Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL IV - Gemeenschappelijke bepalingen.

HOOFDSTUK III - (Kennisgeving en mededeling van beslissingen in toepassing van het handvest van de sociaal verzekerde.)

295bis–295quater

Art. 295bis

Elke beslissing inzake geneeskundige verzorging en/of uitkeringen die de toepassing meebrengt van de cumulatieregel omschreven in artikel 136, § 2, van de gecoördineerde wet wordt aan de gerechtigde of zijn vertegenwoordiger meegedeeld bij gewone brief.

Deze bevat, naast de vermeldingen van artikel 14, 5° en 6°, van de voornoemde wet van 11 april 1995, de mogelijkheid voor de rechthebbende om een herziening te vragen aan zijn ziekenfonds binnen de termijn van twee jaar, overeenkomstig artikel 174 van de gecoördineerde wet, alsook de mogelijkheid om binnen dezelfde termijn beroep in te stellen bij het bevoegde rechtscollege ingeval van onenigheid met zijn ziekenfonds.

Art. 295ter

De beslissingen tot terugvordering van prestaties, bedoeld in artikel 164 van de gecoördineerde wet, ten laste van de rechthebbende, worden aan betrokkene ter kennis gebracht bij een ter post aangetekende brief.

De kennisgeving mag gebeuren per gewone brief wanneer het onverschuldigde bedrag gelijk is aan of lager is dan (150 EUR), met uitzondering van de gevallen waarin het nodig is de verjaring bedoeld in artikel 174 van de gecoördineerde wet te stuiten.

Deze beslissingen bevatten de volgende vermeldingen:

1°de vaststelling dat er onverschuldigde bedragen zijn betaald;

2°het totale bedrag van wat onverschuldigd is betaald, alsmede de berekeningswijze ervan;

3°de inhoud en de refertes van de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan;

4°de in aanmerking genomen verjaringstermijn;

5°in voorkomend geval, de mogelijkheid voor de instelling van sociale zekerheid om van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen af te zien en de procedure die hiervoor moet worden gevolgd;

6°de mogelijkheid om een met redenen omkleed voorstel tot terugbetaling in schijven voor te leggen;

7°de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de bevoegde arbeidsrechtbank binnen de drie maanden na de kennisgeving van de beslissing tot terugvordering alsook de wijze waarop dit beroep moet worden ingesteld;

8°de inhoud van de artikelen 728 en 1017 van het Gerechtelijk Wetboek alsook een lijst met de adressen van de arbeidsrechtbanken;

9°de refertes van het dossier en de naam en het telefoonnummer van de persoon of de dienst die het dossier beheert en die er inlichtingen over kan verstrekken.

Art. 295quater

Het Instituut en de verzekeringsinstellingen verstrekken aan elke sociaal verzekerde die daar schriftelijk om verzoekt de dienstige inlichtingen betreffende zijn rechten en verplichtingen in het kader van de wetgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Wanneer deze wetgeving raakpunten vertoont met andere sectoren van de sociale zekerheid kunnen de inlichtingen ook betrekking hebben op rechten en verplichtingen in die andere sectoren.

Onder dienstige inlichtingen wordt verstaan, elke inlichting die aan de sociaal verzekerde, op het gebied waarop zijn verzoek betrekking heeft, duidelijkheid verschaft over zijn persoonlijke toestand. Die inlichtingen hebben inzonderheid betrekking op de toekenningsvoorwaarden van de prestaties, op de elementen die voor de vaststelling van het bedrag van de prestaties in aanmerking worden genomen en op de redenen voor vermindering, schorsing of weigering van de prestaties.

Die inlichtingen worden verstrekt binnen een termijn van ten hoogste vijfenveertig dagen. Die termijn neemt een aanvang bij de ontvangst van het verzoek om inlichtingen door het Instituut of de verzekeringsinstellingen.