Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL IX - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN EIGENDOMMEN. › HOOFDSTUK II - BEDROG.

AFDELING I - Misdrijven die verband houden met insolventie

489–490quater

Art. 489

opgeheven

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft de ondernemingen bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 1° van het Wetboek van economisch recht, of de bestuurders, in rechte of in feite, van vennootschappen of rechtspersonen die zich in staat van faillissement bevinden, die:

1°zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan

2°zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel XX.146 van het Wetboek van economisch recht na te leven.

Art. 489bis

opgeheven

Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in artikel 489 die:

1°met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen;

2°verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;

3°met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;

4°met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel XX.102 van het Wetboek van economisch recht gestelde termijn aangifte te doen van het faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel XX.103 van hetzelfde wetboek te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt.

Art. 489ter

opgeheven

Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro worden gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden:

1°een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;

2°de boeken of bescheiden bedoeld in boek III, hoofdstuk 2, van het Wetboek van economisch recht, geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro.

Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

Art. 489quater

opgeheven

De strafvordering terzake van de strafbare feiten omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van enige vordering die bij de rechtbank van koophandel mocht zijn ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de rechtbank van koophandel of van het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde onderneming.

Art. 489quinquies

opgeheven

Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk:

1°in het belang van de failliete onderneming, zelfs zonder de medewerking van deze laatste of van de bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap of de rechtspersoon, de activa geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen;

2°verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen.

Art. 489sexies

opgeheven

Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro wordt gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer. Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

Art. 490

opgeheven

Alle arresten of vonnissen van veroordeling tot een gevangenisstraf, uitgesproken krachtens de artikelen 489, 489bis en 489ter, bevelen dat de beslissing op kosten van de veroordeelde bij uittreksel zal worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Het uittreksel bevat:

1°de naam, de voornamen, de plaats en datum van geboorte, alsmede het adres en het het ondernemingsnummer, van de veroordeelden en, in voorkomend geval, de handelsnaam of de benaming en de zetel van de faillietverklaarde ondernemingen waarvan zij in rechte of in feite bestuurder zijn;

2°de datum van het arrest of van het vonnis van veroordeling en het gerecht dat het heeft uitgesproken;

3°de strafbare feiten die tot de veroordelingen aanleiding hebben gegeven en de uitgesproken straffen; wanneer, wegens eenheid van opzet, een enkele straf is uitgesproken uit hoofde van een van de voornoemde strafbare feiten en uit hoofde van andere strafbare feiten, vermelden de uittreksels alle strafbare feiten die met deze ene straf worden gestraft.

Art. 490bis

opgeheven

Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen niet heeft voldaan.

Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.

Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.

Art. 490ter

opgeheven

De schuldenaar wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijf euro tot honderdvijfentwintig duizend euro of met een van deze straffen alleen:

1°indien hij, op welke wijze ook, om een procedure van gerechtelijke reorganisatie te verkrijgen of te vergemakkelijken, opzettelijk een gedeelte van zijn actief of van zijn passief heeft verborgen of dit actief overdreven of dit passief geminimaliseerd heeft;

2°indien hij wetens en willens een of meer vermeende schuldeisers of schuldeisers waarvan de schuldvorderingen overdreven zijn, heeft doen of laten optreden bij de beraadslagingen;

3°indien hij wetens en willens een of meer schuldeisers heeft weggelaten uit de lijst van schuldeisers;

4°indien hij wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen over de staat van zijn zaken of de vooruitzichten van reorganisatie heeft gedaan of laten doen aan de rechtbank of aan een gerechtsmandataris.

Art. 490quater

opgeheven

Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 5 euro tot 125 000 euro worden gestraft, (i) zij die, bedrieglijk, zonder schuldeiser te zijn, deelgenomen hebben aan de stemming bepaald bij artikel XX.78 van het Wetboek van economisch recht, (ii) zij die als schuldeiser hun schuldvorderingen overdreven hebben en (iii) zij die, hetzij met de schuldenaar, hetzij met enige andere persoon, bijzondere voordelen bedongen hebben om de stemming over het reorganisatieplan in een bepaalde richting te sturen of die een bijzondere overeenkomst aangegaan zijn waaruit voor hen een voordeel zou voortvloeien ten laste van het actief van de schuldenaar.