Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten. › HOOFDSTUK IV Afwezigheden en verloven van magistraten

Afdeling VII Verlof wegens ziekte

331/32–331/46

Art. 331/32

§ 1.De magistraat, die wegens ziekte of ongeval verhinderd is zijn ambt normaal uit te oefenen, is verplicht de korpschef hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen.

Voor een afwezigheid wegens ziekte of ongeval die langer duurt dan drie werkdagen, dient de magistraat zo snel mogelijk een geneeskundig getuigschrift in bij het Bestuur van de medische expertise zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 1 december 2013 houdende regeling van het Bestuur voor medische expertise. Het geneeskundig getuigschrift maakt melding van de ziekte, de waarschijnlijke duur ervan, de verblijfplaats van de magistraat en of deze zich met het oog op de controle al dan niet naar een andere plaats mag begeven.

§ 2.De magistraat die wegens ziekte of ongeval afwezig is, staat onder het geneeskundig toezicht van het Bestuur van de medische expertise zoals bedoeld in paragraaf 1, overeenkomstig de artikelen 331/34 tot 331/36.

Het Bestuur van de medische expertise wordt aangewezen om de controle uit te voeren op de afwezigheden ten gevolge van ziekte of ongeval.

Art. 331/33

§ 1.De afwezigheid wegens ziekte of ongeval wordt met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.

Indien de magistraat nalaat een geneeskundig getuigschrift in te dienen bij het Bestuur van de medische expertise overeenkomstig artikel 331/32, § 1, tweede lid, dan bevindt hij zich van rechtswege in non-activiteit.

§ 2.Het verlof wegens ziekte maakt geen einde aan de deeltijdse uitoefening van het ambt vanaf zevenenvijftig of zestig jaar bedoeld in afdeling IX.

De magistraat blijft de voor zijn verminderde prestaties verschuldigde wedde met toelagen en premies ontvangen.

Art. 331/34

§ 1.De magistraat is verplicht de arts die aangeduid is door het Bestuur van de medische expertise en die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde, hierna de controlearts genoemd, te ontvangen of in te gaan op de oproep om zich aan te melden bij de controlearts. De magistraat kan het medisch onderzoek niet weigeren.

De controle van de magistraat kan gebeuren op vraag van de korpschef of op initiatief van het Bestuur van de medische expertise.

De controle van de magistraat kan gebeuren vanaf de eerste dag van de afwezigheid en tijdens de volledige periode van de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval.

Het medisch onderzoek vindt plaats in de woon- of verblijfplaats van de magistraat. Wanneer de arts die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, oordeelt dat de gezondheidstoestand van de magistraat hem toelaat zich naar een andere plaats te begeven, dan kan de magistraat ook worden opgeroepen door het Bestuur van de medische expertise om zich voor een onderzoek aan te melden bij de controlearts. Wanneer de controlearts de magistraat niet aantreft op de aangegeven woon- of verblijfplaats, dan laat hij een bericht achter. Behoudens wanneer de arts die het geneeskundig getuigschrift aan de magistraat heeft afgeleverd, oordeelt dat zijn gezondheidstoestand hem niet toelaat zich naar een andere plaats te begeven, moet de magistraat zich op het vermelde uur aanmelden bij de controlearts.

Wanneer de magistraat zich niet naar een andere plaats mag begeven, maar op het ogenblik van de controle afwezig was, wegens redenen van overmacht, brengt hij de controlearts onmiddellijk hiervan op de hoogte, zodat een nieuwe controle kan plaatshebben.

De magistraat die het medisch onderzoek weigert of die het de controlearts onmogelijk maakt om het medisch onderzoek uit te voeren, wordt van rechtswege in non-activiteit geplaatst.

§ 2.De controlearts gaat na of de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval gerechtvaardigd is en kan daarbij hoogstens constateren dat:

1°de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is;

2°de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch gerechtvaardigd is voor een kortere periode dan vermeld werd in het geneeskundig getuigschrift;

3°de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval medisch ongerechtvaardigd is.

De controlearts oefent zijn opdracht uit overeenkomstig artikel 3 van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde.

De controlearts overhandigt onmiddellijk, eventueel na raadpleging van diegene die het in artikel 331/32, § 1, tweede lid, bedoelde geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan de magistraat. Indien de magistraat op dat ogenblik kenbaar maakt dat hij niet akkoord gaat met de bevindingen van de controlearts, wordt dit door deze laatste vermeld op voornoemd geschrift.

In het geval bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, gaat de ambtshervatting in respectievelijk op de door de controlearts vastgestelde datum of, onverminderd artikel 331/35, op de eerste dag volgend op het onderzoek.

Wanneer de magistraat een dag afwezig is ten gevolge van ziekte of ongeval en geen arts heeft geraadpleegd, en de controlearts oordeelt na medisch onderzoek dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval niet gerechtvaardigd is, dan bevindt de magistraat zich van rechtswege in non-activiteit.

Niettemin kan de magistraat opteren voor het gebruik van een dag jaarlijks vakantieverlof met akkoord van de korpschef, per afwezigheid van een dag waarvoor de magistraat geen arts geraadpleegd heeft wanneer de controlearts geoordeeld heeft dat de afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval ongerechtvaardigd is.

Art. 331/35

Binnen twee werkdagen na de overhandiging van de bevindingen door de controlearts, kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medische geschil en in onderling akkoord een arts-scheidsrechter aanwijzen. Indien geen akkoord kan worden bereikt binnen de twee werkdagen kan de meest belanghebbende partij met het oog op het beslechten van het medisch geschil een arts-scheidsrechter aanwijzen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde en voorkomt op de lijst die in uitvoering van voornoemde wet werd vastgesteld.

Het Bestuur van de medische expertise kan de controlearts en de magistraat kan diegene die hem het geneeskundig getuigschrift overhandigd heeft, uitdrukkelijk machtiging geven om de arts-scheidsrechter aan te wijzen.

De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist in het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Alle andere vaststellingen blijven onder het beroepsgeheim.

Indien de arts-scheidsrechter een negatieve beslissing neemt, wordt de periode tussen de datum van ambtshervatting bepaald door de controlearts en de datum van de beslissing van de arts-scheidsrechter, omgezet in non-activiteit.

De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van de magistraat, vallen ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.

De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de controlearts op de hoogte van zijn beslissing. Het Bestuur van de medische expertise en de magistraat worden schriftelijk verwittigd bij een aangetekende zending en wanneer ze elektronisch gebeurt, via een gekwalificeerde dienst voor elektronisch aangetekende bezorging in de zin van artikel 3.37. van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.

Art. 331/36

Wanneer de magistraat tijdens een afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval in het buitenland wil verblijven, moet hij hiervoor voorafgaand de toestemming krijgen van het Bestuur van de medische expertise. De magistraat dient een met redenen omklede aanbeveling van zijn behandelend arts voor te leggen waaruit blijkt dat het verblijf in het buitenland de genezing en/of de behandeling niet in gevaar brengt. De arts vermeldt eveneens de begin- en einddatum van de aangevraagde verblijfperiode in het buitenland.

Art. 331/37

Tijdens een afwezigheid ten gevolge van ziekte of ongeval heeft een magistraat de mogelijkheid met het oog op zijn ambtshervatting om deel te nemen aan opleidingsactiviteiten en aan activiteiten in het kader van terug-naar-werkbegeleiding.

Art. 331/38

Het Bestuur van de medische expertise wordt belast met de controle van de afwezigheden ten gevolge van een arbeidsongeval, een ongeval op de weg van en naar het werk en een beroepsziekte.

De controle gebeurt volgens de nadere regels bepaald in artikel 331/34, § 1 en § 2, eerste tot derde lid.

Artikel 331/36 is van toepassing.

Art. 331/39

De magistraat kan vragen om zijn ambt met verminderde prestaties wegens medische redenen uit te oefenen:

1°om zich opnieuw aan te passen aan het normale arbeidsritme, na een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van tenminste dertig dagen;

2°wanneer hij wegens een langdurige medische ongeschiktheid, verhinderd is zijn ambt voltijds uit te oefenen na een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van tenminste dertig dagen;

3°wanneer hij als persoon met een handicap verhinderd is voltijds zijn ambt uit te oefenen als gevolg van zijn handicap; onder "persoon met een handicap" wordt verstaan de persoon bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsselectie en met betrekking tot de stage.

De beoordeling van de medische toestand van de magistraat en de toekenning van de verminderde prestaties wegens medische redenen gebeurt door een arts van het Bestuur van de medische expertise bedoeld in artikel 331/32, § 1, tweede lid.

In afwijking van het eerste lid, 1°, kan de magistraat eveneens vragen om zijn ambt met verminderde prestaties wegens medische redenen uit te oefenen wanneer hij na een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van tenminste dertig dagen zijn ambt minder dan tien werkdagen heeft hervat.

Art. 331/40

§ 1.De magistraat bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 1°, kan zijn ambt opnieuw opnemen ten belope van 40 %, 50 %, 60 % of 80 % van zijn normale prestaties voor een periode van maximum vier maanden.

De verminderde prestaties mogen worden toegekend voor een periode van een maand, tenzij de arts van het Bestuur van de medische expertise uitdrukkelijk beslist om meerdere aansluitende maanden toe te staan. De verlengingen mogen worden toegekend indien het Bestuur van de medische expertise bij een nieuw onderzoek oordeelt dat de gezondheidstoestand van de magistraat dit wettigt en op voorwaarde dat de maximumduur van vier maanden nog niet wordt overschreden. Artikel 331/42 is van toepassing.

§ 2.De magistraat bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 2°, kan zijn ambt opnieuw opnemen ten belope van 50 %, 60 % of 80 % van zijn normale prestaties voor een periode van maximum vierentwintig maanden, tenzij de arts van het Bestuur van de medische expertise oordeelt dat het nieuw onderzoek vroeger moet plaatsvinden.

Verlengingen mogen worden toegekend voor ten hoogste vierentwintig maanden, indien het Bestuur van de medische expertise bij een nieuw onderzoek oordeelt dat de gezondheidstoestand van de magistraat dit wettigt. Artikel 331/42 is van toepassing.

§ 3.De magistraat bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 3°, kan zijn ambt opnemen ten belope van 50 %, 60 % of 80 % van de normale prestaties voor een periode van maximum vierentwintig maanden, tenzij de arts van het Bestuur van de medische expertise oordeelt dat het nieuw onderzoek vroeger moet plaatsvinden.

Verlengingen mogen worden toegekend voor ten hoogste vierentwintig maanden, indien het Bestuur van de medische expertise bij een nieuw onderzoek oordeelt dat de gezondheidstoestand van de magistraat dit wettigt. Artikel 331/42 is van toepassing.

§ 4.Bij elk onderzoek oordeelt de arts van het Bestuur van de medische expertise of de magistraat geschikt is om een bepaald arbeidspercentage van zijn normale prestaties te leveren.

Tijdens een lopende periode van verminderde prestaties wegens medische redenen kan de magistraat, bedoeld in de paragrafen 2 en 3, een nieuw medisch onderzoek aanvragen bij het Bestuur van de medische expertise met het oog op het aanpassen van zijn arbeidsstelsel.

§ 5.De verminderde prestaties bedoeld in paragraaf 1, worden elke dag verricht, tenzij de arts van het Bestuur van de medische expertise er uitdrukkelijk anders over beslist.

De verminderde prestaties bedoeld in de paragrafen 2 en 3, worden verricht volgens een verdeling van de prestaties over de week, overeenkomstig het advies van de arts van het Bestuur van de medische expertise en in onderling overleg met de korpschef.

Art. 331/41

§ 1.De afwezigheden van de magistraat tijdens deze periode van verminderde prestaties worden met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld.

De magistraat bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 1°, 2° en 3°, geniet zijn wedde met toelagen en premies.

§ 2.De verminderde prestaties wegens medische redenen, bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 2° en 3°, worden opgeschort door:

1°de verloven in het kader van de moederschapsbescherming;

2°het ouderschapsverlof;

3°de deeltijdse uitoefening van het ambt vanaf zevenenvijftig of zestig jaar;

4°de zorgverloven.

De machtiging om verminderde prestaties wegens medische redenen te verrichten, wordt tijdelijk onderbroken tijdens een afwezigheid wegens ziekte, arbeidsongeval, een ongeval op de weg van en naar het werk en een beroepsziekte.

Art. 331/42

§ 1.De magistraat die verminderde prestaties wegens medische redenen wenst te genieten, dient het advies verkregen te hebben van de arts van het Bestuur van de medische expertise ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de verminderde prestaties.

De magistraat bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 1°, dient een voorstel tot planning van de verminderde prestaties wegens medische redenen opgesteld door zijn behandelend arts voor te leggen. In het voorstel vermeldt de behandelend arts de vermoedelijke datum van de volledige ambtshervatting en de progressiviteit van de verminderde prestaties. Bij ontstentenis van het progressief karakter van de verminderde prestaties vermeldt de behandelend arts de medische reden hiervan.

De magistraat bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 2° en 3°, dient een recent omstandig geneeskundig verslag opgesteld door een arts-specialist voor te leggen. In dit verslag vermeldt de arts-specialist de vermoedelijke aanvangsdatum van de verminderde prestaties en het voorgestelde arbeidspercentage, alsook de medische redenen die dit arbeidspercentage verantwoorden.

§ 2.De arts van het Bestuur van de medische expertise spreekt zich uit over de medische geschiktheid van de magistraat om zijn ambt ten belope van een arbeidspercentage bedoeld in artikel 331/40 van de normale prestaties weer op te nemen. Deze overhandigt zo spoedig mogelijk, eventueel na de behandelend arts bedoeld in paragraaf 1, te hebben geraadpleegd, zijn bevindingen schriftelijk aan de magistraat.

§ 3.Na de overhandiging van de bevindingen door de arts van het Bestuur van de medische expertise in het kader van een aanvraag voor verminderde prestaties wegens medische redenen bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, kan de magistraat, in onderling akkoord met het Bestuur van de medische expertise, een arts-scheidsrechter aanwijzen binnen de twee werkdagen na de overhandiging van de bevindingen met het oog op het beslechten van het medisch geschil. Indien geen akkoord kan worden bereikt binnen de twee werkdagen kan de magistraat met het oog op het beslechten van het medisch geschil een arts-scheidsrechter aanwijzen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde en voorkomt op de lijst die in uitvoering van voornoemde wet werd vastgesteld.

De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslist in het medisch geschil binnen drie werkdagen na zijn aanwijzing. Elke andere vaststelling blijft onder het beroepsgeheim.

De kosten van deze procedure, alsmede de eventuele verplaatsingskosten van de magistraat, vallen ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.

De arts-scheidsrechter brengt diegene die het geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd en de arts van het Bestuur van de medische expertise op de hoogte van zijn beslissing. Het Bestuur van de medische expertise en de magistraat worden onmiddellijk verwittigd door de arts-scheidsrechter bij aangetekende zending en wanneer ze elektronisch gebeurt, via een gekwalificeerde dienst voor elektronisch aangetekende bezorging in de zin van artikel 3.37. van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.

Art. 331/43

Indien het Bestuur van de medische expertise van oordeel is dat een magistraat geschikt is om zijn ambt terug op te nemen ten belope van een arbeidspercentage, bedoeld in artikel 331/40 van zijn normale prestaties dan geeft hij daarvan kennis aan de korpschef.

De korpschef nodigt de magistraat uit om de uitoefening van zijn ambt terug op te nemen.

Indien de magistraat geen gevolg geeft aan deze vraag om de uitoefening van zijn ambt terug op te nemen, wordt hij van rechtswege in non-activiteit geplaatst.

Art. 331/44

Deze onderafdeling beoogt de re-integratie te bevorderen van de magistraat die afwezig is wegens ziekte en ongeval met uitsluiting van de afwezigheden als gevolg van een arbeidsongeval, een ongeval van en naar het werk en een beroepsziekte.

Voor de toepassing van boek I, titel 4, hoofdstuk VI, van de Codex over het welzijn op het werk wordt de rol van de arts van het Bestuur van de medische expertise bedoeld in artikel 331/32, § 1, tweede lid, en zoals bepaald in dit hoofdstuk gelijkgesteld met de rol van de adviserend arts.

Art. 331/45

§ 1.Ten laatste tien weken na de aanvang van de afwezigheidsperiode wegens ziekte of ongeval maakt de arts van het Bestuur van de medische expertise, op basis van het medisch dossier van de magistraat, een eerste inschatting van diens restcapaciteit op.

§ 2.De arts van het Bestuur van de medische expertise plaatst de magistraat op basis van de inschatting in één van de volgende vier categorieën:

1°categorie 1: er kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de magistraat uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van de afwezigheid wegens ziekte spontaan zijn ambt opnieuw kan uitoefenen;

2°categorie 2: een hervatting van de uitoefening van het ambt lijkt om medische redenen niet tot de mogelijkheden te behoren;

3°categorie 3: een hervatting van de uitoefening van het ambt is voorlopig niet aan de orde, omdat de prioriteit dient uit te gaan naar de medische diagnose of de medische behandeling;

4°categorie 4: een hervatting van de uitoefening van het ambt lijkt mogelijk te zijn door het aanbieden van tijdelijk of definitief aangepast werk of ander werk.

§ 3.De arts van het Bestuur van de medische expertise gaat niet tot de in de paragraaf 1 bedoelde inschatting over als de magistraat de preventieadviseur-arbeidsarts al verzocht heeft om een re-integratietraject op te starten zoals bedoeld in boek I, titel 4, hoofdstuk VI, van de Codex over het welzijn op het werk.

Art. 331/46

§ 1.In de volgende gevallen en mits de toestemming van de magistraat verwijst de arts van het Bestuur van de medische expertise de magistraat door naar de preventieadviseur-arbeidsarts met het oog op het onderzoek om een re-integratietraject op te kunnen starten zoals bedoeld in boek I, titel 4, hoofdstuk VI, van de Codex over het welzijn op het werk:

1°de magistraat is, op het moment van de in artikel 331/45 bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 1. De magistraat is nog altijd afwezig wegens ziekte of ongeval na zes maanden en de arts van het Bestuur van de medische expertise maakt, op basis van het medisch dossier van de magistraat, een nieuwe inschatting dat een ambtshervatting mogelijk lijkt te zijn door het aanbieden van tijdelijk of definitief aangepast werk of ander werk;

2°de magistraat is, op het moment van de in artikel 331/45 bedoelde inschatting, geplaatst in categorie 3. De arts van het Bestuur van de medische expertise herevalueert om de twee maanden de situatie van de magistraat. Bij een dergelijke herevaluatie is gebleken dat voor de magistraat een ambtshervatting mogelijk lijkt te zijn door het aanbieden van tijdelijk of definitief aangepast werk of ander werk;

3°de magistraat wordt overeenkomstig artikel 331/45 in categorie 4 geplaatst.

De arts van het Bestuur van de medische expertise consulteert de preventieadviseur-arbeidsarts zes maanden na doorverwijzing om de status te kennen. Indien een re-integratietraject werd opgestart, consulteert de arts van het Bestuur van de medische expertise om de drie maanden de preventieadviseur-arbeidsarts teneinde de actuele status te kennen. Indien op dat moment nog geen re-integratietraject werd opgestart, herevalueert de arts van het Bestuur van de medische expertise de situatie op basis van het dossier en beslist hij welke mogelijke stappen aangewezen zijn.

§ 2.Zodra de arts van het Bestuur van de medische expertise een kopie krijgt van het re-integratieplan overeenkomstig artikel I.4-74. van de Codex over het welzijn op het werk, gaat hij na of het uitvoeren van het re-integratieplan een einde maakt aan de arbeidsongeschiktheid.

Indien dit re-integratieplan verminderde prestaties wegens medische redenen inhoudt zoals bepaald in artikel 331/39, is de magistraat er niet toe gehouden om de toelating van de arts van het Bestuur van de medische expertise aan te vragen, maar gaat laatstgenoemde zelf na of het re-integratieplan overeenstemt met de voorwaarden voor de verminderde prestaties wegens medische redenen. In voorkomend geval beschrijft de arts van het Bestuur van de medische expertise de modaliteiten van zijn toelating.

De arts van het Bestuur van de medische expertise deelt zo spoedig mogelijk zijn bevindingen met betrekking tot de verminderde prestaties wegens medische redenen aan de preventieadviseur-arbeidsarts mee.

Als de arts van het Bestuur van de medische expertise geen reactie geeft binnen de drie weken na ontvangst van de kopie van het re-integratieplan, wordt er verondersteld dat de beslissing van de arts van het Bestuur van de medische expertise in verband met de verminderde prestaties wegens medische redenen positief is.

§ 3.In afwijking van paragraaf 1, verwijst de arts van het Bestuur van de medische expertise de magistraat niet door naar de preventieadviseur-arbeidsarts wanneer uit de inschatting bedoeld in artikel 331/45 blijkt dat de ambtshervatting mogelijk lijkt te zijn met aangepast werk onder de vorm van verminderde prestaties wegens medische redenen.

De arts van het Bestuur van de medische expertise nodigt de magistraat uit om zijn medische toestand en de toekenning van de verminderde prestaties wegens medische redenen zoals bedoeld in artikel 331/39, eerste lid, 1°, te beoordelen. De artikelen 331/40, 331/41, 331/42, §§ 2 en 3, en 331/43 zijn van toepassing.

De arts van het Bestuur van de medische expertise bepaalt de aanvangsdatum en de duur van de machtiging tot verminderde prestaties wegens medische redenen met toepassing van artikel 331/40, § 1.