§ 1.De Minister stelt de voorwaarden en de modaliteiten vast volgens welke een tegemoetkoming kan worden verleend in de reiskosten die overeenkomstig de door het College van artsen-directeurs of de adviserend arts genomen beslissingen worden aangegaan.
§ 2.De rechthebbende die meent te kunnen aanspraak maken op de tegemoetkoming in de reiskosten welke hij heeft om verstrekkingen voor functioneel revalidatie te bekomen dient daartoe een aanvraag in bij de adviserend arts van de mutualiteit, de gewestelijke dienst of de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail waarbij hij is aangesloten of ingeschreven.
De aanvraag wordt ingediend samen met de aanvraag bedoeld in artikel 139.
§ 3.De adviserend arts maakt de aanvragen betreffende de reiskosten gemaakt in verband met in artikel 138, 1°, bedoelde verstrekkingen, samen met zijn advies door toedoen van de arts-directeur van de verzekeringsinstelling, onverwijld over aan het College van artsen-directeurs.
§ 4.Aangaande de reiskosten gemaakt in verband met verstrekkingen bedoeld in artikel 138, 2°, geeft de adviserend arts kennis van zijn beslissing aan de rechthebbende.
Elke beslissing tot weigering wordt gemotiveerd.
§ 5.Het College van artsen-directeurs onderzoekt, op verslag van de Dienst voor geneeskundige verzorging, de aanvragen bedoeld in § 3. De beslissingen worden door de voorzitter meegedeeld aan de medische directie van de betrokken verzekeringsinstellingen die op haar beurt de betrokkene ervan kennis geeft.
Elke beslissing tot weigering wordt gemotiveerd.
§ 6.De verzekeringsinstelling wordt belast met de eventuele betaling van de tegemoetkoming.