Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL II - Verzekering voor geneeskundige verzorging. › N Gemene bepalingen.

Afdeling VI - Commissie voor begrotingscontrole.

41–46

Art. 41

De leden van de Commissie voor begrotingscontrole worden benoemd voor (vier jaar). Het mandaat van de uittredende leden kan worden hernieuwd.

Er wordt onmiddellijk in de vervanging voorzien van ieder lid dat, vóór de normale afloopdatum van zijn mandaat, geen deel meer uitmaakt van de commissie. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt.

Een plaatsvervangend lid heeft enkel zitting bij afwezigheid van een werkend lid van zijn groep.

Art. 42

Het voorzitterschap van de commissie wordt bekleed door de in artikel 190 van de gecoördineerde wet bedoelde begrotings- en financieel adviseur.

Indien deze niet is aangewezen of indien hij is verhinderd, wordt het voorzitterschap van de commissie waargenomen door het oudste lid in jaren van de onder artikel 17, tweede lid, 5°, van de gecoördineerde wet bedoelde leden.

Art. 43

De commissie wordt in vergadering bijeengeroepen door de voorzitter, hetzij op dezes initiatief, hetzij op verzoek van de Minister, hetzij op verzoek van de Algemene raad, hetzij op verzoek van het Verzekeringscomité, hetzij op vraag van ten minste drie leden; de bijeenroeping vermeldt in elk geval het onderwerp van de vergadering.

Art. 44

De commissie houdt deugdelijk zitting indien ten minste de helft van de leden aanwezig is.

De beslissingen worden genomen bij eenvoudige meerderheid van hen die aan de stemming deelnemen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthoudingen.

Art. 45

De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Algemene raad.

Art. 46

De functies van secretaris en adjunct-secretaris van de commissie worden waargenomen door personeelsleden van de Dienst voor geneeskundige verzorging, aangewezen door de leidend ambtenaar van genoemde dienst.