Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK IV _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. › HOOFDSTUK VIIIbis - Adoptie.

Afdeling 2 - Binnenlandse adoptie.

1231-2–1231-25

Art. 1231-2

De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op adopties die geen interlandelijke overbrenging van een kind met zich meebrengen.

Art. 1231-3

Het verzoek wordt bij (eenzijdig verzoekschrift) ingediend bij de familierechtbank. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd en ondertekend hetzij door de adoptant of door de adoptanten, hetzij door hun advocaat. Ingeval de totstandkoming van een vonnis waaruit blijkt dat de verzoekers bekwaam en geschikt zijn om te adopteren, overeenkomstig artikel 346-1/1 van het Burgerlijk Wetboek, noodzakelijk is, wordt het verzoekschrift ingediend voor het verstrijken van de geldigheidsduur van dit vonnis.

Het verzoekschrift vermeldt of het een gewone of volle adoptie betreft en de redenen waarom de adoptant of adoptanten voor deze adoptievorm hebben gekozen. Het vermeldt tevens de naam en voornamen die, voorzover toegestaan door de wet, voor de geadopteerde zijn gekozen. Moeten bij het verzoekschrift worden gevoegd:

1°het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift van de stukken vereist voor het onderzoek van het verzoek;

2°het attest waaruit blijkt dat de in artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde voorbereiding werd gevolgd;

3°ingeval de totstandkoming van een vonnis waaruit blijkt dat de verzoekers bekwaam en geschikt zijn om te adopteren, overeenkomstig artikel 346-1/1 van het Burgerlijk Wetboek, noodzakelijk is, een voor eensluidend verklaard afschrift van dit vonnis en de tussen de adoptant of de adoptanten en de erkende adoptiedienst dat hun het kind heeft toevertrouwd ondertekende overeenkomst.

Art. 1231-4

§ 1.Om ontvankelijk te zijn worden bij het verzoekschrift volgende stukken of gegevens gevoegd, voor zover ze niet beschikbaar zijn in de DABS of in het bevolkings- of vreemdelingenregister:

1°een afschrift van de akte van geboorte of een hiermee gelijkgesteld stuk;

2°een bewijs van de nationaliteit;

3°een verklaring betreffende de plaats van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister, of bij gebrek hieraan, van de gewone verblijfplaats van de adoptant of van de adoptanten en van de geadopteerde;

4°een uittreksel van de huwelijksakte of een uittreksel van de verklaring van wettelijke samenwoning of nog het bewijs van meer dan drie jaar samenwonen.

§ 2.Bij ontvangst van het verzoekschrift gaat de griffier na of de bij het verzoekschrift ontbrekende documenten of gegevens beschikbaar zijn in de DABS of in het bevolkings- of vreemdelingenregister.

Indien de akte van geboorte of de huwelijksakte in België werd opgemaakt of in België werd overgeschreven vóór 31 maart 2019 verzoekt hij de ambtenaar die de akte heeft opgemaakt of overgeschreven tot opname van de akte in de DABS.

§ 3.Als de vermeldingen van het verzoekschrift onvolledig zijn, of bepaalde informatie ontbreekt voor de inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit om de nodige informatie te verstrekken of het dossier van de procedure te vervolledigen.

Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het dossier samen te stellen.

§ 4.Binnen drie dagen na de ontvangst van het verzoekschrift, geeft de griffier ervan kennis aan de afstammelingen van de geadopteerde. De griffier maakt ook een afschrift van het verzoekschrift over aan de federale centrale autoriteit. De federale centrale autoriteit stelt vervolgens de centrale autoriteiten van de gemeenschappen hiervan in kennis.

Art. 1231-5

De griffier zendt het verzoekschrift binnen acht dagen na ontvangst aan de procureur des Konings, die overgaat tot de uitvoering van een moraliteitsonderzoek van de adoptant of adoptanten, inzonderheid door de raadpleging van hun strafregister, of in de gevallen dat een dergelijke onderzoek reeds werd gevoerd met toepassing van artikel 1231-1/5, tot de bijwerking van dat onderzoek, en onverwijld alle nuttige inlichtingen inwint omtrent de voorgenomen adoptie. Deze inlichtingen omvatten in het bijzonder:

1°het advies van de moeder en de vader van de geadopteerde, en in voorkomend geval, van zijn voogd, van zijn toeziende voogd of van de vrederechter die de voogdij uitoefent of, indien een van hen een vertegenwoordiger heeft aangewezen met toepassing van artikel 348-9 van het Burgerlijk Wetboek, het advies van deze laatste;

2°het advies van de vertrouwenspersoon, ingeval de rechtbank krachtens artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bij proces-verbaal heeft vastgesteld dat de beschermde persoon wilsonbekwaam is;

3°(het advies van de afstammelingen in de eerste graad, die ten minste twaalf jaar oud zijn, van de adoptant of adoptanten en van de geadopteerde;)

4°het advies van de persoon die het kind heeft opgevangen om het te onderhouden en op te voeden in de plaats van de moeder en de vader;

5°het advies van eenieder van wie de toestemming in de adoptie vereist is en geweigerd heeft die te geven of, indien deze een vertegenwoordiger heeft aangewezen met toepassing van artikel 348-9 van het Burgerlijk Wetboek, het advies van deze laatste.

Art. 1231-6

In de gevallen bedoeld in artikel 346-1/1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, beveelt de familierechtbank een maatschappelijk onderzoek teneinde inlichtingen te bekomen over de geschiktheid van de adoptant of de adoptanten om te adopteren en over het belang van het in de procedure bedoelde kind om te worden geadopteerd. Tijdens dit onderzoek worden de diensten die door de bevoegde gemeenschappen zijn aangewezen, geraadpleegd. Wanneer het echter gaat om een kind bedoeld in artikel 346-1/1, tweede lid, 1°, van het Burgerlijk Wetboek, kan de rechter beslissen om geen maatschappelijk onderzoek te bevelen.

Het staat de rechtbank vrij om, zo zij dit nuttig acht, een maatschappelijk onderzoek te bevelen over de voorgenomen gewone adoptie van een persoon die ouder dan achttien jaar is.

Art. 1231-7

De procureur des Konings zendt het verzoekschrift tot adoptie binnen twee maanden na ontvangst ervan terug aan de griffier, samen met zijn advies en de inlichtingen die hij op grond van artikel 1231-5 heeft ingewonnen.

Het verslag van het maatschappelijk onderzoek bedoeld in het vorige artikel wordt neergelegd ter griffie binnen vier maanden na uitspraak van het vonnis waarbij het is bevolen.

Art. 1231-8

Binnen drie dagen na de neerlegging ter griffie van het advies van het openbaar ministerie en de inlichtingen verzameld krachtens artikel 1231-5, en, in voorkomend geval, van het verslag van het maatschappelijk onderzoek worden de adoptant en de geadopteerde wiens toestemming is vereist, bij gerechtsbrief opgeroepen om ervan kennis te nemen.

Zij beschikken daartoe over een termijn van vijftien dagen.

Art. 1231-9

Tussen de 15e en de 45e dag na de neerlegging ter griffie van het advies van het openbaar ministerie en, in voorkomend geval, van het verslag van het maatschappelijk onderzoek, stelt de familierechtbank de zittingsdag voor de zaak ambtshalve vast.

Art. 1231-10

De familierechtbank hoort... de volgende personen, die door de griffier opgeroepen worden bij gerechtsbrief, of wanneer het personen beneden de zestien jaar betreft, bij gewone brief:

1°de adoptant of de adoptanten;

2°eenieder van wie de toestemming in de adoptie vereist is of, indien hij bij toepassing van artikel 348-9 van het Burgerlijk Wetboek een vertegenwoordiger heeft aangewezen, deze laatste;

3°de geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt wanneer uit een door de familierechtbank bevolen en door de bevoegde sociale dienst uitgevoerd grondig onderzoek blijkt dat hij in staat is zijn mening over de voorgenomen adoptie te kennen te geven; in het tegenovergestelde geval beschikt het kind over vijftien werkdagen te rekenen vanaf de dag dat het resultaat van het onderzoek hem door de procureur des Konings ter kennis is gebracht, om de jeugdrechtbank schriftelijk te verzoeken hem op te roepen opdat zij zelf over zijn bekwaamheid zou kunnen oordelen; wanneer de familierechtbank oordeelt dat het kind in staat is zijn mening te kennen te geven, hoort zij het; de beoordeling van de familierechtbank over de bekwaamheid van het kind is niet voor beroep vatbaar;

3°/1 de persoon die bij proces-verbaal bedoeld in artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek wilsonbekwaam werd bevonden, dan wel diens vertrouwenspersoon;

4°eenieder van wie het door de procureur des Konings ingewonnen advies ongunstig is voor de adoptie;

5°eenieder die de rechtbank wenst te horen.

Indien de personen bedoeld in het eerste lid, 2° en 4° verschijnen kunnen zij bij eenvoudige akte verklaren in het geding te willen tussenkomen.

In uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank vrijstelling van persoonlijke verschijning verlenen en toestaan dat betrokkene door een bijzonder gemachtigde, door een advocaat of door een notaris wordt vertegenwoordigd.

Behalve wanneer artikel 1231-11, tweede lid, wordt toegepast, wordt van deze verhoren een proces-verbaal opgesteld.

Art. 1231-11

Het kind kan tijdens zijn verschijning voor de familierechtbank ervan afzien te worden gehoord.

Artikel 1004/1, §§ 5 tot 7, is van overeenkomstige toepassing.

Art. 1231-12

Eenieder van wie overeenkomstig artikel 1231-5 het advies moet worden ingewonnen, kan bij eenvoudige akte verklaren in het geding te willen tussenkomen.

Art. 1231-13

De rechtbank moet zich ervan vergewissen dat met kennis van zaken is gekozen tussen gewone adoptie en volle adoptie. De rechtbank moet tevens nagaan of is voldaan aan de bij wet gestelde voorwaarden. De rechtbank moet, rekening houdend met alle wettige belangen, oordelen of de adoptie kan worden uitgesproken.

Behalve indien is gebleken dat het kind sedert meer dan zes maanden wordt opgevoed door de adoptant of door de adoptanten, doet de familierechtbank uitspraak ten vroegste zes maanden na de neerlegging van het verzoekschrift tot adoptie.

Art. 1231-14

Wanneer de adoptie betrekking heeft op een minderjarig kind, kunnen de adoptant of de adoptanten vooraleer de adoptie wordt uitgesproken aan de familierechtbank vragen om, ofwel:

1°de gewone adoptie uit te spreken in de plaats van de volle adoptie gevraagd in het verzoekschrift;

2°de volle adoptie uit te spreken in de plaats van de gewone adoptie gevraagd in het verzoekschrift.

Dit verzoek moet op ernstige redenen gegrond zijn, moet overeenstemmen met het hoger belang van het kind, alsmede met de eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen en moet worden gesteund door alle personen die hebben toegestemd in de adoptie waarop het verzoekschrift betrekking heeft. De rechtbank verleent daarvan akte.

De artikelen 1231-10 tot 1231-12 zijn in dat geval opnieuw van toepassing.

Art. 1231-15

Het beschikkend gedeelte van het vonnis inzake adoptie vermeldt inzonderheid:

1°de datum van neerlegging van het verzoekschrift tot adoptie;

2°de naam en de voornamen van de adoptant of van de adoptanten;

3°of de uitgesproken adoptie een gewone adoptie of een volle adoptie is;

4°de naam en de voornamen die de geadopteerde bij de adoptie droeg en ingeval zij ingevolge de adoptie zijn gewijzigd, de naam en de voornamen die hij voortaan zal dragen;

5°indien nodig, de naam en de voornamen die de afstammelingen van de geadopteerde niettegenstaande de adoptie bewaren.

Het vonnis wordt bij gerechtsbrief betekend aan de adoptant of aan de adoptanten, aan iedere persoon van wie de toestemming in de adoptie vereist was, alsmede aan het openbaar ministerie.

Art. 1231-16

De procureur des Konings, de adoptant of de adoptanten die gezamenlijk optreden en de geadopteerde, alsmede de tussenkomende partijen kunnen bij wege van een verzoekschrift ingediend ter griffie van het hof van beroep, beroep instellen binnen een maand te rekenen van de betekening van het vonnis.

De geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar niet heeft bereikt,... wordt vertegenwoordigd door een van de personen van wie de toestemming in de adoptie vereist is.

De geadopteerde die overeenkomstig artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bij proces-verbaal wilsonbekwaam werd bevonden, wordt vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder.

Art. 1231-17

De procureur des Konings, de adoptant of de adoptanten die gezamenlijk optreden en de geadopteerde, alsook de tussenkomende partijen kunnen zich in cassatie voorzien.

De geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar niet heeft bereikt,... wordt vertegenwoordigd door een van de personen van wie de toestemming in de adoptie vereist is.

De geadopteerde die overeenkomstig artikel 348-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bij proces-verbaal wilsonbekwaam werd bevonden, wordt vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder.

Art. 1231-18

Rechterlijke beslissingen gewezen inzake adoptie kunnen niet ten uitvoer worden gelegd indien daartegen beroep of cassatieberoep is ingesteld of zulks nog mogelijk is.

Ingeval de beslissing betrekking heeft op verscheidene geadopteerden, heeft het beroep of het cassatieberoep ingesteld door een van hen, slechts voor die persoon gevolgen.

Art. 1231-18/1

Wanneer het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, bezorgt de griffier onverwijld een afschrift ervan aan de federale centrale autoriteit.

De federale centrale autoriteit stuurt de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap onverwijld het vonnis dat haar in afschrift is toegezonden door de griffier.

Art. 1231-19

Na het verstrijken van de termijn om beroep of cassatieberoep in te stellen of, in voorkomend geval, na de uitspraak van het arrest waarbij het beroep wordt afgewezen, stuurt de griffier onmiddellijk de gegevens nodig voor de opmaak van de akte van adoptie ten gevolge van de rechterlijke beslissing waarbij de adoptie wordt uitgesproken via de DABS naar de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.

De ambtenaar van de burgerlijke stand die overeenkomstig artikel 368-1 van het Burgerlijk Wetboek daartoe bevoegd is maakt onmiddellijk de akte van adoptie op, die wordt verbonden met de akten van de burgerlijke stand van de geadopteerde.... De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt de akte van naams- en/of voornaamsverandering van de afstammelingen van de geadopteerde indien de naam of de voornamen van de geadopteerde of van de afstammelingen veranderen.

De federale centrale autoriteit stelt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen hiervan in kennis.

Art. 1231-20

Bij overlijden van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen na de neerlegging van het verzoekschrift tot adoptie maar voor de opmaak van de akte van adoptie ten gevolge van het vonnis of van het arrest door de ambtenaar van de burgerlijke stand, kan de procedure op verzoek van de geadopteerde of, in voorkomend geval, van de overlevende adoptant worden voortgezet.

Art. 1231-21

Derdenverzet is slechts ontvankelijk indien het wordt ingediend binnen een termijn van een jaar te rekenen van de opmaak van de akte van adoptie bedoeld in artikel 1231-19.

Het verzoek tot herroeping van het gewijsde is slechts ontvankelijk indien het uitgaat van de adoptant, van de adoptanten, van een van hen of van de geadopteerde ouder dan achttien jaar, en voor zover het wordt betekend binnen drie maanden te rekenen van de dag waarop de verzoeker kennis heeft gekregen van de reden waarop zijn verzoekschrift steunt. Indien de geadopteerde kennis kreeg van deze reden voor zijn meerderjarigheid, gaat de termijn ten aanzien van hem slechts in op de dag waarop hij de leeftijd van achttien jaar bereikt.

Art. 1231-22

Rechterlijke beslissingen waarbij wordt geweigerd de adoptie uit te spreken, beletten niet dat later nogmaals een nieuw verzoekschrift wordt ingediend, dat gegrond is op handelingen of feiten die na de weigering hebben plaatsgevonden.

In voorkomend geval moeten de vereiste toestemmingen opnieuw worden ingewonnen.

Art. 1231-23

De procedure tot omzetting van een gewone adoptie in een volle adoptie wordt beheerst door de bepalingen die van toepassing zijn op de procedure tot totstandkoming van de adoptie.

In geval van een beslissing tot omzetting van een gewone adoptie in een volle adoptie maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand een nieuwe akte van adoptie op, die wordt verbonden met de vorige akte van adoptie alsook met de akten van de burgerlijke stand van de geadopteerde en van zijn afstammelingen.

Art. 1231-24

Indien de procureur des Konings een verzoekschrift indient op grond van de artikelen 347-1, 3°, 347-2, 3° of 348-11 van het Burgerlijk Wetboek, treedt hij op, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van iedere belanghebbende. De inlichtingen bedoeld in artikel 1231-5, die de procureur des Konings heeft ingewonnen, worden bij het verzoekschrift gevoegd.

De adoptant of de adoptanten en, naargelang het geval, de personen die ingevolge de artikelen 348-6 of 348-7 van het Burgerlijk Wetboek moeten toestemmen in de adoptie, of deze die met toepassing van artikel 348-11 van hetzelfde Wetboek geweigerd hebben toe te stemmen, worden in het geding geroepen.

Art. 1231-25

De artikelen 1231-3, tweede lid, 1231-4, 1231-6 tot 1231-23 zijn op deze procedure van toepassing.