Alle wetboeken › BW

BOEK 7 Bijzondere contracten › Titel 3 Huur en bruikleen

Ondertitel 2 Bruikleen

7.3.40–7.3.46

Art. 7.3.40

toekomstig recht

Definitie

Bruikleen of commodaat is een contract waarbij een uitlener zich ertoe verbindt aan een ontlener het tijdelijk gebruik en genot van een niet-vervangbaar goed te verlenen ten kosteloze titel.

De verbintenis van de ontlener om kosten in verband met het gebruik en genot van het goed te dragen, belet de kwalificatie als bruikleen niet.

Art. 7.3.41

toekomstig recht

Toepassing regels van de huur

De regels van de huur zijn van overeenkomstige toepassing op de bruikleen met uitzondering van de regels met betrekking tot de huurprijs en met uitzondering van de volgende bepalingen:

1°artikel 7.3.2 (Vorm);

2°artikel 7.3.27 (Aanvangsplaatsbeschrijving en plaatsbeschrijving bij vertrek bij de huur van een onroerend goed);

3°artikel 7.3.28 (Verbintenis tot stoffering van het goed of verschaffing van andere zekerheden);

4°artikel 7.3.30 (Wederverhuringsvergoeding bij ontbinding);

5°artikel 7.3.34, eerste lid (Stilzwijgende huurhernieuwing);

6°artikel 7.3.36 (Uitsluiting van de nietigheid door kennisgeving bij de huur van een onroerend goed);

7°artikel 7.3.37 (Uitsluiting van de buitengerechtelijke ontbinding bij de huur van een onroerend goed);

8°artikel 7.3.38 (Onderhuur en huuroverdracht); en

9°artikel 7.3.39 (Vervreemding van een onroerend goed).

Art. 7.3.42

toekomstig recht

Hoofdelijkheid bij pluraliteit van ontleners

Indien verscheidene personen gezamenlijk het goed in bruikleen hebben ontvangen, zijn zij tegenover de uitlener hoofdelijk gehouden.

Art. 7.3.43

toekomstig recht

Matiging van schadeherstel bij nalatigheid van de uitlener

De rechter kan het herstel van de schade die door de nalatigheid van de uitlener is veroorzaakt, matigen, tenzij het contract hoofdzakelijk in het belang van de uitlener gesloten werd.

Art. 7.3.44

toekomstig recht

Voortijdige beëindiging

Bruikleen eindigt, zelfs voor het verstrijken van de duur, door een met redenen omklede kennisgeving aan de ontlener, indien de uitlener het goed nodig heeft omwille van dringende en onvoorziene nood.

Art. 7.3.45

toekomstig recht

Overlijden, ontbinding en insolvabiliteit

Bruikleen gaat van rechtswege teniet bij het overlijden, ontbinding van de rechtspersoon of insolvabiliteit van de ontlener.

Art. 7.3.46

toekomstig recht

Ondercontract en overdracht

De ontlener gebruikt het goed persoonlijk.

De ontlener mag het goed niet in bruikleen geven of verhuren en evenmin de bruikleen overdragen.