De beslissingen tot terugvordering van prestaties, bedoeld in artikel 164 van de gecoördineerde wet, ten laste van de rechthebbende, worden aan betrokkene ter kennis gebracht bij een ter post aangetekende brief.
De kennisgeving mag gebeuren per gewone brief wanneer het onverschuldigde bedrag gelijk is aan of lager is dan (150 EUR), met uitzondering van de gevallen waarin het nodig is de verjaring bedoeld in artikel 174 van de gecoördineerde wet te stuiten.
Deze beslissingen bevatten de volgende vermeldingen:
1°de vaststelling dat er onverschuldigde bedragen zijn betaald;
2°het totale bedrag van wat onverschuldigd is betaald, alsmede de berekeningswijze ervan;
3°de inhoud en de refertes van de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan;
4°de in aanmerking genomen verjaringstermijn;
5°in voorkomend geval, de mogelijkheid voor de instelling van sociale zekerheid om van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen af te zien en de procedure die hiervoor moet worden gevolgd;
6°de mogelijkheid om een met redenen omkleed voorstel tot terugbetaling in schijven voor te leggen;
7°de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de bevoegde arbeidsrechtbank binnen de drie maanden na de kennisgeving van de beslissing tot terugvordering alsook de wijze waarop dit beroep moet worden ingesteld;
8°de inhoud van de artikelen 728 en 1017 van het Gerechtelijk Wetboek alsook een lijst met de adressen van de arbeidsrechtbanken;
9°de refertes van het dossier en de naam en het telefoonnummer van de persoon of de dienst die het dossier beheert en die er inlichtingen over kan verstrekken.