Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten. › HOOFDSTUK IV Afwezigheden en verloven van magistraten

Afdeling VI Adoptieverlof, opvangverlof, pleegouderverlof en pleegzorgverlof

331/27–331/31

Art. 331/27

§ 1.Een adoptieverlof wordt toegekend gedurende een periode van maximum zes weken aan de magistraat die een minderjarig kind adopteert.

Het adoptieverlof van zes weken per adoptieouder wordt opgetrokken met vier weken voor de adoptieouder of voor beide adoptieouders samen, alsook met een bijkomende week vanaf 1 januari 2027.

In geval van twee adoptieouders worden de bijkomende weken bedoeld in het tweede lid onderling tussen hen verdeeld.

Het tweede lid is enkel van toepassing op aanvragen gebeurd overeenkomstig paragraaf 2 vanaf de inwerkingtreding van de betrokken optrekking en voor zover het adoptieverlof ten vroegste aanvangt vanaf diezelfde datum van inwerkingtreding.

Het verlof kan worden gesplitst in weken en dient te worden genomen uiterlijk binnen de zeven maanden na de opname van het kind in het gezin van de magistraat. In het kader van een interlandelijke adoptie kan de magistraat op zijn vraag ten hoogste vier weken van dit verlof opnemen vooraleer het kind effectief in het gezin wordt opgenomen om de daadwerkelijke opvang van kind in zijn gezin voor te bereiden.

§ 2.De magistraat die het verlof wenst te genieten met toepassing van dit artikel deelt aan de korpschef de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. De mededeling gebeurt schriftelijk minstens een maand vóór de aanvang van het verlof, tenzij de korpschef op verzoek van de magistraat een kortere termijn aanvaardt.

De magistraat dient de volgende documenten voor te leggen:

1°een attest, uitgereikt door de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap waarin de toewijzing van het kind aan de magistraat wordt bevestigd, om het verlof van ten hoogste vier weken te verkrijgen vooraleer het kind wordt opgenomen in het gezin;

2°een attest dat de inschrijving van het kind in het bevolkings- of vreemdelingenregister bevestigt, om het resterend verlof te kunnen opnemen;

3°een verklaring op eer die, al naargelang het geval, de verdeling van de bijkomende weken adoptieverlof tussen de twee adoptieouders of de toewijzing van deze weken aan de enige adoptieouder die van dit verlof gebruik maakt, vastlegt. Deze verklaring op eer is enkel nodig als het adoptiegezin bestaat uit twee adoptieouders.

Het verlof wordt vastgelegd in onderling overleg met de korpschef en met inachtneming van de behoeften van de dienst.

§ 3.De maximumduur van het adoptieverlof wordt verdubbeld, wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten worden toegekend in pijler 1 van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regeling betreffende de kinderbijslag of dat ten minste negen punten worden toegekend in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regeling betreffende de kinderbijslag.

De maximumduur van het adoptieverlof wordt met twee weken per adoptieouder verlengd bij de gelijktijdige adoptie van meerdere minderjarige kinderen.

De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met vier weken, wanneer de magistraat voor hetzelfde kind een omstandigheidsverlof met toepassing van artikel 331/12, eerste lid, 2°, of een geboorteverlof in toepassing van artikel 30, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten heeft genoten.

De maximumduur van het adoptieverlof wordt verminderd met het aantal weken opvangverlof met toepassing van artikel 331/28 dat de magistraat reeds heeft genoten voor hetzelfde kind.

Art. 331/28

Een opvangverlof wordt toegekend aan de magistraat die de pleegvoogdij opneemt van een kind beneden de tien jaar.

Het verlof bedraagt ten hoogste zes weken voor een kind beneden de drie jaar en ten hoogste vier weken in de andere gevallen. Het verlof vangt aan op de dag dat het kind in het gezin wordt opgenomen en kan niet gesplitst worden.

De maximumduur van het opvangverlof wordt verdubbeld wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regelgeving betreffende de kinderbijslag of dat ten minste negen punten worden toegekend in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regeling betreffende de kinderbijslag.

Het opvangverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen pleegzorgverlof dat reeds opgenomen werd in hetzelfde jaar voor hetzelfde kind met toepassing van artikel 331/29 en met toepassing van artikel 30quater van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Het verlof wordt vastgelegd in onderling overleg met de korpschef en met inachtneming van de behoeften van de dienst.

Art. 331/29

§ 1.Een pleegzorgverlof wordt toegekend aan de magistraat die is aangesteld als pleegouder voor de vervulling van de verplichtingen en opdrachten of om het hoofd te bieden aan situaties die voortvloeien uit de plaatsing in zijn gezin van een of meerdere personen die in het kader van die pleegzorg aan hem zijn toevertrouwd.

De duur van het verlof mag zes werkdagen per jaar niet overschrijden.

Het pleegzorgverlof wordt verminderd met het aantal werkdagen opvangverlof met toepassing van artikel 331/28 dat reeds opgenomen werd in hetzelfde jaar voor hetzelfde kind.

§ 2.Onder pleeggezin moet worden verstaan, het gezin van de persoon of van de personen die als pleegouder werd(en) aangesteld in de zin van paragraaf 1, eerste lid.

De plaatsing omvat alle vormen van plaatsing in het gezin waartoe kan worden besloten in het kader van een pleegzorgmaatregel, zowel de plaatsing van minderjarige personen, als de plaatsing van personen met een handicap.

§ 3.De soorten verplichtingen, opdrachten en situaties waarvoor het pleegzorgverlof geldt, hebben betrekking op de volgende gebeurtenissen die specifiek verband houden met de pleegzorgsituatie en waarbij de tussenkomst van de magistraat vereist is, en dit voor zover dit niet kan plaatsvinden buiten de diensturen:

1°alle soorten van zittingen bij de gerechtelijke en administratieve autoriteiten die bevoegd zijn voor het pleeggezin;

2°contacten van de pleegouder of het pleeggezin met de ouders of met derden die belangrijk zijn voor het pleegkind of de pleeggast;

3°contacten met de dienst voor pleegzorg.

In andere dan de hiervoor vermelde situaties geldt het recht op verlof slechts voor zover de bevoegde plaatsingsdienst een attest aflevert dat verduidelijkt waarom dergelijk verlof noodzakelijk is.

§ 4.De magistraat die gebruik maakt van het verlof met het oog op het verstrekken van pleegzorgen, is ertoe gehouden de korpschef hiervan ten minste twee weken op voorhand te verwittigen. Indien dit niet mogelijk is, moet hij de korpschef zo spoedig mogelijk verwittigen.

Om het verlof te kunnen genieten moet de magistraat het bewijs leveren dat hij pleegouder is aan de hand van de officiële aanstellingsbeslissing uitgaande van één van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde instellingen.

Op verzoek van de korpschef, levert de magistraat aan de hand van de gepaste documenten of bij gebreke hieraan, door ieder ander bewijsmiddel, het bewijs van de gebeurtenissen die zijn afwezigheid rechtvaardigen.

Het verlof wordt genomen in onderling overleg met de korpschef en met inachtneming van de behoeften van de dienst.

Art. 331/30

§ 1.Onverminderd artikel 331/29, heeft de magistraat die is aangesteld als pleegouder en die naar aanleiding van een plaatsing in het kader van een langdurige pleegzorg een minderjarig kind in zijn gezin onthaalt, met het oog op de zorg voor dit kind, eenmalig recht op pleegouderverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum zes weken.

Indien de magistraat ervoor kiest om niet het toegestane maximum aantal weken pleegouderverlof op te nemen, dient het verlof ten minste een week of een veelvoud van een week te bedragen.

Het pleegouderverlof van zes weken per ouder wordt opgetrokken met vier weken voor de pleegouder of voor beide pleegouders samen, alsook met een bijkomende week vanaf 1 januari 2027.

Het derde lid is enkel van toepassing op aanvragen gebeurd overeenkomstig paragraaf 2 vanaf de inwerkingtreding van de betrokken optrekking en voor zover het pleegouderverlof ten vroegste aanvangt vanaf diezelfde datum van inwerkingtreding.

Indien het pleeggezin bestaat uit twee personen, die beiden zijn aangesteld als pleegouder van het kind, worden de bijkomende weken bedoeld in het derde lid onderling tussen hen verdeeld.

§ 2.Om het recht op pleegouderverlof te kunnen uitoefenen, moet dit verlof een aanvang nemen binnen twaalf maanden volgend op de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin van de magistraat in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar hij zijn verblijfplaats heeft.

De magistraat die het verlof wenst te genieten deelt aan de korpschef de datum mee waarop het verlof zal aanvangen en de duur ervan. De mededeling gebeurt schriftelijk minstens een maand voor de aanvang van het verlof, tenzij de korpschef op verzoek van de magistraat een kortere termijn aanvaardt.

De magistraat dient, ten laatste bij de aanvang van het pleegouderverlof, de volgende documenten voor te leggen:

1°de documenten ter staving van de gebeurtenis die het recht op pleegouderverlof doet ontstaan;

2°een verklaring op eer die, al naargelang het geval, de verdeling vastlegt van de bijkomende weken pleegouderverlof tussen de twee pleegouders of de toewijzing van deze weken aan de enige pleegouder die van dit verlof gebruik maakt. Deze verklaring op eer is enkel nodig als het pleeggezin bestaat uit twee pleegouders.

Het verlof wordt genomen in onderling overleg met de korpschef en met inachtneming van de behoeften van de dienst.

§ 3.De maximumduur van het pleegouderverlof wordt verdubbeld wanneer het kind getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten worden toegekend in pijler 1 van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regeling betreffende de kinderbijslag of dat ten minste negen punten worden toegekend in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal overeenkomstig de regeling betreffende de kinderbijslag.

De maximumduur van het pleegouderverlof wordt met twee weken per pleegouder verlengd in het geval van gelijktijdig onthaal van meerdere minderjarige kinderen in het kader van langdurige pleegzorg.

De maximumduur van het pleegouderverlof wordt verminderd met het aantal weken opvangverlof met toepassing van artikel 331/28 dat de magistraat reeds heeft genoten voor hetzelfde kind.

Art. 331/31

Het adoptieverlof, het opvangverlof, het pleegzorgverlof en het pleegouderverlof worden gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.