<Opgeheven bij KB 2026-01-07/04, art. 11, 338; Inwerkingtreding: 25-01-2026>
TITEL II - Verzekering voor geneeskundige verzorging.
Cbis
86bis–98
Art. 87
De Erkenningsraad voor verstrekkers van implantaten is samengesteld uit:
1°de voorzitter;
2°zes werkende en zes plaatsvervangende leden, door de Minister gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van de personen die erkend zijn voor het verstrekken van implantaten;
3°één werkend en één plaatsvervangend lid, aangewezen door de Minister;
4°één werkend en één plaatsvervangend lid, aangewezen door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
Art. 88
De Erkenningsraad voor verstrekkers van implantaten heeft tot taak (de pesonen te erkennen) die hij als bevoegd erkend om aan de rechthebbende van de verzekering de implantaten te leveren welke zijn opgenomen in de lijst met vergoedbare apparaten.
De erkenningsaanvragen worden gezonden aan de Dienst voor geneeskundige verzorging die ze bezorgt aan de erkenningsraad.
Art. 89
§ 1.Worden als bevoegd erkend de apothekers, houders van het diploma van ziekenhuisapotheker, afgeleverd door een door het Rijk erkende universiteit.
§ 2.Kunnen (worden erkend), de personen die gedurende ten minste één jaar een passende theoretische en praktische opleiding hebben genoten en voldoen aan een door de Raad georganiseerd technisch bevoegdheidsexamen; het programma van dat examen wordt door Ons bepaald na advies van de Raad.
§ 3.Overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 6 juni 1960 betreffende de fabricatie, de bereiding en distributie in het groot en de terhandstelling van geneesmiddelen, worden de officina-apothekers van ambtswege erkend voor de aflevering van artikelen die in steriele vorm worden verstrekt.
§ 4.De erkenning kan worden beperkt tot het afleveren van bepaalde vestrekkingen. Die vermelding komt voor op het erkenningsgetuigschrift.
Art. 90
<Opgeheven bij KB 2014-06-29/25, art. 11, 223; Inwerkingtreding: 24-08-2014>
Art. 91
<Opgeheven bij KB 2014-06-29/25, art. 11, 223; Inwerkingtreding: 24-08-2014>
Art. 92
<Opgeheven bij KB 2014-06-29/25, art. 11, 223; Inwerkingtreding: 24-08-2014>
Art. 93
(Opgeheven)
Art. 94
De erkenningsraad voor opticiens is samengesteld uit: 1° De erkenningsgraad voor opticiens is samengesteld uit:
1°de voorzitter;
2°zes werkende en zes plaatsvervangende leden, door de Minister gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van opticiens;
3°één werkend en één plaatsvervangend lid, aangewezen door de Minister;
4°één werkend en één plaatsvervangend lid, aangewezen door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
Art. 95
De Erkenningsraad voor opticiens heeft tot taak (de personen te erkennen) die hij als bevoegd erkent om de rechthebbenden van de verzekering de brillen en oogprothesen te verstrekken welke luidens de vorenbedoelde nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen, in de bevoegdheid vallen van de opticiens.
De erkenningsaanvragen worden gezonden aan de Dienst voor geneeskundige verzorging die ze bezorgt aan de erkenningsraad.
Art. 96
§ 1.Worden als bevoegd erkend de personen welke houder zijn van één van de akten bedoeld in artikel 18, 1° en 2° en in artikel 26bis, § 2, van het koninklijk besluit van 21 december 2006 betreffende de beroepsbekwaamheid voor de uitoefening van zelfstandige activiteiten op het gebied van lichaamsverzorging, van opticien, dentaaltechnicus en begrafenisondernemer.
§ 2....
Art. 97
Kunnen (worden erkend) de personen die sedert ten minste drie jaar het beroep van opticien uitoefenen hetzij als ondernemingshoofd, hetzij als technicus in dienst bij een opticien.
De Raad beoordeelt de omstandigheden van de beroepsopleiding en de beroepsbekwaamheid van de kandidaten en legt hun, in voorkomend geval, een technisch bevoegdheidsexamen op dat hij inricht; het programma van dat examen wordt door de Koning bepaald na advies van de erkenningsraad.
Art. 98
De personen die niet voldoen aan de in artikel 97, eerste lid, gestelde voorwaarden, kunnen eveneens (worden erkend) mits zij sedert ten minste één jaar hun beroep uitoefenen als ondernemingshoofd of als technicus in dienst bij een opticien of mits zij, als apotheker, sedert ten minste drie jaar brillen en ook oogprothesen afleveren en zij, in elk geval, voldoen aan een door de Raad ingericht technisch bevoegdheidsexamen; het programma van dat examen wordt door de Koning bepaald na advies van de erkenningsraad.