Alle wetboeken › Oud Sw.

BOEK 2 - DE MISDRIJVEN EN HUN BESTRAFFING IN HET BIJZONDER. › TITEL IX - MISDADEN EN WANBEDRIJVEN TEGEN EIGENDOMMEN. › HOOFDSTUK II - BEDROG.

AFDELING II - MISBRUIK VAN VERTROUWEN.

491–495bis

Art. 491

opgeheven

Hij die ten nadele van een ander een roerend goed met economische waarde dat hem overhandigd is onder verplichting om het terug te geven of het voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden, bedrieglijk verduistert of verspilt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.

De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

Art. 492

opgeheven

De bepaling van artikel 462 is toepasselijk op het misdrijf in het vorige artikel omschreven.

Art. 492bis

opgeheven

Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderdduizend euro worden gestraft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk, die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.

De schuldigen kunnen daarenboven veroordeeld worden tot ontzetting van hun rechten overeenkomstig artikel 33.

Art. 493

opgeheven

(Met gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft hij die misbruik maakt van de behoeften, de zwakheden, (de hartstochten of de onwetendheid) van een minderjarige of van iedere andere persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was om hem, te zijnen nadele, verbintenissen, kwijtingen, schuldbevrijdingen, handelspapieren of enig ander verbindend papier te doen tekenen, in welke vorm deze handeling ook verricht of vermomd mag zijn.) <KB148 18-03-1935, art. 1>

De schuldige kan bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.

Art. 494

opgeheven

<KB148 18-03-1935, art. 2> Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van duizend euro tot tienduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die zich wegens een in enigerlei vorm aangegane geldlening voor zichzelf of voor een ander een interest of andere voordelen doet beloven, die de wettelijke interest overschrijden, indien hij er een gewoonte van maakt de zwakheden of de hartstochten van de lener te misbruiken.

Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die zich wegens een in enigerlei vorm aangegane geldlening voor zichzelf of voor een ander een interest of andere voordelen doet beloven, die klaarblijkelijk de normale interest en de dekking van het risico van die lening overschrijden, indien hij er een gewoonte van maakt de behoeften of de onwetendheid van de lener te misbruiken.

In de gevallen van dit artikel vermindert de rechter, op vordering van elke benadeelde partij, haar verplichtingen overeenkomstig artikel 1907ter van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 495

opgeheven

Hij die, na in een rechtsgeding enige titel, enig stuk of enige memorie te hebben overgelegd, die titel, dat stuk of die memorie, op welke wijze ook, kwaadwillig of bedrieglijk verduistert, wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot driehonderd euro.

Deze straf wordt uitgesproken door de rechtbank waarbij het geschil aanhangig is.

Art. 495bis

opgeheven

Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro, of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die een stuk dat hij onder zich heeft en waarvan de overlegging in rechte bij een vonnis wordt bevolen, bedrieglijk vernietigt, verandert of verbergt.