Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL IV Enkele rechtsplegingen van bijzondere aard (art. 448–524septies) › TITEL IV - ENIGE RECHTSPLEGINGEN VAN BIJZONDERE AARD.

HOOFDSTUK IV - MISDRIJVEN TEGEN DE EERBIED AAN DE GESTELDE OVERHEDEN VERSCHULDIGD.

504–509

Art. 504

(Opgeheven)

Art. 505

(Opgeheven)

Art. 506

Betreft het een misdrijf gepleegd ter terechtzitting van een enkele rechter of van een rechtbank waartegen hoger beroep openstaat, dan verwijst de rechter of de rechtbank, na de dader te hebben doen aanhouden en van de feiten proces-verbaal te hebben opgemaakt, de stukken en de verdachte naar de bevoegde rechters.

Art. 507

Ten aanzien van de feitelijkheden die tot misdrijf zijn geworden, of van alle andere op heterdaad vastgestelde misdrijven, gepleegd ter terechtzitting van het Hof van Cassatie, van een hof van beroep of van een hof van assisen (...), gaat het hof onmiddellijk en bij voorrang tot het berechten daarvan over.

Het hoort de getuigen, de dader en de raadsman die hij gekozen heeft of die de voorzitter hem heeft toegevoegd; na de feiten te hebben vastgesteld en de procureur-generaal of zijn substituut te hebben gehoord, alles in het openbaar, legt het de straf op bij een met redenen omkleed arrest.

Art. 508

Indien er in het geval van het vorige artikel vijf of zes rechters tegenwoordig zijn op de terechtzitting, zijn vier stemmen vereist voor de veroordeling.

Zijn er zeven tegenwoordig, dan zijn vijf stemmen vereist voor de veroordeling.

Zij er acht of meer tegenwoordig, dan wordt het veroordelend arrest uitgesproken met drie vierden van de stemmen, met dien verstande, dat indien er na de berekening van die drie vierden een breuk overblijft, deze ten voordele komt van de vrijspraak.

Art. 509

Wanneer de provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen, burgemeesters en schepenen, officieren van administratieve of van gerechtelijke politie, in het openbaar enige handeling van hun ambt verrichten, oefenen ook zij de bij artikel 504 geregelde politiebevoegdheden uit; en na de rustverstoorders te hebben doen vatten, maken zij proces-verbaal op van het misdrijf en verwijzen dit proces-verbaal, indien daartoe grond bestaat, alsmede de verdachten naar de bevoegde rechters.