Alle wetboeken › BW

BOEK 7 Bijzondere contracten › Titel 3 Huur en bruikleen › Ondertitel 1 Huur

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

7.3.1–7.3.2

Art. 7.3.1

toekomstig recht

Definitie

Huur is een contract waarbij de verhuurder zich ertoe verbindt aan de huurder tijdelijk het gebruik en genot van een goed te verlenen tegen een prijs.

Het contract waarbij een partij zich ertoe verbindt aan een andere partij het precaire gebruik en genot van een onroerend goed te verlenen tegen een prijs, is geen huur maar een bezetting ter bede, voor zover het precaire karakter van het contract door legitieme redenen is gerechtvaardigd.

Art. 7.3.2

toekomstig recht

Vorm

Wanneer de huur van een onroerend goed schriftelijk wordt gesloten, vermeldt dat geschrift minstens de volgende gegevens:

1°voor natuurlijke personen: hun eerste twee voornamen, naam, woonplaats en geboortedatum en -plaats; of

2°voor stichtingen, verenigingen en vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en maatschappen: hun naam, hun zetel en, in voorkomend geval, hun ondernemingsnummer bedoeld in artikel III.17 van het Wetboek van economisch recht.

Als aan een partij nog geen ondernemingsnummer is toegekend, bevestigt zij dit in het geschrift onderworpen aan registratie of in een ondertekende aanvullende verklaring onderaan dit geschrift.

De partij die haar verplichting tot identificatie met het ondernemingsnummer niet nakomt, draagt de gevolgen van het gebrek aan registratie van het contract.