(Zie NOTA 1 onder TITEL) Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen worden gestraft de ondernemingen bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 1° van het Wetboek van economisch recht, of de bestuurders, in rechte of in feite, van vennootschappen of rechtspersonen die zich in staat van faillissement bevinden, die:
1°zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met inachtneming van de financiële toestand van de onderneming te aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan
2°zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen gesteld bij artikel XX.146 van het Wetboek van economisch recht na te leven.