Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL IV - Gemeenschappelijke bepalingen. › HOOFDSTUK II - Voorwaarden tot toekenning van de prestaties.

Afdeling IV - Afgifte van de bijdragebescheiden.

284–285

Art. 284

In afwijking van het tweede en derde lid moeten de bijdragebescheiden bedoeld bij artikel 276, § 1, 1 tot en met 5 en 7, door de gerechtigden aan hun verzekeringsinstelling worden afgegeven binnen de dertig dagen na uitreiking van die documenten.

De verzekerbaarheidsgegevens afgeleid uit de driemaandelijkse aangiften van de werkgevers, van Fedris en van de verzekeringsonderneming gemachtigd inzake de arbeidsongevallen... aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid en de driemaandelijkse aangiften van de werkgevers aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en de verzekerbaarheidsgegevens bedoeld in artikel 281, § 1 en § 3, worden elektronisch naar de verzekeringsinstellingen doorgestuurd, door de voormelde instellingen uiterlijk op 20 maart van het jaar na dat waarop de gegevens betrekking hebben.

De werknemers die een papieren bijdragebon hebben ontvangen van de Rijksdienst voor sociale zekerheid, de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening of de met de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen belaste instellingen, moeten dit bijdrage- bescheid binnen de maand na ontvangst aan hun verzekeringsinstelling afgeven.

Art. 285

Onverminderd de bepalingen van artikel 284 is de verzekeringsinstelling gehouden tot aanvaarding van de buiten de in bedoeld artikel gestelde termijn overgelegde bijdragebescheiden.