§ 1.Een adoptieverlof wordt toegekend gedurende een periode van maximum zes weken aan de magistraat die een minderjarig kind adopteert.
Het adoptieverlof van zes weken per adoptieouder wordt opgetrokken met vier weken voor de adoptieouder of voor beide adoptieouders samen, alsook met een bijkomende week vanaf 1 januari 2027.
In geval van twee adoptieouders worden de bijkomende weken bedoeld in het tweede lid onderling tussen hen verdeeld.
Het tweede lid is enkel van toepassing op aanvragen gebeurd overeenkomstig paragraaf 2 vanaf de inwerkingtreding van de betrokken optrekking en voor zover het adoptieverlof ten vroegste aanvangt vanaf diezelfde datum van inwerkingtreding.
Het verlof kan worden gesplitst in weken en dient te worden genomen uiterlijk binnen de zeven maanden na de opname van het kind in het gezin van de magistraat. In het kader van een interlandelijke adoptie kan de magistraat op zijn vraag ten hoogste vier weken van dit verlof opnemen vooraleer het kind effectief in het gezin wordt opgenomen om de daadwerkelijke opvang van kind in zijn gezin voor te bereiden.
§ 2.De magistraat die het verlof wenst te genieten met toepassing van dit artikel deelt aan de korpschef de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. De mededeling gebeurt schriftelijk minstens een maand vóór de aanvang van het verlof, tenzij de korpschef op verzoek van de magistraat een kortere termijn aanvaardt.
De magistraat dient de volgende documenten voor te leggen:
1°een attest, uitgereikt door de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap waarin de toewijzing van het kind aan de magistraat wordt bevestigd, om het verlof van ten hoogste vier weken te verkrijgen vooraleer het kind wordt opgenomen in het gezin;
2°een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister bevestigt, om het resterend verlof te kunnen opnemen;
3°een verklaring op eer die, al naargelang het geval, de verdeling van de bijkomende weken adoptieverlof tussen de twee adoptieouders of de toewijzing van deze weken aan de enige adoptieouder die van dit verlof gebruik maakt, vastlegt. Deze verklaring op eer is enkel nodig als het adoptiegezin bestaat uit twee adoptieouders.
Het verlof wordt vastgelegd in onderling overleg met de korpschef en met inachtneming van de behoeften van de dienst.
§ 3.De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld, wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten worden toegekend in pijler 1 van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regeling betreffende de kinderbijslag of dat ten minste negen punten worden toegekend in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regeling betreffende de kinderbijslag.
De maximumduur van het adoptieverlof wordt met twee weken per adoptieouder verlengd bij de gelijktijdige adoptie van meerdere minderjarige kinderen.
De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met vier weken, wanneer de magistraat voor hetzelfde kind een omstandigheidsverlof met toepassing van artikel 331/12, eerste lid, 2°, of een geboorteverlof in toepassing van artikel 30, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten heeft genoten.
De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met het aantal weken opvangverlof met toepassing van artikel 331/28 dat de magistraat reeds heeft genoten voor hetzelfde kind.