de malafide derde" genoemd.
§ 4.Behoudens wettelijke uitzonderingen mogen de uitvoeringshandelingen geen enkele dwangmaatregel noch schending inhouden van individuele rechten en vrijheden. De bij wet toegelaten inbreuken op de fundamentele rechten en vrijheden mogen niet verder gaan dan hetgeen nodig is voor het bereiken van het in § 1 omschreven doel van het SUO.
§ 5.Behoudens de wettelijke uitzonderingen is het SUO geheim.
Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het SUO is tot geheimhouding verplicht. Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de in artikel 669 van het Strafwetboek bepaalde straffen.
Onverminderd de uitoefening van het recht van verdediging in andere strafprocedures door de veroordeelde of derden, beslist de SUO-magistraat over het verlenen van inzage van het dossier of het verkrijgen van een afschrift ervan, als de veroordeelde of een belanghebbende derde hierom verzoekt. Deze beslissing is niet vatbaar voor enig rechtsmiddel.
Het verzoek tot het verlenen van inzage van het dossier of het verkrijgen van een afschrift ervan door de veroordeelde of een belanghebbende derde, wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats of zijn zetel niet heeft.
Het verzoekschrift wordt toegezonden aan of neergelegd op het secretariaat van het bevoegde parket of arbeidsauditoraat, dat het opneemt in een daartoe bestemd register.
De SUO-magistraat neemt een beslissing uiterlijk binnen een termijn van vier maanden na de opname van het verzoekschrift in het register.
De SUO-magistraat kan de inzage beperken tot het deel van het dossier waarvoor de verzoeker een belang kan doen gelden. De SUO-magistraat kan de inzage of het verkrijgen van een afschrift ervan weigeren omdat het SUO-onderzoek nog niet heeft geleid tot een inbeslagneming of tot de ontdekking van nieuwe strafbare feiten, omdat de noodwendigheden van het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek dit vereisen of omdat de verzoeker geen rechtmatige beweegredenen kan aanvoeren voor de inzage van het dossier.
Ingeval het verzoek om inzage te verlenen van het dossier of er een afschrift van te verkrijgen wordt ingewilligd, wordt, het dossier binnen twintig dagen na de beslissing van de SUO-magistraat, in origineel of in afschrift, gedurende ten minste achtenveertig uur, voor inzage ter beschikking gesteld van de verzoeker en diens advocaat. Het secretariaat van het bevoegde parket of arbeidsauditoraat brengt de verzoeker en diens advocaat per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg op de hoogte van het tijdstip waarop het dossier kan worden ingezien. Ze kunnen zelf met hun eigen middelen kosteloos een kopie ervan nemen ter plaatse. De verzoeker kan de door de inzage of het nemen van een afschrift verkregen inlichtingen alleen gebruiken in het belang van zijn verdediging, op voorwaarde dat hij het vermoeden van onschuld in acht neemt, alsook de rechten van verdediging van derden, het privéleven en de waardigheid van de persoon. Elk misbruik wordt gestraft overeenkomstig artikel 668 van het Strafwetboek.
De met redenen omklede beslissing van de SUO-magistraat wordt per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg meegedeeld aan de verzoeker, en, in voorkomend geval, aan zijn advocaat, binnen een termijn van acht dagen na de beslissing. De verzoeker mag op straffe van niet-ontvankelijkheid geen verzoekschrift met hetzelfde voorwerp toezenden of neerleggen vooraleer een termijn van drie maanden is verstreken te rekenen van de laatste beslissing die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.
De verzoeker kan hoger beroep instellen tegen de beslissing voor de strafuitvoeringsrechter binnen vijftien dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing, door een verklaring gedaan op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en opgenomen in een daartoe bestemd register. Indien de SUO-magistraat geen beslissing heeft genomen binnen de in het zesde lid vermelde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de strafuitvoeringsrechter. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen na het verstrijken van die termijn is neergelegd op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank. Het verzoekschrift wordt opgenomen in een daartoe bestemd register. De griffier geeft onverwijld kennis van de verklaring aan de SUO-magistraat die het onderzoek voert. De SUO-magistraat zendt de stukken van het dossier toe aan de griffier van de strafuitvoeringsrechtbank, die ze ter griffie neerlegt. De griffier stelt de verzoeker of zijn advocaat per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg, uiterlijk zeven dagen vooraf, in kennis van de plaats, de dag en het uur van de zitting. De griffier geeft onverwijld kennis van de zitting aan de SUO-magistraat. De verzoeker, zijn advocaat en het openbaar ministerie kunnen worden gehoord. De strafuitvoeringsrechter kan afzonderlijk de SUO-magistraat horen.
De strafuitvoeringsrechter doet binnen een termijn van dertig dagen na de neerlegging van de verklaring uitspraak. De verzoeker die in het ongelijk wordt gesteld, kan veroordeeld worden in de kosten. De griffier geeft binnen vierentwintig uur na de uitspraak per faxpost, bij gewone brief of langs elektronische weg kennis van het vonnis van de strafuitvoeringsrechter aan de verzoeker of zijn advocaat alsook aan de SUO-magistraat.
Het vonnis van de strafuitvoeringsrechter is niet vatbaar voor verzet of cassatieberoep.
Onverminderd de toepassing van artikel 32 van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, kan de SUO-magistraat tijdens het SUO aan een burgerlijke partij inzage van het dossier verlenen om haar te informeren over de vermogensbestanddelen waarop de uitvoerbare veroordeling tot betaling van een schadevergoeding kan worden uitgevoerd. De SUO-magistraat kan de inzage van het dossier of het nemen van een afschrift ervan beperken tot het deel van het dossier waarvoor de burgerlijke partij een belang kan doen gelden.
§ 6.De SUO-magistraat deelt, indien nodig, alle in het raam van het SUO verzamelde relevante inlichtingen over het vermogen van de veroordeelde mee aan de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën of deelt aan die ambtenaar mee dat deze inlichtingen ter beschikking zijn voor inzage en het nemen van een afschrift, met als doel het vergemakkelijken van de invordering van de door de veroordeelde verschuldigde verbeurdverklaringen, geldboeten en gerechtskosten.
De politieambtenaren die niet zijn gevorderd door de SUO-magistraat delen onmiddellijk en op eigen initiatief aan deze magistraat de voor het SUO nuttige inlichtingen mee die ze hebben verzameld in het raam van een opsporingsonderzoek, gerechtelijk onderzoek of een ander SUO.
De politieambtenaren die in het raam van het SUO inlichtingen hebben verzameld die van belang kunnen zijn voor een lopend opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek of een ander SUO, brengen deze inlichtingen onmiddellijk ter kennis van het bevoegde openbaar ministerie of de bevoegde onderzoeksrechter. Wanneer zij in de loop van het SUO feiten ontdekken die een misdrijf kunnen uitmaken, stellen zij het bevoegde openbaar ministerie hiervan onmiddellijk in kennis.
De leden van het openbaar ministerie kunnen de inlichtingen die op regelmatige wijze zijn verzameld in het raam van het SUO aanwenden wanneer zij hun ambt uitoefenen in andere strafrechtelijke en burgerrechtelijke procedures.
§ 7.De geldsommen die de SUO-magistraat en het Centraal Orgaan voor de inbeslagneming en de verbeurdverklaring, hierna het "COIV" genoemd, ontvangen of beheren in het raam van het SUO worden zodra mogelijk gestort naar de bevoegde ambtenaar van de federale overheidsdienst Financiën die belast is met de invordering van de verbeurdverklaring, de geldboete en de gerechtskosten.
§ 8.Onverminderd de toepassing van artikel 32 van de wet van 4 februari 2018 houdende de opdrachten en de samenstelling van het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring, doet het SUO geen afbreuk aan de uitoefening van het recht van de burgerlijke partij of derden te goeder trouw om overeenkomstig artikel 3.36 van het Burgerlijk Wetboek hun schuldvorderingen ten uitvoer te leggen op het vermogen van de veroordeelde.
Bij samenloop van een burgerlijk uitvoerend beslag en een beslag gelegd in het raam van het SUO met betrekking tot dezelfde vermogensbestanddelen worden de in § 1 bedoelde veroordelingen verder ten uitvoer gelegd door de federale overheidsdienst Financiën via de uitoefening van de rechten die de wet toekent aan de schuldeisers in het raam van de evenredige verdeling of rangregeling.
Indien de veroordeelde of de malafide derde het voorwerp is van een collectieve insolventieprocedure, worden de in § 1 bedoelde veroordelingen verder ten uitvoer gelegd door de federale overheidsdienst Financiën via de uitoefening van de rechten die de wet toekent aan de schuldeisers in het raam van de collectieve insolventieprocedure.
Een collectieve insolventieprocedure in de zin van deze paragraaf is het faillissement, de gerechtelijke reorganisatie, de collectieve schuldenregeling of elke andere Belgische of buitenlandse rechterlijke, administratieve of vrijwillige collectieve procedure die de realisatie van de activa en de verdeling van de opbrengst van die realisatie onder, naar gelang van het geval, de schuldeisers, de aandeelhouders, de vennoten of de leden inhoudt.
De kwijtschelding of vermindering van de straffen in het raam van een collectieve insolventieprocedure of burgerlijke beslagprocedure kan enkel worden toegestaan met toepassing van de artikelen 110 en 111 van de Grondwet.
De samenloop met een burgerlijk uitvoerend beslag of een lopende collectieve insolventieprocedure vormt geen beletsel voor het verzamelen van inlichtingen over het vermogen van de veroordeelde door het openbaar ministerie in het raam van het SUO en de mededeling ervan aan de federale overheidsdienst Financiën.
(NOTA: bij arrest nr 178/2015 van 17-12-2015 (B.St. 08-02-2016,p. 8566), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 464/1,§5, derde lid, laatste zin vernietigd)