Aanvangsplaatsbeschrijving en plaatsbeschrijving bij vertrek bij de huur van een onroerend goed
§ 1.Bij de huur van een onroerend goed, stellen partijen op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening een omstandige aanvangsplaatsbeschrijving van het goed op, uiterlijk een maand na de levering van het goed.
Deze aanvangsplaatsbeschrijving wordt bij het contract gevoegd en geregistreerd.
§ 2.De partijen stellen op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening een bijvoegsel bij de aanvangsplaatsbeschrijving op wanneer belangrijke wijzigingen in het goed zijn aangebracht na opstelling van de aanvangsplaatsbeschrijving en indien een van de partijen hierom verzoekt.
Het bijvoegsel wordt geregistreerd.
§ 3.De partijen stellen op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening een omstandige plaatsbeschrijving bij vertrek uit het onroerend goed op als een van de partijen hierom verzoekt.
Deze plaatsbeschrijving bij vertrek wordt opgesteld uiterlijk bij de teruggave van het goed.
§ 4.Weigert een van de partijen de opstelling van de plaatsbeschrijving bedoeld in paragraaf 1 of 3, of het bijvoegsel bedoeld in paragraaf 2, of bereiken zij geen overeenstemming over de inhoud ervan, dan kan de zaak bij verzoekschrift aanhangig gemaakt worden bij de vrederechter.
Het tegensprekelijke verzoekschrift inzake de plaatsbeschrijving moet ingediend worden ten laatste vijftien dagen na verstrijken van de termijn bedoeld in paragrafen 1 en 3.
De vrederechter wijst een deskundige aan die de plaatsbeschrijving of het bijvoegsel opstelt. Het vonnis is uitvoerbaar niettegenstaande verzet en is niet vatbaar voor hoger beroep.
§ 5.Deze bepaling is van dwingend recht ten voordele van beide partijen.